kilometerstanden

zondag 27 november 2016

Velomobieltocht

De ligfietsers in Vlaanderen zijn zowat per provincie georganiseerd.
  • LiLi - de Limburgse Liggers
  • LiA - Ligfietsers uit Antwerpen
  • WOL - West- en Oost-Vlaamse liggers
Vorig jaar organiseerde WOL voor de eerste keer een heuse velomobieltocht. Dat was een behoorlijk succes en we besloten er een jaarlijkse gewoonte van te maken, elke keer eind november. Noem het een prelude op de Oliebollentocht.

Op 26 november was het weer zover: afspraak bij Fietser.be en dan een ritje van flink 60 km.

Start

Fietser.be wordt meer en meer een 'velomobielcentrum'. Zij waren degenen die jaren geleden de WAW ontwikkelden. Logisch dat de WAW nog altijd het zwaartepunt vormt, maar nu zijn er ook andere testfietsen beschikbaar:
  • Milan SL (nog te assembleren)
  • Quest
  • Strada
  • (E-)Orca
  • Quattrovelo (jawel)
Brecht, de zaakvoerder, reed ook mee en deed dat in de Quattrovelo.

Mooie kleurencombinatie
Ik moet zeggen: de kleurcombinatie die hij koos bevalt me veel meer dan de rood-witte die Allert mee had op de testdag in het voorjaar.


Wat Brecht deze keer nagelaten had, was zorgen voor koffie en ontbijt... Zal wel aan niet gemaakte afspraken liggen, zeker?
Ondertussen had ik al bedacht dat mijn hapjes voor onderweg thuis op de keukentafel gebleven waren...

Klaar voor de start (eentje had een originele parkeerplaats gevonden)

Rit

Goed. De rit dan.
67 km meldde de track.
14 man (13 mannen en 1 vrouw) meldden zich aan.
Dit is WOL, dus veel WAWs (meerdere generaties), verrassend veel Orca's (3 stuks), een Quest, een Quest XS, een Strada, een Quattrovelo en een Milan SL. Een mooie variatie dus.


Dit is van het begin van de rit, langs het kanaal van Gent naar Brugge in Vinderhoute.


Ergens onderweg. Indrukwekkend, zo een kleurige sliert velomobielen. Zoals we gewoon zijn, gingen we nergens onopgemerkt voorbij. Bizar toch, dat je desondanks vaak moet horen hoe 'onzichtbaar' zoiets is.


Variatie in vorm, in kleur en in uitzicht. Mango (rood-wit) en Strada net voor me.


De obligate groepsfoto werd tijdens de middagpauze gemaakt.


Het viel Dieter op dat zijn Milan SL toch heel wat lager is dan de andere velomobielen. Het viel me ook op dat de bodemvrijheid ook heel wat lager is. Dat hoorde ik geregeld onderweg (auw).

Toch een mooie fiets, zo'n Quattrovelo. Volgens Brecht ideaal als toerfiets, maar minder geschikt voor woon-werktrajecten, want omdat de romp uit één stuk bestaat, is herstellen bij (zware) schade minder evident. Bij de WAW kun je de neus of staart desnoods vervangen; bij een Orca bestaat de bovenkant uit drie delen; bij Quest, Mango... is er een boven- en onderschaal.


Neen, in Holland raakten we niet. Ook in Vlaanderen staan windmolens.

Quest, Milan SL, WAW en stukje Orca
Glooiend of 'vals plat'. Wouter - in de blauwe Quest - vertraagde merkbaar bij het klimmen. Met de E in de Orca's merkten we er niets van.


Remmen los! Een jaagpad zonder kruisingen is ideaal om 'gas' te geven. Topsnelheid van de koplopers lag daar rond 50 km/u. Hier komt Bart aan met zijn mooi uitgeruste E-Orca (met Magura Big Twin dubbel uitgevoerde schijfremmen).


Een volgend groepje komt eraan.


Anita en Joop sluiten ook aan.


Opvallende voorkant, zo'n Quattrovelo, met die hoog en ver uit elkaar geplaatste koplampen.

Tenslotte mijn rit van die dag.


99,55 km had ik op de teller. Sommigen breiden er nog een flink stuk aan, door van een heel eind verder met de fiets naar Gent te rijden en na afloop ook terug te fietsen. Dieter, met de Milan, reed maar liefst 240 km.

Rendez vous volgend jaar in november in Gent.

zaterdag 19 november 2016

Heerlijke herfstdagen

Terwijl auto' in ellenlange files aanschuiven - deze week werden dagelijks honderden kilometers file aangekondigd - en fietsers bibberend en doorweekt tussen bladeren door laveren, zitten wij velonauten lekker te genieten van het gure weer.



Woensdag viel het me snel op: de fietsenstalling op het werk bleef opvallend leeg. Naar het schijnt regende het vreselijk hard. Ja: mijn haar was nat geworden van het stuifwater. Voor de rest was het lekker genieten: kom maar op met die regen!


Gisteren ging het nog een stapje verder: sneeuw! Niet lang en ze bleef ook niet liggen, maar zowat een half uur konden we genieten van neerdwarrelende witte vlokken. Die keer zat ik binnen, maar toen ik in de Orca stapte, lag toch al een laagje wit op het dakje.
Sneeuw is lastiger: sneeuw dwarrelt rond en waait binnen in de velomobiel. Sneeuw blijft op het ruitje liggen, waardoor het zicht vermindert. Het is wel bedoeld om onderdoor te kijken, maar je blikveld wordt kleiner.Sneeuw kruipt in elk hoekje van de velomobiel; niets blijft droog.

Het wordt tijd om de voetengaten weer af te sluiten.

dinsdag 15 november 2016

Orca-nieuws van Flevobike

Productiestop

Op de site van Flevobike staat de Orca nog wel vermeld, maar een prijs is niet meer te vinden sinds deze zomer. Het was aangekondigd: bij Flevobike hadden ze twijfels over de rendabiliteit van de productie. Dat meldden ze me in mei al, toen ik voor onderhoud van mijn Orca bij Flevobike was.
Het leek erop dat elke geproduceerde Orca het bedrijf geld kostte en dat kan niet, want een bedrijf moet financieel gezond blijven. Dus zou alles herbekeken worden en ondertussen werd een bestel- en productiestop ingelast.

Tijdelijk niet beschikbaar (foto van de 'maidentrip' van E-Orca nr 36)

Nieuwe productie

Vorige week liet André Vrielink me weten dat ze er ongeveer uit zijn: de productie wordt verplaatst naar Velomobiel Roemenië, waar -als ik het goed heb - de Quest, Quest XS, Quattrovelo en Milan al gebouwd worden.

Ter herinnering: tot voor kort werden de drie bovendelen in Tsjechië gemaakt, de onderkuip werd in Dronten gefabriceerd, een aantal componenten werden ook daar gefreesd en in de buurt gecoat, waarna de assemblage in Denemarken gebeurde. Er hoeft geen tekeningetje bij om te beseffen dat dit logistiek handenvol geld kost en veel tijd in beslag neemt.

Een deel van de mal voor de onderkuip

Rationaliseren dus. De productie concentreren op één plaats. De Vrielink brothers (of minstens één van hen) trekken binnenkort naar Roemenië om het hele proces ter plaatse door te nemen, waarna weer Orca's gebouwd kunnen worden. Daar kruipt tijd in. Wellicht moeten de mallen voor de onderkuip en de oven om die te maken ook naar daar verhuizen. En dan zullen de subframes ook daar gelast worden.
Maar er worden dan weer Orca's geproduceerd!

Dat betekent dat Velomobiel Roemenië zowat het VM-equivalent wordt van NedCar zaliger, waar Volvo's (ex-DAF) en Mitsubishi's door elkaar geassembleerd werden. Van zo'n samenwerking wordt iedereen beter.

Prijs

Het minder goede nieuws: ze zullen duurder worden... Hoeveel, dat weet ik nog niet, maar de prijs gaat wel degelijk omhoog. En ja: een Quest, Quattrovelo of andere DF zijn wel zeker wat goedkoper, maar dat zijn dan ook heel andere velomobielen. Flevobike heeft altijd al de gewoonte gehad om veel specifieke onderdelen te gebruiken. De keuze was altijd: 'enkel het beste is goed genoeg'. Die Rohloffnaaf bijvoorbeeld en de prijzige e-ondersteuning. Die laatste werkt in mijn exemplaar al 35.000 km zonder hapering. Er zijn waarschijnlijk heel weinig pedelec-aandrijvingen die het zo lang uithouden (en weinig pedelecs die zoveel kilometers afleggen).

Nog dit: het kan anders zijn in Nederland dan in België, maar bij Fietser.be is me altijd al gezegd dat de meeste velomobielen die verkocht worden minstens 9.000 euro kosten. Er komen altijd opties bij, extraatjes die centen kosten. Dan moet je voor jezelf ook eerlijk zijn en niet de basisprijs nemen, maar wat je echt betaald hebt. Zoals ik bij de aanschaf van mijn Orca al becijferde: indien je een andere velomobiel op dezelfde manier uitrust, kom je zowat op dezelfde prijs uit. Het verschil is wel duidelijk: bij een Orca is goedkoper niet mogelijk, terwijl dat bij zowat elke andere velomobiel wel kan.
Ik heb me de aanschaf in elk geval nog geen moment betreurd. 

Samengevat: vanaf 2017 kun je weer een (E-)Orca bestellen en vanaf het voorjaar zal de Orca weer leverbaar zijn, maar dan aan een hogere prijs.

maandag 14 november 2016

Lierke Plezierke met winterprik

Ze hadden het ruim vooraf aangekondigd, onze vrienden van LiA (Ligfietsers uit de provincie Antwerpen): op 12 november organiseerden ze een bescheiden tochtje, vertrekkend in Lier.
Lier ligt een flink eind van Gent: ongeveer 70 km. Dat betekent een voor fietsers gekend dilemma: fiets op (in) de auto of naar daar fietsen? Dat eerste zou kunnen met de Seiran, omdat open fietsen in gezelschap toch aangenamer is, maar het betekent wel 140 km autorijden voor een fietstocht van 40 km. Het besluit was dat ik die optie enkel zou kiezen indien het stralend weer zou zijn.

Nou, dat was het niet. 's Morgens rond 7u was het -3° C. Het vroor dus.

Rond 8u, langs de Schelde in Destelbergen
Ergens in de omgeving van Zele
De hemel zou later dichttrekken: zwaarbewolkt en egaal grijs. Daar bovenop was voorspeld dat vanaf de middag een regenzone over het land zou trekken. Jan zou in dus zeker met de E-Orca naar Lier trekken. Na samenspraak met Wouter 'Spruitje' zouden we elkaar treffen in Dendermonde om daarna de tweede helft van de rit samen te rijden.

Met 'Spruitje' op weg naar Lier
De afspraak luidde: vanaf 10u op de Grote Markt in Lier en om 11u vertrek. Uiteraard kwamen we pas om 11u10 aan en was van de groep geen spoor. Al snel bleek dat de start nogal chaotisch verlopen was: er was niet afgesproken of de track in wijzer- of tegenwijzerzin gereden zou worden; enkelen waren verkeerd afgeslagen (vertrekken vanuit een stadscentrum is altijd moeilijk) en ze waren zowaar vergeten dat wij ook zouden komen...
Enfin, een kwartiertje later was de hele groep weer samen. 11 deelnemers, waarbij 9 met de velomobiel en 2 moedigen met een 'gewone' ligfiets.
Ooit was een velomobiel een zeldzame verschijning bij de ligfietsers, nu is het eerder uitzonderlijk om een 'gewone' ligfiets te zien.

Gert-Jan had een route uitgestippeld die door het typisch Vlaamse landschap slingerde. Onder een grauwe, grijze hemel slingerde een sliert rare voertuigen door het platteland, bezaaid met oude en minder oude woningen.

Voormiddagpauze
Mensen wezen, auto's stopten. Dit is wat groepjes velonauten telkens weer ervaren. Gevaarlijk dat zoiets is! Je ziet ze gewoon niet! Bizarre opmerking, aangezien iedereen er telkens weer naar wijst...

De middagpauze namen we in een etablissement langs de Rupel, in Rumst. In de zomer, op mooie dagen, loop je hier over de koppen. Nu waren we er helemaal alleen.

Velomobielparking in Rumst
'Blauwe brug': een uitdagende bocht voor de Quests
Na de middag volgden we de Nete terug naar Lier. Een ritje van 40 km is gauw voorbij. Onder de normale belangstelling arriveerden we op de Grote Markt.

Ergens onderweg: een sliert velomobielen met twee onverlaten op gewone ligfietsen
Grote Markt te Lier ingepalmd door 'Tupperware' op wielen
Traditiegetrouw werd de rit met een 'terrasje' afgesloten. Jawel, ondanks de lage temperatuur en de ontbrekende zon genoten we buiten van 'one for the road'. Daarna waaierde de groep uit: iedereen ging huiswaarts (of hotel/logieswaarts).

Op het eind stonden 200 extra kilometers op de teller. LiA had dit weer prima voor elkaar.

De volgende afspraak: op 26 november start bij Fietser.be in Gent de eerste retake van een nieuwe traditie: een velomobieltocht van WOL (West- en Oost-Vlaamse Liggers). Daarna wordt het aftellen tot de klassieke Oliebollentocht in Dronten!


woensdag 9 november 2016

Allen daarheen (één is eigenlijk voldoende)

Du jamais vu: Flevobike biedt een tweedehandse E-Orca aan en dan nog met Magura Big Twin schijfremmen! En dat voor slechts € 8.500... Je moet zelfs de eerste krassen niet meer zelf maken ;-)


Foto: Flevobike
Het mooiste: momenteel zijn E-Orca's nieuw niet leverbaar en met deze kun je meteen naar huis fietsen. Wie dacht aan een Orca: hier hoef je niet over te twijfelen.

dinsdag 8 november 2016

Lichtvin: stand van zaken

Al ruim een maand is het nog donker als ik thuis vertrek, zo rond 7u. Sinds het vorige weekend schakelden we om naar het winteruur, waardoor het ook 's avonds donker is als ik weer thuis kom.

Zodra ik merk dat het duister wordt onderweg, gaat de lichtvin weer op de Orca. Die verbetert de zichtbaarheid sterk.



Zichtbaarheid betekent wel: zelf zichtbaar zijn voor het andere verkeer. De vin heeft geen functie als licht om zelf meer te zien.

Vorig jaar kwam er voor de witte ledstrip een stukje elektronica waarmee het mogelijk werd om diverse knipperritmes en -frequenties in te stellen.



Dat had ook weer twee doelen:
  • de vin nog opvallender maken
  • het energieverbruik verminderen en dus de accu langer doen meegaan
Ik mag zeggen dat beide doelen gehaald zijn. Het knipperen valt op (de Cyo's in de neus zorgen voor de verlichting van de weg) en ik kan weer ruim twee weken rijden eer de boordaccu geladen moet worden. Voor de prijs moet je het niet laden: dit kost welgeteld 2 euro.

Het volgende plan: de bedrading grondig bekijken en indien mogelijk ook de achterste ledstrip op die schakelaar zetten. Zo komt er achteraan een constant achterlicht (het originele) en een knipperend (in de vin). Ook van de zijkant zijn beiden zichtbaar, dus veel beter zal het niet meer kunnen.

De laatste versie van de lichtvin blijkt ook voldoende stevig uitgevoerd te zijn, met versterkingsribben aan binnen- en buitenkant bij de montagepunten. Hij beweegt niet en breekt ook niet meer op die plekken. Dit accessoire lijkt me nu toch productierijp.

Bij dat laatste hoort wel een randbemerking: "productierijp" betreft de Orca. Je moet weten dat in de Orca net achter de 'rolbeugel' een multistekker zit. De lichtvin wordt daartussen geplugd.


Alles is dus voorzien, zodat de witte en rode strips continu branden en dat de knipperlichten het ook doen.

De lichtvin aanpassen, universeler maken, betekent wellicht dat de oranje strips weg moeten vallen en dat de vin op één of andere manier van stroom voorzien moet worden. Hoe dat kan, zal wellicht verschillen naargelang het type velomobiel. Er is vraag naar, dat is zeker, maar zoiets uitzoeken, vraagt ook tijd en die lijkt er bij Flevobike niet te zijn. Die tijd, indien die er al is, kost werkuren. Dat kan dus slechts indien de markt, de vraag, voldoende is voor een bedrijf om er energie in te steken. De enige die hier een antwoord op kan geven, is Flevobike zelf. In principe is het niet moeilijk: een witte en een rode strip, die beiden 12V nodig hebben en die aangesloten worden op de stroomvoorziening voor het achterlicht. 

zondag 6 november 2016

Oi

Een hele poos geleden monteerde ik een bel op de rechter stuurhendel van de E-Orca; een claxon wordt vaker niet dan wel met een fiets geassocieerd, waardoor andere fietsers niet doorhadden dat ze even plaats mochten maken. Maar die bel gaf wel enkele problemen, zoals dat ik er vaak aan bleef hangen bij het in- of uitstappen. Hij klonk ook helemaal niet. Er werd dus rustig uitgekeken voor iets anders.

De Australische variant op 'hallo', maar ook de naam die Knog gaf aan hun interpretatie van een fietsbel. Knog maakte er echt werk van en na een zeer geslaagde kickstartercampagne startte de productie.
Met succes: de maat voor een normaal stuur (22 mm) is al een poos niet leverbaar en de fietsenhandelaar zei dat ze pas in december weer binnen zouden komen. 'Gelukkig' zitten in de Orca stuurhendels met een grotere diameter, waardoor de 'large' nodig is. Die is er wel.

20 euro voor een fietsbel, da's niet weinig. Dat weten ze bij Knog ook wel, dus wordt - zoals de laatste jaren gangbaar is - aan de verpakking ook de nodige aandacht besteed. Een aantrekkelijke verpakking en de nodige accessoires maken die prijs al beter verteerbaar. Eerst maar uitpakken dus.

Zo komt ie uit de winkel

Goed kijken in de verpakking: er zit meer in dan je denkt
Om het moeilijker te maken, kun je nog kiezen tussen aluminium, brons, koper of zwart. Zoals je ziet, werd het de koper-uitvoering.

Na het uitpakken kwam de installatie. Je zou denken 'houdt niet veel in', maar dat klopte niet helemaal. Knog levert bij de bel enkele adapters: een plastic ring en een zelfklevende rubberstrip. Daarmee kun je zowat alle diameters aan. Een Flevobike Orca hoort vermoedelijk niet tot waar ze hun bel in willen, want met de geleverde stukken lukte het niet: net te dun of te dik. De plastic ring gecombineerd met een eindje binnenband was dan weer prima.


De bel ziet er niet enkel goed uit; hij klinkt ook prima. Dat is uiteindelijk waar het om gaat: een bel dient om een geluidssignaal te produceren.  Nu is het afwachten hoe degelijk de Oi zal blijven.

zaterdag 5 november 2016

Uitdagingen voor de Birdy

Af en toe is wat vakantie welkom. Deze keer hield dat in: even helpen in de tuin bij vrienden die in Frankrijk wonen. 



Natuurlijk blijft het daar niet bij: als Jan op reis gaat, reist er een fiets mee. Deze keer was het de Birdy, want grote ritten zou ik niet maken. Een buurtverkenning, meer niet.

Hoe pak je zoiets aan? Wel, simpel: leg de stafkaart open en stippel een lus uit. Zoiets:

Geen track, dus nagetekend via Google Maps
Even het bos door is een flinke opwarming: grind, onverhard, stijgen en dalen en af en toe flinke putten in het pad. Wel is het daar erg mooi en rustig: geen kat kom je tegen. Enkel opletten voor jagers, want het jachtseizoen is open.
Naar het schijnt stond hier bijna geen enkele boom meer na afloop van de Eerste Wereldoorlog, maar nu is het er zalig wandelen en fietsen.
Een mooi loofbos voor mij alleen
Na het bos kwam een eind asfaltweg, maar ook die slingerde heen en weer en op en neer. Gelukkig was dat allemaal met mate.
Station van Coingt (buurgemeente), gesloten in 1935
Omdat asfalt en zelfs boswegels weinig uitdaging bieden, koos ik in Saint-Clément voor een eind GR122. Wie GR zegt, denkt 'wandelpaden'. Dat gaat gradueel: eerst asfalt, dan een strookje asfalt, dan grind, vervolgens aangereden aarde en tenslotte gras. Combineer dit met flinke hellingspercentages en korte bochten en daar heb je je uitdaging.


Een eerste flinke klim, na het oversteken van een riviertje (la Blonde)
De Birdy, met zijn Marathon Racers, kreeg het flink voor de kiezen op dat pad. De fietser ook: ik moest de juiste positie vinden op de fiets. Teveel naar voor en het achterwiel spinde door; teveel naar achter en het voorwiel ging op de steile stukken van de grond. Veel speling was er niet, maar leuk was het wel! En dan wordt je beloond met een schitterend uitzicht en het genoegen dat je die technisch wat moeilijker stukken toch gefietst hebt.


Ergens langs GR122
Het eind GR eindigde met een strookje gras tussen een haag van sparren en een vers geploegde akker.


Daarna werd het weer een vertrouwd slingerende asfaltweg, maar nog steeds met die adembenemende panorama's.


Bovenop een heuvelrug (GR122)
Deze rit maakte ik op de goeie ouwerwetsche manier: met een stafkaart op zak. Een houder voor de smartphone of gps had ik niet mee.

De streek, de Thiérache, is een aanrader: weinig gekend, stille dorpjes, rustig fietsen. Dit ademt authenticiteit. Wil je iets zien, zoek dan naar de 'églises fortifiées' ('weerkerken' in het Nederlands) - versterkte kerken - die getuigen van een erg woelig verleden. Ook de vele oude hoeven in vakwerk, met lemen muren, ogen exotisch. Het enige wat ontbreekt, is hier en daar een terrasje of café, maar dat getuigt dan weer van het weinig toeristische karakter van de streek.

En dat het rustig is, bewijst het aantal motor- en andere voertuigen die onderweg langsreden. Het zullen er hoogstens tien geweest zijn, waarvan zowat de helft tractoren. Geen wandelaars, geen fietsers, geen motorfietsen... Met een bevolkingsdichtheid van minder dan 15 inwoners per km² is dat ook niet te verwonderen.