zaterdag 31 mei 2014

Even naar Dronten - dag 2 (Rockanje - Dronten)

Mijn dagritme ligt behoorlijk vast, blijkt. 's Morgens rond 6u30 wordt ik alweer wakker. De spullen worden in de Orca gestopt. Die heeft de voorbije nacht buiten geslapen. Het heeft geregend en in die regen zat woestijnzand: nu is de stroomlijn wit met allemaal geelbruine ringen.

Rond 8 u ben ik klaar. Dit wordt de langste rit van de trip: er staat ruim 190 km op het programma!

Algauw kom ik aan de Maasvlakte - het industrie- en overslagterrein aan Rotterdam - en via prima fietspaden beland ik aan een met de fiets niet te nemen hindernis: water. Geen nood: er is een Fast Ferry die me naar Hoek van Holland kan brengen.

Wachten op de overzet
Jammer genoeg is op het ponton geen spoor van een uurregeling, maar na een dik halfuur komt de boot aangevaren. Op dit uur is het heel kalm: er wordt onderweg (Pistoolhaven) één passagier afgezet en dan heb ik de hele ruimte voor mij alleen.


Vanaf de overkant slingert de LF1b verder noordwaarts. De rit gaat langs een aantal plaatsnamen die ik al kende, maar waar ik me geen beeld bij kon vormen: Kijkduin, Scheveningen, Wassenaar,..
De route blijft even afwisselend: open vlakten, bossen, hoogten en laagten. Het is geen route waarbij je in slaap zal sukkelen.

Ook in Nederland vind je snelheidsremmers op de fietspaden. Er zijn erbij waar duidelijk niet gedacht is aan het bestaan van velomobielen. Ik vraag me af of je hier met een Quest, WAW of Milan over raakt: zelfs met de Orca moet ik in de remmen gaan.


Aan Katwijk aan Zee verlaat ik de Noordzeeroute en dan gaat het richting Amsterdam en Almere. De bedoeling is om in Almere aan te pikken op de Flevoroute. De verbinding loopt grotendeels langs riviertjes en kanalen. Afwisselend rij ik links of rechts van het water, telkens over prima fietspaden: vlak, met weinig rolweerstand, breed en vrijwel verlaten. Ik rij langs pittoreske haventjes, langs stille dorpen - waar de bestrating meestal uit klinkers bestaat -, langs uitgestrekte akkers en dat alles onder een licht bewolkte hemel en bij een aangename fietstemperatuur. Er is bijna geen moment dat er niet minstens één windmolen in zicht is en langs het water liggen overal boten en bootjes aangemeerd. Dit zijn constanten voor de hele trip: windmolens, water, schepen en fietsers.

Tussen Katwijk en Amsterdam
De route maakte ik met behulp van een Duitse fietsrouteplanner en die blijkt prima keuzes te maken. Telkens weer gaat het over paden waar amper of geen autoverkeer over kan, waar je in alle rust van de omgeving kunt genieten.

Dit is Nederland (Holland) zoals ik het me voorstelde: met kanalen die hoger liggen dan de akkers en weiden ernaast, met huisjes tegen de dijken aangebouwd.

In de omgeving van Roelofarendsveen (Nieuwe Wetering) stop ik aan een brasserie langs het water. In de verte zie ik geregeld vliegtuigen die van Schiphol vertrekken. Heerlijk rustig is het hier. Af en toe tuft een bootje langs of passeert een fietser langs de dijk, maar voor de rest is hier niets dan rust.

Dan gaat het weer verder oostwaarts. Langs de Westeinderplassen rij ik richting Amsterdam. De stad zelf laat ik links liggen, maar via de Amsterdamse Bossen (mooi recreatiegebied), Amstelveen en de Bijlmer rij ik verder naar Almere.

Op weg naar Almere
Almere vind ik een verschrikking. Er zijn wel vlakke fietspaden, maar ze lijken gemaakt om alle snelheid uit de fiets te halen: de ene haakse bocht volgt op de andere. Verder vermoed ik dat alle fietsende scholieren uit heel Nederland hier verzameld zijn. Hele groepen kwebbelende pubers bezetten de fietspaden en zowat elk van hen rijdt op een hippe fiets met een mandje voorop. Bijna continu moet ik laten horen dat ik erlangs wil, dikwijls meerdere keren eer ze het beseffen, maar ze blijven erg vriendelijk en vinden de Orca duidelijk een leuk ding.
Almere zelf lijkt me uitermate saai, toch minstens wat de architectuur betreft (op enkele uitzonderingen na). Enfin, het is moeilijk een oordeel te vormen op basis van even een poosje (maar het lijkt eindeloos) langs de stadsrand fietsen.

Daarna volgt de Flevoroute. Dit is duidelijk een ander, ouder soort fietsroute. Een betonpad, amper breder dan de Orca, slingert zich een weg door de bossen en langs rietvelden. Nu eens rij ik langs het water (Oostvaardersplassen) en dan weer een eind er vandaan. Er zijn amper zijwegen, dus de gps hoef ik niet echt in het oog te houden. Fout rijden is uitgesloten.


Het laatste eind is dan weer typisch voor de Flevopolder: eindeloos en kaarsrecht. Onderweg kruis ik Johan Vrielink, die met een Greenmachine op weg is naar huis.
Rond 17u30 kom ik aan bij Flevobike. Er is vandaag 193 km afgelegd.
De velomobiel deed het prima: over het comfort kan ik absoluut niet klagen. De spanzitting is zalig op zo'n momenten. Ook de stuurgreep, met twee stuurknuppels, is lekker ontspannen.
Het schuimdekje is mee, voor het geval dat, maar ligt tot vandaag de hele tijd onder het zitje. Ook de nieuwe bidonhouder, voor het zitje, valt goed mee. Helemaal binnen bereik en absoluut niet storend.

De Orca wordt leeggemaakt, zodat hij klaar is voor het onderhoud morgen. Ik fris me even op en ga het stadje in om een hapje te eten. Dan volgt een gezellige babbel met André en Arjan Vrielink, waarna ik het bedrijfsgebouw voor mij alleen heb.

Dag 2 zit er ook weer op.

donderdag 29 mei 2014

Even naar Dronten - dag 1 (Gent - Rockanje (Oostvoorne))

Woensdag 21 mei, 8u30.

De Orca was de avond vooraf geladen.

'k Heb mijn wagen volgeladen...
Mijn doel voor vandaag is een bed and breakfast in Oostvoorne, bij Rockanje, net ten zuiden van Rotterdam, maar aan de overkant (de zuidkant) van de Maasvlakte.

De route is opgesplitst in drie stukken. Eerst een aanloop van thuis tot Breskens (49,5 km).



De rest vond ik op het web: een gpx-track van de Noordzeeroute. Daar haalde ik twee stukken uit. Het langste eind, 102 km, leidt me van Vlissingen naar de Haringvlietsluizen.



Dan komt er nog een klein stukje, 13,2 km, om tot aan de overnachtingsplaats te rijden.



Het is de eerste dag, de eerste keer dat ik met de Orca een - zij het korte - meerdaagse fietsreis maak.
Met een aangename temperatuur en rugwind kan ik de rit aanvatten. Die begint met een "verbinding" van ongeveer 50 km; van Gent naar Breskens. Dit is grotendeels gekend terrein. Hele einden van die route fietste ik enkele jaren geleden tijdens het ligfietstreffen in Lembeke.
De fietspaden zijn typisch Belgisch: smal, oncomfortabel en de auto's (gelukkig zijn het er niet veel) rijden rakelings langs je.

Vlaamse fietspaden
Omwille van de breedte van het pad (eerder "smalte") en de spoorbreedte van de Orca heb ik meestal de keuze tussen ofwel met één wiel over de kasseien dokkeren ofwel met een wiel op de rijstrook voor de auto's.
Gelukkig heb ik de wegcode mee en kies ik er grotendeels voor om gewoon op de rijweg te rijden. Moeten ze maar trager rijden achter mij.

Na ongeveer 30 kilometer steek ik de grens met Nederland over en meteen rij ik door het kenmerkende landschap van Zeeland: grote poldervlakten doorsneden door dijken, compacte woonkernen en prima aangeduide fietsroutes.

IJzendijke
Dat laatste wordt een constante tijdens de hele trip.

Na korte tijd kom ik aan in Breskens en daar wacht de overzet, die matig bevolkt blijkt op dit uur. Daar begint een tweede constante: tijdens het wachten wordt de Orca omgeven door nieuwsgierigen (in dit geval, gezien de dag en het tijdstip, actieve gepensioneerde fietsers). Een ander vast gegeven is dat fietsers een velomobiel meestal beschouwen als wel onbekend, maar ook bijzonder interessant als voertuig. Het is meestal van niet-fietsers dat je te horen krijgt dat het gevaarlijke dingen zijn.

Nadat ik mijn ticket gehaald heb, rij ik de Orca tot aan het toegangshekje voor de ferry, waarbij de loketbediende me voorstelt om voor mij het poortje te openen met mijn ticket (niet zo handig vanuit een velomobiel), ...in het Engels. Tja, een Orca ziet er blijkbaar erg exotisch uit, dus ik moet wel een buitenlander zijn (dat klopt ook: van net over de grens).

Een uitdaging, waar ik niet op inga.
Dit overvaren vind ik altijd een leuk intermezzo: je beweegt, je zit op het water, maar hoeft op niets te letten. Omdat op de boot toch oplaadpunten beschikbaar zijn, leg ik de accu maar meteen aan de stroom, voor alle zekerheid.
Weinig volk op de overzet
Na een half uurtje is de overtocht voorbij en zoek ik mijn weg uit Vlissingen. De haven vormt al een eerste hindernis. Gelukkig is een Orca nogal kort en kan ik de knik tussen beide sluisdeuren halen.


In Vlissingen laat de voorgestelde route me even in de steek: hij stuurt me over een kaai waar je enkel via trappen op en af kunt. Een alternatieve route is hier wel snel gevonden.

Een keer het stadje achter mij ligt, begint het eind Noordzeeroute van de dag : 120 km door duinen en bossen, waarbij opvalt hoeveel daar gefietst wordt.

Deze route volg ik minstens voor de rest van de dag
Ook hier weer - het is woensdag - zijn de fietsers grotendeels gepensioneerden. Veel daarvan verplaatsen zich op een e-bike.

Stilaan schakel ik mentaal over op "reismodus". Waar er in het begin nog onzekerheid is (waar begin ik nu aan, wordt dat wel leuk, er ligt thuis werk te wachten, hoe zullen de (bijna volwassen) kinderen het ondertussen doen), begin ik te genieten van de omgeving en van het fietsen. De dagelijkse zorgen verdwijnen naar de achtergrond, het hier en nu komt in de plaats. Trappen en het pijltje volgen op de paarse streep van het scherm, meer is er niet aan. Voor de rest is het rondkijken naar de telkens afwisselende omgeving en alles ondergaan.

De ondergrond bestaat meest uit asfalt, maar ook klinkers, schelpenpaden en gravel krijg ik onder de wielen.

Prima fietspaden: vlak, breed en zonder scherpe bochten
De route omzeilt zowat alle steden, dorpen en gehuchten en slingert heen en weer en op en neer. Soms rij je wat dichter langs de zee en dan weer verder af. Soms rij je door open duinengebied en dan weer in dichte, lage bossen. 


Aangezien ik in het zuidelijke deel van Nederland de route volg, gaat die onvermijdelijk over de vele waterkeringen die de Zeeuwse eilanden verbinden. Dat is precies wat ik voor ogen had bij het plannen van de tocht. Esthetisch mogen die waterkeringen dan niet veel voorstellen (staal en beton, oud en grauw), technisch zijn het wel mooie dingen.


De hele dag waait de wind uit een ongewone hoek: zuidoost. Het waait ook behoorlijk hard en dus krijg ik tijdens de hele rit een duwtje in de rug. Prima voor het gemiddelde en het maakt het ook wat minder lastig.

Dit is een uitstapje, dus hoeven geen snelheidsrecords gehaald te worden. Omdat het tenslotte "maar" om 150 km gaat en omdat ik met een kruissnelheid van zowat 30 km/u rij, is er tijd genoeg om geregeld te stoppen. Zo kan ik foto's maken en de omgeving in ogenschouw nemen.

Zo moet je wel je tijd nemen...

Wat ik in de voorbije jaren ervaren heb bij afstandsfietsen komt hier prima van pas: geregeld kleine hoeveelheden eten werkt voor mij het beste. Af en toe neem ik een slok water uit de Camelbak, afgewisseld met fruitsap uit een flesje in de (nieuw geplaatste) bidonhouder. Met het lekkere tempo, het mooie weer en een prima energiepeil kan ik duidelijk lang doorgaan.

Het vervelendste zijn de af en toe blijkbaar hardhorige fietsers. Je ziet ze midden op het pad rijden, alsof het voor hen alleen is, en op de claxon reageren ze niet. Na twee keer toeteren nog steeds niet en ook niet na de derde keer. Als ik dan versnel en erlangs schiet, schrikken ze zich te pletter. Hopelijk letten ze daarna beter op, maar ik betwijfel het.

Af en toe zie ik koppels op fietsen die duidelijk meer voorzien zijn op kilometers afmalen, met degelijke Ortlieb of Vaude fietstassen voor- en achteraan. De Noordzeeroute is populair.

Helling van 10%

Onverwacht snel, het is nog geen 17u, kom ik aan  bij het "Paradijs in de duinen", mijn overnachtingsplaats voor die nacht. Daar beschik ik over een huisje voor mij alleen!



Na het uitpakken, controleren van de Orca en mezelf opfrissen, wordt het dorpje even verkend. Daar valt niets te beleven en dus ga ik langs de dijk op zoek naar een restaurant (er zijn er twee, een eind buiten het dorp). Dan kruip ik vroeg onder de wol: morgen wordt het een marathonsessie van bijna 200 km!


woensdag 28 mei 2014

Evenwichtskunsten

Wie al met een velomobiel reed, weet het: dit is verslavend. Het zoemen van de banden over het asfalt; de wereld langs je heen zien razen, nogmaals versterkt door het lage standpunt; het inhalen van arme fietsers die zich moeizaam door de lucht moeten duwen (ze weten niet beter); comfortabel geleund in je zitje malen je benen de kilometers erdoor.

Elke reden is goed om weer in je bolide te stappen. Waar de pers onlangs verontwaardigd deed over de "ontdekking" dat de meerderheid van de Vlamingen (in Nederland is het wellicht amper anders) zelfs om brood of vlees gaat met de auto, neemt de velonaut voor alle verplaatsingen zijn futuristische voertuig. Wat zeg ik: je verzint boodschappen om toch maar weer een eind te kunnen rijden. Die bakker om de hoek? Niet ver genoeg. Het brood aan de andere kant van de stad is beter!

En soms, heel soms, laat je je meeslepen door je enthousiasme. Snelheid werkt verslavend. Het lage zichtpunt versterkt het snelheidsgevoel, meer nog dan op een open ligger. Dan vergeet je dat er ook wetten van de fysica zijn. Who cares? Fuck physics! Alleen: die fysica vergeet jou niet.

De brug afrijdend met gestaag toenemende snelheid, neemt het windgeruis toe en de banden roffelen over de oneffenheden van de weg. Beneden volgt een 180° bocht, erg kort, met kans op tegenliggers, dus die moet echt aan de binnenkant genomen worden. Je hangt naar binnen, zoveel mogelijk, om de snelheid erin te houden. Dan gaat het binnenwiel de lucht in. Het evenwichtsgevoel wordt plots verstoord. De heerlijke sensatie van "mij overkomt niets" blijkt een illusie.
Gelukkig is er op dat moment geen tegenligger. Snel tegensturen doet de velomobiel weer op drie wielen belanden en met iets meer respect voor de wetten van de zwaartekracht en denkend aan het zich verplaatsende zwaartepunt gaat de rit verder. Soms moet het wat spannend worden.

Een vierwielvelomobiel, dat zou wel wat kunnen zijn! Dan kunnen twee wielen tegelijk het luchtruim kiezen!

dinsdag 27 mei 2014

Toebehoren voor de (E-)Orca

Bij Flevobike lag een mooi accessoire voor de Orca: een pyjama specifiek voor deze velomobiel. Zoals alles wat enigszins met textiel te maken heeft bij hen, is ook deze hoes geproduceerd bij Radical Design. Het kan dus niet anders dan degelijk zijn.

De tijd ontbrak om er zelf beelden van te schieten, laat staan om mijn eigen Orca het jasje om te doen, maar de heren Vrielink bezorgden me wel enkele foto's.





Het komt op details aan. De lus aan de staart, waarmee je de Orca achteraan kunt optillen, is via een rits bereikbaar. Erg praktisch: zo hoef je de hele hoes er niet af te halen om de velomobiel te verplaatsen.



De hoes staat nog niet op de Flevobike webshop en kost € 239,95.

Dit lijkt me een handig extraatje. Niet alleen is je dure voertuig hiermee beschermd tegen de elementen (indien je geen overdekte of afgesloten berging hebt), maar meteen is de velomobiel afgeschermd voor nieuwsgierigen. Wie met een velomobiel rijdt, heeft zeker al ervaren dat mensen zonder enige gêne je voertuig van buiten en ook van binnen keuren. Een hoes erover maakt dit fysiek onmogelijk.

Op de site van Radical Design vond ik wel wat informatie. De hoes is er ook voor andere velomobielen.

Ik heb de hoes niet in handen gehad, dus hoe het materiaal precies is, of er een coating onder zit bijvoorbeeld, weet ik niet.
Lijkt me ook handig voor langere kampeertrips: dan is de velomobiel minder aantrekkelijk voor nieuwsgierigen en toch enigszins beschut tegen zon en regen. Daarvoor zou ik wel het pakvolume ook moeten bekijken. Om te reizen moet je dat toch zoveel mogelijk beperken.

maandag 26 mei 2014

Noordwaarts

Ja, hoor: ik leef nog.

Op dit ogenblik, na een trip van zowat 700 km in vier dagen, ben ik weer thuis.

Geen foto's (die volgen bij de verslagen van de ritten), maar wel al enkele duidelijke besluiten.

Zo is Nederland beslist veel meer een fietsland dan Vlaanderen: betere infrastructuur, bredere fietspaden en bij openbare werken wordt veel meer rekening gehouden met fietsers. Op de fietsroutes is het bijna onmogelijk om fout te rijden: alles staat prima aangeduid.

De Noordzeeroute was prachtig om te rijden. Hier en daar zijn er stukken gravel of schelpenpaden, maar meestal is de ondergrond prima. De hele route is ook duidelijk te volgen en overal vind je fietscafes. Het nadeel is dat het op sommige stukken erg druk is, maar dat neem je er graag bij.

De Noordzeeroute betekent flink wat duinen op je pad en dus gaat het op en neer en slingert de route overal omheen. Je moet er dus aandachtig bij blijven en op je snelheid letten, want de bochten zijn soms erg kort en in afdalingen kan je daardoor voor verrassingen komen te staan.

Meer over de ritten is voor later.

Vrijdag kreeg de Orca het onderhoud waarvoor de rit eigenlijk ondernomen werd: de olie in de Rohloffnaaf is ververst, de sporing nagekeken en er werden wat kleine gebreken opgelost.
Zo bleek een led van het knipperlicht linksachter defect en sloot de kap niet perfect. Dit is nu allemaal in orde en de velomobiel rijdt beter dan ooit.
Daarnaast kreeg de elektronica (motorcontroller) alweer een update en ook dat merk ik bij het aanzetten. Ook is de bediening van de ondersteuningsstanden licht gewijzigd: de ondersteuning uitschakelen zit nu in die sequentie: eco - normal - high - high+ - uit. Voordien moest je uitschakelen via lang drukken op een andere knop.

Zoals gewoonlijk was het onthaal bij Flevobike weer uiterst aangenaam. De heren nemen hun tijd om vragen te beantwoorden en je kan prima overleggen over jouw ervaringen en over waarom bepaalde keuzes gemaakt werden. Ook bij hen lijkt de bal goed aan het rollen: er zijn ondertussen 50 Orca's gemaakt, in productie of besteld. Een gevolg is dat op dit ogenblik de leveringstermijn weer wat opgelopen is.

Nog een nieuwtje bij Flevobike is dat er nu een hoes op maat voor de Orca (met dakje) beschikbaar is. Jammer genoeg was er geen tijd om een foto te maken van (een Orca onder) de hoes.

De E-Orca heeft alvast bewezen een prima reisvelomobiel te zijn! Niet bijzonder snel (geen partij voor een Quest of WAW, maar dat weten we al), maar erg comfortabel en met veel, makkelijk bereikbare, bagageruimte. Het dakje bewees op die lange einden ook weer zijn waarde: je zit lekker uit de zon, maar de frisse lucht kan ongehinderd binnen, waardoor de temperatuur prima blijft.

Wat mezelf betreft: zo'n fietstrip is echt een aangename belevenis geweest. De geplande reis naar Zuid-Bretagne lijkt dus absoluut geen probleem te worden. Als de dagafstanden wat beperkt worden, zeg tot zowat 100 à 120 km, is er ruim tijd om onderweg zaken te bekijken, foto's te maken en gewoon te genieten van de omgeving. Aan zo'n tempo is het ook dagenlang vol te houden. Nu werd elke dag mininum 150 km gereden en dan moet je meer op de tijd letten. Het is ook haalbaar, maar de tijdsdruk wordt wat groter en zeker indien er ook gekampeerd wordt. In dat geval zit je 's morgens met een natte tent en moeten meer spullen telkens weer opgeruimd en weggeborgen worden.

In de volgende posts volgt het reisverslag.


dinsdag 20 mei 2014

Drankorgel

Wie flinke einden fietst, moet zijn/haar vochtgehalte op peil houden. Drinken dus. Dat betekent natuurlijk dat je vocht moet meenemen op één of andere manier.
Meestal betekende dit in de Orca dat er ergens op de bodem een PET-fles met water rondslingerde, soms - voor langere afstanden - aangevuld met een bidon vol sportdrank.

Rondslingeren, dat mag je letterlijk nemen. Bij de start ligt die linksvoor, voor een tas met wat spullen, maar na enkele kilometers kan die al onder het zitje beland zijn of ergens anders op de bodem. Een bidonhouder kan dan een handige oplossing zijn, maar waar bevestig je die?

Vorige maand voerde ik een omvangrijke operatie door om de trapas en het zitje een eind naar achteren te verplaatsen. Hierdoor kwam een nieuw deel van het subframe vrij en zo kon ik het idee van Paul overnemen: nu zit een bidonhouder netjes voor het zitje, zodat de drank binnen handbereik blijft, zonder te moeten zoeken. Die is vastgemaakt op een bidonhouderadapter, die eigenlijk bedoeld is om de houder op het stuur of de zadelpen vast te maken. Werkt prima op het subframe (net als dat ook gebruikt wordt voor de RAM U-mount voor de gps en de stuurklem van de Cycle Analyst): geen gaatjes boren, geen velcro kleven, ... Simpelweg de adapter om de buis klemmen, even aanschroeven en klaar. 


Een Orca mag dan wel wat zwaarder zijn, hij zit toch erg handig in elkaar.

Een andere oplossing is ergens achter mij een Camelbak gevuld met water meenemen. Dat kan in een compacte rugzak die ik over het zitje hang of - indien die ruimte niet in beslag genomen is - kan het ook in het netje in de smurfenmuts.

maandag 19 mei 2014

Geen Strava meer - deel 2

Een poosje geleden berichtte ik dat Strava het plots niet meer deed op de smartphone: "geen satellietontvangst" was de melding.

Vorige week maakte ik toch even tijd om uit te zoeken wat er nu eigenlijk aan de hand is. Eerst en vooral ging ik op het wereldwijde web op zoek naar een aantal mogelijkheden en naar gelijkaardige meldingen voor dit toestel (Sony Ericsson Xperia X10i). De telefoon begint zeldzaam te worden (mensen kopen blijkbaar erg graag om de haverklap het nieuwste op dit vlak), dus was er weinig te vinden.

De mogelijke oorzaken werden snel gereduceerd tot twee:
  • de gps-module is gesneuveld
  • Strava doet het niet meer
De manieren om dit uit te zoeken zijn ook geen technisch ingewikkelde zaken: de app "GPS status" werd snel geïnstalleerd en geactiveerd.

Beeld van de site van de ontwikkelaar
Meteen was duidelijk dat er niets mis is met de satellietontvangst.

De conclusie was dus snel gemaakt: probleem met Strava. Ik heb toen de app compleet verwijderd en opnieuw op de telefoon gezet, met hetzelfde resultaat. Het uiteindelijke besluit is dat Strava sinds een bepaalde update niet meer compatibel is met mijn oude smartphone (dateert van 2009).

Aangezien in de Orca de Garmin Oregon 450 continu gebruikt wordt om data te registreren, zal ik die tracks uploaden naar Strava om ze te delen. Dan kan de oude smartphone nog wel even mee en kan de Strava velomobiel club mij nog altijd volgen.

zaterdag 17 mei 2014

Ritje naar Dronten

Elk voertuig heeft onderhoud nodig, zelfs een Flevobike Orca.

Mijn E-Orca zit ondertussen aan meer dan 5000 km en moet een eerste nazicht krijgen. Binnenkort staat dus een ritje naar Dronten op het programma.
Daarna kan ik het meeste wel zelf, schat ik, maar voor het eerste onderhoud ga ik graag bij mensen die de velomobiel van binnen en van buiten kennen. Waar kun je dan beter terecht dan bij de ontwerpers ervan? Bij dit onderhoud moet ook (en vooral) de olie in de Rohloffnaaf ververst worden. Aan 5000 km is dat belangrijk, want dan is de naaf ingereden en de kans is groot dat er toch wat metaalsnippers in de olie zitten.
Ook wat andere kleinigheden moeten aangepakt worden, zoals de passing van de kap (is niet helemaal perfect) en een defecte led in één van de knipperlichten.

Omdat een velomobiel dient om te rijden en omdat ook in Nederland nog veel te bekijken valt, zal ik tot bij Flevobike fietsen. Voor de heenrit wil ik grotendeels de Noordzeeroute volgen; vanaf Breskens tot ergens voorbij Den Haag (Katwijk?) en dan gaat het richting Flevoland langs de Flevoroute (volgens Google Maps).
Zo kan ik het nuttige aan het aangename paren en eindelijk de Nederlandse Deltawerken en dergelijke bekijken. Dat staat al héél lang - echt heel lang, zoals in "enkele decennia" - op het to-do-lijstje.

Die heenrit schik ik in twee dagen te doen. Rekening houdend met haalbare afstanden betekent dit dag ik de eerste dag zowat tot Brielle kan rijden.
De route is in elke stukken opgemaakt. Eerst van Gent naar Breskens.



Daar sluit ik aan op de Noordzeeroute. Een deel daarvan loopt van Breskens naar de Haringvlietsluizen.



Uiteindelijk schat ik dat zo'n 150 km haalbaar moet zijn, dus is er nog een stukje tot Oostvoorne (vlakbij Brielle), waar ik zal overnachten (B&B).



De volgende dag gaat het van daar naar Flevobike in Dronten.

Hier zijn suggesties welkom. Uiteindelijk ziet het ernaar uit dat ik vanaf die Noordzeeroute naar Almere zal moeten raken. Een eerste mogelijkheid die ik zie op de LF-kaart, is vanaf Wassenaar over Utrecht rijden. De andere optie is tot Haarlem doorrijden en dan via Amsterdam gaan. Er zijn wellicht nog andere mogelijkheden, maar het moet bij voorkeur een route zijn die vlot gaat met de velomobiel. Voorlopig maakte ik er dit van.



Het blijft afwachten hoe vlot dit allemaal zal gaan.

In het weerkeren herneem ik de route die voorzien was bij het afhalen van de Orca: over Utrecht en Dordrecht, bijna recht naar het zuiden. Ook dat gaat in twee dagen: dag 1 brengt me naar Dordrecht, waar dat weekend een internationaal stoomfestival plaatsvindt.



De laatste dag rij ik natuurlijk naar huis terug.



De mensen bij Flevobike zijn zo vriendelijk me logies te bieden en ook in het weerkeren heb ik onderdak. Eerst schikte ik kampeerspullen mee te nemen, maar dat hele gedoe voor één enkele nacht is nogal onzinnig. Dat wordt dus een BenB die eerste nacht. Op die manier kan de bagage sterk beperkt worden. Dat betekent meteen veel minder gewicht en wat meer opschieten. Ook de onvermijdelijke hindernissen onderweg, in de vorm van hekjes en poortjes, zijn zo wat makkelijker te nemen.

woensdag 14 mei 2014

Vierwieler

Nu het vertrek van Ymte bij Velomobiel.nl een feit is, zitten ze daar ook niet stil.
Op hun blog lees je nu bedenkingen bij het ontwikkelen van een vierwielig exemplaar. Miles Kingsbury heeft met zijn Quattro uiteindelijk toch één en ander in gang gezet.

Ymte lijkt met de DF vooral de sportieve, prestatiegerichte kant op te gaan: als je op de optielijst kijkt, merk je bijvoorbeeld dat er enkel smalle bandjes gekozen kunnen worden. Dat betekent, naar mijn ervaring, minder comfort, meer trillingen, maar hoger prestatieniveau. Dat dit een keuze is die door velen toegejuicht wordt, is duidelijk: er zijn al ruim 40 bestellingen te zien. Dat betekent dat Intercitybike al bijna een jaar zeker is van het inkomen, à rato van 1 DF per week.

Bij Velomobiel lijkt het dan een andere richting uit te gaan (logisch: indien ze dezelfde gedachtengang volgden, zou er geen splitsing gekomen zijn) en die ideeën rond een vierwieler horen daar mijn inziens bij.

Elk zijn mening, natuurlijk. Ik ben absoluut voorstander van zo'n vierwieler. De sterk verbeterde bochtenstabiliteit en de toegenomen bagageruimte kun je enkel positief noemen: dit maakt een velomobiel ruimer inzetbaar. Het concept maakt het wel technisch uitdagender, vooral op het vlak van aandrijving.
Ofwel kies je ervoor om één wiel aan te drijven, maar dat heeft gevolgen voor de wegligging, vooral in berggebied en in bochten: afhankelijk van de draairichting heb je ofwel op het binnen- ofwel het buitenwiel aandrijving. Het binnenwiel wordt minder belast, dus het vermogen wordt niet zo goed overgebracht. Ook krijgt dat ene wiel alle vermogen toegestuurd, maar de druk op de weg is veel lager in vergelijking met één achterwiel. Ook op een ondergrond met minder grip is dit niet ideaal.
Ofwel kies je ervoor om beide wielen aan te drijven, maar dan moet je al aan een differentieel gaan denken en dat betekent een meerkost en extra gewicht en complexiteit.
Of je gooit alle conventies overboord en drijft een voorwiel/de voorwielen aan, maar dan zit je met de vraag: hoe moet het met de sturing?

Benieuwd hoe dit verder zal gaan. Er zijn zeker nog velomobielproducenten die in die richting denken. Of het daadwerkelijk tot een product zal leiden, is nog een open vraag.

zondag 11 mei 2014

Ligfietstreffen Gentse liggers - deel 3: terug huiswaarts

Op zondag was er nog een afsluitend ritje voorzien op het treffen, maar aangezien ik de volgende ochtend om 8u op het werk moest zijn en nog zowat 170 km voor de boeg had, was het treffen voor mij afgelopen. Rond 9u vertrok ik huiswaarts.
In principe is het simpel: zet de gps op "trackback" en keer op je sporen terug. Alleen: daar had ik geen zin in.
Het laatste deel van de heenrit, door de bossen van Bolderberg, reed niet echt aangenaam (gravelpad) en op de kaart bleek dat ook een eindje om. Ik besloot alvast anders te starten: van Genk via Hasselt recht naar het Albertkanaal. Minder mooi, langs een gewestweg, maar het schoot wel lekker op. De rest zou ik onderweg wel bepalen.

Een groot verschil met vrijdag: het mocht dan wel even fris zijn (ongeveer 2°C bij het opstaan), maar de zon scheen volop. Onderweg langs het Albertkanaal besloot ik een andere route te verkennen. De wegenkaart lag in de Orca, dus kon ik snel even kijken hoe dat zou lopen.

Een rondpunt voor fietsers (Hasselt)




Aan het Netekanaal draaide ik richting Mechelen, om dan via Boom en Sint-Amands naar Gent te rijden. Dat betekende minder rustige fietswegen dan op de heenrit, maar tegelijk een ander landschap.

Het Flevobike Velomobieldakje op de Cyclone
De Schelde over in Sint-Amands
Hier, in Sint-Amands, was het tjid om even te genieten van iets fris op een zonnig terrasje. De Orca stond in het zicht op een parking langs de Scheldekaai. Zo'n velomobiel is wel ideaal als onderwerp om contacten te leggen: het is voor iedereen een gespreksonderwerp.
De wachttijd op het veer, terwijl de fietsers binnendruppelden, was snel volgebracht met het verstrekken van informatie over het hoe en waarom van een velomobiel.
Alleen aan de overkant, bij het ontschepen, was het wat moeilijker. Daar ligt nog een oude, vaste helling. Een velomobiel bij laagtij dat hele eind omhoogslepen is niet zo eenvoudig. Gelukkig waren er helpende handen om de Cyclone ook boven te krijgen.
Grondgebied Mariekerke: een kort eindje onverhard
De weersomstandigheden waren helemaal anders: een gesluierde, blauwe lucht vergezelde me de hele rit. Dat maakte het veel aangenamer fietsen dan onder de donkergrijze hemel van vrijdag.


Voor wie het interesseert: de hele route staat op RouteYou. 
Voor enkele stukken moet ik voor in de toekomst een beter alternatief vinden. Vooral het eind tussen Willebroek en Sint-Amands is afgrijselijk slecht: een eerder drukke, smalle gewestweg met een hobbelig en smal "fietspad" ernaast.

Wat de Orca betreft: sinds de week ervoor ervoer ik een gekmakend gekraak in de fiets. Dat leek verband te houden met het verplaatsen van de trapas, maar ook weer niet helemaal. Tijdens de rit terug huiswaarts was het een continu geluid geworden. Bij het uitstappen ergens onderweg merkte ik dat het geluid van recht onder mij kwam, dus kon de bron beter opgespoord worden. Het bleek dat ik de boutjes waarmee het zitje op de rails vastgezet is niet goed aangehaald had... Daarna was het veel stiller rijden.

Zo'n ligfietstreffen is dus voor herhaling vatbaar, met verbindingsritten erbij. Uiteindelijk legde ik op drie dagen 440 km af, met de fietskar achter de Orca. Dat blijkt vlot te gaan.

De volgende lange verplaatsing wordt de rit naar Dronten, waarover later meer.

vrijdag 9 mei 2014

Tussendoortje: bandenwissel

Even een melding tussendoor over banden op de Orca. 

Na een "test" van 3200 kilometers gingen de Hutchinson Greenvilles (35-406), die vooraan onder de Orca lagen, er weer af. Ze zijn vervangen door de origineel meegeleverde Schwalbe Tryker (40-406) banden.

3200 kilometers, zonder één lek, zonder één probleem met die bandjes: rekening houdend met een aankoopprijs van € 10 per stuk, kan daar weinig tegenop.



Ze werden gebruikt met een druk van 6 bar - die zo ongeveer eens per twee weken gecontroleerd werd - en gaven geen krimp. Op stabiliteit en grip in de bochten viel weinig aan te merken. Qua slijtage ziet het er na 3200 km nog prima uit. Op het loopvlak was er geen profiel, maar net ernaast wel. Dat ziet er iets of wat afgesleten uit, maar ik schat dat ze nog niet aan de helft van hun levensduur zijn.


Foto van Hutchinson: nieuwe Greenville
Loopvlak na 3200 km
Een beetje hoger op de band, zowat op de wang, zijn wel heel veel haarscheurtjes te merken.


Dat is (nog) niet zorgwekkend, maar het is wel een verschil vergeleken met andere banden. Gezien de druk en de plaats (niet echt op de zijkant) kan dit niet het gevolg zijn van met een te lage druk rijden. Ik vermoed dat het vooral te maken heeft met de hardheid van de rubbersamenstelling. Die is hard, erg hard. Die samenstelling heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat er weinig slijtage te merken is.

Wat opviel, is dat bij het remmen in bochten het binnenwiel vrij snel blokkeert, zeker indien het wegdek nat ligt. Dat is één van de punten waar ik in de komende periode met de Trykers op wil letten.
Een ander aandachtspunt wordt het comfort: trillingsdemping en geluid. Een 40 mm band met een zachter loopvlak en een iets lagere druk - de Trykers staan op 5 bar - zou beter moeten scoren op dat vlak.

De zachtere Trykers vertonen al veel meer schade op het loopvlak, na 2000 km.



Die zullen waarschijnlijk minder kilometers meegaan. Nu valt af te wachten wat daar tegenover staat op het vlak van comfort en grip.

Over snelheid kan ik weinig zinnigs vertellen, want zonder objectieve metingen is dat onmogelijk. Voor wat het waard is: over de hele periode merkte ik weinig snelheidsverschillen. De gemiddelde bewogen snelheid op de gps ligt elke week, indien de verplaatsingen min of meer dezelfde waren, rond 30 à 31 km/u. Dat was zo met de Trykers net als met de Greenvilles. Hieruit kun je enkel afleiden dat beide banden in dezelfde omstandigheden zowat dezelfde rolweerstand geven. Het zegt niets over de relatie tot andere banden.

Een economisch besluit is wel makkelijk. De Greenvilles hebben een adviesprijs van € 20, de Trykers moeten € 40 kosten. Reken dat om naar de gemiddeld te verwachten levensduur en de Greenvilles kosten minder dan de helft per afgelegde kilometer! Hier kun je zelfs een relatie tot tijd in meerekenen: vermits er geen lekken waren en de gemiddelde snelheid dezelfde is, is ook de kostprijs per tijdseenheid zowat de helft.