zondag 17 januari 2016

Voorbereiding voor fietskamperen: nieuw materiaal (10)

De voorbije jaren leerde ik dat mijn materiaal voor het fietskamperen eigenlijk wel voldoet, zeker wat de grote zaken betreft. De tent, slaapmat, slaapzak en dergelijke bevallen me.
Zoals ik in een vorig bericht uit de fietskampeer-reeks schreef, zijn dit wel individuele keuzes die voor iedereen anders kunnen uitvallen. Je kunt zoiets onmogelijk veralgemenen; veel hangt af van je reisstijl en van de streek waar je woont en reist.

Toch waren enkele zaken voor verbetering vatbaar.

Grondzeil

De bodem van een tent wil ik beter beschermd hebben. Natuurlijk: het grondzeil is bedoeld om tegen een stootje te kunnen. Maar het maakt integraal deel uit van de tent. Een scheur in het grondzeil is heel erg moeilijk op een betrouwbare manier te herstellen (of het wordt extreem duur). Een onderzeil biedt dan meer zekerheid.

Tot nu gebruikte ik een - veel te groot - bouwzeil hiervoor. Je kent dat wel: zo'n geweven polypropyleen zeil met ogen om het mee vast te leggen. Dat is stevig en dient dus zijn doel, maar het weegt ook behoorlijk wat en opgevouwen vertegenwoordigt het een flink volume. Gewicht en volume zijn de vijanden van wie compact wil reizen. Met de fiets, bijvoorbeeld.

Exit bouwzeil dus.
Voor trekkerstenten bestaat wat heet een 'footprint': een op maat gemaakt onderzeil van de tentfabrikant zelf. Natuurlijk zijn die dingen meestal niet goedkoop te noemen. Daar bovenop is mijn tent niet meer van de laatste generatie en dus is zo'n footprint niet makkelijk te vinden.
Via sites voor kampeerders (trekkers, fietsreizigers) kwam ik achter een aantal alternatieven. Ik koos voor een lap Tyvek. Dat kun je online bestellen, maar toevallig zijn vrienden net aan het verbouwen en van hen kon ik een stuk van het materiaal krijgen.
Tyvek is quasi onverwoestbaar (op een mechanische manier), heel licht en heel compact op te vouwen. Precies wat ik zocht.

Energie

Zonnepaneel

Als je in de zomer rondtrekt in het zuiden, mag je verwachten dat je vaak door een felle zon begeleid wordt. Die is bruikbaar als energiebron. Ik wil dus wat experimenteren met zonne-energie. Het probleem hierbij is dat zonnepanelen redelijk wat oppervlak vragen en dat een velomobiel of de Radical Cyclone geen grote platte vlakken bieden. Het zonnepaneel moet ook makkelijk op te bergen zijn.

Flexibele panelen, oprolbaar, zijn nog amper of niet te vinden en het rendement ervan is erg laag. Dat betekent dat je er een groot oppervlak mee zou moeten bekleden en dat is niet haalbaar.
Zo kom je uit bij opvouwbare panelen. Ik wilde iets dat zo veelzijdig mogelijk is en waarmee ik ook de laptop (Asus UX305FA) kan laden.
Belle - van Kampeerwijzer - gebruikt tot haar tevredenheid een Xtorm SolarBooster 12W: 2 panelen, opvouwbaar en tot 2,1 A, met 2 usb uitgangen. De beperking: de notebook vraagt een hogere spanning...
Uiteindelijk kwam ik bij DX.com (en enkele andere sites) op een ander opvouwbaar paneel. Groter (23 X 80 cm), in vier delen in plaats van twee, 14 W, maar met een 12 tot 18 V extra uitgang.


Chinees opvouwbaar zonnepaneel
Xtorm biedt een bewezen kwaliteit en bij het Chinese product is dat even afwachten, maar de commentaren waren behoorlijk en de prijs grosso modo de helft van het Xtorm paneel.
In de winter zit de zon erg laag, als ze al schijnt, en geeft weinig energie.Aan testen kwam ik dus amper toe. Wel kan ik zeggen dat een winterzonnetje niet veel doet: max 0,5 A laadstroom haal ik eruit, als ik op het meettoestel mag afgaan.


Hier zie je de aansluitingen en de spanningsindicator (blauwe led)
Het kan wel op de neus van de Orca of op de Cyclone: er zijn lussen aan gemaakt en het blijft compact genoeg. Nu moet ik nog even uitzoeken hoe ik het stevig genoeg kan bevestigen.
Om de druk van de welvingen en schokken en trillingen op te vangen, wil ik wel nog zoeken naar een stuk neopreenschuim (je kent het wel, zoals in een wetsuit of surfpak) om eronder te leggen. Dat verhindert ook dat het nylon van het paneel gaat schuren op de gelcoat van de Orca.

Meten is weten

Zomaar op cijfertjes afgaan, dat is niet mijn stijl. Samen met het paneel bestelde ik een USB-meettoestelletje.


Aanduiding van spanning en stroomsterkte (en twee usb-uitgangen)
Dat plug je simpelweg in de usb-poort en de kabel komt in de uitgang van het apparaatje. Het geeft me meteen de spanning en stroom die erdoor gaan.


Meter aangesloten op het zonnepaneel

Powerbank

Een ander woord hiervoor zou 'noodaccu' kunnen zijn. Een powerbank vormt eigenlijk een noodzakelijke aanvulling op een zonnepaneel: het slaat de energie op voor later gebruik. Daarbij moet je met het volgende rekening houden: bij het opslaan van energie treden verliezen op. Als je een batterij laadt, wordt die warm. Die warmte betekent dat een deel van de geleverde stroom niet in de batterij terechtkomt, maar in warmte omgezet is. Verlies dus. Een goede powerbank is er een met een hoog rendement, met weinig verlies. Zuinig als ik ben, zocht ik dus naar een degelijk gemaakte powerbank met een voldoende capaciteit en een hoog rendement.
Ik kwam uit bij de Xiaomi 16000 mAh powerbank of Mi Bank 16000. Ook daar zijn de reviews erg lovend over. Hij zit ook erg mooi in elkaar, met een aluminium behuizing uit één stuk en netjes afgewerkte randen.


Het aluminium is behandeld om beter weerstand te kunnen bieden aan vochtigheid (geanodiseerd) en de powerbank kan tot 50 kg belast worden zonder schade. Hij ziet er niet zo uit, maar is dus wel degelijk 'ruggedised' ofwel geschikt voor buiten-gebruik.


16000 mAh (10000 mAh bij 5V) is al een flinke energievoorraad.


De keerzijde is dan dat de powerbank niet erg compact is. Maar dan weer: als er minder energie opgeslagen kan worden, moet je er misschien twee meenemen en dan is het gewicht weer hetzelfde en het volume groter.

Comfort

Kampeerstoeltje

Ik ben op een leeftijd gekomen waarop wat extra comfort wel gewaardeerd wordt. Als je gedurende een week of langer rondtrekt en kampeert, is een stoeltje wel zo handig. Maar: het blijft kamperen met de fiets, dus ook dat mag niet veel wegen en het moet compact blijven.
Het meest gekende model hierin is de 'Chair One' van Helinox.



Dat is pittig geprijs: 100 euro! Via 'wereldfietsers.nl' kwam ik op een alternatief: een (alweer Chinese) variant hierop, voor een derde van de prijs. Iedereen die dit zitje aangeschaft had, leek er tevreden over.


Zoek de verschillen (behalve de kleur en het ontbrekende merk)
Ondertussen heb ik het in huis en het lijkt degelijk gemaakt te zijn. Nu het bouwzeil vervangen is door Tyvek is er plaats voor zo'n stoeltje. Het zit alvast prima!

slaapmat

De mat zelf - een Vaude Norrsken - is prima. Dank u. Wat ik er nog bij wil, is de 'pump pillow': een kussen dat je kunt gebruiken om de mat op te blazen of een pomp die je ook als hoofdkussen toepast. 

Foto: Vaude.com
Kies maar. Dat lijkt me eigenlijk beter dan met de mond de mat opblazen: er zit een isolatielaag (Primaloft) in. De combinatie hiervan met de vochtigheid van uitgeblazen adem lijkt me toch niet ideaal. Ik las al over schimmelvorming in de mat door het uitgeademde vocht...
Het nadeel van die pomp/hoofdkussen-combinatie is weer evident: meer gewicht (250g) en meer volume om mee te nemen.

Dan zou alles er moeten zijn voor de komende reizen.

The proof of the pudding

... is in the eating. Die pudding zal niet erg vers meer zijn ;-)

De winter is nu eenmaal niet de periode waarin je kampeeruitrusting, bedoeld voor de zomer, grondig kunt testen.
Jawel: de powerbank is al geladen en gebruikt om enkele toestellen te laden; het zonnepaneel is al eens in de zon gelegd en in het stoeltje zat ik ook al even. Dat is allemaal 'maar even'. Het echte testen zal voor het voorjaar worden. Desnoods kampeer ik maar even in de tuin.
Een zonnepaneel gebruiken om een powerbank te laden, dat kan ook gewoon in huis. Een stoeltje testen kan ook makkelijk. Het zal vooral de combinatie van alle nieuwe materiaal zijn die zal moeten aantonen of de gemaakte keuzes de juiste waren. En dan wordt het weer puzzelen om alles mee te kunnen nemen.

Ik ben me er tenslotte van bewust dat ik niet voor light-kamperen ga. Zonder stoeltje gaat ook; de tent kan lichter en compacter; de notebook kan thuis blijven enzoverder. Maar meestal ben ik er tevreden over dat ik die zaken toch meeneem. Enkel in een bergop merk je het extra gewicht. Daar staat het comfort op de camping tegenover en daarvoor doe ik het. Sommigen maken er een punt van eer van om alles te minimalizeren. 'Light camping' of 'bike packing' zijn daar termen voor. Dat is niet aan mij besteed. Toch niet indien ik er een maand op uit wil trekken.
Een andere tent in huis halen enkel en alleen voor de korte trips en zo één of anderhalve kilo uitsparen, dat is er ook over. Die lichtere tent zou ook minder binnenruimte betekenen. Wat mij betreft, heb ik nu een prima compromis gevonden.

vrijdag 15 januari 2016

Fietskamperen met de velomobiel: verdere plannen (9)

Nu ik een reeks maakte over alles wat te maken heeft met reizen met de velomobiel en over hoe aangenaam dat is, kan het niet anders of ik heb er zelf nog meer zin in. Uiteindelijk is dat het doel. Het moet niet bij dromen blijven, maar het materiaal dient om te gebruiken. Fietsreizen of preciezer: velomobielreizen.

Op het verlanglijstje staat nog steeds een trip naar Friesland met enkele gegadigden. Het moment is absoluut nog niet bepaald, evenmin als de termijn waarbinnen dit zou 'moeten'. Waarschijnlijk rij ik het komende voorjaar nog eens tot bij Flevobike in Dronten, indien de drukte op het werk het toelaat.

Het volgende grote plan

is een lange trip door Frankrijk, zo ergens rond de zomer. Deze keer zou de reis met de klok mee gaan en een eind verder het land in: tot aan het Centraal Massief en Limoges. Van daaruit gaat het westwaarts, naar de Atlantische Oceaan via La Rochelle en dan noordwestelijk, naar Zuid-Bretagne (Morbihan).

De heenweg: ongeveer 1300 km
Na een oponthoud aan de Golfe de Morbihan start de reis terug. Die zou ongeveer het omgekeerde tracé van de reis in 2014 volgen: dwars door Bretagne en dan langs de Normandische kust tot in België.

... en de weg terug. Nog eens grofweg 900 km
Een eerste voorzichtige schatting brengt me op ruim 2200 km. Met een gemiddelde van zowat 100 km per dag is dat al een hele reis: 22 dagen fietsen. Nu moet ik dat op het werk nog verkocht krijgen... Nu is dit nog maar een plan. Ik moet nog afspreken met de Franse vrienden. Het kan dus evengoed dat het niet zuidwestelijk gaat, maar richting Franse Alpen. Er is nog ruim tijd om de plannen te wijzigen, maar dit lijkt me wel wat.

Waarom 100 km per dag?

De vorige lange reis leerde me dat meer kilometers zeker haalbaar is, maar dat er simpelweg te weinig tijd is onderweg om te genieten van wat je ziet. Even stoppen aan een pittoresk dorp, een schitterend uitzicht in je opnemen, een praatje maken met andere reizigers. Meer afstand betekent sneller rijden en/of langere dagen fietsen. Tijdig op de camping aankomen maakt dat je meer tijd hebt om met anderen ervaringen te delen of gewoon kennis te maken. Tijd om de nabije stad, het nabije dorp te verkennen. Overal zijn verhalen te ontdekken; overal is een geschiedenis aan verbonden.

De configuratie

Zal zowat gelijk zijn aan wat ik gebruikte in 2014: de E-Orca en Cyclone, met het materiaal dat in de kampeer-reeks beschreven werd.


Ondertussen zijn er toch enkele wijzigingen:
  • er gaat een 14W opvouwbaar zonnepaneel mee (5V en 12V uitgang)
  • in de Orca zit nu een tweede accu
  • het omvangrijke zeil dat onder de tent lag, wordt vervangen door een Tyvek-zeil. Veel lichter, sterker en compacter
  • hierdoor is ook plaats vrijgekomen voor een kampeerstoeltje. Als je een maand onderweg bent, mag je wel wat comfort hebben.

dinsdag 12 januari 2016

Voornemens voor 2016

De garagepoort ging open en openbaarde een quasi lege garage. 8 meter op 3,5 en daar staan welgeteld vier fietsen in. Leeg dus. Mijn stem weergalmde in de ruimte. De wanden leken eindeloos ver, de fietsen buiten bereik. Ik had zowat een fiets nodig om bij de fietsen te raken.
Denk zoiets, maar dan wel met enkele fietsen en een velomobiel erin en wat kleiner
Een lege garage is zinloos. Dus ik dacht: 'waarom zou die dan niet gevuld kunnen worden met een even zinloze auto?'. Ik heb die niet nodig, maar een mens moet toch iets doen om het gevoel te hebben erbij te horen?

Er werd traditiegetrouw een lastenboek, een 'checklist', opgesteld. Het hele elimitatie- en testproces slaan we maar over, want hier gaat het voornamelijk over fietsen en hpv-zaken. Niet over de dinosauriërs onder de voertuigen: auto's.

Uiteindelijk vond ik het ideale model om de garage wat te vullen: een J2X Allard!


Foto: wiki commons
De voordelen:
  • absoluut zinloos, want veel te duur, met een veel te zware motor (6,1 liter) en amper plaats voor twee
  • spartaans, maar dat doet er niet toe. Wil ik comfort, dan neem ik de Orca wel
  • Met een 6,1 liter motor draag ik mijn steentje bij aan het verknoeien van onze planeet
  • zo krachtig dat je op de weg maar een fractie van de mogelijkheden kunt benutten
  • zoveel pk's en zo'n koppel dat de staat er flink aan verdient. Prima, want de overheid heeft veel geld tekort
  • ergens doet zo'n auto wel aan een VM denken, niet? Je combineert de nadelen van de velomobiel met die van de auto en dan ben je er. Misschien was dat wel de doelstelling?
  • en je kunt ermee uitpakken. Als je met zo'n auto ergens stopt, heb je tenminste de kans dat er evenveel volk rond je staat als rond de Orca (of een andere VM)
Er zitten wel wat voor een velonaut herkenbare elementen in, zoals
  • een koetswerk uit kunststof
  • je kunt vanuit de zetel zo ongeveer met je hand aan de grond
  • je zit volop in de rijwind 
  • bijna even exclusief als een Orca (zowat 80 Orca's en in totaal 100 Allards)
Nu nog even flink sparen eer hij in de garage staat.

zondag 10 januari 2016

Tradities

... moet je in ere houden, zeker indien het aangename tradities zijn.

Zo eentje is de jaarlijkes 'nocturne' van de vroegere Gentse Liggers, nu ligfietsers.be.

Al decennia lang is het de gewoonte om kort na nieuwjaar samen te komen in het noorden van het land, in Overslag. Eigenlijk zitten we daar net over de grens, bij onze noorderburen. De meesten vertrekken thuis bij volslagen duisternis, want we worden pas tussen 19 en 20u verwacht.
Iedereen brengt een fles jenever of een ander geestrijk goedje mee en alle flessen worden verzameld en geproefd in de loop van de avond.

De vorige jaren werd zo ergens tussen 20 en 22u het startsein gegeven, waarna we in een lange (of minder lange) sliert een nachtelijke tocht maken. Het enige wat je in dat landelijke gebied ziet, is een rij rode lichtjes voor je en witte achter.
Marc, de initiatiefnemer, had het dit jaar anders gepland. Als oldtimerliefhebber (zijn gemotoriseerde voertuig is een Citroën 'traction avant') had hij het idee om een 'ligfietsrally' uit te werken.

Marcs trots
Daarbij gaat het niet om snelheid, maar om navigatietechnieken zoals 'bolletje-pijltje' en 'blinde kaarten'.

Met een groep hadden we in het Gentse (aan Gentbruggebrug, het vaste afspraakpunt) afgesproken. Van daar zouden we rond 18u vertrekken naar het verre Overslag.

Een typisch Vlaamse VM-collectie: Mango, WAWs en Orca's
Brecht, van Fietser.be, had het essentiële niet bij: geen drank. Dus stopten we een kilometer verder aan een warenhuis om dat tekort goed te maken. Je kunt je voorstellen dat een verzameling velomobielen alweer veel bekijks had.


De eerste pauze: inkopen doen
Op weg naar Overslag
Toen we aankwamen, was het duidelijk dat het idee succes had, want we waren met velen: zo ongeveer 25 deelnemers.

Daarbij hoort één bedenking: heeft het enkel met het gegeven 'ligfietsen' te maken of had ook de technische uitdaging, het kaartlezen, ermee te maken? In elk geval: bij de hele groep zat welgeteld één vrouw.

Rond 21u werden de teams losgelaten, elke minuut een. Gert-Jan, Joop en ik vormden team 1. (Quest XS, Carbon Strada en E-Orca).
Bolletje-pijltje moet je leren volgen, dus reden we eerst een lus van enkele kilometers, tot we doorhadden dat dit niet helemaal de verwachte route was. De tweede start, waarbij we enkele andere teams kruisten (oeps...), was heel wat beter. We volgden het parcours quasi moeiteloos. Onderweg dienden we ook uit te kijken naar letters die ergens op palen bevestigd waren. Dat leek ook aardig te vlotten. Op het einde van bolletje-pijl werd overgeschakeld naar een kaartvariant, waarop we zelf maar de route moesten bepalen.

Boeiend, zo'n rally met fietsen. Overal in het rond zag je groepjes witte en rode leds oplichten. Sommigen in dezelfde richting rijdend, andere in een andere richting. Dan ga je twijfelen: wie rijdt er nu juist en wie fout? Of is het een kronkel in de weg?

Halfweg, in Eksaarde, stonden de flessen drank en wat versnaperingen te wachten op de arriverende groepjes. Het huis was niet moeilijk te vinden: je ziet niet overal een collectie velomobielen, lig- en roeifietsen tegen de gevel en voor de deur staan.


Verzamelen halfweg
Eén team had besloten direct naar het rendez-vous te rijden ('te moeilijk') en een ander team had er, na wat onverwachte hindernissen, voor gekozen meteen naar het start- en eindpunt te fietsen. De rest maakte ondertussen de rustige wegen tussen Eksaarde en Overslag onveilig.


Team 1 onderweg (Moerbeke)
Een heel eind na middernacht kwam iedereen weer aan. De spaghetti stond al even traditiegetrouw te wachten. 


Royale pot spaghetti (foto: Marc Zaan)
Marc, de objectieve jury, trok zich terug om de scores te berekenen en een volgorde op te maken. Na het controleren van het aantal gevonden letters en correctie op basis van de strafpunten (gemiste letters, barrages waar toch langsgereden was ...) bleek dat team 1 de winnaar was (yes!).

Helaas: het nadeel van zo laat aanzetten is dat er nadien weinig tijd rest om na te kaarten. Rond 1u30 vertrok de Gentse delegatie weer huiswaarts. Deze keer namen we de kortste weg; na middernacht is er niet veel verkeer meer op de weg. Om 3u kon ik onder de dekens duiken. Hoog tijd: het is niet mijn gewoonte om zo laat naar bed te gaan. Maar zoals steeds is de nocturne die inspanning waard.

Bedankt, Marc en Miek! In zoiets kruipt veel werk, veel tijd. Als dat leidt tot een geslaagde avond (of nacht, eigenlijk), kan dat enkel voldoening geven.

zondag 3 januari 2016

Een terugblik op 2015

Dat heb je zo rond nieuwjaar: je kijkt even achterom. 'Wat heb ik het voorbije jaar uitgevoerd?'
Daarna kijk je vooruit: 'Wat wil ik het volgende jaar realiseren?'

Vandaag deel 1: de blik achterom. De hoogtepunten.

2015 was een relatief 'grijs' jaar. Geen spectaculaire gebeurtenissen op fietsvlak. Meer een jaar waarin de fietsen perfect geïntegreerd werden in het dagelijkse leven. Maar dat betekent niet dat er geen zaken gebeurden die boven het alledaagse uitstaken.

Fietsritten en -tochten

April: ligfietstreffen (Moortsele, bij Aalst)


Ergens onderweg: de obligate groepsfoto
Mei: vijfdaagse uitstap, met een eind Belgische kust en een fronttrip (Lichtfrontroute)


De Kemmelberg omhoog
Langs de IJzer
Juni: Cycle Vision


Op weg naar CV
'Tijdig reserveren: het aantal plaatsen is beperkt'
Juli: de traditionele 'Gentse Buitenband'


Verzamelen voor de start
Wachten op de veerboot
Augustus: een andere grens over, naar Oost-Picardië (région Avesnoise, Frankrijk)


Voie Verte op de heenrit
Hoogteverloop op de terugweg
Voie Verte op de terugweg (ja, toch: de meesten zijn mooi geasfalteerd)
15 augustus: de traditionele BBQ-tocht


Een laatste halte in Temse
Daarnaast waren er nog redelijk wat ritten met WOL (West- en Oost-Vlaamse Liggers), zoals de officieuze eerste velomobieltocht op de autoluwe zondag. Oorspronkelijk was die de 'kanaaltocht' gedoopt, omdat we zowat de lengte van het kanaal Gent-Terneuzen (maar slechts tot Sas-van-Gent) afreden.


Philippine, bij Joop
Oktober: ontbijt met het ligteam dat de meeste kilometers verzamelde ter gelegenheid van de week van de mobiliteit (gemengd team, maar winnaar voor West-Vlaanderen).


In het hart van West-Vlaanderen
Voor herhaling vatbaar
De eerste officiële velomobieltocht volgde begin november.

Langs één van de vele kanalen
Groepsfoto
Op 11 november gingen we met z'n drieën naar Lier om de start van LIA (LIgfietsers uit de provincie Antwerpen) mee te beleven. Veel volk! Veel verscheidenheid ook.


Ronny in het Lierse begijnhof
Kronkelende Nete: altijd goed voor mooie beelden
Veel meer volk dan verwacht voor de maidentrip
Eind december sloten we het jaar af met een korte rit aan de rand van de Vlaamse Ardennen.



Daarnaast waren er de dagelijkse woon-werk ritten, de maidentrip met Ronny 'liggend fietsen' bij de levering van zijn E-Orca, de maidentrip van Helen in haar SqWAW (tot aan Mariekerke, langs de Schelde) en nog wat langere en kortere ritten in de vrije tijd.

De fietsenstal

In april kwam de Seiran 24 in huis. Die werd in de maanden daarna gepersonaliseerd (lees: naafdynamo en verlichting installeren).


Net in huis: Challenge Seiran 24
Een nieuw voorwiel maken
Luxos U koplamp
Als gevolg daarvan ging de Valenteyn Kobra in de verkoop (en nu staat die alweer op marktplaats, op zoek naar een gelukkige eigenaar).



De E-Orca onderging ook wat transformaties. Het waren eerder kleine ingrepen, maar ze maakten een wezenlijk verschil. Fijntuning heet dat.


Het minivizier



De lichtvin in werking
Lichtvin in detail
Het vizier was er vooral voor het eigen comfort en dat blijkt een aanrader voor elke Orca. Licht, compact en met een prima resultaat. De lichtvin heeft niets met fysiek comfort te maken, maar sinds die erop zit, krijg ik niet meer te horen dat de Orca quasi onzichtbaar is. Zeker in de winter en op duistere dagen is het een fenomenale verbetering. Ook weer een aanrader, een keer Flevobike dit effectief zal aanbieden.

Overzicht van de fietsen

Kilometers afgelegd in 2015 (afgerond)

E-Orca: 11000



Kobra: 200

Seiran 24: 1500

Birdy: 350

Trek 7320: 1300

De E-Orca legt al voor het tweede jaar op rij meer kilometers af dan ik ingeschat had. Mijn idee was om er op 10 jaar tijd ongeveer 100.000 km mee te rijden. In de praktijk heeft de E-Orca op twee jaar tijd 25.000 km gebold. Ik ben benieuwd hoeveel hij er aan zal kunnen eer de slijtage te groot wordt.

De Seiran 24 heeft sinds mei (aankoop) 1500 km afgelegd. Dat is relatief weinig (tegenover de Orca), maar wellicht doen veel mensen minder fietskilometers op een heel jaar.

De Trek 7320 hybride werd dit jaar minder gebruikt. Die reed ook zowat 1300 km, maar dan wel sinds januari.

Met de Birdy Speed werden maar enkele honderden kilometers verreden. Dat is logisch: dit is vooral een fiets die gebruikt wordt als aanvulling bij treinverplaatsingen. Hij is comfortabel, door de vering voor en achter, maar onderhoudsgevoelig, vooral omdat de ketting zo laag komt.

Een financiële conclusie: ondanks de veel hogere aanschafprijs, is de prijs per kilometer voor de Orca erg laag. De voornaamste redenen zijn dat hij erg veel kilometers aflegt en zeer weinig (amper) onderhoud vergt. Het enige wat echt geld kost, zijn de banden. Daar valt niet veel aan te doen. Je kunt opteren voor banden die heel lang meegaan, zoals Schwalbe Marathon Plus, maar het is telkens een afweging tussen comfort, lekvrijheid en slijtageweerstand. Daarnaast is dit de forensfiets (soms vervult de Seiran die rol) en daarvoor ontvang ik 0,20 cent/km of ongeveer 9 euro per werkdag.
De Birdy is wat kostprijs betreft het andere uiterste.

De minst voorspelbare factor is de levensduur. Met een fiets die slechts een paar honderd kilometers per jaar aflegt, kun je verwachten dat die zowat het eeuwige leven heeft. 
Er ligt wel al een nieuwe ketting op die Birdy en één band is al vervangen. Zowel de band - een Schwalbe Marathon Racer - als de ketting hielden het geen 3000 km vol.
De Trek 7320 is ondertussen ongeveer 12 jaar oud en daaraan was dit jaar geen werk, behalve op tijd en stond de ketting smeren.
Voor de Seiran is het afwachten. Ik haalde hem tenslotte pas dit jaar in huis. Mijn gevoel is dat hij minder degelijk is dan de Orca en de Trek. Kwetsbaarder. Maar dat is een gevoel. Na 1500 km kun je daar nog niet veel over zeggen. 
Zoals gezegd, vraagt de E-Orca zeer weinig onderhoud - dat was ook essentieel bij de keuze ervoor - en gaat dus veel tijd naar het fietsen en minder naar klussen.

Al bij al was het een jaar waarin ik kon genieten van het fietsen.

In de volgende post: de grote plannen voor 2016