Eerst laat ik jullie wat meegenieten van de omgeving, met de Orca als figurant.
Dit is een "piste cyclable" in Arzon. Deze fietsroutes liggen compleet los van de autowegen en de wegbedekking bestaat uit gemalen dolomiet. Het is duidelijk dat dit recreatieve paden zijn, maar de aanduidingen zijn prima en verbeteren van jaar tot jaar. Hier reed ik ook al met de Birdy vouwfiets en met de Gforce trike. Ook in het dorp zelf (dat in de zomer verviervoudigt wat het aantal inwoners betreft) zijn op de hoofdassen fietspaden voorzien.
Saint Gildas-de-Rhuys - port aux Moines: één van de vele typische haventjes in de baai van Quiberon. Bij laagtij vallen deze allemaal bijna of helemaal droog. Bij sommige is er een drempel aan de ingang, waardoor er wat water blijft staan, maar bij vele is dat niet het geval. Met een zeiljacht met een kiel heb je dan wel een probleem...
Le Logeo: een klein jachthaventje in de Golfe de Morbihan. Hier valt het niet droog, maar de uitdaging is de sterke stroming: tot 6 knopen of meer. Als die op zijn sterkst is, lijkt het op een rivier die door de zee stroomt. Dat dwarsen is een hele uitdaging!
Nog wat beelden van het schiereiland, dat Presq'ile de Rhuys heet.
In Arzon draait alles rond de pleziervaart. Vooral zeiljachten - hoe groter, hoe liever - vind je hier. Dit is de belangrijkste en nieuwst haven van de gemeente: Le Crouesty. Reusachtig groot (voor een jachthaven) en tot de laatste plaats bezet.
Dit is de andere haven van Arzon: Port Navalo. Deze is oud en ligt net achter de ingang van de Golfe de Morbihan. Hierdoor - in de ingang kan de stroming erg sterk zijn - is die bijna enkel bereikbaar bij het keren van het tij. Wel veel schilderachtiger. Zoals op vele plaatsen zijn hier geen pontons. Je meert aan bij een boei - ze zijn genummerd, niet vrij te kiezen - en met je "annexe" vaar je naar de wal. Die "annexe" is in veel gevallen niet meer dan een plastic bakje, rechthoekig, met een paar riemen. Bij de grotere jachten is het een opblaasboot - genre Zodiac - met buitenboordmotor. Als je erop uittrekt, leg je de bijboot aan de boei tot je terugkeert. Wie een rondvaart maakt, neemt de bijboot natuurlijk mee.
Ook dit is Le Crouesty, maar dan met een beeld van aan boord van mijn lokaal transportmiddel.
Dit is waar het om gaat (uiteraard samen met de vrienden hier): P'tit Loustic II. Voor de liefhebbers: dit is een Bénéteau First 32, een sportieve cruiser.
De Orca wordt hier gebruikt voor korte uitstapjes - als er tijd is - en om boodschappen te doen.
Dan de reactie van de mensen hier tegenover de Orca. Zoals een vriend hier ter plaatse het zei toen ik een ligtandem zag langskomen: "daar kijkt men niet van op, want je ziet van ver dat het een fiets is. De stroomlijn van de Orca maakt zoiets raadselachtig. Iedereen vraagt zich af wat daaronder zit." Dat merk je duidelijk. Als ik aan de jachthaven toekom en uitstap, staan geregeld tien tot twintig omstaanders vragen te stellen en het interieur te bewonderen. Dat loopt makkelijk uit tot tien minuten of een kwartier en dan moet ik het gesprek afbreken om toch maar te kunnen vertrekken, want de ene is nog niet vertrokken of de volgende komt eraan. Dat maakt de velomobiel niet zo handig in de haven, want ik durf die er zeker niet uren na elkaar onbewaakt laten staan. Al is het niet met slechte bedoelingen, mensen kunnen er hun vingers niet afhouden.
Of je nu met een velomobiel of een ruimtetuig afkomt, de verwondering en interesse kan niet groter zijn. Tot op heden was er maar één wijsneus die volhield - uiteraard zonder de minste ervaring - dat het gevaarlijk is, dat er een vlag op moet, dat ... Dat alles uiteraard vanuit de visie van een automobilist. Zo'n mensen kom je overal tegen.
fietstechniek, ervaringen met fietsen, relaas van verplaatsingen, aanpassingen aan fietsen en velomobiel Flevobike Orca (36) - Thorax Tangens - Nazca Paseo - Heinzmann PAN eTR-U - Birdy Speed
Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...
woensdag 16 juli 2014
maandag 14 juli 2014
Even naar Arzon - dag 7
De camping in Malestroit is erg rustig, zoals eigenlijk de meeste waar ik overnachtte. Omdat ik gisteravond laat aankwam en er voor de plaatsen voor tenten geen stroom beschikbaar is, kan ik pas vanmorgen de accu laden aan een stopcontact in het sanitaire blok.
Anderzijds is het hier erg netjes en spotgoedkoop: een trekkersplaats voor één persoon betaal je € 5,90!
Wat een verschil met de voorbije dagen: de lucht is al van 's morgens vroeg stralend blauw en de temperatuur loopt snel op. Om 9u is het al even warm als het maximum van gisteren: 17°C.
Ik laat de accu dus rustig energie opslaan gedurende een uur of 2. Meer hoeft niet, want het hele traject is nog slechts 65 km lang.
Ondertussen ga ik even op verkennning in het slaperige stadje. Het centrum is alweer erg oud (of doet minstens zo aan) en sprookjesachtig.
Rond 10u30 is het tijd om te vertrekken.
Algauw rij ik alweer op een voie verte. Hopelijk komen er snel nog veel meer dergelijke fietsroutes, want dit is echt zalig rijden: breed, prima asfalt en erg rustig.
Waar je bij ons op veel plaatsen gehinderd wordt, zodra je fiets afwijkt van het model bukfiets, is er hier geen enkel probleem om de barrières voorbij te raken. Dat lukt volgens mij met elke combinatie, maar voor auto"s zijn het onmogelijk te nemen hindernissen. Eenvoudig en efficiënt, zo heb ik het graag.
Het tempo ligt laag. Niet omdat het zo zwaar is, maar omdat ik anders veel te vroeg zal aankomen. Ik kan
dus geregeld even stoppen om te genieten van de omgeving, om te
luisteren naar de geluiden van de natuur.
Onderweg, op
de voie verte, is er één vervelend incident. Vanaf de andere kant zie ik
in de verte een vehikel aankomen, getrokken door een ezel. Ik vertraag.
Naast de koets loopt nog een tweede ezel, begeleid door een meisje.
Haar vader houdt het andere dier in bedwang en doet teken dat ik kan
passeren. Op het moment dat ik tot op een meter of tien genaderd ben,
schrikken beide dieren plots en stappen achteruit. In een oogwenk zwenkt
de kar naar links en kantelt in de gracht. De bagage ligt verspreid
naast de weg.
Een bejaard koppel dat daar wandelde komt meteen helpen. Ik stop en blijf zitten, want het openmaken van de kap kan de ezels nog meer doen schrikken. Als ze de dieren onder bedwang hebben, doet hij teken en rij ik er voorzichtig voorbij. Dan stap ik uit om mee te helpen en na te kijken of er schade is.
Nadat alles terug in de kar gelegd is, blijkt er gelukkig niets beschadigd te zijn. De man is vol begrip, het koppel vooral geïnteresseerd in de Orca.
Voor de rest loopt de rit feilloos. Het einddoel is in verschiet, de wegen rustig en er zijn geen verrassingen meer.
Stilaan verandert de begroeiing: we naderen duidelijk de zee. Het ruikt hier ook anders.
Het doel is een schiereiland (Rhuys), met aan de ene kant de Golfe de Morbihan en aan de andere kant de baai van Quiberon.
Helemaal volgens verwachting arriveer ik om 14u.
Onder een aangenaam zonnetje kan ik mijn tent - het verblijf voor de komende anderhalve week - rustig opstellen en daarna wordt de omgeving even verkend.
Het zicht vanaf de achterkant van de camping. De baai van Quiberon ligt de andere kant op, ongeveer anderhalve kilometer westwaarts.
Ook hier weer de constanten: ik kan de Orca nog niet tot stilstand brengen of er ontstaat al een samenscholing met de velomobiel als centrum.
Eén van de komende dagen krijg je een kort overzicht van wat hier te beleven is.
Anderzijds is het hier erg netjes en spotgoedkoop: een trekkersplaats voor één persoon betaal je € 5,90!
Wat een verschil met de voorbije dagen: de lucht is al van 's morgens vroeg stralend blauw en de temperatuur loopt snel op. Om 9u is het al even warm als het maximum van gisteren: 17°C.
Ik laat de accu dus rustig energie opslaan gedurende een uur of 2. Meer hoeft niet, want het hele traject is nog slechts 65 km lang.
Ondertussen ga ik even op verkennning in het slaperige stadje. Het centrum is alweer erg oud (of doet minstens zo aan) en sprookjesachtig.
Rond 10u30 is het tijd om te vertrekken.
Algauw rij ik alweer op een voie verte. Hopelijk komen er snel nog veel meer dergelijke fietsroutes, want dit is echt zalig rijden: breed, prima asfalt en erg rustig.
Waar je bij ons op veel plaatsen gehinderd wordt, zodra je fiets afwijkt van het model bukfiets, is er hier geen enkel probleem om de barrières voorbij te raken. Dat lukt volgens mij met elke combinatie, maar voor auto"s zijn het onmogelijk te nemen hindernissen. Eenvoudig en efficiënt, zo heb ik het graag.
![]() |
| Doorgang van minstens 1,20m |
![]() |
| Eekhoorntje onderweg en alle tijd om het diertje te bekijken |
Een bejaard koppel dat daar wandelde komt meteen helpen. Ik stop en blijf zitten, want het openmaken van de kap kan de ezels nog meer doen schrikken. Als ze de dieren onder bedwang hebben, doet hij teken en rij ik er voorzichtig voorbij. Dan stap ik uit om mee te helpen en na te kijken of er schade is.
Nadat alles terug in de kar gelegd is, blijkt er gelukkig niets beschadigd te zijn. De man is vol begrip, het koppel vooral geïnteresseerd in de Orca.
Voor de rest loopt de rit feilloos. Het einddoel is in verschiet, de wegen rustig en er zijn geen verrassingen meer.
![]() |
| Het zoveelste levenloze dorpje |
Het doel is een schiereiland (Rhuys), met aan de ene kant de Golfe de Morbihan en aan de andere kant de baai van Quiberon.
![]() |
| Golfe de Morbihan, zrgens ter hoogte van Sarzeau |
![]() |
| "piste cyclable" rond Arzon |
![]() |
| Het basiskamp voor de komende anderhalve week |
Het zicht vanaf de achterkant van de camping. De baai van Quiberon ligt de andere kant op, ongeveer anderhalve kilometer westwaarts.
Ook hier weer de constanten: ik kan de Orca nog niet tot stilstand brengen of er ontstaat al een samenscholing met de velomobiel als centrum.
Eén van de komende dagen krijg je een kort overzicht van wat hier te beleven is.
zaterdag 12 juli 2014
Even naar Arzon - dag 6
Het ontbijt kan niet vroeger dan 9u, maar toch ben ik al om 7u uit de veren.
Na een deugddoende douche wordt alles netjes ingepakt. De spullen zijn droog en er is ruimte om systematisch te werken.
Er rest wel nog een klusje: gisteren is bij een ongelukkig maneuver de knop voor de rechter knipperlichten gesneuveld. Het vervelende is dat als de knop weg is, de knipperlichten continu werken. De verbinding moet dus onderbroken worden. Niet erg, want dat duurt amper vijf minuten. Wel erg, want dat betekent voor de rest van de reis geen rechter knipperlichten meer. Zelfs al had ik een knop, ik heb geen materiaal om te solderen, geen krimpkous, ... (die knop ligt natuurlijk thuis, in verbeterde uitvoering).
Gezien het zakkende tempo - het reliëf is toch anders dan ik verwacht had - besluit ik de route alweer lichtjes te wijzigen. Ik sla Saint-Malo en Dinard over en rij rechtstreeks naar Dinan.
Het heeft de hele nacht geregend, maar nu lijkt het toch wat op te klaren.
Na een heerlijk uitgebreid ontbijt, kan ik tegen 10u aanzetten.
15%? Dit lijkt bijna vlak, na wat ik langs de kust voor de kiezen kreeg...
Om 11u ben ik in Avranches, vlakbij de baai met de Mont Saint-Michel, die ik vanuit de verte kan zien.
Avranches blijkt over een mooi, oud centrum te beschikken en - hoe kan het ook anders - over zeer steile straten. Dit is het uiterste zuiden van Normandië, dat naadloos overgaat in Bretagne.
De snelweg, ergens tussen Avranches en Pontaubault. Vroeger reed ik met de auto langs daar.
Nu gaat het wat langzamer, maar de beleving is veel intenser.
Op de middag ben ik in Pontorson. De hele tijd kan ik de Mont Saint-Michel rechts van me zien wenken.
Ik maak van mijn hart een steen, laat het aantrekkelijke monument voor wat het is en rij verder op en neer.
Iets na 14u parkeer ik de Orca voor een restaurantje in alweer een onooglijk plaatsje: Pleudihen. Tijd om de accu te laden en de honger te stillen. Ik eet een heerlijke bio-galette (een pannenkoek van boekweitbloem), gevuld met ei, kaas en wat groenten (in Bretagne heet dit: une galette complète). Daarbij hoort uiteraard een "bolée" cider: dit is Bretagne, tenslotte.
Het goede nieuws is dat het verbruik gedaald is tot 5,1 Wh/km. De hellingen zijn hier minder steil en de wind komt van opzij. Dat betekent meteen dat de autonomie stijgt en het tempo eveneens.
Vanuit de Orca is zo'n dreigend wolkendek minder erg dan vanop een bukker.
Eigenlijk had ik voor vandaag afgesproken met enkele Franse ligfietsers en velonauten, want er is namelijk het Franse kampioenschap in Malestroit. Ik betwijfel of ik het haal. Het tempo is gezakt en de rechter achillespees speelt op als gevolg van de zware belasting. Zonder mij zullen ze hun wedstrijd ook wel rijden.
Het worden dus telkens tussendoelen. De gps wordt anders ingesteld: eerste doel is Caulnes. Daarbij passeer ik om 15u in Dinan. Weer hetzelfde: een indrukwekkend zicht op een oude vestingstad, maar binnenin alweer veel steile straten.
Bij het verlaten van Dinan gaat het verder omhoog... Hier, in het noorden van Bretagne, wordt de grootste plaats (Vannes) vlak bij mijn uiteindelijke bestemming al aangegeven.
Tegen 17u ben ik in Caulnes. Ook weer een onooglijk plaatsje, dat enkel op de kaart staat omdat het iets groter is dan de andere onooglijke plaatsjes. Onderweg bleek alles dicht te zijn. Het is zondagnamiddag en dan slaapt blijkbaar heel Frankrijk, ook alle bars, café's, ...
In Caulnes is een koppel bezig de auto te laden voor een verhuis. Ze bieden me meteen aan om de accu bij hen te laden. Die verhuis blijkt naar Arles te gaan. Ze blijven wel in het eigen land, maar zullen maar liefst 1200 km verder wonen! In België bedraagt de grootste afstand een goeie 300 km...
Ik besluit toch nog een eind door te rijden, want na nog maar een flinke bui lijkt het nu toch op te klaren. Verder onderweg kom ik in het departement terecht waar ik de komende tijd zal verblijven.
Het volgende stadje - als het die naam waard is -, is Mauron. Dit is enkel het vermelden waard omdat hier eindelijk een "voie verte" begint. De V3 is aangelegd op een oude spoorlijn.
Dat betekent dat er amper van hellingen sprake is. De ondergrond is perfect en er is geen kat te zien.
Het gevolg: de snelheid stijgt naar 30 km/u en zo kan het een eind doorgaan. Dat geeft moed!
Zo belandt ik om 19u in Ploërmel, waar weer een korte pauze volgt in een pizzeria. Dit is zowat de enige zaak in het stadje die open is, maar de bediening is heel erg hartelijk.
En zo beslis ik om toch tot Malestroit te rijden. Het wordt wel laat, maar het weer is weer prima en het gaat goed. Dus: waarom niet?
Uiteindelijk kom ik er aan om 22u. Meteen wordt de tent opgezet op de "camping municipal", naast de tentjes van een Nederlands viertal dat een rondje Bretagne fietst op hun Koga's. Ik probeer in te schatten waar de zon zal opkomen, zodat er weer met een droge tent kan vertrokken worden.
Een Orca vinden ze duidelijk een raar bakje, want "geef ons maar onze Koga". Nou ja, dat is hun goed recht, natuurlijk.
Na een late maaltijd is het hoogtijd voor bed, want vandaag is maar liefst 188 km afgelegd, ondanks de zeurende achillespees.
De Franse ligfietsers zijn natuurlijk al lang vertrokken.
Kilometerstand bij aankomst: 843 km.
Wat het laden betreft: ik had voordien al gemeld dat de autonomie moeilijk te bepalen is indien tussendoor bijgeladen wordt. Ik leer om hiervoor geen rekening meer te houden met het opgenomen vermogen, maar met de accuspanning. Na een poos merk je dat die sneller zakt onder belasting en zo leer je inschatten wanneer bijladen nodig is.
Na een deugddoende douche wordt alles netjes ingepakt. De spullen zijn droog en er is ruimte om systematisch te werken.
Er rest wel nog een klusje: gisteren is bij een ongelukkig maneuver de knop voor de rechter knipperlichten gesneuveld. Het vervelende is dat als de knop weg is, de knipperlichten continu werken. De verbinding moet dus onderbroken worden. Niet erg, want dat duurt amper vijf minuten. Wel erg, want dat betekent voor de rest van de reis geen rechter knipperlichten meer. Zelfs al had ik een knop, ik heb geen materiaal om te solderen, geen krimpkous, ... (die knop ligt natuurlijk thuis, in verbeterde uitvoering).
Gezien het zakkende tempo - het reliëf is toch anders dan ik verwacht had - besluit ik de route alweer lichtjes te wijzigen. Ik sla Saint-Malo en Dinard over en rij rechtstreeks naar Dinan.
Het heeft de hele nacht geregend, maar nu lijkt het toch wat op te klaren.
Na een heerlijk uitgebreid ontbijt, kan ik tegen 10u aanzetten.
15%? Dit lijkt bijna vlak, na wat ik langs de kust voor de kiezen kreeg...
Om 11u ben ik in Avranches, vlakbij de baai met de Mont Saint-Michel, die ik vanuit de verte kan zien.
Avranches blijkt over een mooi, oud centrum te beschikken en - hoe kan het ook anders - over zeer steile straten. Dit is het uiterste zuiden van Normandië, dat naadloos overgaat in Bretagne.
![]() |
Nu gaat het wat langzamer, maar de beleving is veel intenser.
![]() |
| De Mont Saint-Michel blijft nog even in het zicht |
![]() |
| Mooi vooruitzicht: een lange afdaling |
![]() |
| Prachtige, dreigende wolken |
![]() |
| The long and winding road |
Iets na 14u parkeer ik de Orca voor een restaurantje in alweer een onooglijk plaatsje: Pleudihen. Tijd om de accu te laden en de honger te stillen. Ik eet een heerlijke bio-galette (een pannenkoek van boekweitbloem), gevuld met ei, kaas en wat groenten (in Bretagne heet dit: une galette complète). Daarbij hoort uiteraard een "bolée" cider: dit is Bretagne, tenslotte.
Het goede nieuws is dat het verbruik gedaald is tot 5,1 Wh/km. De hellingen zijn hier minder steil en de wind komt van opzij. Dat betekent meteen dat de autonomie stijgt en het tempo eveneens.
Vanuit de Orca is zo'n dreigend wolkendek minder erg dan vanop een bukker.
Eigenlijk had ik voor vandaag afgesproken met enkele Franse ligfietsers en velonauten, want er is namelijk het Franse kampioenschap in Malestroit. Ik betwijfel of ik het haal. Het tempo is gezakt en de rechter achillespees speelt op als gevolg van de zware belasting. Zonder mij zullen ze hun wedstrijd ook wel rijden.
Het worden dus telkens tussendoelen. De gps wordt anders ingesteld: eerste doel is Caulnes. Daarbij passeer ik om 15u in Dinan. Weer hetzelfde: een indrukwekkend zicht op een oude vestingstad, maar binnenin alweer veel steile straten.
Bij het verlaten van Dinan gaat het verder omhoog... Hier, in het noorden van Bretagne, wordt de grootste plaats (Vannes) vlak bij mijn uiteindelijke bestemming al aangegeven.
Tegen 17u ben ik in Caulnes. Ook weer een onooglijk plaatsje, dat enkel op de kaart staat omdat het iets groter is dan de andere onooglijke plaatsjes. Onderweg bleek alles dicht te zijn. Het is zondagnamiddag en dan slaapt blijkbaar heel Frankrijk, ook alle bars, café's, ...
In Caulnes is een koppel bezig de auto te laden voor een verhuis. Ze bieden me meteen aan om de accu bij hen te laden. Die verhuis blijkt naar Arles te gaan. Ze blijven wel in het eigen land, maar zullen maar liefst 1200 km verder wonen! In België bedraagt de grootste afstand een goeie 300 km...
Ik besluit toch nog een eind door te rijden, want na nog maar een flinke bui lijkt het nu toch op te klaren. Verder onderweg kom ik in het departement terecht waar ik de komende tijd zal verblijven.
Het volgende stadje - als het die naam waard is -, is Mauron. Dit is enkel het vermelden waard omdat hier eindelijk een "voie verte" begint. De V3 is aangelegd op een oude spoorlijn.
![]() |
| Afstandsaanduidingen naar de vroegere stations, nu grotendeels verdwenen |
Het gevolg: de snelheid stijgt naar 30 km/u en zo kan het een eind doorgaan. Dat geeft moed!
Zo belandt ik om 19u in Ploërmel, waar weer een korte pauze volgt in een pizzeria. Dit is zowat de enige zaak in het stadje die open is, maar de bediening is heel erg hartelijk.
En zo beslis ik om toch tot Malestroit te rijden. Het wordt wel laat, maar het weer is weer prima en het gaat goed. Dus: waarom niet?
Uiteindelijk kom ik er aan om 22u. Meteen wordt de tent opgezet op de "camping municipal", naast de tentjes van een Nederlands viertal dat een rondje Bretagne fietst op hun Koga's. Ik probeer in te schatten waar de zon zal opkomen, zodat er weer met een droge tent kan vertrokken worden.
Een Orca vinden ze duidelijk een raar bakje, want "geef ons maar onze Koga". Nou ja, dat is hun goed recht, natuurlijk.
Na een late maaltijd is het hoogtijd voor bed, want vandaag is maar liefst 188 km afgelegd, ondanks de zeurende achillespees.
De Franse ligfietsers zijn natuurlijk al lang vertrokken.
Kilometerstand bij aankomst: 843 km.
Wat het laden betreft: ik had voordien al gemeld dat de autonomie moeilijk te bepalen is indien tussendoor bijgeladen wordt. Ik leer om hiervoor geen rekening meer te houden met het opgenomen vermogen, maar met de accuspanning. Na een poos merk je dat die sneller zakt onder belasting en zo leer je inschatten wanneer bijladen nodig is.
Even naar Arzon - dag 5
5 juli 2014 – dag 5
Afstand afgelegd tot op vandaag volgens de gps: 535 km.
Zoals de weersvoorspelling klonk, was het in de realiteit: gisteravond begon het te regenen. Ik had mijn voorzorgen genomen en de tarp voor de tent gespannen, met de Orca en de Cyclone eronder.
Zoals de weersvoorspelling klonk, was het in de realiteit: gisteravond begon het te regenen. Ik had mijn voorzorgen genomen en de tarp voor de tent gespannen, met de Orca en de Cyclone eronder.
Gelukkig is het droog in het halfuur voor het vertrek, dus
kan ik de boel zo goed en zo kwaad mogelijk droogwrijven en opbergen.
Om 9u kan ik aanzetten.Onderweg begint het weer te regenen en
deze keer voor goed: het zal de hele dag niet ophouden. Gelukkig is het
schuimdek ook mee, zodat ik beschut zit. Om even op de zaken vooruit te lopen: dit wordt een absolute rotdag. De slechtste van de hele heenrit.
De wegen zijn ook anders: kaarsrecht en eindeloos. Het enige wat varieert, is dat het de ene keer omhoog gaat en dan weer omlaag.
De wegen zijn ook anders: kaarsrecht en eindeloos. Het enige wat varieert, is dat het de ene keer omhoog gaat en dan weer omlaag.
![]() |
| Kaarsrechte wegen |
![]() |
| Achter de rug: het ging alsmaar omhoog |
![]() |
| Voor de boeg: het blijft stijgen |
Om 10u15 ben ik aan Ouistreham, een stadje dat naadloos blijkt over te
gaan in Caen, waar ik om 10u45 uit rij. Gewoon alweer een grote stad, gelukkig met behoorlijk wat fietspaden.
Een goed halfuur later stop ik even in een klein dorpje: tijd voor een koffie en – zoals gewoonlijk – wordt de accu even bijgeladen. Dat moet gebeuren zodra er gelegenheid toe is.
Er is 5 Ah verbruikt over 30 km. Dat betekent dat in reisomstandigheden (stijgen en dalen, zwaargeladen Orca met volgeladen Cyclone erachter) de autonomie daalt naar maximaal 80 km. Je zou gaan denken aan een tweede accu!
Een goed halfuur later stop ik even in een klein dorpje: tijd voor een koffie en – zoals gewoonlijk – wordt de accu even bijgeladen. Dat moet gebeuren zodra er gelegenheid toe is.
Er is 5 Ah verbruikt over 30 km. Dat betekent dat in reisomstandigheden (stijgen en dalen, zwaargeladen Orca met volgeladen Cyclone erachter) de autonomie daalt naar maximaal 80 km. Je zou gaan denken aan een tweede accu!
![]() |
| Zicht vanuit de velomobiel: grijs, grauw en nat |
Geen tijd voor toerisme vandaag.
Dit is een relatief flauwe helling, maar ze gaat wel kilometers door. Dan volgt een afdaling, weer zo'n klim, enzoverder....
Om 15u30 stop ik in een godvergeten dorpje, midden in Normandië (20 km voor Villedieu-de-Poêle).
De uitbater van het bar-restaurant is zo vriendelijk om me een enorm belegd broodje te bereiden, met heerlijke ham. De man geeft me een seintje, omdat enkele fietsers blijkbaar iets zoeken. Het blijkt een Australisch gezin te zijn, dat de “Petit Tour du Manche” fietst. Uiteraard zijn ze erg geïnteresseerd in de Orca. Tussen de bedrijven door geef ik maar even uitleg over wat een velomobiel is.
![]() |
| Fotottoestel keurig waterpas. |
Om 15u30 stop ik in een godvergeten dorpje, midden in Normandië (20 km voor Villedieu-de-Poêle).
De uitbater van het bar-restaurant is zo vriendelijk om me een enorm belegd broodje te bereiden, met heerlijke ham. De man geeft me een seintje, omdat enkele fietsers blijkbaar iets zoeken. Het blijkt een Australisch gezin te zijn, dat de “Petit Tour du Manche” fietst. Uiteraard zijn ze erg geïnteresseerd in de Orca. Tussen de bedrijven door geef ik maar even uitleg over wat een velomobiel is.
Weer gaat het verder. Om me moed te geven, vertelt men me
in het restaurant dat vanaf daar de weg gedurende 6 km continu klimt… Nou ja, dan moet dat maar. Het tempo
ligt dus weer erg laag.
![]() |
| Monotoon landschap |
Tegen 18u ben ik in Villedieu-de-Poêle en begin ik te denken
aan een slaapplaats. Op weg naar een camping, terwijl het water met bakken naar
beneden komt, beslis ik toch maar om aan een "bed and breakfast" te stoppen. Even wat meer
luxe mag wel.
Wat een luxe, vergeleken met een vochtige tent op een nat grasveld.
Deugd doet het ook: de Orca wordt in de garage gestald, de accu meteen aan de lader gehangen en in mijn kamer maak ik gebruik van de meerdere stopcontacten om de telefoon te laden, de batterijen voor de gps, de netbook, ...
Wat een luxe, vergeleken met een vochtige tent op een nat grasveld.
![]() |
| Luxe (kwekerij van wedstrijdpaarden) |
Conclusies tot nu toe
- Een velomobiel is een erg comfortabel reisvoertuig (zeker een Orca)
- Wat ik onderschat had, is het enorme verbruik door de vele steile hellingen. De Cyclone (die nodig is om de spullen mee te kunnen nemen) zorgt voor nog meer weerstand en drukt de autonomie nog meer.
- Zijn er alternatieven? Moeilijk, als je alleen reist. Het kamperen achterwege laten zou kunnen. Dat betekent meteen heel wat minder bagage, maar ook een heel andere manier van reizen.
- Voor de terugweg zal ik wellicht enkele dagen extra uittrekken, zodat de dagafstanden ingekort kunnen worden.
Thema: contacten
Op drie dagen ontmoette ik drie totaal
verschillende soorten fietstoeristen: mensen die voor meerdere jaren onderweg
zijn (een heel gezin), een gepensioneerde fietstoerist die zijn neus achterna
rijdt en een Australisch gezin op huurfietsen dat een route volgt. De
constante is het respect voor elkaar. Ook van anderen merk je dat: blijkbaar
vinden ze wat ik doe uitzonderlijk. Als dat afgewogen wordt tegenover sommige
andere fietsers, is het niets. Ik vind het zelfs grappig: iemand trekt er voor twee maanden - of zelfs voor drie jaar - op uit, maar vindt wat ik doe iets heel bijzonders.
Thema: de Orca als reisfiets
Dit is wat moeilijker. Op het
vlak van comfort valt er weinig meer te wensen, denk ik. De ventilatie is
voldoende, het zitje is prima (spanzitting), de stuurgrepen zitten goed… Het is
wel duidelijk dat deze, net als veel andere, ontwikkeld is met vlakke, rechte
wegen in gedachten. Goed: een Orca is ook prima geschikt voor stadse
omstandigheden (draaicirkel en totale lengte), maar zodra er heuvels of bergen aan te pas komen,
merk je toch wat nadelen. Zo zijn de remmen niet opgewassen tegen hun taak. Ook
het assistentieprincipe toont hier een zwak punt: er is geen motorrem en geen regeneratie.
Dat merk je vooral als tijdens een afdaling de snelheid oploopt: daar is een
Orca niet voor gemaakt. Een keer boven de 50 moet je je echt concentreren, want
de minste windstoot of bult of put kan je uit de koers slaan. Nu is dat laatste niet echt op rekening van de Orca te schrijven: het is de combinatie met een zwaar geladen aanhangwagen die de oorzaak is. Daar moet je gewoon rekening mee houden. Ook het remprobleem kan makkelijk opgelost worden, door voor schijfremmen te kiezen.
Wat het assistentieprincipe betreft: ik weet geen enkele productie-velomobiel die weg geschikt is voor regeneratie. Met een WAW kan in principe een naafmotor ingebouwd worden en dat zal het dan ongeveer zijn. Vermoedelijk moet daarvoor nog heel wat onderzoek gebeuren en het is een erg kleine markt.
Wat het assistentieprincipe betreft: ik weet geen enkele productie-velomobiel die weg geschikt is voor regeneratie. Met een WAW kan in principe een naafmotor ingebouwd worden en dat zal het dan ongeveer zijn. Vermoedelijk moet daarvoor nog heel wat onderzoek gebeuren en het is een erg kleine markt.
Nu was die hoge snelheid vandaag geen probleem. Ik vroeg me de
hele voormiddag af wat er aan de hand was: ik kon geen snelheid maken en toch
zag ik op de Cycle Analyst heel geregeld dat de motor ruim 200 W leverde (op
eco-stand, dus 50 % ondersteuning en 100 % eigen vermogen). Tot ik rond de
middag doorhad dat ik de wind recht op kop had en dat het echt hard waaide…
De
vermoeidheid slaat dus toe, want dat het een halve dag duurt om zoiets door te
hebben, is niet normaal.
Het resultaat was wel dat op de meeste afdalingen de snelheid amper tot 40 ging. Geen probleem met de remmen (ze waren vandaag trouwens watergekoeld ) en met de stabiliteit, maar wel een probleem met de autonomie, want het was verdomd lastig!
Nog een besluit: dit binnenland is heel erg saai (of ik heb de verkeerde routes gekozen). Langs de kust is het heel erg boeiend - zij het lastig -, maar zodra je van de kustlijn afwijkt, valt er amper wat te beleven. Overal dezelfde uitgestorven, oude dorpjes, overal hetzelfde landschap...
Toch moest het, omdat ik anders ettelijke honderden kilometers om moet rijden en dat betekent evenveel extra dagen uittrekken. Die zijn er niet, dus gaat het binnendoor.
Volgens de weersverwachtingen zou het hierna weer moeten verbeteren. Laat ons hopen dat dit ook de realiteit wordt!
![]() |
| Juist: die richting moet ik uit |
Het resultaat was wel dat op de meeste afdalingen de snelheid amper tot 40 ging. Geen probleem met de remmen (ze waren vandaag trouwens watergekoeld ) en met de stabiliteit, maar wel een probleem met de autonomie, want het was verdomd lastig!
Nog een besluit: dit binnenland is heel erg saai (of ik heb de verkeerde routes gekozen). Langs de kust is het heel erg boeiend - zij het lastig -, maar zodra je van de kustlijn afwijkt, valt er amper wat te beleven. Overal dezelfde uitgestorven, oude dorpjes, overal hetzelfde landschap...
Toch moest het, omdat ik anders ettelijke honderden kilometers om moet rijden en dat betekent evenveel extra dagen uittrekken. Die zijn er niet, dus gaat het binnendoor.
Volgens de weersverwachtingen zou het hierna weer moeten verbeteren. Laat ons hopen dat dit ook de realiteit wordt!
Abonneren op:
Posts (Atom)









































