Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen

woensdag 28 januari 2026

Reisverhaal: Frankrijktrip juni 2025 - deel 2

Het hoofdstuk Bretagne was afgesloten. De tweede week zou ik al een heel eind noordelijker verblijven. De bestemming lag ergens tussen de baai van de Somme en Abbeville. Deze keer was het doel vooraf wel precies bepaald: ik pikte er een camping uit in het binnenland.

Maar ook nu zou de trip niet in één keer gebeuren. Onderweg valt vaak wat te zien en 'vakantie' en 'haast' gaan niet samen. Voor dag 1 was er geen vast plan, enkel min of meer een reisroute. Ik zou wel zien waar die me zou brengen. Proviand werd onderweg ingeslagen zodat ik me 's avonds geen zorgen hoefde te maken hierover.

Die eerste dag eindigde in Ceaucé, een onooglijk dorp ergens tussen de beboste heuvels op de grens tussen Bretagne en Normandië. Verrassing onderweg: ik bleek een eind van de Vélofrancette te volgen, maar dan wel met de auto. Fietsers zag ik niet, maar het lijkt wel een heel mooie route. Ooit eens...


Ceaucé dus: een 'camping municipal' met welgeteld 8 staanplaatsen. 's Avonds kwam iemand langs om het verblijf te registreren en de centen (11 euro als ik het me goed herinner) te ontvangen. In een dorp waar de tijd stil bleef staan, kon betalen enkel contant.
Daar viel verder niets te beleven, maar een rustige avond met wat lezen is ook niet mis. Voor wie houdt van kleinschalige en rustige kampeerplekken: dit is een verborgen parel. De camping lijkt me ook ideaal voor wie op fietsvakantie is: klein en prima onderhouden.

De dag erop had ik alle tijd: de bestemming lag op iets meer dan 300 km. Camping Le Clos Cacheleux in Miannay ligt in een kasteeldomein. De staanplaatsen zijn navenant: 200 à 250 m² per plaats. En omdat het nog juni was en midden in de week, was ik alweer ongeveer de enige gast.

'Mijn' plekje op de grote camping

Bonjour camping

Ook hier zou de camper een week niet van zijn plek komen. In de ene richting ligt Abbeville en het hinterland van de bekende baai van de Somme; de andere kant uit gaat het naar het pittoreske Saint-Valéry-sur-Somme en de Opaalkust met de imposante kliffen.

Het binnenland bleek verrassend mooi en ideaal fietsterrein. Je moet soms wat zoeken om mooie routes te vinden, maar ik leerde enkele jaren geleden de app 'Cirkwi' kennen voor Frankrijk. Daar vind je voor het hele land wandelingen, fietstochten, bezienswaardigheden... 

Snikheet, dus is voldoende water nodig
Zalig fietsen
 
Bossen en velden, asfalt en veldwegen

Bovenstaande beelden zijn van tijdens een rondje in het binnenland.
Abbeville: aan de fietspaden is hier toch nog wat werk... (de linkerhelft is fietspad) 

De volgende trip ging naar de kust. Vanaf de camping was het even rijden tot aan het kanaal tussen Abbeville en Saint-Valéry-sur-Somme: een kaarsrechte route naar de kust met een perfect geasfalteerd jaagpad. 


Daar kwam ik geregeld andere fietsers tegen. Aan de kust ben je meteen in een heel andere wereld.

Voor ons, die zandstranden en duinen gewoon zijn, is dit toch wel wat anders. Net zoals ik vorig jaar aan de Normandische kust geleerd had, is het niet evident om de kustlijn te volgen. Noch te voet, noch met de fiets. Door erosie en het bijhorende instortingsgevaar zijn veel van de vroegere paden boven de kliffen afgesloten. Op sommige plaatsen kan je dicht langs de rand, op andere dan weer niet. Beneden, op het strand, is het ook niet evident. Dat is omwille van instortingsgevaar vaak afgesloten.

Vertrekken vanuit een (tijdelijk) vaste standplaats betekent wel dat er noodgedwongen in lussen gefietst en gewandeld wordt. Maar er valt veel te bekijken voor wie van rust en ruimte houdt. En er is echt meer dan enkel die spectaculaire kustlijn.


Conclusie: de omgeving van de baai van de Somme is aangenaam fietsgebied. In de baai is het fietsnetwerk mooi uitgewerkt. Daarbuiten, in het achterland, zijn heel veel rustige wegen te vinden in een glooiend landschap.

Waar ik dit jaar naartoe zal trekken, is nog niet bepaald. Dat is ook een voordeel van kamperen en mobiel zijn: ik kan wel een streek uitkiezen, maar als het weer daar niet meevalt, gaat verkassen wel vlot. En het spreekt voor zich dat de fiets weer meegaat.

donderdag 12 mei 2022

Voortschrijdend inzicht

Mijn zoon is - uiteraard - van een andere generatie. In zijn leeftijdsgroep - twintigers - is het erg cool om alles met een racefiets te doen. Die moet dan liefst vintage zijn. Beenhard, geen bagagecapaciteit en bij de minste regen sproeien je banden je vol water en het vuil van de weg.

Maar het staat cool, het is trendy, dus de jeugd wil niets anders. Je moet zelfs niet proberen om ze om te praten. Dat doe ik dus niet, behalve misschien in het begin.

vintage Bianchi racefiets
 

De fiets is intussen al gestolen en teruggevonden geweest, het zadel en de zadelpen zijn vervangen, de remmen waren vervangen (door Shimano DuraAce), de bandjes vernieuwd...

Maar recent begon hij te ondervinden waar ik hem voor gewaarschuwd had: een racefiets is niet bedoeld om dag in dag uit over de kasseien in een stad te hossen, om door weer en wind te rijden en buiten te overnachten. Tuurlijk: de wedstrijdrijders doen dat ook, maar als na een race de fiets niet meer tiptop is, neemt hun mecanicien die onder handen of krijgen ze via hun sponsor simpelweg een andere. Voor de gewone mens is het telkens langs de kassa passeren of veel tijd steken in het onderhoud, los van het onbestaande comfort.

Stukken begonnen slijtagetekenen te vertonen: stuurgedrag dat maar zozo was, remmen die het niet meer deden... Uiteindelijk begaf het freewheel het. Bianchi, alles basic Campagnolo, allemaal andere sleutelmaten, dus papa kon niet helpen.

Waar papa wel mee kon helpen: de (intussen ook bijna vintage) Trek toerfiets had net een complete revisie gehad, met een volledig vernieuwde aandrijflijn, nieuwe remblokken, afgestelde naven... 

De fiets voor de revisie.

 

Revisie bijna klaar: nieuwe ketting, cassette, cranks, zadel, derailleurwieltjes, derailleurkabel achter...

Na de aanpassingen op bovenstaande foto kwam er nog een andere koplamp op (zonde: het glas van de Philips SafeRide was verdwenen en de elektronica was gesneuveld door vocht) en de banden werden vervangen door Continental Contact Speed 37-622.

Vorige week kreeg ik het dan te horen: 'fijn dat je me op die manier om gekregen hebt, zonder aandringen. Ik snap meer en meer de voordelen van zo'n fiets. Enne: mag ik hem houden?'

Wat doe je als vader? De revisie kostte zowat € 300, waarbij de grootste kosten het zadel, de banden en de crankset waren, maar de fiets wordt nu als dagelijks vervoermiddel gebruikt en daar is hij voor bedoeld. Dus: 'ja, hoor, hou hem maar.'

De stap naar een ligfiets is wat te groot, schat ik. En eerlijk: in een stadscentrum heeft een ligfiets, wat mij betreft, geen enkel voordeel. Daar is een degelijke, comfortabele bukker nog altijd het beste.

De essentie is dat mijn kinderen de liefde voor het fietsen meegekregen en meegenomen hebben: als het even kan, geven ze allebei de voorkeur aan de fiets. De auto is voor als het moet.