zaterdag 12 juli 2014

Even naar Arzon - dag 5



5 juli 2014 – dag 5

Afstand afgelegd tot op vandaag volgens de gps: 535 km.

Zoals de weersvoorspelling klonk, was het in de realiteit: gisteravond begon het te regenen. Ik had mijn voorzorgen genomen en de tarp voor de tent gespannen, met de Orca en de Cyclone eronder.
Gelukkig is het droog in het halfuur voor het vertrek, dus kan ik de boel zo goed en zo kwaad mogelijk droogwrijven en opbergen.
Om 9u kan ik aanzetten.Onderweg begint het weer te regenen en deze keer voor goed: het zal de hele dag niet ophouden. Gelukkig is het schuimdek ook mee, zodat ik beschut zit. Om even op de zaken vooruit te lopen: dit wordt een absolute rotdag. De slechtste van de hele heenrit.
De wegen zijn ook anders: kaarsrecht en eindeloos. Het enige wat varieert, is dat het de ene keer omhoog gaat en dan weer omlaag.

Kaarsrechte wegen
Achter de rug: het ging alsmaar omhoog
Voor de boeg: het blijft stijgen
Om 10u15 ben ik aan Ouistreham, een stadje dat naadloos blijkt over te gaan in Caen, waar ik om 10u45 uit rij. Gewoon alweer een grote stad, gelukkig met behoorlijk wat fietspaden.

Een goed halfuur later stop ik even in een klein dorpje: tijd voor een koffie en – zoals gewoonlijk – wordt de accu even bijgeladen. Dat moet gebeuren zodra er gelegenheid toe is.
Er is 5 Ah verbruikt over 30 km. Dat betekent dat in reisomstandigheden (stijgen en dalen, zwaargeladen Orca met volgeladen Cyclone erachter) de autonomie daalt naar maximaal 80 km. Je zou gaan denken aan een tweede accu!

Zicht vanuit de velomobiel: grijs, grauw en nat
Geen tijd voor toerisme vandaag.

Fotottoestel keurig waterpas.
Dit is een relatief flauwe helling, maar ze gaat wel kilometers door. Dan volgt een afdaling, weer zo'n klim, enzoverder....


Om 15u30 stop ik in een godvergeten dorpje, midden in Normandië (20 km voor Villedieu-de-Poêle).

De uitbater van het bar-restaurant is zo vriendelijk om me een enorm belegd broodje te bereiden, met heerlijke ham. De man geeft me een seintje, omdat enkele fietsers blijkbaar iets zoeken. Het blijkt een Australisch gezin te zijn, dat de “Petit Tour du Manche” fietst. Uiteraard zijn ze erg geïnteresseerd in de Orca. Tussen de bedrijven door geef ik maar even uitleg over wat een velomobiel is.

Weer gaat het verder. Om me moed te geven, vertelt men me in het restaurant dat vanaf daar de weg gedurende 6 km continu klimt… Nou ja, dan moet dat maar. Het tempo ligt dus weer erg laag.

Monotoon landschap
Tegen 18u ben ik in Villedieu-de-Poêle en begin ik te denken aan een slaapplaats. Op weg naar een camping, terwijl het water met bakken naar beneden komt, beslis ik toch maar om aan een "bed and breakfast" te stoppen. Even wat meer luxe mag wel.


Wat een luxe, vergeleken met een vochtige tent op een nat grasveld.

Luxe (kwekerij van wedstrijdpaarden)
Deugd doet het ook: de Orca wordt in de garage gestald, de accu meteen aan de lader gehangen en in mijn kamer maak ik gebruik van de meerdere stopcontacten om de telefoon te laden, de batterijen voor de gps, de netbook, ...

Conclusies tot nu toe
  • Een velomobiel is een erg comfortabel reisvoertuig (zeker een Orca) 
  •  Wat ik onderschat had, is het enorme verbruik door de vele steile hellingen. De Cyclone (die nodig is om de spullen mee te kunnen nemen) zorgt voor nog meer weerstand en drukt de autonomie nog meer. 
  • Zijn er alternatieven? Moeilijk, als je alleen reist. Het kamperen achterwege laten zou kunnen. Dat betekent meteen heel wat minder bagage, maar ook een heel andere manier van reizen. 
  • Voor de terugweg zal ik wellicht enkele dagen extra uittrekken, zodat de dagafstanden ingekort kunnen worden.
Thema: contacten

Op drie dagen ontmoette ik drie totaal verschillende soorten fietstoeristen: mensen die voor meerdere jaren onderweg zijn (een heel gezin), een gepensioneerde fietstoerist die zijn neus achterna rijdt en een Australisch gezin op huurfietsen dat een route volgt. De constante is het respect voor elkaar. Ook van anderen merk je dat: blijkbaar vinden ze wat ik doe uitzonderlijk. Als dat afgewogen wordt tegenover sommige andere fietsers, is het niets. Ik vind het zelfs grappig: iemand trekt er voor twee maanden - of zelfs voor drie jaar - op uit, maar vindt wat ik doe iets heel bijzonders.

Thema: de Orca als reisfiets

Dit is wat moeilijker. Op het vlak van comfort valt er weinig meer te wensen, denk ik. De ventilatie is voldoende, het zitje is prima (spanzitting), de stuurgrepen zitten goed… Het is wel duidelijk dat deze, net als veel andere, ontwikkeld is met vlakke, rechte wegen in gedachten. Goed: een Orca is ook prima geschikt voor stadse omstandigheden (draaicirkel en totale lengte), maar zodra er heuvels of bergen aan te pas komen, merk je toch wat nadelen. Zo zijn de remmen niet opgewassen tegen hun taak. Ook het assistentieprincipe toont hier een zwak punt: er is geen motorrem en geen regeneratie. Dat merk je vooral als tijdens een afdaling de snelheid oploopt: daar is een Orca niet voor gemaakt. Een keer boven de 50 moet je je echt concentreren, want de minste windstoot of bult of put kan je uit de koers slaan. Nu is dat laatste niet echt op rekening van de Orca te schrijven: het is de combinatie met een zwaar geladen aanhangwagen die de oorzaak is. Daar moet je gewoon rekening mee houden. Ook het remprobleem kan makkelijk opgelost worden, door voor schijfremmen te kiezen.
Wat het assistentieprincipe betreft: ik weet geen enkele productie-velomobiel die weg geschikt is voor regeneratie. Met een WAW kan in principe een naafmotor ingebouwd worden en dat zal het dan ongeveer zijn. Vermoedelijk moet daarvoor nog heel wat onderzoek gebeuren en het is een erg kleine markt.

Nu was die hoge snelheid vandaag geen probleem. Ik vroeg me de hele voormiddag af wat er aan de hand was: ik kon geen snelheid maken en toch zag ik op de Cycle Analyst heel geregeld dat de motor ruim 200 W leverde (op eco-stand, dus 50 % ondersteuning en 100 % eigen vermogen). Tot ik rond de middag doorhad dat ik de wind recht op kop had en dat het echt hard waaide…

Juist: die richting moet ik uit
 De vermoeidheid slaat dus toe, want dat het een halve dag duurt om zoiets door te hebben, is niet normaal.
Het resultaat was wel dat op de meeste afdalingen de snelheid amper tot 40 ging. Geen probleem met de remmen (ze waren vandaag trouwens watergekoeld ) en met de stabiliteit, maar wel een probleem met de autonomie, want het was verdomd lastig!

Nog een besluit: dit binnenland is heel erg saai (of ik heb de verkeerde routes gekozen). Langs de kust is het heel erg boeiend - zij het lastig -, maar zodra je van de kustlijn afwijkt, valt er amper wat te beleven. Overal dezelfde uitgestorven, oude dorpjes, overal hetzelfde landschap...
Toch moest het, omdat ik anders ettelijke honderden kilometers om moet rijden en dat betekent evenveel extra dagen uittrekken. Die zijn er niet, dus gaat het binnendoor.

Volgens de weersverwachtingen zou het hierna weer moeten verbeteren. Laat ons hopen dat dit ook de realiteit wordt!

vrijdag 11 juli 2014

Even naar Arzon - dag 4



4 juli 2014 – dag 4

Vanmorgen was ik pas om 8u wakker. Omdat de tent op een houten terras stond, overdekt, was ze helemaal droog. Omdat de eerste opdracht voor vandaag het zoeken van reservebanden is, hoef ik me niet te haasten, want de winkels zijn nog niet open.

Tegen 10 ben ik in het centrum van Fécamp, waar volgens de campinguitbater een fietsenhandelaar is. Niet dus… Iemand wijst me de weg naar een filiaal van Intersport, waar een heuse fietsafdeling is. Dat betekent eerst een klim van vier kilometer. De dag is goed begonnen!

Bij Intersport is er effectief een fietsafdeling, maar 20” banden, dat is niet zo courant. Gelukkig is er toch wat te vinden. Goedkope rommel, maar als reserve moet het dan maar. Uiteraard is er geen vouwband te bespeuren, dus wordt deze opgevouwen en met spanbandjes vastgelegd. De binnenband is makkelijker, maar helaas weer niet met Schrader-ventiel te vinden.

Als ik daar buiten ben, is het al 11u, dus wordt het dagthema: we gooien de route overboord en nemen een grotere, kortere en minder lastige weg om de verloren tijd in te halen. Sneller rijden is uitgesloten, dus kan ik enkel de route inkorten en zo kiezen dat het gemiddelde er minder onder lijdt. Tot aan Le Havre volg ik dus de D940. Zo'n grotere weg betekent ook minder steil klimmen en dalen, dus weer tijdswinst. De prijs die je ervoor betaalt is dat het drukker is en dat er minder te zien valt.

Om 12u kom ik aan in Etretat. Mooi, druk en erg toeristisch, met een zeer typische klif.


Dan gaat het verder langs de kust en tegen 14u ben ik in Le Havre. Het centrum heet mooi te zijn, maar ik rij door. Met het shoppen ging ruim teveel tijd verloren.
Pièce de résistance voor vandaag: de Pont de Normandie.


De aanloop gaat over een afgrijselijk slecht “fietspad”, door industriegebied. De brug zelf is spectaculair, maar het fietspad is erg smal.


Er is ook geen mogelijkheid om even te stoppen en van het uitzicht over de Seine te genieten. Ook voorbij de brug is het weer grauw industriegebied. Het is net alsof aan de hele omgeving geen aandacht besteed is. Het kunstwerk is maar lukraak neergeploft.

Maar dan, om 15u, ben ik in Honfleur.


Ook weer een schitterend, maar erg toeristisch stadje. Ik vlei me neer op een terrasje en drink een veel te duur pintje, maar ondertussen kan de accu weer bijgeladen worden.

Ondertussen lijkt het weer om te slaan. Toen de Pont de Normandie in de verte opdoemde, stak die af tegen een dreigende onweerslucht. In Honfleur voel ik dan wat druppels, maar het waait weer over.

Vanaf hier volg ik de route weer. Er is wel een probleem: dit deel van de kaart is blijkbaar niet geladen, dus de route is wel aangeduid, maar ik weet niet waar ik ben en kan ook geen alternatieven kiezen. Gelukkig is de zon weer van de partij. De temperatuur loopt op tot 26°. Af en toe, als het rustig genoeg is, rij ik een eind met de kap open.

De omgeving is "meer van hetzelfde", dus ben ik niet geneigd om te stoppen en foto's te maken.
De afdaling naar Trouville is weer venijnig steil. Zo steil dat de remmen oververhit raken. Een tip van Harry Lieben indachtig, koel ik ze af door er water over te sprenkelen. Ik vraag me af wat gloeiendhete remtrommels in combinatie met kunststof velgen als gevolg kunnen hebben. Het water komt sissend op de trommels terecht en verdampt onmiddellijk. Niets te vroeg dus. Ik mag er niet aan denken wat er zou gebeuren indien ze het laten afweten. In het vervolg gebruik ik bij lange of steile afdalingen de achterrem als sleeprem.
Om 16u45 is het in Trouville tijd voor een frisse Cola, terwijl de accu weer bijgeladen wordt. Daarna gaat het weer verder langs de kust. 

In Cabourg vind ik het welletjes: vanaf daar ga ik op zoek naar een betaalbare camping. 

Deze keer wordt het een “Camping Naturel” in Merville-Franceville. “Camping naturel” staat voor een grote wei, weinig volk en beperkte faciliteiten, maar het is genoeg. 


Helaas is de buurt niet zo “naturel”, want ’s avonds laat sijpelt het gebonk van een naburige discotheek door. De idylle van een natuurlijke kampeerplaats eindigt blijkbaar aan de omheining.

Mijn buur voor vannacht is de sympathieke Francis: een 70 jaar oude Franse fietstoerist. Hij woont in Nice, maar is nu al twee maand onderweg, met minimale middelen. De man heeft al heel Europa en Noord-Afrika doorkruist in dertig jaar. Sinds zijn pensioen staat er geen grens op de reistijden en nog altijd legt hij 50 à 60 km per dag af. Respect!



Morgen ga ik richting Caen en weg van de kust: dan snij ik een heel stuk van Normandië af, om in Avranches, vlakbij de Mont Saint-Michel weer even aan de zee te komen.

donderdag 10 juli 2014

Even naar Arzon - dag 3


3 juli – dag 3

Thema: pechdag.

De tent was gisteren strategisch geplaatst, zodat de ochtendzon zou helpen om ze wat te drogen.

Klamme Orca, drogend in de ochtendzon
Dat werkt: ik kan ze minder nat inpakken dan de vorige ochtend. Tegen 8u30 is alles ingepakt en kan ik aanzetten.
Kamperen is erg praktisch: als je vertrekt, moet je plaats leeg zijn. Je kunt dus onmogelijk wat vergeten.
De eerste halte is vlakbij. Bij de dorpsbakker haal ik wat verse croissants en een rozijnenkoek voor onderweg. Dan zijn we vertrokken voor weer een dagje klimmen en dalen. Deze keer zie ik meer van het land achter de kust, want langs de kliffen is het echt te steil om kilometers te maken. Dit is geen wijziging; de route is zo gemaakt.


Achter de kust: een pittoresk riviertje
Het schiet echter niet op. Geregeld zijn er lange, steile hellingen om op te rijden en dat drukt het tempo behoorlijk. Omdat voor vandaag een warme dag aangekondigd is, besluit ik pas na 13u te pauzeren. Dan nadert het heetste moment van de dag en het is verstandiger om dan even te rusten en te eten.

Tegen 11u rij ik weer een historische plaats binnen: Dieppe. Dit is een grotere havenstad langs de Normandische kust. 


Hier is het tijd voor een koffietje langs de kade, waarna ik de stad weer uitrij. Na de voorbije dagen is de stadse drukte er duidelijk te veel aan. Eerst volgen weer, zoals bij elke havenstad, een aantal steile straten, maar algauw worden die vervangen door een nagelnieuw fietspad. Perfect geasfalteerd, lekker breed. Het had Nederland kunnen zijn, ware het niet dat het gestaag bergop gaat. Dit is wel genieten!




Luxe: twee opeenvolgende fietsroutes.



Net voor de middag wordt ik enthousiast begroet door een gezinop de fiets, duidelijk uitgerust voor een lange trip. Vader, moeder en twee dochters zijn al een half jaar onderweg en het uiteindelijke doel is Mongolië. Daar is de Golfe de Morbihan niets tegen! Ze zijn wel erg enthousiast over de velomobiel: ook voor hen is het de eerste die ze in het echt zien.
Ook hun fietsen zijn ongewoon: pa rijdt op een Nazca, met fietskar erachter, ma op een Haase Pino en beide dochters op bukkers.


Les Kanaky
Dan kom ik aan in Saint-Valéry-en-Caux: een pittoresk havenstadje in een dal tussen - inderdaad - alweer kliffen (caux).


Een vriendelijke heer op de kaai, waar ik van het uitzicht geniet en even uitblaas, wijst me de weg naar een restaurantje langs de haven. “Lekker eten, goede kwaliteit en helemaal niet duur”. Ik kan dat beamen: € 11 voor een voorgerecht en hoofdschotel, lekker bereid, is geen geld. Zoals gewoonlijk, gaat ook de accu weer aan de stroom. De Orca staat aan de overkant van de straat, zodat ik hem niet uit het oog kan verliezen. Je weet maar nooit… Af en toe verlaat ik de tafel om alweer enkele geïnteresseerden uitleg te verschaffen.

Omstreeks 14u30 heb ik genoeg gehad. De karaf fris water erbij was echt welkom, want bij het fietsen, zeker met die warmte, verdamp je wel wat.
Dan, enkele kilometers verder, wordt het weer lastiger: een veldweg, met grote, grove keien langs alle kanten.


"Route du Lin". Vlas, dus
En dan slaat het noodlot toe: een scherpe kei snijdt door de zijkant van een band, uitgerekend de achterband!


De Cyclone wordt afgekoppeld, de Orca op zijn kant gelegd. De veerpoot maak ik los en zo kan de achterbrug naar beneden, om de band vlot te kunnen vervangen. Mijn reserve, een Marathon Supreme, komt in de plaats. De Tryker is goed voor het afval, helaas. Gelukkig gaat het vrij vlot, maar in die warmte is het niet echt aangenaam werken.
En dan, enkele kilometers verder, ontploft de linkerband! Letterlijk.

De binnenband is aan flarden: er zit een scheur van minstens tien cm in.


Waarschijnlijk is de hitte de oorzaak. De lekke binnenband van het achterwiel wordt snel hersteld (ik had de klus voor vanavond voorzien) en de oude band mag samen met de Tryker van het achterwiel op de vuilhoop. Hopelijk gebeurt nu niets meer, want er is geen reserve meer!

Conclusie: de route die ik gekregen heb, is wel mooi, maar niet geschikt voor fietsen met baanbanden. Hier heb je minstens een Marathon Plus voor nodig en een massa reservebanden.
Op de koop toe komt een eindje verder de kit los waarmee de houder van de pomp vastgelijmd was. Ook door de warmte…
Dit is echt een pechdag! De pomp wordt dan maar in de Orca gepropt.

Verder gaat het, maar nu kies ik voor een iets grotere weg. Meer auto’s (in Frankrijk nemen ze keurig het andere rijvak om een fietser in te halen), af en toe vrachtwagens, maar het is minder steil en het schiet tenminste op.
Dan, na een laatste snelle afdaling, ben ik in Fécamp. 

Eerst boven, dan naar beneden, rond de haven en weer omhoog
Niet zo ver als ik gewild had, maar met de pech van vandaag heb ik er genoeg van. De vriendelijke dames bij de toeristische dienst tonen me de weg naar de “camping municipale”. Die hebben mijn voorkeur in Frankrijk: meestal zijn ze erg netjes, niet te duur en aangenaam.

In Fécamp verdienen ze een bijzondere vermelding voor hun camping: voor een trekkersplaats, voor één persoon, betaal je in het hoogseizoen € 12. Denk eraan: dit is aan de kust! Meestal betaal je hier vlot €25 en meer.
Ik krijg een bijzonder plekje, waar de avondzon de tent en het grondzeil helemaal droog kan maken.

Opstellen van de tent
De plekken hebben allemaal een schitterend uitzicht: vanop de steile helling kijk je uit over de zee. Je hoort de golven breken op het strand, meeuwen krijsen op de achtergrond.
Dit is de beloning, want om de camping te bereiken moet je alweer een onwaarschijnlijk steile klim maken.


Het strand

Adembenemend mooi
Zicht vanop de kampeerplaats
 De reisteller staat op 408 km, dat betekent dat ik vermoedelijk ongeveer halfweg de heenreis ben. Dit is tot op heden wel de mooiste plaats om de nacht door te brengen.