woensdag 9 juli 2014

Even naar Arzon - dag 2



2 juli 2014 – dag 2

Om 7u ben ik uit de veren: de biologische klok laat zich niet makkelijk ontregelen. Rustig wordt de inhoud van de tent opgeruimd en tussendoor eet ik een hapje. Aangezien de zon achter een hoge beuk zit, is de kans klein dat de tent vanmorgen nog droog raakt, dus wordt ze maar nat opgebroken. Drogen moet ze dan maar vanavond, waar ik dan ook zal zijn.

Ik heb namelijk al snel uitgemaakt dat strikte planning - in de zin van "vanavond moet ik in X zijn" - zinloos is. Ik rij gewoon tot rond 18u en kijk dan wel uit voor een camping. Met dat doel had ik trouwens de database van Archies in de gps gezet.

Uiteindelijk kan ik kort voor 9u vertrekken, want de buur nodigde me nog even uit "pour un p'tit café".

Na een korte aanloop krijg ik meteen een fikse klim voorgeschoteld!


De Cycle Analyst bevestigt dit: 11 Wh/km, waar die waarde normaal gesproken rond de 3 draait (nou goed: 5 Wh/km tijdens deze reis)… 

Leuke ontmoeting
Al na een km stelt de route me een veldweg voor, die bestaat uit twee voren en voor de rest gras. Neen, bedankt. Dan maar liever een kilometertje omrijden.

Het landschap is weids: lang uitlopende heuvels en als je boven bent heuvelkammen rondom.


Enkel akkers zie ik en af en toe een boerderij. Als ik dan eens een huis passeer, vraag ik me af waar de bewoners van leven.

Even later bevestigt een bordje dat ik in de regio van de Somme aanbeland bent.


Dit is een regio waar in de eerste Wereldoorlog flink slag is geleverd en waar tienduizenden soldaten het leven lieten “voor het vaderland”. Hiervan vind je in heel Frankrijk de sporen: in elk dorp staat een monument "mort pour la patrie", waar nadien op een andere zijde de slachtoffers van Wereldoorlog II aan toegevoegd zijn.

Het blijft pittig: stijgen en dalen, om het steilst. Bij de afdalingen loopt de snelheid op tot 70 km/u. Sneller is echt niet verantwoord, want dan kan ik onmogelijk tijdig vertragen zonder risico’s. Op veel plaatsen is de staat van de weg zo dat zelfs 50 de limiet is, zeker met de lading en de aanhanger. De combinatie krijgt namelijk de neiging om te gaan slingeren zodra ik de remmen aanraak. Vanaf daar beslis ik de maximum snelheid te beperken tot 50, om alle risico's te vermijden. Er hoeft namelijk maar één keer wat flink fout te gaan en de vakantie kan afgelopen zijn. Dat is het niet waard.

Bij het klimmen daalt de snelheid geregeld tot onder 10 km/u, ondanks de assistentie, die erg welkom is.

Om 12u kom ik aan de baai van de Somme. 

Nu kom ik op bekend(er) terrein, waar beelden uit vakanties in het verleden bij opdoemen.

De eerste halte is Noyelles-sur-Mer: hier bevindt zich een Chinees kerkhof van kort na de eerste Wereldoorlog. Dat weet ik nog van jaren geleden, toen we enkele keren de streek bezochten maar er nooit raakten. Deze keer hou ik er wel halt.


De Chinezen (150.000) werden door de Fransen en Britten naar hier gehaald om niet-militaire taken te vervullen, omdat al hun mannen elkaar (enfin, zij samen de Duitsers en vice versa) aan het front afmaakten. Pijnlijk: de meesten stierven in de twee jaren na de oorlog, slachtoffers van de epidemie van Spaanse griep. Ze konden niet terug, want hoewel de oorlog voorbij was, was hun contract nog niet afgelopen. Alles staat mooi uitgelegd op een bord aan het kerkhof.
Het kerkhof zelf is heel systematisch aangelegd: de doden liggen er chronologisch begraven.

Van daaraf wordt de weg veel vlakker., dit is tenslotte een baai De streek is ook toeristischer: hier is zelfs het fietstoerisme uitgewerkt, want er zijn heuse (en goede) fietspaden.

 


Zo kom ik een half uurtje later aan de parel aan de kroon van de baai: Saint Valéry sur Somme. Wel toeristisch, maar erg mooi. Ooit, lang geleden, vertrok Willem de Veroveraar van hieruit om Engeland te veroveren.
Ik zoek een restaurant met een terras langs het water en parkeer de Orca in het zicht.


Omdat al 8,5 Ah (van de 13) opgesoupeerd is, gaat de accu aan de lader: je weet nooit wanneer de volgende gelegenheid zich voordoet, vooral omdat ik weet dat de kust verder zuidwaarts uit kliffen bestaat.

Zoals gewoonlijk wekt de Orca veel belangstelling. De fotografen lijken niet te weten wat ze ervan moeten denken: is dit een fiets, een mini-auto, ... Ondertussen smaakt de gegrilde zalm me prima.
Ik zie beelden voor me van jaren her, waar de nu 17-jarige zoon, mooi met een hand in de mijne, over de kaaien liep; waar dochterlief liep te kwijlen langs de bevallige etalages.
Tegen 14u is het tijd om verder te gaan. 

De weg langs de baai biedt prachtige vergezichten.


De route leidt me naar Les Hourdelles. De plek is befaamd omdat je er geregeld zonnende zeehonden kunt spotten. De plek roept ook herinneringen op: jaren geleden waren we hier ook, met toen nog jonge kinderen. Eentje viel in de modder en verspreidde voor de rest van de dag een flinke rioollucht. Terwijl ik er even halt houdt, trekt de Orca alweer mensen aan zoals stroop wespen.

Via een wandel- en fietspad door de duinen gaat het verder zuidwaarts. Dit deel is zacht golvend en dus gaat het goed vooruit, zeker omdat de wind nog steeds in de rug zit. De temperatuur is ondertussen al opgelopen tot 26°, maar met min of meer een zeebries blijft het aangenaam.
Restant van WO II
Ondertussen passeer ik wat kleine badplaatsjes. Dit lijken de lokale equivalenten van Blankenberge of IJmuiden.

Neen, dit is wel degelijk Frankrijk!
Cayeux-sur-Mer
Door moerasachtig gebied rijd ik verder, iets achter de kustlijn. Het asfalt is ondertussen vervangen door een bedekking van klei met grove keien. Dit is een landbouwweg, waar grote plassen en diepe gaten in zitten. Je kunt je voorstellen dat dit de snelheid flink drukt, maar het blijft indrukwekkend mooi.


Dan doemen in de verte de befaamde kliffen op; de tegenhangers van de White Cliffs of Dover.


En dan begint het. Ik denk dat sommige stukken ruim boven de 10% zitten; 20% zal er dichter bij zijn! De assistentie doet weer flink zijn best (in stand “normaal”, waar ik gewoonlijk “eco” gebruik) om me boven te helpen. Bij de afdalingen moet ik er goed de aandacht bij houden, want ongelijkmatig remmen doet de Orca van links naar rechts slingeren, zeker indien de weg niet vlak ligt. De volgeladen Cyclone helpt daarbij zeker niet.

Het zijn wel indrukwekkende vergezichten die je in ruil voor de inspanningen te zien krijgt.

Dan kom ik via Onival in Ault.


Vergane glorie, grijs en doods, maar het roept ook herinneringen op aan een vroeger leven, toen we hier met het gezin op vakantie kwamen. Rotsstranden, betonnen wandelpaden, grijze restaurants en toch peperdure tweede verblijven...
De wegen zijn krankzinnig: in plaats van schuin tegen de helling op, gaat het hier simpelweg recht omhoog. Het is net alsof de plannenmakers een rasterpatroon voor ogen hadden, los van het reliëf.


Net ten zuiden van Ault ligt le Bois de Cise: schitterende belle epoque villa's en adembenemend mooi, maar verborgen in een plooi tussen de kliffen en enkel vanaf een eind landinwaarts te bereiken.

bron: Wikipedia common images
Weer herinneringen, maar Bois de Cise slaan we over, wegens onmogelijk steile zijstraten. Ook dat weet ik nog van een vorig verblijf.

Dan kom ik aan Rompval, waar we ooit veel te duur kampeerden en van waaruit ik af en toe met zoonlief naar het volgende dorp (Mers-les-Bains) om brood fietste. Er loopt een lange helling naar het dal, waar we probeerden de geluidsmuur te doorbreken.


Het vervelende was dat je op de terugweg dat hele eind moest klimmen. Toen was die geluidsmuur ver af. Veel hebben we dat dus niet gedaan. De dochter vond er toen niets aan: bergaf ging veel te snel en bergop was te lastig.

Le Tréport is het volgende: een pittoreske kleine vissershaven, verscholen tussen hoge heuvels. En jawel: bij het verlaten van het stadje moet ik een heuvel op. Helemaal tot boven. De beloning is dan weer een schitterend uitzicht over de zee en de haven.


En jawel, daar in de hoogte aan de overkant, dat was waar ik vandaan kwam. En jawel: ook daar beneden, helemaal beneden, reed ik ook.

Daarbij komt de voldoening dat ik het toch maar gedaan heb. De meesten nemen de kabellift naar boven, ook met de fiets, waarna ze langzaam afdalen op twee wielen. Ik heb de klim helemaal zelf gemaakt (ik geef toe: met assistentie), met een velomobiel vol bagage en daarachter een propvolle Cyclone.

Zo gaat het verder net achter de kust langs, terwijl af en toe de zee in de verte opdoemt.

Afgesloten wegens instortingsgevaar
Gestaag zie ik de accuspanning dalen, want de vele klimmen eisen hun tol. Hier haal ik geen 100 km op een lading!
Het is ondertussen duidelijk: wie niet houdt van klimmen en dalen met de fiets, heeft hier niets te zoeken. Om vooruit te lopen op de zaak: zo gaat het verder tot aan de bestemming. Soms wat steiler, soms wat glooiender, maar continu stijgend en dalend.

In de auto raas je er voorbij.
En dan is het zover: de accu is leeg. Uiteraard tijdens alweer een klim. Maar het is ondertussen 18u voorbij. Ik zoek dus de dichtstbijzijnde camping op. Hier zit ik op een boogscheut van Dieppe, in Biville sur Mer en da’s al een flink eind in Frankrijk en ook een mooi eind van de hele trip.


De camping in Biville is het vermelden niet waard: alles is er uitermate middelmatig, maar de buren zijn vriendelijk en het is er heel erg rustig

Het doel was op dag 2 aan 300 km te komen (gerekend vanaf Gent). Ik ben gestrand op 296 km, wat ook niet slecht is.

De Orca doet het prima, de Cyclone doet wat hij moet en ik hou het ook goed uit. We zien wel wat de komende dagen zal brengen, want er wordt gesproken over gestaag stijgende temperaturen. Hoge temperaturen en flinke inspanningen: da's meestal geen optimale combinatie.

dinsdag 8 juli 2014

Even naar Arzon - dag 1



1 juli 2014 - dag 1

Reisthema’s
  • Fietsen, natuurlijk. Een lange reis maken met de Orca was een doel op zich.      
  •  Herinneringen: de opaalkust, de Normandische kust, de Golfe de Morbihan,… zijn allemaal eerder bezochte bestemmingen. De beelden ervan komen weer voor ogen als ik in de omgeving ben. 
  •  Zeilen: rendez-vous met Manuel en Monique, vrienden uit de omgeving van Angers. Met hen ga ik een tiental dagen zeilen.
Alles was ingepakt de avond voordien, op wat laatste zaken na (eten voor onderweg, bijvoorbeeld). 

Om 8u liet ik het huis achter mij, in goede handen: dochterlief past erop terwijl papa door Frankrijk trekt.

De eerste opdracht: naar het Sint-Pietersstation in Gent rijden. Zoonlief vertrekt vandaag op scoutskamp en ik wil hem nog uitwuiven. Een indrukwekkende groep jongeren in uniform, ik schat zo’n 80, staat met veel enthousiasme in formatie, om daarna naar de Ardennen te trekken.
Als hij terugkomt, zal hij zijn zus assisteren bij de zware taak om twee kittens van ongeveer een maand oud op te voeden.
Hij heeft het erop en keurt me geen blik waardig. Ik vind het wel een mooi zicht, zo'n 17-jarige, in scoutsuitrusting, met zijn gitaar op de rug. Kleine kinderen worden groot...

Om 9u is dan de echte start.
Het eerste deel van de rit is oersaai: langs een gewestweg (de Kortrijksesteenweg) rijden tot voorbij Deinze.

Hier was er tenminste nog een treffelijk, vrijliggend fietspad en wat groen
Dan, in Zulte, wordt het leuk: daar verlaat ik de drukke gewestweg om de Leie te volgen.


Ik had mijn geplande route beter moeten bekijken: vanaf hier tot een eind in Frankrijk volg ik die kronkelende rivier. Het blijkt zelfs deel uit te maken van nog maar een fietsroute.


Onderweg kom ik in Vlaanderen onvermijdelijk langs wegenwerken. Soms prima aangeduid, maar andere keren is het “zoek het maar uit”. Op één zo’n plek kan ik een 90° bocht amper nemen met de combinantie Orca-Cyclone. Toch is het mooi, toch is het rustig.

In Kortrijk is de laatste tijd blijkbaar heel wat gerealiseerd ten gunste van de fietsers. Mooi.

Het panoramaprogamma (MS ICE) maakte de Orca wat kreupel, maar het gaat om de elegante fietsbrug
De gedachten gaan ondertussen alle richtingen uit. Ik ben nog niet in reismodus, want overheersend is het idee “waar ben ik aan begonnen?”
De kwaliteit van de jaagpaden blijkt ook hier al erg variabel.



Stilaan slaat die stemming om: ik onderga het landschap en volg de route op de gps. Op een bepaald moment worden de aanduidingen tweetalig: ik nader de grens.



12u30: de middagpauze hou ik in Waasten/Warneton. De eerste halve dag van de heenreis zit erop.


Ondertussen wordt de accu geladen, want een flink beladen Orca met daarachter een stampvolle Cyclone, dat vraag wat meer energie

Cijfers in dat verband: 8,5 Ah verbruikt over 80 km. Of anders gezegd: 4,2 Wh/km. Dat tussendoor laden is dus noodzakelijk, maar ook lastig. De accu wordt slechts gedeeltelijk geladen, dus vanaf dat moment wordt het schatten wat de autonomie is. Schatten doe ik als volgt: de reislader levert (maximaal) 5A . Dat betekent dat één uur laden me zowat 50 km ver brengt onder normale omstandigheden. Ik zal de komende dagen wel nog andere systemen moeten verzinnen om te weten hoe ver ik nog zal raken.

Vanaf daar gaat het de grens over, nog steeds langs de Leie.

Leuk en rustig fietsen langs de Leie
Een keer in Frankrijk krijg ik af en toe een verrassing voorgeschoteld: slagbomen waar de Orca niet langs of onder kan (gelukkig zijn ze niet met een slot vastgemaakt), stukken gravel in plaats van asfalt, …


Oeps... Gelukkig niet vergrendeld
Rond 14u verlaat ik Armentières, waar ooit in een ver verleden voorouders van mij gewoond zouden hebben (de familienaam komt uit wat nu Frans-Vlaanderen is). 

Omstreeks 15 u rij ik langs Béthune. Daar wordt het even moeilijker, want blijkbaar is dit een deel van de kaart (OpenFietsMap) dat niet mee geladen is. De route wordt wel aangegeven, maar op een witte achtergrond…
De route houdt ook geen rekening met zwaarbeladen velomobielen. Zo kom ik op een gegeven moment op een wandelpad terecht.



Neen, bedankt. Dit doe ik echt niet
Een eindje verder, in een onooglijk mijndorpje, wordt ik door een enthousiaste man aangesproken. Hij wil weten waar ik mee rijd, hoe het werkt, … en nodigt me uit om bij hem thuis een glaasje fris te drinken. Prima: ondertussen kan de accu nog wat extra stroom krijgen.
Dit wordt een constante over de hele reis: mensen vragen me de oren van het hoofd over wat dat is, waarom ik ervoor koos, hoe het rijdt, of het wel veilig is... Enfin, wie met een velomobiel rijdt, kent het gamma vragen wel.
En weer gaat het verder. De vlakten worden vervangen door een glooiend landschap en dat glooiende wordt af en toe onderbroken door flinke en venijnige hellingen. Dit heet het "Pays du Ternois" en de wegen zijn een voorbode van wat komen gaat.


Op dit moment weet ik het nog niet, maar deze helling valt best nog mee
Hier ondervind ik een nadeel van het principe dat Flevobike toepast voor de ondersteuning: er is geen regeneratie mogelijk. Dat op zich is al vervelend, want een flinke afdaling kan behoorlijk wat stroom genereren, maar wat meer is: regeneratie betekent ondertussen een elektrische motorrem en die kun je af en toe wel gebruiken. De 90 mm trommelremmen krijgen flink wat te verduren: ze moeten een volgeladen Orca én een volgeladen Cyclone in toom houden. Gelukkig koos ik voor 90 mm exemplaren.

De route levert ondertussen nog een paar verrassingen op, waarvan de flinkste wel een fors dalende en stijgende veldweg is. Twee sporen, af en toe een flinke plas, onkruid en bomen aan beide zijden. De Tryker op het achterwiel krijgt het lastig om de grip te behouden.


Het wordt nog slechter

Eén keer en daarna nooit meer!
Om 18u30 kom ik aan in Hernicourt, in het Pays de Ternois. Net op tijd: de accu is leeg en het is hier helemaal niet vlak! Vandaag heb ik volgens de Garmin 165 km afgelegd.
Snel wordt de tent rechtgezet. Tijd voor een douche en een pastamaal. Dit is het Franse platteland ten voeten uit: hier is niets. Geen café, geen bakker, geen eten… Maar ik ben erop voorzien, dus dat is geen probleem.


Kampeerplaats in Hernicourt. De enige tent op de camping, maar wel vriendelijke mensen
Morgen gaat het naar de kust, naar de baai van de Somme en dan zuidwaarts. Dan komen we aan de eerste herinneringen. Dit deel was blank, wat mijn herinneringen betreft. Hier was ik nog nooit gekomen.

maandag 7 juli 2014

Stand van zaken

Een hele week zonder internetverbinding... Er was dus geen mogelijkheid om een dagelijks overzicht te geven, maar vandaag ben ik aangekomen. Hier is wel internet, dus volgt het relaas in de komende dagen.

Laten we beginnen met het recentste:


908 km afgelegd.
Was het te doen? Ja, anders was ik hier niet...
Was het lastig? Zeker. Het stuk vanaf de baai van de Somme tot Mont Saint-Michel was behoorlijk pittig. De hellingsgraad was niet aangeduid, maar op meerdere plaatsen bedroeg die zeker 25%. Met een volgeladen Orca en daarachter een propvolle Cyclone kan dat tellen!
Het daggemiddelde bedraagt 130 km, maar de realiteit wijkt daar sterk van af. Gisteren, bijvoorbeeld, legde ik maar liefst 188 km af. Vandaag daarentegen bleef het beperkt tot 64 km.

Het weer varieerde van behoorlijk warm, onder een staalblauwe hemel, tot donker, grijs en water dat met bakken uit de lucht kwam.

Pannes: op dag 3 op nog geen vijf kilometer twee lekke banden... Eén keer sneed een scherpe steen door de wang van een Tryker - uiteraard de moeilijkste: de achterband - en even later ontplofte (je mag dat letterlijk nemen) de linker voorband.


Voor de rest verliep de reis - op technisch vlak - voortreffelijk. Geen idee van de consequenties voor de eigen conditie (ik ben allicht vermagerd). Het enige is dat de rechter achillespees opspeelt, maar dat is een oud zeer. Ik denk er daarom aan om voor de weg terug - die langer wordt, want via een andere route  - de reistijd wat aan te passen om zo de dagafstanden in te korten.

De rest volgt, zoals gezegd, de komende dagen.

As afsluiter een sfeerbeeld, vanop de camping in Fécamp (dag 3).