maandag 24 augustus 2020

Upgraden

Dik zes jaar - ik kocht de E-Orca in 2013 - en vele tienduizenden kilometers op de Belgische wegen en fietspaden: dat laat sporen na. De voorwielen van de Orca hadden hun beste tijd gehad. Aangezien een Orca met kunststof gietwielen geleverd werd, hoort even een nieuwe velg steken niet tot de mogelijkheden, net zo min als het wiel richten.

En toen kreeg ik een mooi aanbod: collega Orcarijder Sébastien woont in een veel minder vlak gebied en voelde de nood aan schijfremmen. Daartoe moest hij dus niet enkel de remmen, maar de wielen vervangen. Of ik interesse had in een set mooie wielen van bij Ginkgo? Dit kwam op het goede moment.

De standaard spaakwielen die bij de recentste Orca's gemonteerd werden, zijn bij mijn weten dezelfde als op vele andere velomobielen, maar die Ginkgo wielen, da's nog iets anders. 26-406, dat kan je al breed noemen. Dit zijn über-velomobielwielen, maar dan toergericht.

Ondertussen was er de hele heisa rond Covid-19. In het bedrijf werd vanaf half maart thuiswerken de algemene regel. Het aantal fietskilometers slonk aanzienlijk: thuiswerken, in het begin enkel 'noodzakelijke verplaatsingen'. De Orca kwam niet meer van zijn plaats.

Zo rond half juni toog ik aan het werk. Moeilijk kon het niet zijn: de wielen eraf, assen eruit, nieuwe assen erin en nieuwe wielen monteren. De praktijk bleek iets anders: de wielen liepen aan. Blijkbaar is er iets waardoor de remschoenen en de nieuwe naven niet helemaal met elkaar overeenstemmen. Eerst wilden de wielen gewoon niet over de remmen passen. Dan zette ik de bout van de remplaten een beetje los, waardoor het wel ging, maar niet van harte.


Met dat telewerken was de E-Orca niet nodig, dus liet ik het een poos liggen. Om te gaan fietsen is er nog altijd eTangens en de omgebouwde Heinzmann pedelec (met Tongsheng TSDZ2 motor nu) en in de zomer is een open fiets toch aangenamer dan bakken en braden in een velomobiel. Voor recreatieve tochten - voor zover het ervan kwam - is snelheid van ondergeschikt belang.

Begin augustus pakte ik de draad weer op. Kijk: de wielen schoven nu welwillend over de assen, zolang ik de remplaten maar niet te vast schroefde. Ook besloot ik vanaf deze maand één dag in de week toch naar het kantoor te rijden, zodat de lijn met de collega's wat korter zou zijn. We zouden wel zien hoe de slepende remmen het zouden doen op die ritten.

De eerste en tot nu enige rit was vorige week: de eerste vijf of zes kilometer hoorde en voelde ik dat het niet goed zat, maar geleidelijk aan verminderde het kabaal, verhoogde de snelheid. De remmen hadden zich wat gezet. Nu zouden de spaakwielen tot een voelbaar betere wegligging en vooral een beter bochtengedrag moeten leiden, maar daar heb ik nog niets van gemerkt. Het hobbelen door de vervormingen van de gietwielen is wel weg.

Morgen is er weer zo'n rit. Dan zal ik wat meer op het bochtengedrag letten.

Voor de aandachtige kijker: de Trykers (uit productie) zijn vervangen door Continental Contact 37-406 banden.

woensdag 12 augustus 2020

Explosief

Nu is het echt lang geleden. Covid-19 en zo: telewerken, contacten vermijden. Het resultaat: amper nog fietstochten die het beschrijven waard zijn.

Maar af en toe lukt het toch wel: op 21 juli organiseerde LiA (de Antwerpse 'chapter' van de Ligfietsers) hun traditionele 'Grote Plassentocht' ofte een rondje Oosterschelde (125 km). Daarover later meer.

Gisteren mocht ik nog eens bij klanten gaan om een opleiding te geven. De klant was het gemeentebestuur van Moerbeke en dat ligt op net geen 30 km van thuis. 't Is lekker warm en ik had er zin in, dus werd de Thorax eTangens hiervoor ingezet.

Onderweg merkte ik dat er iets fout zat met de rechterband. Ik zou er thuis wel even naar kijken. Maar op de terugweg zag ik een bult groeien op de band. De druk werd wat verlaagd in de hoop dat ik nog thuis zou raken. Vanmorgen haalde ik het wiel eraf (strikt genomen niet nodig, maar wel makkelijker) om een nieuwe band op te leggen.

Het was nodig...

Hoe komt dit: ik reken uit ervaring op 8.000 km met een Tryker en dan is het loopvlak afgesleten, maar niet zoals hier. eTangens heeft nu 5400 km op de teller, dus de band is verbazend snel gesleten. Onlangs heb ik de sporing nog nagezien en daar kon ik niets aan vebeteren. Een mogelijke reden die ik kan bedenken: met een trike kan je heel hard door de bochten, want je kan naar binnen hangen, je zwaartepunt verplaatsen. Een Tangens is dan nog een behoorlijk zware machine. De collega-ligfietsers noemen deze een 'tank'... Dat alles maakt dat de banden het flink te verduren krijgen.

Nu ligt mijn allerlaatste Tryker erop. Daarna wordt het een andere band, maar dat zien we wel als we zoveel duizend kilometer verder zijn.

woensdag 20 mei 2020

De Frankensteinfiets

Zoonlief zijn oude fiets, die ouder is dan zoonlief zelf, was terug bij mij beland. Hoe noem je zoiets? Hij heeft nog een meeste weg van een oude randonneur: min of meer het rijgedrag van een racefiets, maar met een bagagedrager en (oorspronkelijk) spatborden.


Versleten

Die fiets is op: zowat de hele aandrijflijn en beide naven zijn helemaal versleten. Dat is deels het gevolg van de ouderdom - de fiets dateert van rond 1980 - en deels van verwaarlozing. De fiets maakte ook heel wat mee de laatste jaren: Gentse kasseien, rijden en stallen in weer en wind, winterse Britse pekel gedurende een stage in Newcastle-Upon-Tyne (heerlijk taaltje daar, bij die Geordies).. Dit is een typische studentenfiets.

Als andere fietsen buiten gebruik waren, kon ik gelukkig verder met het oude kraam. En ondanks de slijtage rijdt de fiets erg aangenaam: het blijkt dat een kruissnelheid van 30 km/u haalbaar is. Zelfs voor mij... Oud en versleten mag die fiets dan wel zijn, maar de geometrie is zalig: hij stuurt scherp en gaat gewoon snel. Dan is het zonde om die weg te doen, niet? En er zitten ook mooie onderdelen op.


Maar het voorwiel was op: de spaken zitten vastgeroest (niet uit roestvrij staal gemaakt) en het wiel draait niet mooi rond. De vooras is versleten en kan niet meer afgesteld worden. Achteraan is het hetzelfde. Er zit ook geen cassette op, maar een ouder systeem. De vrijloop daarin is ook versleten, net als de lagers, maar alles zit muurvast. Er zijn dus twee nieuwe wielen nodig.
Ooit zat ook vooraan een derailleur, maar die is eraf gehaald. De commandeur (versteller) voor die voorste derailleur is ook weg.
De RVS spatborden zijn door al het getril op de kasseien in de loop van de jaren afgescheurd. Ergens in de voorbije jaren is alles rond de trapas vervangen door goedkoop materiaal. Dat kraakt ook verdacht en de linker pedaallager is stuk.De voorrem is in de loop van de jaren vervormd, waardoor de remblokken niet meer tegenover elkaar staan.

Wat doe je met zo'n fiets? Je zou zeggen 'schroot', maar hij rijdt goed. Eigenlijk blijft er niet veel over: een kader, voorvork, stuur en zadel. Dit wordt dus nog een project: op zoek gaan naar tweedehands onderdelen en de fiets weer opbouwen.

Hoe in orde brengen

Zo'n fiets is eigenlijk economisch afgeschreven, dus veel kosten moet je er niet aan doen. Tenzij indien je het puur uit liefhebberij wel zou doen, want een waardevolle merkfiets is het ook weer niet.
Wat ik al deed, was er een ander voorwiel uit de voorraad in steken.


Meteen waren er al minder krakende geluiden. Omdat dit andere wiel mooi uitgelijnd is, trilde de fiets ook minder.
Het achterwiel zou ik ook kunnen vervangen: ook daarvoor heb ik nog reserve liggen. Maar dat is iets minder evident: dit reservewiel beschikt over een Shimano-cassette op een freehub, waar het oude wiel nog met een andere body in de naaf werkt (Sachs). Dat is niet uitwisselbaar. 8 tandwielen tegenover 5 betekent ook dat er een andere ketting nodig is.
Van de pedelec recupereerde ik de cranks. Dit systeem komt meteen met 3 kettingbladen, maar een bottom bracket en pedalen heb ik niet zomaar voor handen.
En de voorrem is ook aan vervanging toe.

Aangezien in de huidige toestand zowat alles dicht is, moet de fiets maar even gestald worden.Uiteindelijk is het een reservefiets voor de zoon, dus hij hoeft niet echt perfect te zijn.

De conclusie

Ik stak er een ander voorwiel in. De rest is een beslissing voor zoonlief. In de buurt van waar hij woont, zit een 'fietskeuken'. Daar kan hij samen met de vaste krachten nagaan wat mogelijk is en of het de moeite waard is.

dinsdag 19 mei 2020

In de buurt

Ondertussen zijn we allemaal vertrouwd met de term Covid-19 en de maatschappelijke gevolgen ervan. Er zijn dus geen treffens, geen ritten met de ligfietsers. Dat wil niet zeggen dat er niet gefietst wordt, hoor. Al enkele maanden zijn er andere zaken die veel tijd vragen: een stuk van de tuin opnieuw aanleggen, een zolder - die één grote ruimte was - indelen in kamers ...

Waar sommigen een hele poos thuis zaten omdat het bedrijf, het werk, dicht was, ging het bij ons gewoon door. Dat wil zeggen: er was evenveel werk, maar dat deden en doen we van thuis uit. De dagelijkse marathon met de fiets, heen en terug naar het kantoor, is dus weggevallen. De Orca doet veel minder kilometers en met het mooie weer worden de uitstappen meestal met de pedelec of de trike gedaan.

De ritten gaan niet ver, want zoveel tijd is er ook niet. Meestal worden de ritten dus beperkt tot pakweg 20 km. Ook gisteren was het weer zo'n mooie avond. Als je rond 20u vertrekt, zit de zon al laag. Dat is een nadeel als je tegen de zon in rijdt, maar het zorgt wel voor prachtig licht en mooie schaduwen.
Zoals vaak in die omstandigheden kies ik voor de trike: die is lekker comfortabel en snelheid is voor zo'n rit van ondergeschikt belang.


Er zijn mooie, vlakke fietspaden aangelegd op deze brug (Gontrode Heirweg, over de Ringvaart), maar als van de andere kant voetgangers komen, is het duidelijk te smal. De balustrade is ook meer design dan functioneel: als fietser wijk je automatisch uit naar links. Het bruikbare fietspad is dus een pak smaller dan het lijkt.
 

Voorbij de brug gaat het linksaf over een recent fietspad langs het kanaal. Heerlijk rustig tussen het groen. Zo rij ik verder tot het centrum van Melle, waar ik naar de linkeroever van de Schelde oversteek.
 


Zoals ik schreef: de laagzittende zon zorgt voor prachtig licht. Links ligt de Schelde, rechts een natuurgebied met de typische begroeing van de Scheldemeersen: voornamelijk wilgen, populieren en elzen.

Zo'n ontspannende rit doet altijd goed. In deze dagen is er amper autoverkeer en de meeste wandelaars en fietsers zijn zichtbaar minder gespannen. Er wordt vaak geglimlacht en gegroet. Heerlijk.



zondag 26 april 2020

Ombouw pedelec: afwerking en eerste ritten

Corona-wachttijden: leveringen blijven langer onderweg daardoor. Als je moet wachten op essentiële onderdelen om te kunnen fietsen, duurt die tijd nog eens zo lang. Maar kijk: uiteindelijk stond een doos van Kurbelix.de voor de deur en kon ik verder.

Montage

Ik koos voor een wiel met een net wat bredere Ryde Andra 321 velg: 21 mm in plaats van de klassieke 19. Dat past bij de huidige mooie trend om bredere banden te gebruiken. Op de Heinzmann liggen 42-622 banden (Continental Contact Speed).


Nadat alles uitgepakt was, hoefde ik niet veel meer te doen:
  • het ventielgat moest uitgeboord worden van 6,5 naar 8,5 mm
  • de nieuwe Shimano CS-HG400 9-speed 11-32 cassette werd gemonteerd
  • de Tektro 160 mm remschijf werd op de Shimano XT naaf geschroefd

Er waren ook nieuwe derailleurwieltjes besteld. Dat was hoogst nodig. Kijk maar naar het verschil.


Derailleurwieltjes wisselen houdt niet veel in en het is ondertussen het uitgelezen moment om de derailleur helemaal te reinigen.

Daarna hoefde ik enkel nog de nieuwe ketting te plaatsen. Dat werd een KMC X9 EPT. EPT staat voor een antiroestcoating. Omdat de ketting helemaal niet afgeschermd is, verwacht ik dat dit vooral in de winter de aftakeling wat vertraagt.

Onmiddellijk daarna deed ik in de straat een eerste korte testrit. Conclusie: alles werkte, maar de rem sleepte. Het achterwiel is net wat anders gecentreerd dan het vorige, dus moest ik de remklauw wat bijstellen. Dat is een klusje dat zo geklaard is: 2 boutjes lossen, de rem aantrekken zodat de klauw mooi over de schijf grijpt en zo de boutjes weer aandraaien.

Eerste ervaringen

Vrijdag reed ik zo'n 50 km als test. Daarbij gebruikte ik de eerste en tweede van vier ondersteuningsniveaus. Dat is ruim voldoende. Bergop (brug op) of flink wat tegenwind betekent het tweede niveau; anders het eerste.

Na 50 km is de aanduiding van het accuniveau nog ongewijzigd. De motor lijkt dus wel een goed rendement te hebben.

Wat is nu het verschil met de vroegere direct drive achterwielmotor? Vooreerst: die oude motor is volstrekt geruisloos, terwijl de nieuwe ongeveer evenveel lawaai maakt als een Bosch middenmotor, maar dan wel op een hogere toon. Dat is dus een licht nadeel.
Daar staat tegenover dat die Heinzmann motor altijd tot tegen de begrenzing bleef doortrekken, waar de TSDZ2 makkelijk de gewenste snelheid aanhoudt. Het lijkt erop dat de krachtsensor veel beter werkt dan de peperdure oplossing van Heinzmann. Hier voel je duidelijk dat de motor zijn vermogen regelt in functie van hoe hard je op de pedalen duwt: peddel je rustig, dan doet de motor bijna niets. Ga je op de trappers staan, dan krijg je meteen veel meer hulp.
Ter vergelijking: in de Thorax Tangens trike zit een Bafang naafmotor. Die heeft geen kracht-, maar enkel een trapsensor (PAS). Bij dat systeem maakt het helemaal niets uit hoe hard je op de pedalen duwt; de motor levert altijd evenveel vermogen.

Toekomstplannen

Er is een mooie community ontstaan rond openbronsoftware voor de TSDZ2. Om die te kunnen gebruiken, moet ik wel een ander display aankopen en daarna de software in het display en de controller flashen (overschrijven). Daarna zou de motor efficiënter en soepeler moeten werken en zijn er heel wat extra instellingen mogelijk.
Huidig VLCD5 scherm

860C display voor Bafang
Maar eerst zal ik een poos rijden met de huidige configuratie. De stekkerverbinding voor het andere scherm past niet, dus daar komt soldeerwerk aan te pas.
Belangrijker: motor en controller flashen betekent dat de waarborg vervalt. Eerst wil ik zeker zijn dat alles functioneert zoals het hoort.

Tongsheng TSDZ2 versus Flevobike

Wat ik niet verwacht, is dat deze motor even lang en even feilloos zal functioneren als de Daum motor in de E-Orca. Die gaat nu pakweg 75.000 km mee. Op de initiële problemen na (motor deed het niet bij de aankoop) is die nooit defect geweest. Maar het prijskaartje is dan ook helemaal anders: de TSDZ2 kostte me 271 euro. Die kan ik gebruiken met de 36 V accu die ook in de Thorax Tangens trike dienst doet. Mocht ik die ook moeten aankopen, dan kost die ongeveer 300 euro (afhankelijk van de capaciteit). De ondersteuningsoptie voor de Orca kost 2.690 euro...
Het doel is ook verschillend: de E-Orca is mijn woonwerkvoertuig en moet 100 % betrouwbaar zijn. De pedelec wordt veel minder intensief gebruikt, dus die hoeft niet dezelfde kwaliteit te bieden.

zaterdag 25 april 2020

Pedelec ombouwen - motor monteren

De voorbije week werd de bestelde middenmotor (Tongsheng TSDZ2) geleverd.



In de doos zitten de volgende onderdelen:
  • een motor (met controller en krachtsensor ingebouwd)
  • een scherm met usb-poort (om telefoon of gps te laden)
  • een bedrade afstandsbediening voor dat scherm
  • een set cranks met crankbouten
  • een snelheidssensor, magneet en kabelbinders om de sensor op de achtervork te bevestigen
  • (zelfs) een sleutel om de klemring van de trapas vast te zetten
Wat niet in de doos zit:
  • een handleiding (downloaden vanaf internet)
Voor ligfietsen wordt zoiets helemaal vooraan, op de trapboom, gezet. Logisch, want daar zitten de trappers. Maar omdat de meesten nu eenmaal met een 'bukker' rijden, wordt dit gewoon een middenmotor genoemd.

De Heinzmann is zo'n bukker. Het is de fiets die meestal gebruikt wordt voor de boodschappen of indien ik in Gent moet zijn. In een stadscentrum met kasseien en vooral tramsporen is zo'n tweewieler handiger dan een trike of velomobiel (ja, ik zou nog eens een tweewielige ligger in huis moeten halen).
Maar zoals ik al schreef, was de elektronica van de assistentie stuk.

Mooi weer en door de huidige toestand met COVID-19 moet iedereen zoveel mogelijk thuis blijven. De omstandigheden waren dus ideaal om aan het werk te gaan. De fiets was al voorbereid: alle onderdelen van de vroegere ondersteuning waren eraf gehaald.

De motor monteren is volgens wat je vindt een fluitje van een cent. Maar zoals gewoonlijk loopt dat in de praktijk wel iets anders. De behuizing van de motor is slechts enkele millimeters verwijderd van de trapasbuis en laten daaronder toch maar liefst drie kabels lopen:
  • binnen- en buitenkabel voor de voorderailleur
  • binnen- en buitenkabel voor de achterderailleur
  • hydraulische leiding van de achterste schijfrem
Dat betekent dat al die kabels anders geleid moeten worden.

De voorderailleur haalde ik eraf. Voorlopig werk ik met het ene op de motor gemonteerde kettingblad (42 T), dus is die niet nodig. Daardoor kunnen ook de kabel en de versteller hiervoor verdwijnen.
De kabel voor de achterderailleur leg ik rechtsboven op de trapasbuis; die voor de achterrem linksboven. Beiden worden met een kabelbinder vastgemaakt. Dat moet nauwkeurig gebeuren, zodat die kabels niet in contact kunnen komen met bewegende delen.

Daarna gaat het monteren van de motor op zich behoorlijk vlot.



Mocht de motor niet echt hard vastgezet worden, kan het nog fout lopen. Als je op de trappers duwt en de motor werkt mee, heb je een actie en een reactie. Dat wil zeggen: ofwel gaat je achterwiel draaien ofwel de motor zelf. Dat laatste wil je natuurlijk niet, dus moet daar iets aan gedaan worden. Op de motor zit een stuk dat vooraan in de achtervork geklemd wordt om dit tegen te gaan. Dat heet een koppelarm.
Gelukkig zit de standaard op deze fiets bij de achteras. Een middenstandaard kennen ze in China blijkbaar niet.

En dan begint het. Bij de Heinzmann lopen alle kabels netjes door de onderbuis naar voor. Er moet vanaf de motor een draad voor de koplamp getrokken worden en nog een om het scherm (en de bediening) met de motor te verbinden.



Daarna wordt het een kwestie van netjes afwerken, zodat de kabels nergens aan kunnen blijven haken. Dat is even nadenken, want alles vertrekt van achter onder de motor, dus zitten rond die trapasbuis heel wat kabels:
  • de kabel naar de achterderailleur
  • de kabel naar de achterrem
  • de voedingskabel voor de motor
  • draden voor de verlichting
  • draad van de snelheidssensor
  • kabel van de bediening op het stuur
Een deel gaat linksom, andere rechtsom. Sommigen leid ik langs de achtervork, tegen de zadelbuis aan.


Tenslotte moet de motor ook stroom krijgen, dus moet een stroomkabel verbonden worden met de accuhouder. Op de stroomkabel zijn stekkers voorzien, maar natuurlijk van een ander type dan op de kabel die op de accuhouder zit. Daarenboven is de kabel veel te lang, want je moet ook een accu onder de bagagedrager kunnen aansluiten en daarvoor is de afstand langer. De accuhouder wordt opengeschroefd; de bestaande kabel wordt los gesoldeerd; de stekkers van de stroomkabel worden afgeknipt en die wordt rechtstreeks in de houder gesoldeerd.

Daarna is het wachten op het achterwiel, de cassette en de ketting.

dinsdag 14 april 2020

Gelukkig toeval

Zoonlief vond zijn fiets toch maar niets. Helemaal op. Dat had uiteraard niets te maken met gebrekkig onderhoud. Neen, hoor. Dat de ketting piepte en knarste? Nou ja, dat wel. Speling in de voornaaf? Geen tijd om er iets aan te doen.
Maar hij fietst wel overal naartoe en doet dat met veel plezier.

Dat oude kraam moest dringend vervangen worden en wat zoek je dan als student? Een oude racefiets natuurlijk!


Bianchi Racing Sprint. Mooi, he
Die kocht hij via een vriend en meteen kwam hij zijn nieuwe aanwinst presenteren. Een mooi fietsje, vermoedelijk van eind vorige eeuw.
De oude mocht bij pa blijven, want 'er is toch niets meer mee te doen'.



En gelukkig staat die hier nog, want zoals ik al schreef, zijn zowel de pedelec als de vouwfiets buiten dienst. Simultaan uitgevallen, zo ongeveer. Terwijl ik vol ongeduld wacht op de stukken (een simpele elastomeer veer voor de Birdy en heel wat onderdelen voor de Heinzmann pedelec), kan ik tenminste nog met een bukker rijden. Helemaal retro en helemaal op: dunne bandjes (23-622: beenhard), een racestuur (prima voor de rug), een voornaaf waarover je het wiel heen en weer ziet schuiven (zal ik nog wel bijstellen deze week), afgebroken spatborden, de linker versteller (op de onderbuis) is weg... 
Maar hij rijdt en dat doen de andere bukkers in huis niet. En de geometrie is prima, want dit is een snelle fiets. 

Het stuur is prachtig: verchroomd, met rubber overtrokken en met uitgeboorde remhendels.


Dat is niet echt origineel, maar bijna meteen op de gerecycleerde fiets gezet toen ik die, jaren geleden, in orde bracht voor zoonlief..