zondag 20 augustus 2017

Terug!

Jawel: ik leef nog en er is nog altijd fietsnieuws.

Waarom het zo lang stil bleef: Jan was op reis. Drie weken Frankrijk, zo goed als zonder internet. Dat doet goed: even weg van de wereld. En er werd ook gefietst natuurlijk.

Dit is een beeld van een rit langs de 'Dolce Via': een tot wandel- en fietspad geconverteerde oude spoorlijn langs de Eyreux. In een volgend bericht vertel ik hier meer over.

En ja: je ziet twee ligfietsen. Dat is een gevolg van mijn fietsreis eind mei. Daar maakte ik kennis met Françoise: fervent ligfietster en sindsdien proberen we er samen wat van te maken.

Om die reden gingen op het kampeerbusje twee ligfietsen mee. Eerst naar Pralognan-la-Vanoise, midden in de Franse Alpen. Van daaruit maakten we enkele ritten met veel hoogtemeters.

Veertien dagen later reden we naar Le-Chambon-sur-Lignon in de Haute-Loire, aan de rand van het 'Parc Naturel Régional des Monts d' Ardèche'. Op één van de dagen daar reden we naar de top van een oude vulkaan: de Mont Mézenc. Ook daar werden héél veel hoogtemeters gemaakt. De Seiran bewees dat flink te verteren. Ik ook.
De rit langs de Dolce Via viel ook in die periode.
In de verte de Mont Mézenc. Dat was het doel.
De voorlaatste halte was de Drôme, vlakbij de Rhonevlakte. Onze fietstocht daar ging onder andere langs een schitterend versterkt dorp: Vaunaveys-la-Rochette.



De laatste etappe was thuis bij Françoise, in Lotharingen ('Grand Est' in het noordoosten van Frankrijk). Daar werd weer gefietst, langs het kanaal van de Marne naar de Rijn.



En de Orca? Die heeft er net voor de vakantie de brui aan gegeven. De komende week wordt daaraan gewerkt.

zaterdag 8 juli 2017

Rondje Frankrijk 2017 - chronologisch deel 6: langs oude wegen en tot aan de auto

Eindelijk het laatste deel van het reisverslag, ruim een maand nadat ik weer thuis kwam.

Chablis ligt ten noordoosten van Auxerre. Dat is waar ik wilde aanpikken op de pelgrimsroute, maar het wordt dus iets noordelijker.

In mijn hoofd doet dit iets: ik ben op de terugweg, het einde lonkt. Deze reis is anders verlopen dan ik verwachtte; de roes van het reizen is niet zo aanwezig. Een keer ik op de route zit, zie ik de afstand tot Châlons-en-Champagne en dan tot aan de auto. 'Enkele dagen nog,' denk ik.

Er zijn enkele redenen waarom ik besloot de trip een eind in te korten. Een E-Orca zonder enige bagage rijdt helemaal anders dan een die nokvol materiaal zit en waar nog een Radical Cyclone achter hangt. Dat was ik compleet uit het oog verloren. De woon-werk-ritten verlopen met een (bewogen) gemiddelde van meer dan 30 km/u; nu zit ik aan 22 km/u. Het algemene gemiddelde ligt een pak lager, want dit is reizen, dus er wordt geregeld gestopt om iets te bekijken, om een foto te maken.
Ook maakt de ongewoon hoge temperatuur de reis extra lastig. De inschatting tegen Arc-et-Senans, op de 'Groene Weg', was dat ik er niet zou raken; dat de hele trip iets te hoog gegrepen was.

Natuurlijk kun je ervoor kiezen om de reis toch te volbrengen. Mijn insteek is dat reizen leuk moet blijven. De zware belasting doet me de zaken anders bekijken. Het desolate van de 'Grand Est' is ook al een groot contrast met de vorige reis. Onderweg is er zo goed als geen contact met andere mensen, want die zijn er gewoonweg niet. Sommigen houden daarvan. Ik niet.


Typerend voor deze reis: 'mairie' (gemeentehuis) en dorpsschool, allebei al lang leeg en verlaten
Kort gezegd: er schort wat aan de motivatie.

Goed. De rit noordwaarts, daar gaat het hierom.

2 juni

Deze keer gaat het zoals gepland. De tent staat goed opgesteld, met schaduw de avond ervoor en nu in een heerlijk zonnetje om op te drogen.
Na een korte aanloop vanaf het Lac de Panthier pik ik aan op de route. De Oregon probeert me weer op het verkeerde been te zette: zodra ik op de route kom, geeft hij nog 756 km aan tot Châlons-en Champagne... Heb ik dit zo fout ingeschat? Zo ja, dan kom ik in tijdsnood.
Plots verspringt de resterende afstand van de track naar 488 km en als ik Troyes nader, zijn het er maar 100 meer! Ik heb er intussen de kaart en wegenatlas bijgenomen en zo zag ik dat die afstanden niet klopten. De reden? Geen idee.

Het landschap is ondertussen vertrouwd: glooiend, slingerend, bijna altijd door landelijk gebied. Sporadisch kruis ik een auto of wordt ik door één ingehaald, met een frequentie van 1 of 2 per uur. Dorpen zijn of lijken leeg, buizerds zweven door de lucht, waar je ook kijkt.
Af en toe rij ik langs of over een traagstromend riviertje, met bloeiende waterplanten. Dit is mooi. Dit is genieten.

Het schiet echt op. Ik heb ook geen zin om er het maximum uit te halen. Troyes blijkt een verrassing te zijn: een historisch centrum vol houten huizen. Het stadje moet enkele eeuwen geleden stilgevallen zijn, waardoor dit nog echt middeleeuws oogt. Dit wil ik nog wel eens komen bekijken bij gelegenheid.



De kaart wordt er weer bijgenomen, samen met de Archies database met campings. Het wordt er eentje langs het Lac d'Orient. Dit ligt een tiental km oostelijk van de route, maar dat maakt niet uit.

Lekker relaxed worden tent en tarp opgezet.



Met een glas rosé erbij vlei ik me neer in het kampeerstoeltje en geniet een flinke poos van het aangename weer, ondertussen een boek lezend. Af en toe komt een nieuwsgierige campinggast - uiteraard logerend in een mobilhome - de Orca en uitrusting keuren. Er volgen gesprekken met o.a. een Duitser die op tocht is, een Zuid-Afrikaans koppel dat Frankrijk verkent...

Bij het aankomen had ik gezien dat aan de overkant van de weg een snackbar te vinden is. Tegen 19u ga ik daar een hap eten. Deze keer worden gelukkig heel wat groenten geserveerd.

Er is regen aangekondigd, dus alles wordt zorgvuldig opgezet. Alle stormkoorden worden aangespannen, het Tyvek grondzeil wordt zo gelegd dat er zo weinig mogelijk kans is dat er water tussen dat zeil en het grondzeil van de tent terechtkomt.
Als ik me 's avonds in de tent terugtrek, worden de Orca (met dakje) en Cyclone (met regenhoes) zo ver mogelijk onder de tarp gezet.
De voorzorgsmaatregelen zijn niet tevergeefs, want er valt een flinke bui. In een tent klinkt dat altijd nog spectaculairder.

In het totaal zijn nu 1084 km afgelegd.

3 juni

Het plan voor vandaag: de track volgen tot aan het eindpunt. Dat is Châlons-en-Champagne. Daar schakel ik over naar de track die me naar de auto moet leiden. Vandaag poog ik tot in de omgeving van Reims te raken.
Het weer is 'normaal'. De temperatuur bedraagt een goede 20 graden, de zon schijnt geregeld, maar af en toe zijn er bewolkte periodes. Prima reisweer voor de velomobiel.

In Châlons-en-Champagne verlies ik dik een half uur, want volgens de track - die origineel in omgekeerde richting opgemaakt is - moet ik door enkelerichtingsstraten waar ik niet in mag. Het wordt flink zoeken, want de grote wegen lijken onderling niet verbonden. Uiteindelijk blijkt dat ik een klein straatje tussen twee uitvalswegen nodig heb. Dat leidt me door een militair domein - gelukkig via de openbare weg - en zo rij ik naar l'Epine. Dat dorp zie je al van ver: het staat op een heuveltop en wordt overheerst door een gigantische kathedraal, compleet buiten verhouding tot de rest van het dorp. Ook dit is weer een overblijfsel van de hele handel rond de pelgrimsroute. De kerk moet hier eeuwen geleden flink aan verdiend hebben!

In l'Epine zet ik me op een terrasje, terwijl de accu aan de lader gaat. Deze keer komt een gepensioneerd Australisch koppel me wat informatie over de Orca vragen. De kaart en atlas worden naast de gps gelegd. Dan blijkt dat beide tracks niet echt naadloos op elkaar aansluiten: ik had in Châlons-en-Champagne moeten overschakelen. Nu zit ik een flink eind te oostelijk.

Via een grotere 'route départementale' keer ik snel terug naar het startpunt van de volgende track. De ondersteuning staat voor een keer op 'normal' en het tempo gaat omhoog naar 30 à 35 km/u waar het vlak is. Hier is meer verkeer, dus ik moet opletten.

Daarna gaat het richting Reims. Nu zit ik in het hart van de Champagnestreek. Net zoals in de Bourgogne rij ik tussen hellingen vol druivelaars. Ook hier hangt de - letterlijk - adembenemende geur van zwavel.

Archies stuurt me naar een 'camping municipal' in Val-de-Vesle. De Oregon doet nog maar eens moeilijk: als ik de route bekijk naar de camping, moet ik een helling op naar het champagnedorp Verzy, waar ik weer enkele kilometers bergaf moet om dan parallel aan die route weer naar boven te rijden. Dat lijkt me niet logisch.
Ik schrap de route, kies de camping opnieuw en deze keer krijg ik een ander resultaat, dat er realistischer uit ziet.

Als ik er aankom, staat onder de verwelkoming de melding 'complet'.


Dat kan toch niet? Aan de receptie blijkt dat er voor een eenzame fietser met een tentje toch nog een plekje te vinden zal zijn. De receptioniste stapt op haar fiets en leidt me naar de plek. Onderweg zie ik heel wat lege 'emplacements'. Hoezo 'complet'?

Deze camping is geen aanrader. De andere gasten zijn luidruchtig. De reden is snel duidelijk: op en naast veel caravans en mobilhomes staat een hele batterij lege champagneflessen. Hier vind je geen reizigers, wel mensen die zich als doel gesteld hebben zoveel mogelijk champagne te drinken, gecombineerd met uitgebreid barbecuen. In tegenstelling tot de in Vlaanderen wijd verspreide mening dat Nederlanders verschrikkelijke campinggasten zijn, blijkt het hier om bijzonder luidruchtige Belgen te gaan. Ze amuseren zich wel.

zondag 4 juni

Dit wordt de laatste dag van de fietsvakantie. Nog een goede 100 km naar waar de auto staat. De vrienden zijn thuis; ik geef ze een seintje dat ik er na de middag zal zijn.
's Morgens zet ik een thermos vol verse koffie. De ontbijtgranen zijn op, de melk ook. Onderweg stop ik  bij een bakker in Reims voor een paar vers gebakken croissants. Wat verder zet ik de Orca opzij en ontbijt langs de weg: lekker verse koffie met echte Franse croissants. De fietsvakantie moet in stijl eindigen.

Die laatste dag is er voor mij vaak teveel aan. Het eindpunt lonkt en dan moet het snel gaan. In deze omgeving is het ook drukker. Daarnaast heb ik de Oregon zelf een route laten berekenen: korter, maar langs drukkere, grotere wegen. De verkeersdiscipline blijft wel dezelfde: automobilisten geven me ruim baan en geregeld wordt gewuifd van achter de voorruit. Dit is helemaal anders dan in België, dat is telkens weer duidelijk te merken aan het verkeersgedrag.

Na een tijd wijkt de route weer af van die départementales en gaat het langs kleine slingerwegen. De namen van de gemeenten klinken me bekend in de oren: ik nader het doel.

Bijna op de bestemming
Uiteindelijk, zo rond 14u, ben ik bij het einddoel. 'Mission accomplished'. Niet helemaal, maar toch grotendeels.

Nu kan ik beginnen denken aan de aanpak voor de zuidelijke helft van Frankrijk. Dat is voor de komende jaren. Dat zal ook helemaal anders verlopen, verwacht ik, maar daarover vertel ik later meer.

vrijdag 7 juli 2017

Flevobike Orca - nieuws

Woensdagavond kwam iemand de Orca bekijken. Neen: ik ga hem niet verkopen, maar Seb wil zelf ook een velomobiel en de E-Orca is een zeer waarschijnlijke kandidaat. Alleen: op dit moment kun je die niet testen bij Fietser.be omwille van de productiestop en omdat Flevobike de prijzen herberekend heeft. Nog even geduld dus.

Testen ging niet: Seb is minstens een een kop groter dan ik en een Orca 'even' afstellen zit er niet in. Het zitje verzetten gaat makkelijk, maar de trapas is een ander verhaal...

Enfin, hij zei me dat de prijs nu weer te vinden is op de Flevobike site. Hij had gelijk!


Er zijn wel wat zaken veranderd.

Het belangrijkste is dat er nu een ander type accu gebruikt wordt voor de ondersteuning: de 36V (eigen) Flevobike accu is verdwenen. Nu wordt een 48V accu gebruikt van een externe fabrikant. Belangrijk is ook dat de capaciteit verhoogd is van 500 naar 678 Wh (14,5 Ah). De actieradius is dus groter geworden.

Van de 70 mm trommelremmen is geen spoor meer: nu is 90 mm de standaard geworden. De accu voor de verlichting is nu meteen 12V. Vroeger werd als basis een 6V systeem aangeboden, maar in de praktijk werd het steeds 12V.

De basisprijs bedraagt 8.550 euro, maar je moet bedenken dat je er voor die prijs meteen een Rohloffnaaf bij hebt. Daarnaast heb je nog heel wat opties, waarbij de ondersteuning de belangrijkste is. Naar mijn mening is die bij een Orca onontbeerlijk.

De bron: Flevelo Duitsland en Flevobike.nl

donderdag 29 juni 2017

Typisch...

Een korte anekdote zonder beelden.

Deze week, op weg van het werk naar huis, rij ik - zoals gewoonlijk - op een lange, rechte weg in de bebouwde kom (Fraterstraat in Merelbeke). Er ligt een fietspad dat ik nooit gebruik: klinkers, terwijl de rijweg met nieuw asfalt bedekt is, dubbelerichting maar veel te smal, onveilig, want met hoge hagen erlangs en hier en daar een zijstraat.

Een heel eind rijdt een auto vlak achter me en geregeld knippert de automobilist met de koplampen. Het signaal is duidelijk: hij vindt dat ik in de weg rij. Na enkele honderden meters ben ik het moe, stop op de weg, stap uit en ga naar zijn auto.

'Wat is er mis met het fietspad,' vraagt de man. Nou, veel, maar dat zal ik allemaal niet uitleggen. De essentie is dat ik daar met de velomobiel niet moet rijden.
Ik besluit hem even te provoceren: 'niets, maar wat doet u denken dat ik daar moet rijden?'
'Je rijdt toch met een fiets? Dus moet je daar rijden'
'Neen, meneer, volgens de wegcode is dit een rijwiel. Daarmee rij je best op de rijweg en niet op het fietspad.'

Hij kon niet veel anders meer zeggen dan: 'ok, rij dan maar verder', wat ik natuurlijk wel van plan was.

Soms wordt je het echt moe, die mensen die menen je terecht te moeten wijzen terwijl ze gewoon fout zijn. Meer nog: ze vinden vooral dat je in de weg rijdt, maar verwoorden het meestal anders. Er is nog veel werk aan de verdraagzaamheid in het verkeer. De laatste tijd zijn vooral de fietsers de kop van Jut.

zondag 25 juni 2017

Rondje Frankrijk 2017 - veranderingen tegenover 2014

De Xperia ZR accu heeft er de brui aan gegeven. Daarop staan nog foto's die horen bij het laatste deel van de reis. Daarom verandert de volgorde wat en komt eerst een post over de uitrusting.

Inleiding

In 2014 reed ik de eerste keer een 'rondje Frankrijk'. Toen was het via de Normandische kust naar Bretagne en via 'Loire à vélo' weer naar het noorden. Ook toen was het met de E-Orca en Radical Cyclone. Op basis van de toenmalige ervaringen wilde ik nog wat aanpassingen doen.

Zitje

Af en toe wat comfort is mooi meegenomen. Een zitje, om te lezen, om comfortabel te eten, stond al een poosje op de verlanglijst. Het werd een kopie van de alom geprezen Helinox.
In Lunéville had iemand een originele Helinox bij. Het enige verschil dat ik vond, was dat het merk er bij mijn stoeltje niet op stond... (en de prijs, uiteraard)


Dezelfde foto komt straks terug. Hier zie je het zitje (rechts) staan.
Dit jaar werd het zitje voor het eerst meegenomen en ik moet zeggen: dat had eerder gemogen. Het voldoet helemaal aan de verwachtingen. Licht (minder dan 900g), compact en comfortabel; wat wil je nog meer? Bovendien past het dwars in de Cyclone.

Radical Cyclone

Eigenlijk heb ik niet veel veranderd. De reisconfiguratie viel erg mee de vorige keer. Het belangrijkste nadeel dat ik toen ervaren had, was dat het soms flink zoeken kon zijn om iets te vinden in de Cyclone. Die is in essentie niets meer dan een grote reistas op wielen. Daar gooi je - bij wijze van spreken - alles in wat mee moet.


Hier staan de wielen achteraan, bedoeld om mee te stappen.
Een eerste nadeel was dat de bagage soms de neiging had om schuin te zakken. Dan kwam de tas scheef te hangen op het frame en zo bestond het risico dat een zijkant tegen een band zou schuren. Dat is dan ook enkele keren gebeurd. De sporen hiervan zag ik ook al op andere Cyclones. Niet goed. Niet voor de band en nog minder voor de tas. Een Cyclone is prima materiaal, maar duur. Daar wil ik dus zorg voor dragen.

Een bijkomend probleem is dat de spullen snel door elkaar zitten. Gewoonlijk zit wat je zoekt op de minst bereikbare plek. Dan moet je eerst de kar leegmaken om aan datgene te kunnen dat je nodig hebt. Niet handig en al helemaal niet als het regent. Dat moest dus beter kunnen.

De oplossing voor dit jaar was eenvoudig en, wat mij betreft, ideaal: ik gebruikte een vouwkrat (foto hieronder). Het is vrij makkelijk om de spullen daarin goed te organiseren. Alles wat met koken en eten te maken had, kon in het kratje. Dat vereenvoudigde de zaken heel erg.

Extra voordeel: omdat zo'n krat een stijve bodem heeft, zakt de boel niet zo door (in de Cyclone zit geen vaste bodem, enkel een frame rondom). De zaak kon ook niet schuin zakken.
Als je de kar enkel vult met licht, volumineuze zaken zoals fleece, slaapzak en dergelijke, vormt dat geen probleem. Compacte dingen met meer massa, zoals flessen water, een gasvuurtje en dergelijke, zijn dan weer belastender.

Tafel

Ook ging ik op zoek naar een 'tafel'. Om te koken, te ontbijten, koffie te zetten ... is het makkelijker om niet op de grond te moeten werken. Luxe, ik weet het, maar wel aangenaam. Het moet efficiënt, stevig en licht zijn, want je kunt natuurlijk geen hele tafel meeslepen. Het overkomt me wel eens dat er plots een simpel, maar - al zeg ik het zelf - geniaal idee ontstaat. Wat heb je nodig voor een tafel? Een blad en een onderstel. Wel: dat onderstel zat al in de fietskar, in de vorm van de vouwkrat. Het enige wat nog nodig was, was een blad. Een plaatje in multiplex van 8 mm dik was de oplossing. Ik zaagde het op maat, zodat het een bodem vormde in de voorste helft van de kar.


De nieuwe onderdelen: MPX plaat en vouwkrat

Zo ongeveer komt dit in de kar
De krat steunde dan met de voorkant net op die plaat (andere zaken legde ik ervoor) en met een zijkant op het frame. Als er gekookt werd, moet de krat er toch uit en dan kan ik makkelijk aan de plaat.

Het systeem werkt prima!

Tarp

Ook ging deze keer de tarp mee met maar liefst drie palen. Eén heb je zeker nodig om de tarp op te stellen, want er zijn niet overal bomen om een lijn aan te bevestigen. De twee andere kon ik gebruiken om één kant hoog open te zetten. Achteraf gezien deed ik dat amper, dus die twee extra (aluminium) palen waren eigenlijk overbodig.


De 'comfortopstelling': tent, tarp en stoeltje

Tent

Jaren geleden kocht ik mijn tent: een Vaude Mark 2 L (Mooi geel vindt dit tentje ook niet lelijk).
Da's een prima tentje voor de prijs, maar zoals bij veel tenten moet je ook hier opletten met het grondzeil.
De verbetering was de 'footprint': een strook Tyvek vlies. Dat is prima materiaal: quasi onverwoestbaar, licht, compact op te vouwen en prima om het toch kwetsbare grondzeil van de tent te beschermen. Een stuk Tyvek kost amper wat - in dit geval was het overschot van een rol die gebruikt werd als dampscherm in een dak - en is makkelijk te vervangen. Als je grondzeil sneuvelt, ben je aan een andere tent toe in veel gevallen.

Geluid

Ook had ik een actieve luidspreker mee. Een TDK Trek Max. Die zat achterin de Orca.



Verbinden met de smartphone - met rds-radio en uiteraard mp3-speler - kan zowel met een kabel (3,5 mm jack) als met bluetooth. Draadloos is het makkelijkst, maar het vraagt veel meer energie. De verbindingskabel had ik klaargelegd, vanaf de telefoonhouder tot aan de speaker.
Een eerste nadeel: zo'n Trek Max klinkt voor een bluetoothspeaker heel behoorlijk. Dat komt doordat hij vrij groot is (meer en betere lage tonen door het volume) en zwaar: 1,2 kg.
Een nadeel van deze speaker is dat hij met een specifieke lader geleverd wordt. Laden via usb kan niet: je hebt 230 V nodig. Dat blijkt bij meer speakers met een wat hoger vermogen het geval.

Achteraf bleek dat ik het ding amper gebruikt heb. Mocht ik hem niet meegenomen hebben, dan had ik hem ook niet gemist. Onderweg naar muziek luisteren doe ik niet en op de camping wil ik niet iedereen laten horen hoe goed mijn muzieksmaak is, dus ook daar heeft hij bijna nooit dienst gedaan. Ik had gewicht en volume kunnen besparen door de Trek Max thuis te laten. Dat was zowat het enige overbodige stuk bagage.

Energie voor de smartphone

In een Orca zit een 12 V LiIon accu met een capaciteit van 6,75 Ah. Er is ook een usb-voeding voorzien. Ik legde dus een kabel vanaf die voeding tot aan de houder voor de smartphone, zodat die onderweg geladen kon worden. De 12 V accu heb ik onderweg één keer moeten opladen.

Foto's

 Ik had het me vast voorgenomen: deze keer zou de digitale reflex (DSLR) meegenomen worden. Een Nikon D7000. Dit is niet het nieuwste, maar het toestel voldoet ruimschoots. Daarbij hoorden voor de reis twee objectieven: een Nikkor 18-200 en een Sigma 8-16/4,5-5,6.
De 18-200 is een zogeheten 'reisobjectief': niet de beste kwaliteit, maar wel met een groot bereik. Daar kan mijn Xperia telefoon niks tegen, maar die is wel veel compacter. De Sigma was erbij voor specialere zaken. Ik heb hem echter niet vaak gebruikt: het bleek dat de sensor in de D7000 vuil is. De grote scherptediepte van die extreme groothoek maakte dat extra zichtbaar. Bijgevolg moest elke foto die daarmee gemaakt was grondig geretoucheerd worden.



Is het de moeite waard om zo'n grote, zware camera mee te nemen? Ik vind van wel, maar ik hou nu eenmaal van foto's maken en wil toch een behoorlijke kwaliteit. Het is niet de bedoeling om hierover een discussie te starten (mocht ik herbeginnen, dan kocht ik wellicht een systeemcamera), maar tegenover de andere beschikbare toestellen (Sony Xperia ZR telefoon en Fuji X20 'edel' compact) is er een verschil in flexibiliteit.
De Nikon zat in de rechter Radical tas, binnen handbereik. Als alternatief werd al rijdend de Xperia gebruikt. Die zit in een Minoura houder, net onder de kap.

vrijdag 23 juni 2017

Het was warm...

Het is ondertussen zomer geworden. De dagen zijn lang, het is al een flinke tijd erg droog. Dat betekent dat er behoorlijk wat werk te doen is in de tuin; dat tot 's avonds laat buiten gewerkt wordt.
De dagelijkse huishoudelijke taken zijn er ook weer bij.

De reis is afgelopen; aan de dagelijkse routine valt niet te ontkomen. Met zo'n weer en een tuin die tijd opeist, wordt de blog wat verwaarloosd.
Ik werk aan nog enkele posts over de fietsvakantie; die volgen binnenkort. Beloofd. Tussendoor gaat het even om iets anders.

De voorbije week was snikheet. Vijf dagen na elkaar meer dan 25°; meerdere dagen meer dan 30° C. Dat zijn we hier niet gewoon, zo'n hittegolf.

Voor donderdag was aangekondigd dat het kwik tot 35° C kon stijgen. Op zo'n momenten geef ik de voorkeur aan de Seiran. Lekker koel in de rijwind. Bovendien kan ik op de terugweg van het werk voor de rechteroever van de Schelde kiezen. Door de staat van het wegdek is dit niet echt een optie met de Orca, maar met een enkelsporige fiets is het prima te doen.

Op de weg terug betekent de rechteroever dat ik in de schaduw van de bomen kan blijven.


Sinds ik 's morgens thuis vertrokken was, is de wind aangewakkerd en van richting veranderd. Ook dat is mooi meegenomen, want ik heb de wind in de rug.
Het is te warm om omwegen te maken, dus wordt het de kortste weg naar huis: 22 km ongeveer, op het heetste van de dag.

De Seiran is af en toe een aangename afwisseling. Veel stiller dan in de Orca (die is niet echt luidruchtig, maar het blijft een velomobiel) en je beleeft de omgeving meer. Het tempo ligt lager; de lighouding is verschillend en het rijgevoel eveneens.

Voor volgende week wordt wisselvalliger weer voorspeld, met heel wat kans op regen. Dan gaat de voorkeur natuurlijk naar de beschutting van de velomobiel.

zaterdag 17 juni 2017

Rondje Frankrijk 2017 - chronologisch deel 5: Bourgogne

Met een flinke achterstand gaat het reisverhaal verder. Ondertussen is de eerste werkweek al achter de rug...

Dag 5 - Arc-et-Senans, omgeving Besançon

Het idee was de dagen voordien al gerijpt. De plannen waren een beetje te ambitieus, vooral gezien de hitte. Vanaf hier zou het dus westwaarts gaan: naar Auxerre. Daar kan ik aanpikken op 'Langs Oude Wegen'. Tussen Besançon en Auxerre ligt Bourgogne (Bourgondië): zowat de bekendste wijnstreek in Frankrijk. Welvarend gebied dus en het is eraan te zien.

Een eerste uitdaging is dat ik een elementair onderdeel thuis had laten liggen: om routes over te zetten op de Garmin Oregon heb je een kabel met mini-usb stekker nodig. Gelukkig kwam Johan aangefietst op de camping. Hij gebruikt ook een Garmin voor navigatie en die wordt gevoed via de naafdynamo. Hij beschikt dus over de juiste kabel. De nieuwe route wordt uitgestippeld met openrouteservice.org (selectie 'racefiets) en via Basecamp getransfereerd naar de Oregon. Job done, kabel terug.

De hele streek is duidelijk rijker, dichter bevolkt (het blijft ruraal gebied) en het is er makkelijker om te fietsen. De temperatuur is ondertussen ook draaglijker geworden. Alle omstandigheden maken het fietsen dus aangenamer.

Op een gegeven moment zie ik een Compostelaroute voor wandelaars aangeduid staan.



Die gaat over een - natuurlijk onverhard - bospad.


Voor de voetgangers naar Santiago. Gelukkig niet voor mij.
Een eind verder staat een imposante abdij. Het zal wel geen toeval zijn dat de route hierlangs loopt.



En dan kom ik op de Eurovelo 6 route, die ik een eind volg.



De Eurovelo-routes zijn aangelegd met Europees geld. Het asfalt is vers en effen, het pad behoorlijk breed en de aanduidingen duidelijk.

De route leidt me naar het Canal de Bourgogne. Ook dat had ik niet verwacht. Dit is een oude, smalle vaarweg, met een eindeloos aantal sluizen.



Mooi, rustig, ongebruikt, maar helaas met matige gravelpaden. Ook hier is het duidelijk: in Frankrijk is fietsen een recreatieve activiteit.
Het Canal de Bourgogne is wel heel erg schilderachtig. De vele sluizen, met telkens een sluiswachtershuisje, volgen elkaar in snel tempo op. Dit lijkt me een waterweg voor een rustige, contemplatieve vaarvakantie. Behalve natuurlijk dit stuk met de vele sluizen, die het vaarritme flink in de war zullen brengen.



De tocht tot de omgeving van Auxerre neemt twee dagen in beslag. Dag 1 eindigt met een flinke uitdaging: aan Neufchâteau (er zijn veel dorpen in Frankrijk met die naam) zie ik een schitterende Bourgondische burcht opdoemen.



Dan blijkt dat ik daar moet langs rijden op weg naar de camping 'Lac de Panthier'. Hellingsgraad: 12%. Dat kan tellen voor het einde van een dagtrip! Zo wordt het toch erg warm. De klep gaat weer open. Ik vraag me af wat anderen daarvan maken, want het moet toch een bizar zicht zijn. Een velomobiel is hier voor velen al een onbekend iets en als die dan komt aangereden met de kap open, is de vorm wellicht helemaal onherkenbaar.


Een 'lavoir' of wasplaats, zoals je ze in zowat elk dorp in Frankrijk vindt. Dit is wel een erg fraai exemplaar
De camping is trouwens het aanbevelen waard. Aan de rand van een stuwmeer, groot, maar tegelijk ook rustig en - voor sommigen van belang - de uitbaatster is Nederlands. Het ligt ook aan het feit dat dit buiten het zomerseizoen is, maar ook hier betaalde ik voor een plekje ongeveer 10 euro.


De afdaling naar het Lac de Panthier
Omdat het buiten het seizoen is, mag ik zelfs gratis gebruik maken van een kajak of kano. Het is echter al wat later en er hangt onweer in de lucht. Een andere lichamelijke inspanning is niet echt wat ik zoek.
De tent wordt dus opgezet; de tarp komt er weer voor. Ik assembleer de Helinox-kopie en als alles klaar ligt, is het tijd om wat rustig te zitten, de kaart te bekijken, het eten te bereiden...
Later op de avond wordt het snel grijzer en donkerder. Gerommel in de verte kondigt het naderende onweer aan.



Het is toch tijd om te gaan slapen, dus worden de Orca en Cyclone onder de tarp gezet. Dikke druppels roffelen op het tentdoek. Ik kruip lekker in mijn slaapzak. Alweer een fietsdag voorbij.

Dag 6 - Lac de Panthier naar Chablis

Hier komen we echt in de Bourgognestreek terecht. Wijngaarden overal waar je kijkt. Negatief: monocultuur ten top omwille van de centen.

Dan kom ik in wijngebied. Hele valleien zijn opgeofferd aan de druiventeelt. Er wordt gesproeid. Dat beneemt je - letterlijk - de adem. Er wordt veel zwavel gebruikt. Fietsen en druiventeelt zijn niet compatibel.
Rond de middag kom ik aan in het befaamde wijndorp Nuits-Saint-Georges. Het ligt in een diepe vallei. Dat betekent dat er eerst een eindeloos lijkende klim is, slingerend door een glooiend landschap. Daarna volgt een sportieve, spectaculaire afdaling, waarbij de aandacht niet mag verslappen. Ik moet er altijd aan denken dat de twee trommelremmen heel wat massa moeten controleren.


Vaak gedaan: de klep open om de warmte weg te laten
Helemaal beneden ligt het stadje, met ernaast een 'route nationale'. Het geheel wordt omgeven door die eindeloze wijngaarden. De combinatie van een eindeloze stoet uitlaatgassen uitwalmende voertuigen met intensieve druiventeelt heb ik altijd al bizar gevonden.
Een keer ik Nuits-Saint-Georges uit ben, is het alweer klimmen. Vandaag blijft het rijden tussen de druivenranken.



Archies wordt weer opgeroepen. De camping die het dichtst bij de route aanleunt, ligt een eind verder, in een andere bekende naam in de wijn: Chablis. De camping municipal is voor minder dan de helft bezet en, zoals alle anderen, heel erg rustig. Ik ben de enige met een tent. Op een enkele, verdwaalde caravan na, reizen alle anderen met een mobilhome.



Ook hier dreigt weer onweer. Ik trek het stadje in om een hap te gaan eten, maar veiligheidshalve gaat een regenjas mee. De maatregel werkt: het onweer trekt voorbij zonder dat er een spat valt.

Morgen pik ik aan op 'langs Oude Wegen'. Dan gaat het weer noordwaarts: via Troyes naar Reims. Van daar leidt de route me naar Châlons-en-Champagne en dan rij ik terug naar waar de auto staat te wachten.