Posts tonen met het label Golfe de Morbihan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Golfe de Morbihan. Alle posts tonen

maandag 26 januari 2026

Reisverhaal: Frankrijkreis juni 2025 - deel 1

Neen, dit was geen fietsvakantie pur sang, maar tijdens de vakantie werd wel veel gefietst. Dat zit zo: al enkele jaren merk ik dat ik graag wat ruigere paden neem door bos en veld. Met de ligfiets is dat niet zo vanzelfsprekend. Ja, het kan, maar het gaat niet van harte.

In 2023 was de oude Heinzmann (dateert van 2014) mee op een trip door de Dordogne en het Centraal Massief (Frankrijk). Toen constateerde ik heel snel dat die fiets - die iets tussen stads- en toerfiets is - niet echt geschikt is voor zo'n ritten. In het bos bleven takken steken tussen het spatbord en de banden, in het veld deden gras en hooi hetzelfde. Op lossere grond, zand en alles wat niet echt hard is, hadden de 40 mm banden onvoldoende grip. Die redenen lagen mee aan de basis van de beslissing om de Giant Stormguard te leasen.

En dan is er nog mijn campertje. Eigenlijk is dat een Renault Trafic bestelwagen (bestuurdersstoel en een zitbank voor twee personen) die ik wat ombouwde. Deze is de opvolger van de VW T4 Multivan die ik voordien had. Die was helemaal op. Met 60 pk en 133 Nm koppel voor zo'n zware auto ging het ook echt niet vooruit op hellingen: in eerste of tweede versnelling bergop moeten omdat het anders niet gaat, is niet leuk.

De kampeeruitrusting

Dit is hoe ik al enkele jaren de meeste vakanties doorbreng. 

Vorig jaar op vakantie met alles erop en eraan

Hetzelfde maar van de voorkant gezien

De linkerwand van de camper. Links zie je net een hoek van de Ququq campingbox

De campingbox in gebruik: zowat alles voor koken en eten zit hierin opgeborgen

Een knus nest voor de nacht

De combinatie van de grote afstanden afleggen met de camper en dan ter plaatse de streek bezoeken per fiets bevalt me al meer jaren. En slapen in de camper is toch comfortabeler dan in een tentje. Dat heeft mijn voorkeur. Naargelang hoe lang ik ergens denk te blijven, zijn er wat verschillende opties. Zeg maar eentje voor onderweg en eentje voor als ik langer op dezelfde plek blijf.

Op een eco-camping in het noorden van Bretagne: camper met luifel

Wat uitgebreider: met de bustent (Larmor-Baden, Golfe de Morbihan, Bretagne)

De Giant in de 'garage'

Heerlijk ontwaken op een quasi lege camping (omgeving Abbeville, baai van de Somme)

Een fiets (of fietsen) meenemen op een buscamper is niet evident. Bij de grotere (meestal op basis van een Fiat Ducato) kan een flinke drager gemonteerd worden die opzij draait. Bij een compactere bestelwagen zoals de populaire VW Transporters of mijn Renault Trafic kan dat niet.

Mijn zoektocht leidde naar de Enduro SD260. Die beschikt over een schuifsysteem waarmee je de hele drager een flink eind achteruit kan schuiven. Zo kunnen de deuren makkelijk open. In de praktijk werkt dat prima.

De uitgeschoven fietsendrager op de trekhaak

Op weg naar het zuiden, naar de Golfe de Morbihan

In juni had ik enkele weken vakantie en toen kon ik dus - lekker buiten het seizoen - een kampeervakantie houden.

De reis begint als ik de voordeur achter me dicht trek. Zo snel mogelijk de bestemming bereiken is niet mijn doel; de reis is ook deel van de vakantie. Voor dit jaar had ik uiteindelijk twee bestemmingen: eerst naar een oude liefde - de Golfe de Morbihan in het uiterste zuiden van Bretagne - en daarna weer noordwaarts naar de baai van de Somme. 

Voor wie dat boeiend vindt: de heenreis ging in drie etappes van telkens ongeveer 300 km. De route lag min of meer vast, maar er was niets gereserveerd. De reis verliep buiten het seizoen en in Frankrijk zijn veel campings, dus er is altijd wel een plaats te vinden. Het aantal snelwegkilometers werd zoveel mogelijk beperkt: op de kleinere wegen valt veel meer te zien.

Eerst reed ik naar Fécamp aan de Normandische kust. Daar vind je een camping in terrassen met zicht op de Noordzee. Die kan erg druk zijn, maar ik had wel een plekje.

Camping Reneville Fécamp

Vandaar ging het door het binnenland in de richting van Saint-Malo (Mont Saint-Michel), waar ik op een ecocamping in de omgeving van Dinan terechtkwam. Hier werd de fiets een eerste keer gebruikt: in de omgeving viel (natuurlijk, want Bretagne) een menhirveld te bekijken. Ik tekende dus een lus uit met wat asfalt en een eind bospad. Op die manier was het toch wat meer dan 'even heen en weer naar het menhirveld'.

Dit bospad bleek erg weinig gebruikt te worden en was hier en daar venijnig steil. Op de foto valt het nog mee, maar geleidelijk werd het smaller en werd de begroeiing (brandnetels en braamstruiken) dichter en hoger. Dit was prima om in vakantiestemming te raken. Dit deed ik nog met de oude trekkingfiets (beide 'bukkers' waren mee).

Maar ik zag wel mijn eerste menhirveld van deze reis.


De camping in Pleslin-Trigavou was heel erg rustig: er is dan ook niets in de buurt. 't Is heerlijk om op die manier de spanning van het werk van zich af te laten vloeien.

De dag erna was de laatste dag van de heenrit. Het doel lag deze keer aan de noordkant van de binnenzee, in Larmor-Baden. Welke camping het zou worden, zou ik ter plaatse wel uitzoeken. Da's het voordeel van reizen in juni: er is (bijna) altijd veel plaats.

Onderweg kwam ik aan alweer een menhirveld, maar deze keer veel groter en educatief uitgewerkt: les menhirs de Monteneuf. Dit is echt indrukwekkend voor wie geschiedenis wil ondergaan. Weten dat je loopt waar mensen duizenden jaren geleden en over een periode van 1500 jaar stenen monumenten oprichtten en leefden, dat doet toch iets.


In de namiddag kwam ik aan de eindbestemming: Larmor-Baden. Daar zou ik een week blijven. Dat betekent: het campertje op een mooie plek zetten, de bustent opzetten en de kampeerplek inrichten voor een poosje.

De camper en de bustent vormen min of meer één geheel en dus gebeuren de verplaatsingen ofwel te voet - wandelen is ook fijn - of met de fiets. Ik kreeg wel tips om zaken te bezoeken, maar de 'het is niet ver' die erbij hoorde, was duidelijk vanuit het automobilistenstandpunt bekeken. Het was wel heerlijk weer en in de directe omgeving viel evengoed veel te bekijken.

Soms is het wat zoeken, want het pad rondom de golf is vaak enkel toegankelijk voor voetgangers. Dat kan dikwijls ook niet anders: geregeld zijn er trappen om over de hellingen te raken. 

Larmor-Baden. Zicht op de Golfe de Morbihan

Tussendoor: 'Morbihan' zou van het Keltisch voor 'kleine zee' komen. Die 'kleine zee' is spectaculair om te bevaren. Door de grote getijdenverschillen en de nauwe verbinding (800 m) tussen de Golf en de oceaan ontstaan zeer sterke getijdenstromingen: tot 9 knopen. Ooit voer ik door die verbinding met een Mirror zwaardbootje, terwijl links en rechts draaikolken te zien waren. Ook her en der tussen de eilanden en langs de landtongen lijkt het alsof rivieren door de binnenzee stromen. 't Is spectaculair om te zien en om te bevaren.

2010: met de Mirror in Bretagne

Soms ging het ook wat verder: zo bracht een trip me van Larmor-Baden naar La-Trinité-sur-Mer. Dit was een zeer gevarieerde rit: soms over zeer ruime, nagelnieuwe fietspaden, soms over 'départementales' zonder fietspad, soms langs onverharde binnenwegen.

Ergens onderweg op een min of meer verhard stuk GR

De Giant verteerde dit alles met de grootste gemak. De 'smart assist' maakt het erg makkelijk: de elektronica - met koppelsensor - meet heel wat factoren, zoals snelheid, pedaaldruk, hellingsgraad (zowel zijdelings als in langsrichting) en bepaalt zelf welk ondersteuningsniveau nodig is. Met de 800 Wh accu en een bereik van min of meer 200 km hoefde ik me weinig zorgen te maken. In de praktijk is het al mooi als een rit 60 of 70 km lang is. Er valt onderweg zoveel te bekijken, dat ik daar ook tijd voor wil uittrekken.

Op de foto zie je de Stormguard uitgerust voor een dagrit. De twee Ortlieb fietstassen zitten er vast op. Voor zo'n ritten komt de oude Agu Yamaska toptast erbij. Zo kan ik vlot bij het fototoestel en ook de papieren en sleutels zitten daarin. Die tas kan er in een handomdraai van af als ik besluit ergens wat verder van de fiets te gaan.

Er waren niet echt spectaculaire zaken te zien of te doen, maar dat hoeft ook niet. Weg zijn uit de tredmolen van elke dag, de rust van een bosrijke en stille omgeving, dat is voldoende.

Een avondwandeling langs de golf

De toegang tot Ile de Berder

Maar dat wil niet zeggen dat er niets te beleven valt. Een wandeling bracht me naar Ile de Berder, waar je enkel langs de omtrek kan (het eiland is privé eigendom van de 'fondation Yves Rocher') en waar je de toegang goed moet timen, want er is enkel een venster van enkele uren bij laagtij om via een dam binnen en buiten te gaan.

Een andere wandeling leidde door een bebost, moerassig gebied. Dat bleek meer dan een eeuw geleden het eerste vliegveld van Bretagne geweest te zijn. Als ik het goed heb, is daar welgeteld één vliegtuig opgestegen. Her en der vind je getijdenmolens, zoutpannen en andere relieken uit lang vervlogen tijden.

Na een week was het tijd voor de tweede en laatste bestemming: in de buurt van de baai van de Somme. Daarover lees je in deel 2 van het reisverslag.

maandag 30 juni 2014

Tour de France

Stilaan wordt het spannend: binnenkort vertrek ik op "expeditie". Dit is echt al jaren, zelfs al decennia geleden.
Heel lang geleden, ik was ongeveer 18, trok ik met mijn broer met oude stadsfietsen met een Sturmey Archer drieversnellingsnaaf door Wales. Dat was de eerste en eigenlijk ook enige echte fietsvakantie tot nu toe. Er kwamen wel nog enkele meerdaagse ritten, met het lief, in het binnenland, maar dat was het dan. Werken, trouwen, kindjes krijgen, te weinig vakantie, andere prioriteiten, ...

Maar het kriebelt weer. Vorig jaar reed ik met de trein tot in Vannes (Zuid-Bretagne) en dan met de Birdy + aanhanger tot in Arzon, aan de Golfe de Morbihan. De Birdy werd ter plaatse ingezet als transportmiddel.


Ondertussen is sinds datzelfde jaar de auto de deur uit en kwam de Orca in huis. Zo rijpte stilaan het plan: zou ik het aankunnen en -durven om met de Orca de hele rit tot in Zuid-Bretagne af te leggen? 
Zeker: er worden wel gekkere dingen gedaan met de fiets. Een velomobiel is tenslotte ook nog pakken comfortabeler dan een gewone bukker. En ik mag dan wel al 53 zijn, ik heb het geluk dat mijn lijf nog mee wil. De dagelijkse woon-werkverplaatsing zorgt ervoor dat de conditie prima blijft. Dus: waarom niet?

Een echte "Tour de France" is het dan niet, maar het blijft een mooi stukje van dat land waar ik door zal fietsen.

Waar redelijk wat tijd in kruipt, maar het is wel nodig, is het uitwerken van de hele reisroute en die verdelen in hapbare brokken voor de gps. Hiervoor heb ik via openfietsmap de fietskaart voor Frankrijk laten aanmaken en werden de campings via Archies gedownloaded.

Voor de heenweg kan ik grotendeels gebruik maken van een in ontwikkeling zijnde fietsroute langs de Franse kust (Picardië en Normandië). Enkel de aanloop moet ik zelf uitwerken, maar daar dienen routeplanners dan weer voor.



Hierbij wil ik op 6 juli in Malestroit (tussen Dinan en Arzon, midden in Bretagne), aankomen. Daar vindt op dat ogenblik het Franse kampioenschap voor ligfietsen plaats.

 
De rit terug wordt wat langer, want daarbij wil ik eerst een eind van de route "Loire à vélo" volgen en dan in Tours aansluiten op de pelgrimsroute naar Compostela. Die volg ik dan tot in Doornik (Tournai) en van daaruit gaat het weer naar Gent.



Het plan werd ambitieus: fietsen tot daar betekent grosso modo 800 km rijden. Ter plaatse ga ik kamperen (en zeilen met vrienden), zoals altijd, dus waarom dan ook niet onderweg de tent gebruiken?
Maar kamperen betekent een tent, slaapmat, slaapzak, wat kookspullen, ... heel wat extra gewicht en vooral extra pakvolume dus. Een Orca is vrij ruim, maar al die extra zaken zullen er toch niet in kunnen. Daar bovenop komen de kleren die nodig zullen zijn voor ter plaatse. Ik ga ook zeilen, dus moet ook kledij mee die daarvoor geschikt is. Als het regent en je fietst niet, moet je ook regenspullen mee hebben, ...
Zo groeit het pakvolume gestaag. Maar dat lukte vorig jaar zelfs met de vouwfiets. Alles zat toen in de KidCar Combi en nu is er ook de bagagecapaciteit in de Orca, dus dat kan geen probleem zijn.

Enkele maanden geleden haalde ik met dat doel een Radical Cyclone in huis.


Niet de ruimste fietskar - de KidCar Combi die ik vorig jaar gebruikte is met 120 l toch wat ruimer - maar met 100 l kom je toch al een heel eind. Daarnaast loopt een Cyclone erg makkelijk en als je elke dag dik 100 km wil afleggen, speelt dat wel een rol. Voor de gelegenheid zit op de vlaggenmast van de Cyclone een Belgisch vlaggetje.
Mocht dat niet voldoende zijn, dan ligt bij de kampeerspullen nog een waterdichte (zeil)zak van 75 l. Die kan met riemen bovenop de fietskar vastgelegd worden.

Aangezien kampeermateriaal door de band licht is, is het niet waarschijnlijk dat de Cyclone overbelast zal raken. Die kan 40 kg dragen en ik moet het ook allemaal kunnen trekken. Het gaat eerder om volume: kleren en schoenen nemen behoorlijk wat plaats in. Zwaardere zaken, zoals voeding en drank, kunnen een plekje vinden in de Orca.

Als voorbereiding zijn al wat langere trips gemaakt met de Orca. Eerst naar het ligfietstreffen in Genk (170 km enkel), met de Radical Cyclone en wat kampeerspullen erin. En dan, ook in mei, reed ik tot in Dronten met een flinke omweg (via de Noordzeeroute).
Dat was zonder de Cyclone, maar met een volgepakte Orca. Zo kon ik ervaren hoe de velomobiel en ik het doen met een behoorlijke lading en zo was het mogelijk om te bepalen welke dagafstanden haalbaar zijn.
De conclusie: voor meerdaagse tochten lijkt alles tussen 100 en 150 km realistisch, waarbij elke dag 150 km toch wat teveel zou kunnen zijn. Tenslotte is het de bedoeling om wat te genieten van wat ik onderweg zie. Even stoppen aan een terrasje of in een leuk stadje of dorp, genieten van een mooi uitzicht, ...

Een lange kampeertrip betekent ook dat je niet zo vroeg kunt vertrekken, want anders zit je continu met een natte tent opgescheept (condens). Het opbreken vraagt dus wat meer tijd. Anderzijds wordt het na enkele dagen een routine: de volgorde ligt vast, je weet precies wat je wel of niet nodig hebt, je ervaart of je beter eerst ontbijt of dat onderweg doet, ...

Het grootste volume wordt elke keer ingenomen door kleding en schoenen. Daar kun je niet zonder. Regenjas, regenbroek (niet voor in de Orca, maar voor onderweg en ter plaatse), kledij voor de momenten dat er niet gefietst wordt, ... En omdat de blog moet aangevuld worden, gaat ook de Asus netbook mee. Die weegt ook weer wat, maar het is wel mijn communicatiemiddel met het thuisfront en de plaats om de foto's op te slaan. 's Avonds kan die gebruikt worden om een filmpje te bekijken, wat te lezen, ... Tenslotte heb ik nog materiaal nodig om te koken en te eten. Dat kan erg compact, maar het neemt hoe dan ook plaats in en het weegt. Ook wat voorraad voor onderweg - wat energierepen, sportdrank, water, ... - is noodzakelijk.

Je kunt voorbereiden wat je wilt, maar hoe het onderweg zal verlopen, blijft altijd afwachten. Zeker omdat dit de eerste keer is dat ik zo'n lange trip onderneem. Je kunt een mechanisch defect krijgen en dat kan gaan van een lekke band, over een gebroken ketting tot een serieus probleem. Nu is Frankrijk geen onbewoonde wereld, dus mocht op dat vlak wat fout gaan, dan is hulp nooit ver weg. Ook een ongeval is mogelijk en hopelijk blijf ik daarvan gespaard. Tenslotte kan mezelf ook wat overkomen, maar daar zullen we maar niet bij stilstaan.
Hoe het allemaal verloopt, horen jullie binnenkort wel. Ik probeer om dagelijks een verslag te maken.