dinsdag 12 december 2017

Mag het wat meer zijn?

Het begon met een ongelukkig timing. Uitgerekend op de dag waarvoor verkeersellende wegens sneeuwval aangekondigd was - code oranje - moest Jan met de auto ruim 100 km verderop een opleiding gaan geven. 3 uren op de baan om er te raken en toen sneeuwde het niet eens!
Na de opleiding deed ik even lang over de terugweg. Hoe dichter ik bij huis kwam, hoe witter het werd. File alom.

Bijna thuis. Dit is de straat waar ik woon.
Ik wilde vandaag wel met de fiets naar het werk. Dat begon met keuzestress: ga ik met eTangens of de E-Orca? Een trike is lichter en makkelijker te controleren als het fout loopt, maar in de Orca zit ik meer beschut en de spoorbreedte bedraagt 15 cm minder. Dat laatste betekent meer kans om met beide voorwielen in de sporen van de auto's te kunnen blijven.
Als ik dan bedenk dat er zout gestrooid is en dat de hele aandrijflijn van de Orca afgeschermd is, is die keuzestress snel verdwenen.

Op basis van de ervaringen van velonauten die gisteren de sneeuw trotseerden, besluit ik nog gauw de voorbanden te wisselen. De Trykers gaan eraf, de Marathons (40-406) erop.


Ik weet dat F-Lites beter zijn, maar 40 mm is nu eenmaal het maximum dat de Orca aankan en F-Lites zijn 50 mm banden.

Vanmorgen, bij het openen van de garagepoort, zag ik dat het goed was.


De gewone route, door een natuurpark achter de tuin, werd het toch maar niet: daar was geen doorkomen aan. Bijna 10 cm sneeuw, daar rij je je in vast met een velomobiel. De gewone wegen dan maar.

In Merelbeke - waar ik over de fietsinfrastructuur weinig lyrisch kan zijn - hadden de ruimdiensten de fietspaden prima geveegd.

Het einde van de Fraterstraat, Merelbeke
Een heel eind verder, in Gavere, was het veel minder. Uitstappen en de Orca door de sneeuwhopen sleuren was de enige mogelijkheid. Dat moest dan uitgerekend op zowat het enige gevaarlijke punt op de route, waar ik een gewestweg moet dwarsen.

Onderweg kwam ik ook de nodige sneeuwhopen tegen. Het witte goedje kwam door de voetengaten binnen. 


In het weerkeren, vanavond, ondernam ik een poging om het jaagpad langs de Schelde te volgen. Dat is de favoriete, bijna dagelijkse, route, maar dit ging echt niet goed.


Het spoor was net te smal: ik moest met één voorwiel in de sneeuw rijden. Het tempo lag daardoor erg laag: vaak niet meer dan 20 km/u. Na een vijftal kilometers ging ik een brug over, weg van het jaagpad, om toch maar weer de gewone weg te volgen. Daar kon ik de snelheid verdubbelen. Minder mooi, minder rustig, maar wel sneller en minstens even veilig.

Sneeuw: niet ideaal om met de fiets naar het werk te rijden...


zaterdag 2 december 2017

Nice trike

Via het ligfietsersforum kwam een aankondiging/uitnodiging binnen: bij Fietser werd vandaag een nieuwe trike geleverd en meteen afgehaald. Dit was niet de standaard HP Velotechnik of ICE trike, maar een heuse Velomo. De geïnteresseerden mochten langskomen om de trike te bewonderen.

Ik wilde toch nog langsgaan om een stuk af te halen, dus kon ik mooi enkele zaken combineren. Een nieuwe, onbekende trike bekijken: dat moet je me geen twee keer vragen. Blijkbaar was ik wel de enige die dit de verplaatsing waard vond, want verder waren er enkel de producent, Brecht, de koper en nog een Velomo-eigenaar.

Velomo gebruikt enkele systemen die afwijken van het normale. Het voornaamste doel: het gewicht verminderen.

Vergelijk bijvoorbeeld de voorvering van deze Velomo GTI maar eens met die van mijn Thorax Tangens.

Het concept is ook weer eenvoudig: een dubbel uitgevoerde bladveer over de hele breedte, maar dan wel in glasvezel en carbon. Net zoals bij de Tangens geveerd, met een constante spoorbreedte, maar voor een fractie van het gewicht.


Vering van de Tangens
De achtervering is simpel, licht en efficiënt: een carbon huls met elastomeerschijven. Door schijven met verschillende samendrukbaarheid te combineren, wijzig je de veereigenschappen.


  
In vergelijking met een conventioneel veerelement ongetwijfeld een pak lichter. Ook de hele achterbrug is licht en stijf. Ter vergelijking nog eens de Tangens.



Ook dit wijst op de sportieve doelstelling: Ginkgo wielen. Smal, licht en mooi gemaakt. Op de remtrommels zitten zelfs koelribben.


Omdat de Velomo trikes op maat (en dus op bestelling) gemaakt worden, is wel wat mogelijk. Zo werd deze uitgerust met een Pinion 1.12. Toch weegt de hele trike amper 14 kg!


Nog iets bijzonders dat Velomo gemeen heeft met de befaamde Windcheetah: helmstok- of tillerstuur.


Op dit beeld zie je dat de koper niet voor het uiterste ging. Er zit een bagagedrager op (enkel voor zijtassen bedoeld). Op die bagagedrager zie je een achterlichtje: hij koos voor een Cat Eye Rapid X2 Kinetic. Dit is een oplaadbaar achterlicht met remlichtfunctie door middel van een accelerometer.
Ook het spatbord achter is een extraatje, maar dat lijkt me eigenlijk onontbeerlijk in onze contreien.

Het mag duidelijk zijn: de Velomo GTI is ontworpen als een sportieve trike. Weinig gewicht, lage rolweerstand, minimale luchtweerstand (kijk eens naar de hoek van het zitje).

vrijdag 1 december 2017

Temperatuur, energie en weerstand

Het viel me de voorbije dagen op: de temperatuur is tamelijk abrupt gedaald, tot net boven het vriespunt 's morgens. De eTangens bleeft thuis, want er was elke dag minstens kans op regen. In de praktijk werd dat: elke dag regen. Zoals in het vorige bericht vermeld: Orcatijd!


Normaal verbruikt de E-Orca op de woon-werkrit zowat 3 à 4 Wh/km in 'eco'-stand en 5 in 'normal'. Dat betekent dat ik in de laagste ondersteuningsmodus drie keer heen en weer kan naar het werk met één acculading. Deze week was het anders. Er waren dagen met windkracht 7, er was veel regen en de temperatuur maakte een duik. Hoe meer de temperatuur naar beneden ging, hoe moeizamer de Orca vooruit ging. In de praktijk: op het jaagpad ging de kruissnelheid van 35 à 40 naar 30 à 33 km/u. Daarbij ging het energieverbruik ook nog eens omhoog.
Eerst dacht ik aan een leeglopende band of zo, maar dat was niet het geval. Ik herinner me hevige discussies over hogere luchtdichtheid met lagere temperaturen, maar de verklaring van de laatste jaren lijkt me veel aannemelijker: hogere rolweerstand... Ook dochterlief vertelde me gisteren dat ze het lastig had op haar fiets. Het ging niet vooruit.

Gisteren was het dan, zoals in grote delen van Europa, helemaal prijs: sneeuw.



Sneeuw betekent dat niet enkel de rolweerstand toeneemt, maar het zicht vermindert ook fel en je moet er rekening mee houden dat remmen vaak niets meer betekent dan blokkerende wielen. Toch blijft het in zo'n velomobiel veel veiliger en knusser dan op een gewone fiets: je bent beschermd door het koetswerk en met drie wielen is het ook veel stabieler.

Een ander belangrijk element op zo'n ogenblik is de zichtbaarheid: zelf gezien worden. Toen ik op het werk vertrok, kreeg ik van enkele collega's de opmerking dat ze niet naast de Orca konden kijken. Dat was de verdienste van de lichtvin. Bij voldoende sneeuw raken de koplampen bedekt met een wit laagje. Een witte Orca zonder koplampen: prima camouflage in de sneeuw.

Dit was het begin: enkele uren later lagen de straten wit en was er overal file.
 

woensdag 29 november 2017

Orcatijd!

Eind november:
  • de temperatuur daalt tot net boven het vriespunt
  • de regen valt met bakken uit de lucht
  • fietspaden zijn glad door afgevallen bladeren
  • windstoten tot windkracht 7 of 8
Dit zijn prima omstandigheden om de dagelijkse woon-werk ritten met de E-Orca te maken.


En jawel: het blijft genieten. Dat lijkt niet zo voor de andere fietsers: normaal zie ik er 15 à 20, maar vanmorgen heb ik er amper een tweetal gekruist op die 12 km jaagpad.

zaterdag 25 november 2017

Birdy Speed na 11 jaar

Ik heb de Birdy nog geen 11 jaar, maar 2006 is wel het productiejaar, dus dat is de leeftijd van mijn vouwfietsje.
Die Birdy wordt zeker niet elke dag gebruikt, maar toch wordt hij geregeld van stal gehaald. Gewoon omdat hij fijn fietst (volledig geveerd), omdat er een multimodale verplaatsing nodig is (trein en fiets of mee in de auto), of omdat iemand anders ermee rijdt, terwijl ik met een andere fiets mee ga. Ook het weer houdt me niet tegen: met de Birdy is al door sneeuw en regen gefietst.

Hoe ziet de fiets er nu uit na 11 jaar?

De basis, het frame, is nog zo goed als nieuw. De fiets rijdt ook zo. Het zijn kleine dingen die zijn leeftijd verraden; details die minder goed gekozen zijn. Zo zijn de boutjes en ringen voor de V-brakes (Tektro) behoorlijk geoxideerd.


De oorzaak zal wel de pekel zijn tijdens de wintermaanden, maar het duidt op een onvoldoende kwaliteit van die onderdelen.
De ketting blijft een moeilijk punt: hij hangt erg laag bij de grond en wordt snel vuil. Daardoor is de slijtage ook sterk. Onlangs, na een langere periode van stilstand, bleken een aantal schakels vastgeroest. Dat was het gevolg van een regenrit. De nieuwe ketting is er een met een betere roestwerende laag.

Neen, de cassette is niet geroest. Dat is van de ketting afkomstig.
Nieuwe ketting
Dit is geen probleem eigen aan de Birdy, maar het gevolg van de combinatie van kleine wielen met een derailleur. Dat geldt voor de meeste vouwfietsen.

Ook de scharnierpunten van de voorvork blijken roestgevoelig. Je kunt roest wel wegpoetsen, maar het betekent dat de roestbescherming er niet (meer) is.

Roest op een scharnierpunt
Het 'expedition rack' heeft een mechanisch probleem: omdat dit een vouwfiets is, moet ook de bagagedrager mee scharnieren. Die is uit aluminium gemaakt en draait rond een stalen as. In de loop van de jaren neemt de speling in die scharnier steeds maar toe. Stilaan moet ik hier eens wat aan doen.

Een vervelend probleem dook zowat een half jaar geleden op, maar ik had het eigenlijk al langer verwacht. Op de onderkant van de achterbrug zit een 'stop': een plastic kartelwieltje op een eindje draadstang. Dat moet schade voorkomen bij het inklappen. Al vanaf het begin merkte ik dat dit de neiging heeft om los te komen. In het voorjaar was het dan zover: de stop was verdwenen...

'Geen probleem,' denk je dan, 'ik bestel een nieuw stuk.' Zo kom je erachter dat de service bij R+M veel te wensen overlaat: na maanden was het stukje nog altijd niet bij 'De Ligfiets' aangekomen (dat is de R+M verdeler voor Gent). Om me uit de nood te helpen, heeft Manu dan maar een stop van een fiets uit de voorraad gehaald. Is R+M (of toch de importeur) dan niet geïnteresseerd in dienst na verkoop? Zou klantentevredenheid niet van belang zijn voor hen? Ik vermoed dat het succes van hun fietsen met ondersteuning ertoe leidt dat ze hun andere producten verwaarlozen.

Al bij al doet de fiets het goed. Dat onderhoud nodig is, is evident. Daarin verschilt de Birdy niet van andere fietsen. Voornamelijk de ketting vraagt wat meer zorg (en die gaat ook nog eens minder lang mee). Af en toe remblokken vervangen hoort ook bij het normale onderhoud, net als een bandenwissel af en toe. Als je de Birdy als geheel bekijkt, ziet hij er na 11 jaar gebruik, met af en toe (licht) off road, nog heel goed uit.


Veel fietsen zijn na zo'n tijd in een veel slechtere staat.

Zou ik er opnieuw een kopen?

Nu is de vraag niet aan de orde. Als alles normaal verloopt, zal mijn exemplaar nog heel wat jaren mee kunnen. Maar: mocht er iets onverwachts mee gebeuren, zou ik dan weer een Birdy kopen?

Je moet weten dat ik deze niet nieuw kocht, maar als tweedehandse in nieuwstaat. Dat betekent dat ik hem ongeveer de helft van de nieuwwaarde betaalde. Een nieuwe Birdy is duur, erg duur als je hem niet als enige fiets gebruikt. R+M heeft nu wel een eenvoudiger uitvoering: de 'World', met een ander frame, maar wel met alles erop en eraan, voor een relatief lage prijs. Wat de fiets betreft, is dat wel een alternatief. Maar de service - of het ontbreken van - zou me toch naar alternatieven doen uitkijken.
De bedenking hierbij is dat ik wel (slechte) ervaring heb met de dienstverlening bij R+M, maar er geen zicht op heb of dat bij een andere importeur - een ander merk - beter is.

Nog een bedenking: Manu, bij 'De Ligfiets', die Riese und Müller verdeler is voor de regio, vertelde me dat zonder enige melding ervan vorig jaar het frame van de Birdy aangepast werd. Blijkbaar zit de trapas nu een eindje lager dan voordien, waardoor je in bochten veel sneller met een pedaal tegen de grond zit. Zulke 'grappen' wekken niet echt vertrouwen.

Gelukkig hoef ik die beslissing nu niet te nemen.

dinsdag 21 november 2017

De volgende fietsvakantie voorbereiden

De winter nadert. Het is nog donker als ik op het werk aankom en alweer donker als ik vertrek. Dat is blijkbaar voor veel bloggers het geval, want de fietsblogs lijken stilgevallen. Fietsen beperkt zich tot het functionele. Maar geen nood: dit is de perfecte periode om de reizen voor 2018 voor te bereiden.

Eerst een constatering: ik ben een laatbloeier wat fietsreizen betreft. Het is eigenlijk pas sinds de Orca er is (eind 2013) dat er echt gereisd wordt met de fiets. Fietsforenzen doe ik al wat langer. Daarvoor kwam in 2010 de Gforce trike in huis.

Dit jaar was tot nu toe een uitschieter wat fietsreizen betreft en het smaakt naar meer!

Het reisdoel

Na de ervaringen van de vorige langere fietsvakanties besloot ik om het voor de volgende keer over een andere boeg te gooien. Nu de noordelijke helft van Frankrijk in grote lijnen verkend is, is het zuidelijke deel aan de beurt. De E-Orca is een prima en heel betrouwbare velomobiel, maar niet ideaal voor warme streken. Dat heb ik in mei aan den lijve ondervonden en het was één van de redenen om weer een trike in huis te halen.

De zuidelijke helft van la douce France dus. Zoals het er nu uitziet, fiets ik volgend voorjaar aan de voet van de Pyreneeën. Dat is nog vaag en nu heb ik een hele winter om dit plan voor te bereiden. Dat op zich is al de halve reis.


De omgeving van Carcassonne is het doel
Occitanië is historisch een erg boeiende regio. Het zal dus niet gaan om veel kilometers per dag afmalen, maar om zaken te bekijken. Puur fietstoerisme wordt het. Dit is de regio van de Katharen, met een wrede geschiedenis; een voorbeeld van de vermenging van religie en politiek.


Chateau de Quéribus
Erg boeiend (vind ik toch) en dat vraagt ook voorbereiding. Ik zal me inlezen, kaarten bekijken, routes opzoeken en uitstippelen, campings vinden ...

Na al die jaren fietsvakanties hoef ik materieel niets meer voor te bereiden. Alle kampeermateriaal is er al. De routine is er ook. Op dat vlak gaat het enkel om de checklist erbij nemen, de spullen verzamelen en inpakken.

De voorlopige planning: twee dagen voor de verplaatsing, een tiental dagen ter plaatse (misschien twee weken) en twee dagen om terug te keren. Het is mogelijk dat ik enkel lussen rijd en telkens in het busje slaap, maar het zou ook kunnen dat er toch een meerdaagse trip tussen zit.

De basis is gelegd: het doel is er, de reis zal met de Volkswagen T4 gebeuren en overnachten en koken doe ik ook in het busje, minstens voor het grootste deel van de tijd. Komen er geen meerdaagse fietstrips bij, dan hoeft er geen tent mee, geen slaapmat, geen slaapzak... 'Luxekamperen' noemde Brecht het tijdens de velomobieltrip in september. Alles is relatief...

Stilaan krijgt de trip vorm

Zo is er een leuke 'camping municipal' - le camping de Chabanas - in Pierre-Buffière, bij Limoges. De trip tot daar bedraagt ongeveer 720 km en dat is met het busje - aan 90 km/u - net bereikbaar op één dag. Dat herinner ik me van voorbije (gezins-)reizen. Pierre-Buffière is een leuk dorpje, met een geschiedenis die teruggaat tot de Romeinen.


Pierre-Buffière: oude weg naar het dal (erg steil)
Om wat inspiratie op te doen, haalde ik in de bib een oudere roman uit de periode van het magisch-realisme: 'op weg naar Montségur' van Valère Depauw. Daarin wordt de streek en de geschiedenis prachtig beschreven en zo kom je meteen in de stemming.

Een andere inspiratiebron vond ik bij de Europafietsers: daar wordt een Katharen-Baskenroute beschreven. De Baskenkant ligt een beetje ver, maar Occitanië is al groot genoeg. Blijkt het te beperkt voor die veertien dagen, dan kan ik nog kennissen in de regio met een bezoekje vereren of enkele befaamde cols in de Pyreneeën beklimmen (jawel: ondersteund). Ik heb nog zeer aangename herinneringen aan een camping in de centrale Pyreneeën. Ook de Gorges du Tarn, met het befaamde viaduct van Millau, ligt min of meer in de regio.


Millau, 2010
Een gekende, aantrekkelijke streek betekent ook meer volk. Dat is dan weer een reden om, net als dit jaar, buiten het hoogseizoen te fietsen: mei en/of juni dus. Niet zo warm, minder druk en meestal iets lagere prijzen op de campings.

Dat is het eerste plan en de langste reis die ik voorzie voor volgend jaar. De rest van het verlanglijstje volgt nog.

zaterdag 18 november 2017

Nogmaals een bandenkwestie

Meer fietsen, meer variatie, meer rijplezier. Maar ook: meer fietsen bezitten is meer onderhoud, meer fietsen met defecten.

Toen ik de Thorax trike in huis haalde, lagen er banden op die er alle schijn van hadden dat ze er bij de levering al oplagen.
Vrij snel kwam er een naafmotor in een nieuw achterwiel in en van die gelegenheid maakte ik gebruik om meteen de achterband te vernieuwen. Nu ligt er een Schwalbe Marathon Tour op, een 47-622.


Voor de voorbanden dook ik in mijn voorraad. Daar vond ik nog een paar Hutchinson Greenville 40-406 bandjes, die ik jaren geleden voor 10 euro per stuk kocht bij Decathlon. Die kwamen in de plaats van de stokoude (denk ik) Marathons.


Gisteren reed ik met de Tangens naar Gent centrum om wat boodschappen te doen. Toen ik uit de bibliotheek naar de trike stapte, zag ik al van ver dat er een probleem was: de linkerband was nu al op twee weken evenveel keren lek geraakt. Zo midden in het centrum van Gent, tijdens een boodschappenrit, heb ik geen herstelspullen bij. Ik controleerde de buitenband en zag op meerdere plaatsen de groene antileklaag in het loopvlak. Dat betekent 'end of life'.

Heel toevallig was ik net op weg naar de fietsenhandelaar, dus heb ik de weg maar verdergezet, helemaal naar links gezeten en aan een veel lager tempo.


Bij Plum mocht ik gebruik maken van de werkplaats om zelf de band te wisselen. Ik kocht maar meteen twee nieuwe bandjes: Schwalbe Marathon - ook wel Greenguard genoemd, wegens geen 'plus' - in de maat 47-406. Dat is de maat waarop de trike voorzien is.

Hopelijk kan ik nu een poosje verder zonder lekken. Dat zou met die bandjes goed moeten lukken.

zaterdag 11 november 2017

Geavanceerde vering, maar toch al vijftien jaar oud

Toen de Tangens bij Fietser stond voor de inbouw van de ondersteuning, kon Brecht het niet laten. Hij moest weten hoe de voorvering van de trike werkte. Er is maar één manier om dat te weten te komen: openmaken. Dat is dan ook wat hij deed.


Dit is het normale uitzicht van de voorophanging. Bemerk dat boven en onder het 'balhoofd' rubberbalgen zitten om alle vuil buiten te houden. Die balgen zijn na al die jaren nog in perfecte staat!


Hier is de 'kingpin' (draaipunt van het stuurmechanisme) uit het 'balhoofd' gehaald. Je ziet vier elastomeerblokken, die samen de vering vormen. Tussen elke twee blokken zit een metalen schijf. Alle onderdelen lijkt manueel vervaardigd voor elk van de ongeveer 50 geproduceerde Tangens trikes. De kingpin draait niet enkel om zijn as in het balhoofd, maar omwille van de geometrie en om een vaste spoorbreedte te behouden, zit in dat balhoofd nog een grote, holle kogelkop. Ook die is specifiek voor de Tangens gemaakt.


Dit is zo'n kogelkop. Hol, want de kingpin moet erdoor en alles moet kunnen bewegen met zo weinig mogelijk frictie.


Netjes in volgorde de meeste onderdelen van één veerbeen. Bijna alles is specifiek voor de Tangens gemaakt.

Brecht (fietser.be) beschouwt dit als veel geavanceerder dan in om het even welke velomobiel. De (voor-)veerpoten in de meeste velomobielen zijn namelijk amper gewijzigd sinds ze in de Alleweder geïntrocuceerd werden. Omdat hier geen hydraulische of pneumatische elementen gebruikt zijn, is alles na meer dan tien jaar nog in quasi onberispelijke staat. Ook dit is weer tekenend voor de gedrevenheid waarmee de Thorax trikes gebouwd werden. Geen wonder dat de prijs zo hoog was!

In de praktijk werkt de vering fantastisch: je zweeft zowat, ook over de slechtste wegen.

dinsdag 7 november 2017

Eerste vorst

Ik weet het: ik ben heus niet de eerste, noch de enige. Vanmorgen was het wel de eerste keer dit najaar dat we met nachtvorst te maken kregen. Dat levert mooie beelden op.


Het was fris. Het was rustig. Het was mooi.
Ingepakte fietsers. Handschoenen, mutsen, sjaals, enkel de ogen zichtbaar. Damp die opstijgt uit warme lichamen.
Mistslierten vanuit de nog warme rivier schuiven over de meersen.

De kou kruipt in mijn schoenen. Tenen die voor de eerste keer weer op temperatuur moeten komen op het werk. En toch te warm gekleed. Een laagje teveel. Handschoenen net te warm.
Maar het is mooi. En aangenaam.

Met de trike is het ook stil fietsen.
Geen ratelende ketting, geen gerammel van het koetswerk. Enkel het zachte zoemen van de motor, als een noppenband, maar stiller.
Het ruisen van een nieuwe ketting over kettingwielen en cassette.
Het rollen van de banden over het asfalt.

Voor morgen wordt regen verwacht. Dan wordt het weer de Orca. Droger en sneller.

zaterdag 4 november 2017

En toch...

... dienen fietsen om mee te rijden. Dat doe ik wel degelijk, hoor.

De E-Orca is de fiets voor zowat alle woon-werk verplaatsingen, ongeacht het weer. Die Orca doet dat zonder falen, dag na dag, op één korte periode in augustus na, toen bleek dat de ketting eraf gelopen was.

De eTangens gebruikte ik de voorbije week één keer om naar het werk te rijden, bij wijze van test. Daarbij werd een vermoeden bevestigd: hij vraagt meer energie dan de Orca. Dat is ook weer evident: breed en zonder stroomlijn. De accu gaat dus minder lang mee bij eenzelfde snelheid.

De eTangens is er echter vooral voor de vrije tijd. Jawel: ook dan ga ik af en toe eens fietsen.

1 november

Woensdag ging ik met Ronny een eindje rijden om een biertje te proeven: langs de Schelde naar Berlare, naar 't Oud Brughuys.


Daar dronken we een heerlijke donkere Le Fort.
Natuurlijk gebruikte ik hiervoor de Tangens. Hij is 'nieuw' en moet dus grondig getest worden op betrouwbaarheid en comfort.


Dit was een kortere rit: 55 km aan een rustig tempo. Onderweg konden we genieten van de Scheldemeersen.


Mooi, rustig herfstweer is ideaal fietsweer, bleek maar weer eens.

2 november

Donderdag had ik in Philippine afgesproken. Van daaruit zou ik met Anita en Joop een rondje Zeeuws-Vlaanderen rijden.
De omgeving was zo Zeeuws als het maar zijn kan: alles plat, allemaal polders, doorsneden door grachten en dijken. Het eerste deel liep langs de Westerschelde: water aan één kant, een dijk aan de andere.

Langs de Braakman
Op weg naar Breskens onder een dreigend wolkendek
Velomobielen bijhouden kan lastig zijn
Anderhalve pk
De middagpauze hielden we in Retranchement, na 45 km. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om de accu te laden, want anders is het onmogelijk om twee velomobielen (een Strada en een Quest) bij te houden.
Dit was een iets pittiger rit: 95 km (met een extra lusje op het einde) en een gemiddelde snelheid van 25 km/u.


De eTangens deed het prima. Het is geen velomobiel, dus lange, rechte stukken zijn wat saaier, maar Anita en Joop zorgden voor voldoende afwisseling.

Het gezelschap op de trip (Terneuzen in de achtergrond)
Als de weg minder wordt (zand of aarde) wordt het leuk. Als het daarbij kronkelt, wordt het nog leuker. Slippen en een wieltje lichten zijn dan het echte werk. Dit gaat trager dan in de E-Orca, maar het is ook stiller (geen resonanties) en het zicht is nog ruimer.

In de omgeving van Sluis
Ook op het vlak van comfort heb ik niet te klagen. Er zijn nog wel wat plannen om dat verder te verbeteren - wat had je gedacht - maar zo gaat het al prima. Ik kijk er al naar uit om ermee te reizen!

Achteraf, weer thuis, bleek dat na de namiddagrit - 50 km - de accu naar schatting driekwart leeg was. Dat maakt een autonomie van ongeveer 60 km met een kruissnelheid van net geen 30 km/u en dat is beter dan ik verwacht had.

woensdag 1 november 2017

Uitdaging: accuplaatsing op de trike

Een nieuwe fiets betekent nieuwe uitdagingen. Je kunt het ding natuurlijk zo gebruiken ('ga toch fietsen'). Zo zit ik niet in elkaar. De Tangens is heel recent van een elektrische ondersteuning voorzien, maar daar horen wat praktische problemen bij.

Steun voor de accu

De belangrijkste uitdaging: waar laat je de accu? In de uitleg over de ombouw schreef ik dat die voorlopig in de fietstas een plekje vond. Dat is niet ideaal, want daarin neemt die accu veel plaats in. Voor toeren maakt dat niets uit, maar voor reizen wel. Dat volume heb je namelijk nodig om je reis- en kampeerspullen in te stoppen. De accu moet dus een ander plekje krijgen.

Een basisvereiste voor een trike is dat het gewicht laag en centraal moet zitten. Zo garandeer je dat de stabiliteit maximaal blijft. Laag en centraal betekent zo ongeveer onder het zitje. Dat is evident.

Inspiratie vond ik bij de oplossing van HP Velotochnik

S-pedelec uitvoering van de Scorpion: accu onder het zitje (hier aan beide zijden)
Maar: de Tangens is helemaal niet voorzien voor die ondersteuning, dus hoe bevestig je de accu op die plaats?

Een mogelijke oplossing vond ik bij Terracycle: zij maken een 'universele' accusteun.

Foto: Terracycle
Daarbij moeten enkele parameters in acht genomen worden:
  • hoe groot is de accu
  • welke diameter heeft de framebuis
Dat eerste bepaalt hoeveel ruimte nodig is. Omdat de steun nogal vrij te plaatsen is, vormt dat geen probleem. Het is vooral de verhouding tussen het oppervlak van de steun en het volume van de accu die van belang is: hij moet er min of meer op passen.
De diameter van de framebuis is een andere zaak. Op basis daarvan wordt een bepaalde klem meegeleverd. Met die klem monteer je de steun op de trike. Het is duidelijk dat dit perfect moet passen, want die klem draagt het gewicht van de accu. Je moet daarbij niet enkel denken aan dat gewicht, maar aan de dynamische belasting. Dat betekent dat elke schok leidt tot extra krachten op de klem.

Op de Tangens is er wel plaats hiervoor. De voorkant van de accu wil ik dan zo dicht mogelijk achter het stuur (de dwarsstang onder het zitje is vast; die draait niet mee). Tegelijk moet de steun hoog genoeg zitten, zodat de bodemvrijheid niet beperkt wordt. Dat betekent dat ook de hoogte van de accu hierdoor bepaald wordt.


Een andere mogelijke optie is zelf iets bedenken. Er zijn rond de plaats waar ik de accu wil plaatsen wel wat bevestigingspunten beschikbaar:
  • de stang voor de besturing
  • onderste bevestiging van de achterbrug
  • bevestiging van het zitje
De uiteindelijke steun zal in dat geval niet zwart geanodiseerd worden, maar uit onbehandeld aluminium gemaakt zijn.

De accu

Deze week testte ik de eTangens op iets langere afstand uit: de rit heen en terug naar het werk. Dat bevestigde mijn vermoeden: de ondersteuning op de eTangens is veel minder efficiënt dan in de E-Orca. Dat hoeft niet te verwonderen: een velomobiel is veel gestroomlijnder. Daarnaast meen ik dat het rendement van de ondersteuning ook beter is, aangezien de E-Orca als één geheel ontwikkeld werd. De motor zit in de Orca ook voor de versnellingen, waardoor hij altijd rond het optimale toerental kan werken. In de eTangens gaat het om een naafmotor. Daarbij is er een vaste verhouding tussen de omwentelingssnelheid van de motor en het achterwiel.

Wat ik nu gebruik, is een Crystalyte LiFePo4 accu: 36 V, 10 Ah of 360 Wh.

Om alles echt goed in te kunnen schatten, zou ik de Cycle Analyst ertussen moeten zetten, maar dat ben ik nog niet onmiddellijk van plan. Wellicht gebeurt het wel eens. Dat is niet zo eenvoudig, want daarvoor moet die tussen de accu en de motor ingeplugd worden.

Het is wel al duidelijk dat de autonomie met die huidige accu onvoldoende is: ik schat dat ik er zowat 50 km mee haal. Met de Orca is dat eerder 80 km.
Het besluit is dan voor de hand liggend: er komt op termijn (ten laatste volgend voorjaar) een andere in. Dat houdt ook weer studiewerk in: welke accutechnologie, rekening houdend met hoe vaak de fiets gebruikt zal worden. Grof geschat moet de capaciteit het dubbele worden.
Natuurlijk kan een extra accu ook weer in de Orca gebruikt worden, maar dan is die Crystalyte overbodig.

De technische kant

LiFePo4 zoals in de E-Orca wordt het wellicht niet. Dat is prima materiaal:
  • moet minstens 1500 laadbeurten aankunnen voor de capaciteit tot 80 % gereduceerd raak. Flevelo garandeert zelfs meer dan 2000 laadbeurten voor de Flevobike accu!
  • heel weinig invloed van de omgevingstemperatuur
  • kan hoge laad- en ontlaadstromen aan
  • een nadeel is de lagere energiedichtheid, waardoor je voor eenzelfde capaciteit een zwaardere en grotere accu hebt

Even redeneren

Maar... Stel dat de eTangens één keer per week een ritje doet en dat de accu dan om de twee weken geladen dient te worden, dan kom ik op hooguit 30 laadbeurten per jaar. De meeste LiIon technologieën garanderen ergens tussen 500 en 800 laadbeurten eer de capaciteit onder de 80 % gezakt is. Dat zou betekenen dat een goedkopere accu nog zowat 15 jaar mee zou gaan, tenminste wat de cellen betreft.
Ook de lagere capaciteit bij vrieskou is in dit geval niet relevant: ik ga niet reizen als het vriest. Doe ik dat toch, dan neem ik de E-Orca.
Het is dus beter om op zoek te gaan naar cellen met een zo hoog mogelijke energiedichtheid. Praktisch betekent dat een lichtere en compactere accu met meer energie, maar een beperktere levensduur.

Een voorbeeld van een LiIon accu

Een praktische vergelijking tussen de Flevobike 36 V accu en een recent Chinees product met  Samsung 18650 cellen van 3500 mAh.
  • capaciteit: 13 Ah/500 Wh tegenover 21 Ah/750 Wh
  • gewicht: 5,5 kg tegenover 4 kg
  • laadcycli: >2000 tegenover >800
  • afmetingen: 30 x 18 x 8 tegenover 24 x 10 x 7 (in krimpfolie)
  • volume 4,3 l tegenover 1,7 l (dat maakt het verschil wel heel duidelijk)

Het besluit

Voor alle duidelijkheid: de Flevobike accu is oerdegelijk. Na bijna 4 jaar is nog 460 Wh van de oorspronkelijke 500 beschikbaar. Naar wat ik lees, is dat bij de meeste accu's helemaal niet het geval. Maar voor dit doel is die kwaliteit niet nodig.
De E-Orca blijft het voertuig voor de dagelijkse woon-werk verplaatsingen. De eTangens is 'voor erbij'. Uit de vergelijking hierboven is ook duidelijk dat zo'n accu met 18650 cellen veel compacter is . Nemen we ongeveer dezelfde capaciteit, dan is het volume van een accu met Samsuncellen 1,2 liter, tegenover 4,3 voor de Orca-accu. Omdat die een plekje onder het zitje moet krijgen, is dat volume erg bepalend.

Het enige wat op dat ogenblik nog ontbreekt, is een verpakking, een tas, die geen afbreuk doet aan het afwerkingsniveau van de Tangens. Dat wordt nog even zoeken.