vrijdag 19 januari 2018

Varianten op de 'klassieke' velomobiel

Naast de nieuwe modellen van de gekende fabrikanten, Quattrovelo, DF..., zijn er recent verfrissende concepten opgedoken. De meesten zijn nog niet marktrijp - de markt is er misschien ook nog niet klaar voor -, maar de andere invalshoek lijkt me wel aantrekkelijk. Het lijkt erop dat de bedenkers van de onderstaande concepten de huidige velonauten links laten liggen: hun doel is meer het bieden van een oplossing voor mobiliteitsproblemen in de steden. Laat dat nu net het gebied zijn waar je met de meeste huidige velomobielen vooral niet wil komen. Dat ligt aan de velomobielen (laag, lang, grote draaicircel) en aan de eigenaars ervan, die vooral van snelheid lijken te houden.
Met de nieuwe concepten wordt gepoogd de markt open te trekken, wat tot nu toe niet leek te lukken.

Armadillo

Hij is al een tijdje gekend, de Armadillo, en ook als two-seater (prototypes). De cargoversie ervan draait al een tijdje mee. Onder andere DHL gebruikt deze in Almere.



De (ondersteunde) snelheid is beperkt tot 25 km/u, dus voor de traditionele velonaut allicht niet aantrekkelijk, maar als compact stadsvoertuig heeft de Armadillo ook wel zijn plek, vermoed ik.

Bekijk de mooie ophanging (doet aan Steintrikes denken), met instelbare vering.

Velove is erg open over de tests. Lees het oordeel na een jaar gebruik maar: het is duidelijk dat er nog werk aan is en waarom het concept is zoals het is.

In elk geval lijkt dit me een boeiende ontwikkeling.

Daarnaast zijn er nog twee Scandinavische concepten die stilaan verkoopbaar worden, telkens varianten op de klassieke velomobiel en telkens met vier wielen. Ook hier weer: de velonauten met Quests, Milans en DF halen er wellicht hun neus voor op, want ze zijn telkens elektrisch ondersteund en niet erg snel. Pedelecs hebben de markt stormenderhand veroverd, of we dat nu leuk vinden of niet. De ondersteuning is een sterk argument om de niet-fietsende medemens te overtuigen.

Mijn idee is dat dit helemaal niet slecht is: de bestaande velomobielmarkt is erg beperkt. De nieuwe concepten proberen een ander publiek te bereiken, namelijk automobilisten in dichtslibbende steden.

Podride

De PodRide is het resultaat van het denkwerk van één man. Aantrekkelijk voor de man in de straat is dat dit concept qua uiterlijk heel sterk doet denken aan een auto.

Het promofilmpje op een BMX-parcours is ondertussen al gekend, maar blijft leuk. Dit is iets wat je met pakweg een Quest niet hoeft te proberen.



De vorm is geen toeval, want de hoogte zorgt bijvoorbeeld voor een makkelijke instap. Laten we eerlijk zijn: om in een DF, WAW en dergelijke te raken, is toch wel wat lenigheid vereist. Dat geldt nog meer voor het uitstappen. De bagage is ook niet makkelijk bereikbaar. Dat is met die nieuwe modellen wel even anders!

PodBike

Zou het toeval zijn dat de naam zoveel op die van zijn Zweedse broer lijkt? De PodBike oogt veel gestroomlijnder, meer hi-tech ook, met naafmotoren in beide achterwielen.


Podbike: futureproof mobility from Podbike.com on Vimeo.


De ontwikkeling staat ook al heel wat verder, want deze zou nog dit jaar op de markt komen. Eerst enkel in Noorwegen, dan in Scandinavië en tenslotte in de rest van Europa.

Verrassend: de geschatte prijs zal 4500 euro bedragen (exclusief BTW). Dat is heel erg weinig voor een ondersteunde velomobiel.

donderdag 18 januari 2018

Een beetje wind



Gisteren werd code oranje aangekondigd voor vandaag. Dat wil zeggen: gevaarlijk veel wind. Er was sprake van rukwinden met een snelheid van 100 km/u en meer. Bij de noorderburen (Nederland en Duitsland) zou het nog heftiger worden.

Nu heeft een beetje wind me nog nooit tegengehouden. Waar sommigen smalend doen over het hoge gewicht van een E-Orca, is dat bij storm net een voordeel: het houdt hem met de drie wielen op de grond. Daarvoor hoef ik echt geen extra gewicht (flessen water of iets dergelijks) toe te voegen.

De grote overhang vooraan en de korte staart daarentegen, die zorgen dat een Orca bij zijwind makkelijker van richting verandert. Dat is dus wel opletten.

Wie hier geregeld mee leest, weet dat mijn normale werkroute me gedurende 12 km over een jaagpad langs de Schelde stuurt. De Schelde stroomt in Antwerpen door stedelijk gebied, maar tussen Gent en Oudenaarde is het puur een open landschap, met hier en daar wat stukjes bos. De noordenwind had vrij spel en kon verraderlijk uithalen.

De route naar het werk gaat naar het zuidwesten, wat betekent dat ik min of meer zijwind had. Spannend, want dan poogt de wind me de hele tijd van de koers te doen afwijken. Alert blijven is dan de boodschap, met een rivier aan de linkerkant en een gracht rechts, beiden ruim een meter lager. Het jaagpas is bij benadering 4 m breed en dat biedt me heel wat speling.

Het hoogtepunt van de storm was aangekondigd tussen 8 en 12 u. Om 8 u moet ik op kantoor zijn, dus het moet nog meegevallen zijn. Toch was het echt opletten: hevige windstoten vroegen een snelle reactie om min of meer de gekozen weg te kunnen volgen. Deze keer volstonden twee vingers aan de stuurknuppels niet: ik moest ze stevig vasthouden.

Bijna aan het eind nam de wind nog in kracht toe. Zonder trappen voelde ik de Orca versnellen. Ik reed al 30 op dat moment en een windstoot trok het schuimdeksel los. Stevige rukwind, de rechterhand aan de stuurknuppel en met de linker moest ik verhinderen dat het schuimdeksel de Schelde in vloog... Dat was even spannend, maar wat verder kon ik achter een muurtje in de luwte stoppen om de zuignappen van het schuimdeksel nat te maken en weer vast te drukken.

Er ging geen wieltje in de lucht, de Orca verliet het asfaltpad niet. Andere fietsers zag ik amper. Logisch: op twee wielen ben je veel minder stabiel.

Wat moet ik er nu van denken? Is een Orca stabieler dan andere velomobielen bij zo'n weer of heb ik tot nu toe altijd geluk gehad?

maandag 15 januari 2018

2018

2017 was een schitterend fietsjaar voor mij. Nu worden plannen gesmeed voor 2018.

Reisplannen

Na een op fietsvlak prachtig jaar - het beste tot nu toe - heb ik de smaak goed te pakken. Dat betekent natuurlijk dat er gedacht wordt over wat voor dit jaar mogelijk is. Een greep uit de ideeënbak:
- een langere fietsreis, reken twee tot drie weken, is zo goed als zeker. De katharenstreek (Carcassonne en omgeving) wordt het doel.

- een vervolg op de groeps-velomobieltrip van dit jaar (die liep langs de Maas). Dit is nog uit te werken, zowel wat het doel betreft, de route en het aantal deelnemers. Ook de periode is nog niet bepaald, hoewel september mee viel. Daar horen weer enkele voorwaarden bij, zoals voldoende interesse en de beschikbaarheid van de nodige vakantiedagen.

Aan de Maas, tussen Namen en Dinant
Een iets langer weekend om - ook weer in groep - het Vlaamse deel van het front van de Eerste Wereldoorlog te verkennen. Ook al een bijna-zekerheid. Vermoedelijk in het voorjaar.

Tyne Cot Cemetary
Dilemma: het jaarlijkse ligfietstreffen (deze keer zou het over de grens, in Zeeuws-Vlaanderen, te doen zijn) of toch een keer Spezi? Het kan niet elk weekend fietsen zijn, dus moet ik hier kiezen, want beide zaken liggen dicht bij elkaar. Of doe ik ze toch allebei?

Ligfietstreffen 2017 (Nieuwpoort)
Een ander, beter, traject zoeken om in de omgeving van Chimay te raken. Daar wonen namelijk vrienden en de streek vraagt gewoon om er naartoe te fietsen. Dat moet met de Orca, omwille van de afstand (minstens 160 km)

Betere route gezocht
Een vervolg op de 'hillbilly'-toer: een dagrit door heuvelend land, met de nadruk op niet-velomobielen. Dit is iets dat we met de ligfietsers vorig jaar voor het eerst deden en het werd sterk geapprecieerd.

Zicht op 'les Monts'
Hadrian's Cycleway: een fietstocht langs de muur van Hadrianus (Schotland). Dat kan ook 2019 worden: daar moet zowat heen en weer gereden worden (inspiratie: Bart Colson).
Hadrian's Wall, december 2017
Het eerste en laatste punt hebben een vervelend gemeenschappelijk kenmerk: er gaat noodgedwongen een flinke verplaatsing aan vooraf. Zowel de katharenstreek als de muur van Hadrianus liggen op pakweg 1000 km van huis. Naar daar fietsen is onbegonnen werk, rekening houdend met de beschikbare tijd. Dat wordt dus niet de E-Orca, maar telkens wellicht eTangens. Die kan achterin de auto. Voor sommige zaken is de Seiran ook een alternatief: die kan gewoon op de fietsendrager. Het gaat wel telkens om streken met flinke hellingen. Dan geef ik de voorkeur aan de trike.

Een belangrijk element bij de keuze die hierin gemaakt moet worden: het beperkte aantal verlofdagen.

Afwegingen

In 2018 zal ik ook moeten overwegen welke fietsen blijvers zijn en welke een andere eigenaar zullen zoeken. Dat wordt moeilijk, want elke fiets heeft wel zijn eigen voor- en nadelen. Enkele mogelijke elementen in de afweging:
  • hoe vaak gebruikt
  • hoeveel kilometers afgelegd (hoewel: daar wint de E-Orca ongetwijfeld)
  • hoe onderhoudsgevoelig
  • wat is de slijtagegraad
  • comfort
  • praktisch gebruik
In 2017 heb ik de afgelegde kilometers niet bijgehouden. Wel gedurende de reizen, maar niet bij het dagelijkse gebruik. Uiteindelijk heeft dat erg weinig belang. Wie wil weten hoe lang een ketting meegaat, hoeveel kilometers je met een band doet ... heeft er wat aan, maar ik vervang wat nodig is, wanneer het nodig is. Die kilometers doen er niet toe. Minder stress, minder controle, meer genieten en ontspannen.
Helemaal waar is dat niet, want van praktisch elke verplaatsing wordt de track geregistreerd, dus ook het aantal kilometers, de gemiddelde en maximum snelheid etc. Op basis daarvan zal ik via Garminconnect kunnen filteren welke fiets vaak of net niet vaak gebruikt is.

Klussen

De net aangebroken winter wordt ook de periode om enkele zaken aan te pakken.

eTangens

  • 'Restaureren' van de remtrommels. Thorax bracht er een vernislaag op aan en die is stuk, waardoor de naven helemaal wit uitgeslagen zijn.
  • Roest aan de trapboom wegwerken.
  • Een accu met hoge capaciteit (ongeveer 1000 Wh) en hoge energiedichtheid installeren. Dat vergt ook het uitdenken en maken van een houder ervoor.
  • Herstellen van het frame van de spanzitting. Aan één kant zitten daar heel wat roestsporen op. Dat moet opgeschuurd en herspoten worden. Nog geen idee of ik dit zelf zal doen of uitbesteden.
  • Houders voor 'signaal'-lichten maken voor boven de spatborden. Vaak merk ik dat andere weggebruikers in het donker verrast worden door de breedte van de trike. De lampjes zijn al ruim een maand onderweg van China naar Gent; de houders moet ik zelf fabriceren. Daarover volgt later meer.
Scheldedijk, Zevergem - 11 januari 2018

E-Orca

  • Ik heb in het hoofd een concept voor een betere houder voor het display van de ondersteuning, houder voor de gps en smartphone ... Dat wil ik uitwerken en grondig testen.
  • Wat esthetische schade, na vier jaar gebruik, aanpakken bovenaan de neus: de gelcoat is daar gebarsten. Herstellen en van binnenuit versterken wordt de opdracht.
De allereerste rit, eind december 2013

Daarnaast zijn er natuurlijk de gewone onderhoudswerken aan elke fiets. Dat is niets bijzonders.

zaterdag 6 januari 2018

Het jaar uit fietsen

Om het jaareinde te vieren, was ik uitgenodigd bij goede vrienden net over de grens in de Thiérache, in Frankrijk. Het spreekt voor zich dat er een fiets meegenomen werd en deze keer werd het de Heinzmann pedelec. Zo kon ik testen wat zo'n fiets waard is in flink heuvelachtig gebied.
Een ander belangrijk argument: die fiets kan gewoon op de fietsendrager achterop de auto. Met een velomobiel is dat heel wat minder evident.

Een bukker, geen stroomlijn, dat houdt in dat ik moest hopen op droog weer. Fietsen op een bukker in de regen doe je niet voor je plezier. Ik toch niet.

Op zaterdag 30 december vertrok ik met het VW T4 busje. Lekker cruisen aan 90 km/u, met een aangenaam muziekje onderweg. Af en toe regen, af en toe droog, geen files en behoorlijk goede wegen, terwijl ik op de Garmin gps kon vertrouwen om terecht te komen waar ik moest zijn. Dat ging lekker.

Zondag 31 december pikte ik een ritje uit een boekje met wat fietstochten in de regio: de Thiérache is bekend om zijn 'églises fortifiées' ofte burchtkerken. In de buurt van waar ik verbleef, kon ik aanpikken op een fietsroute die me daarlangs zou gidsen.
De streek is verlaten: enkel wat boerderijen, wat burchtkerken en - l'histoire se répète - bijna nergens terrasjes of andere drink- en eetgelegenheden. De beton- en asfaltwegen slingeren heen en weer, op en neer, geregeld bedekt met een flinke laag modder, achtergelaten door de landbouwmachines.


De Heinzmann, met achternaafmotor, liet het niet aan zijn hart komen. Uitgerust met 47 mm banden met een flink profiel en een degelijke voorvering kon ik alles mooi onder controle houden. Het voordeel van zo'n direct drive naafmotor is dat die onhoorbaar zijn werk doet. Je hoort er echt niets van, behalve als de motor echt heel hard moet werken: dan hoor je wat gezoem. Meer niet.

De streek is, na al een reeks bezoeken, niets bijzonders meer. Rustig, dat wel. Verlaten ook, maar dat schreef ik al. Gedurende het ritje van 32 km kwam ik welgeteld 3 auto's tegen. Eén van toeristen die het kerkje van Jeantes bezochten; één die me onderweg inhaalde en de laatste stond gewoon midden op de weg, terwijl de inzittenden een praatje hielden. Hier hebben de mensen nog tijd. Voor elkaar, om te leven en te genieten.

Het is ook duidelijk dat een bukker iets helemaal anders is dan wat wij ligfietsers gewoon zijn: een hard zadel, druk op de polsen. Spartaans heet dat. Een marteltuig voor wie wat anders gewoon is.
32 km is nog uit te houden, maar veel meer hoeft niet. Alle respect voor Paul Van Roekel die met zo'n onding weken op tocht gaat door de pampa's en de bergen!

De volgende keer neem ik de Seiran weer of de eTangens trike. Lekker rustig achterover liggen. 

Een gelukkig 2018 met veel aangename fietsuren aan iedereen die dit leest!

dinsdag 26 december 2017

Zekerheid

Binnen de collectie fietsen neemt de E-Orca nog altijd een prominente plaats in. Als woon-werk-fiets is hij onovertroffen: snel, veilig en betrouwbaar.

Om de betrouwbaarheid te optimaliseren, heb ik in het voorjaar de binnenbanden vooraan vervangen door antilek-binnenbanden. Eigenlijk zou dat achteraan ook nog moeten.
Dat zijn exemplaren van Decathlon, waar de antilekvloeistof al van bij de productie aan toegevoegd is. Ze kosten € 6,99 en dat is heel redelijk: een Schwalbe binnenband kost evenveel.

Over performantie zal ik het even niet hebben: met een elektrisch ondersteunde velomobiel merk je het verschil toch niet. Ik heb er dus geen idee van of en hoeveel trager ze zijn. Theoretisch zouden ze ook op het vlak van rijcomfort wat verschil kunnen maken: meer onafgeveerde massa en wellicht wat minder dempend. In de praktijk merk ik geen verschil.

Wat ik wel kan zeggen: sinds die binnenbanden in mei op de Orca gebruikt werden, heb ik geen enkel lek ervaren. Dat is belangrijk: door een lek te laat komen op het werk is niet echt aangenaam. Een lekke band krijg je meestal op het slechtste moment: pakweg als het net niet vriest en het water met bakken uit de lucht komt gevallen. Neen, dan heb ik liever die antilekbanden.

Nu ligt er nog een 26" (559) exemplaar klaar voor het achterwiel van de eTangens (trike). Omdat daar een naafmotor in zit, is het herstellen of vervangen van de achterband minder evident. Een antilekband is dus ook daar een voordeel.

Ze zijn in elk geval handig: waar anderen een gewone binnenband nemen en die moeten vullen met een antilekvloeistof, koop je ze bij Decathlon kant en klaar.

zondag 24 december 2017

2017: een terugblik

Intro 

2017 is nog niet ten einde, dat weet ik. Er volgt nog één week. Op kerstdag na, is dat een gewone werkweek, met dus woon-werk fietsforenzen. Dat is niets bijzonders meer, want dat doe ik al jaren voor zowat elke rit naar het werk.

Een terugblik hoort tot de jaarlijkse gebruiken. Daar is niks fout aan. Zo kun je nog even denken aan de hoogte- (en eventueel diepte-)punten van dat voorbije jaar.
 
2017 was, wat mij betreft, een bijzonder jaar.

Ritten en reizen

Ligfietstreffen

In april begon het echt, met het jaarlijkse ligfietstreffen. Dan vond deze keer plaats in Nieuwpoort, aan de kust. Leuk, zo'n weerzien.


Hillbilly-toer

Begin mei organiseerden we de 'hillbilly-toer', op de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië. Daarbij gingen we uit van 'als het even kan, geen velomobiel'. Helen heeft enkel de WAW, dus ze had geen keuze.

Klaar voor het vertrek
Tot op heden de snelste afdaling die ik maakte met de Seiran
Bijna terug
De rit werd erg gesmaakt en wellicht komt er in 2018 een vervolg. Er zijn nog heuvels genoeg in de regio.

Le Grand Est

Daarna volgde de grote fietsreis voor dit jaar. In 2014 maakte ik een eerste 'grote' reis met de E-Orca: via de Normandische kust naar Bretagne en dan langs de 'Loire à vélo' en een Santiagoroute weer naar huis. Alles samen was dat zo'n 2000 km. Boeiend, leerrijk en het smaakte naar meer.

Honfleur, 2014, net over de Pont de Normandie
In 2017 nam ik het noordoostelijke kwadrant van Frankrijk als doel: via Nancy langs 'de Groene Weg naar de Middellandse Zee' tot Besançon. Via de Bourgogne westwaarts en dan 'Langs Oude Wegen' terug naar het startpunt.


De herinneringen aan de eerste rit waren een sterke motivatie. Deze keer verliep het helemaal anders. Was Frankrijk op drie jaar veranderd, lag het aan de perceptie of lag het aan de streek? Ik weet het niet, maar dit was desolaat.


Snikheet was het: minstens 30° C, dag na dag. Vaak eerder 35°. Dat is nog niets. De hele rit naar het zuiden was ook eenzaam. Mensen leven hier niet, maar overleven. Dit lijkt een gebied dat opgegeven is. Armoe troef. Noodgedwongen groenten eten uit de moestuin en amper iets anders, omdat er geen geld is. Geen kat tegenkomen. Eén winkel op een dag. Geen terrasjes, geen toeristen.

In 2014 werd ik bij elke halte aangesproken. Wat dat ding was waar ik mee reed, waar ik vandaan kwam, waar ik naartoe ging... Niets van dat alles deze keer. Als er al iemand was, was die enkel in zichzelf geïnteresseerd. Dit leek een ander land.
Ook mijn mindset was anders: bij de aanvang kwam ik op een treffen van Franse ligfietsers, in Lunéville.


Daar maakte ik kennis met vrienden voor het leven. De sfeer was ongelooflijk, de contacten intens. Het was tegelijk een kennismaking met een vernieuwende creativiteit binnen de ligfietswereld. Taboes zoals ondersteuning, mogelijke alternatieve aandrijvingen... alles bleek mogelijk.

Dat alles bleef malen door mijn hoofd. Overleven tegenover materialisme; het relaxte 'met de Franse slag' tegenover onze Vlaamse arbeidsmentaliteit; oprechte, warme vriendschap tegenover de gereserveerde houding in onze streken... Het is natuurlijk ook 'vakantie' tegenover 'werk'. Enfin, hier kwam ik vooral mezelf tegen en daar leer je ook van.

Haute-Savoie en Ardèche

Ook in augustus bracht ik enkele weken door in Frankrijk. 'Wat, alweer vakantie', hoor ik zeggen. Ook op dat vlak was het een bijzonder jaar: ik had massa's overuren staan van het jaar ervoor, dat erg intensief was op het werk. Van die overuren maakte ik dankbaar gebruik om wat meer andere dingen te doen dit jaar.

Augustus. Weer Frankrijk dus, maar deze keer enkele weken in de Alpen - de Haute-Savoie - en de Ardèche. Daar werd vooral gestapt, maar hier en daar ook gefietst. Met dat doel was de Seiran mee.
De hoogtepunten hier:
  • de 'dolce via', op een oude spoorlijn. Mooi, maar niet zo goed (gravel, putten ...)
  • een rit door het nationaal park van de Ardèche

Dolce Via
Mont Mézenc, een oude vulkaan

Velomobieltrip

En in september, jawel, volgde nog een week vakantie. Met een vijftal hadden we afgesproken een weekje op velomobielreis te gaan. Met een ommetje langs Leuven (zuidoostwaarts vanaf Gent) zouden we zuidwestelijk rijden, naar Charleville-Mézières. Alweer in Frankrijk!

Ongeveer ons traject
Joop moest jammer genoeg afhaken: hij worstelde met de gevolgen van een longontsteking. Dan is het leveren van zware inspanningen niet zo verstandig. Anita bleef dus bij hem en zo waren we nog met drie. Maar: wat een reis! De Trans-Ardenne blijft in ons geheugen als de mooiste fietsroute die we in ons leven al gereden hebben. Geknipt voor de velomobiel: schitterend asfalt, bijna helemaal vlak en slingerend langs de Maas.

Een droom voor velonauten: de Trans-Ardenne

Uitbreiding van de stal

Nadien werden het enkele materiële vernieuwingen die al een poosje op stapel stonden. In oktober werd de stal uitgebreid met enkele nieuwe fietsen:
  • een Thorax Tangens. Een kranige oude trike, rondom geveerd, waar HP Velotechnik zo te zien veel inspiratie in opdeed voor de Scorpion FS.
  • een Heinzmann PAN eTR-U pedelec. Defect, anderhalf jaar oud: een herstelproject.

De Tangens is ondertussen eTangens geworden: een Bafang-naafmotor maakt deze zware, maar erg comfortabele trike een stuk bruikbaarder. In de komende maanden volgt nog heel wat renovatiewerk.

Hier nog zonder pedalen en cranks
De Heinzmann pedelec is uitgerust met een bijzondere bottom bracket, met een hoop elektronica erin: trapsensor, krachtsensor, sensor voor de draairichting en stand van de cranks ... Maar die bottom bracket was stuk. De voorbije week heb ik er een nieuwe ingezet. De schijfremmen waren ook stuk: de zuigers zaten door de rempads en in de (hydraulische) achterrem zat amper nog olie. Ook die zaken zijn in orde.

In een volgende post blik ik vooruit op 2018.

dinsdag 12 december 2017

Mag het wat meer zijn?

Het begon met een ongelukkig timing. Uitgerekend op de dag waarvoor verkeersellende wegens sneeuwval aangekondigd was - code oranje - moest Jan met de auto ruim 100 km verderop een opleiding gaan geven. 3 uren op de baan om er te raken en toen sneeuwde het niet eens!
Na de opleiding deed ik even lang over de terugweg. Hoe dichter ik bij huis kwam, hoe witter het werd. File alom.

Bijna thuis. Dit is de straat waar ik woon.
Ik wilde vandaag wel met de fiets naar het werk. Dat begon met keuzestress: ga ik met eTangens of de E-Orca? Een trike is lichter en makkelijker te controleren als het fout loopt, maar in de Orca zit ik meer beschut en de spoorbreedte bedraagt 15 cm minder. Dat laatste betekent meer kans om met beide voorwielen in de sporen van de auto's te kunnen blijven.
Als ik dan bedenk dat er zout gestrooid is en dat de hele aandrijflijn van de Orca afgeschermd is, is die keuzestress snel verdwenen.

Op basis van de ervaringen van velonauten die gisteren de sneeuw trotseerden, besluit ik nog gauw de voorbanden te wisselen. De Trykers gaan eraf, de Marathons (40-406) erop.


Ik weet dat F-Lites beter zijn, maar 40 mm is nu eenmaal het maximum dat de Orca aankan en F-Lites zijn 50 mm banden.

Vanmorgen, bij het openen van de garagepoort, zag ik dat het goed was.


De gewone route, door een natuurpark achter de tuin, werd het toch maar niet: daar was geen doorkomen aan. Bijna 10 cm sneeuw, daar rij je je in vast met een velomobiel. De gewone wegen dan maar.

In Merelbeke - waar ik over de fietsinfrastructuur weinig lyrisch kan zijn - hadden de ruimdiensten de fietspaden prima geveegd.

Het einde van de Fraterstraat, Merelbeke
Een heel eind verder, in Gavere, was het veel minder. Uitstappen en de Orca door de sneeuwhopen sleuren was de enige mogelijkheid. Dat moest dan uitgerekend op zowat het enige gevaarlijke punt op de route, waar ik een gewestweg moet dwarsen.

Onderweg kwam ik ook de nodige sneeuwhopen tegen. Het witte goedje kwam door de voetengaten binnen. 


In het weerkeren, vanavond, ondernam ik een poging om het jaagpad langs de Schelde te volgen. Dat is de favoriete, bijna dagelijkse, route, maar dit ging echt niet goed.


Het spoor was net te smal: ik moest met één voorwiel in de sneeuw rijden. Het tempo lag daardoor erg laag: vaak niet meer dan 20 km/u. Na een vijftal kilometers ging ik een brug over, weg van het jaagpad, om toch maar weer de gewone weg te volgen. Daar kon ik de snelheid verdubbelen. Minder mooi, minder rustig, maar wel sneller en minstens even veilig.

Sneeuw: niet ideaal om met de fiets naar het werk te rijden...