maandag 2 februari 2026

Nazca Paseo: herstelling en vernieuwing

Vooraf

Dit is een bericht dat al een hele tijd klaar stond om te publiceren. Het dateert al van augustus 2024, maar omdat het om een technisch onderwerp gaat, raakt het niet (snel) gedateerd. Alleen lag de blog een poosje stil...

Stuur

De Paseo is al een tijdje in mijn bezit, maar toen ik die overnam, was het snel duidelijk dat ermee gevallen was. Het stuur was aan de rechterkant verbogen.

Bovenaan het vervormde stuur, daaronder het nieuwe. Aan de rechterkant is het verschil duidelijk.

De vervorming zat net rechts van het midden. Eerst dacht ik dat dit niet zo vervelend zou zijn, maar ik merkte dat een asymmetrisch stuur ook niet alles is. Het is een onderstuur, dus aan de rechterkant kwam het bij het draaien veel te snel tegen het zitje.

Dan denk je: geen probleem. Even naar de webshop van Tempelman surfen en daar kan ik een nieuw stuur bestellen. Niet dus: geen voorraad en ik kreeg als antwoord dat er geen zicht is op of en wanneer er weer sturen voor Nazca beschikbaar zouden zijn. Ombouwen naar een bovenstuur/klapstuur kon ook al niet, want dat was evenmin leverbaar. Gepaste tweedehands sturen zijn ook niet zomaar te vinden.

Plan B: het stuur van de fiets halen en opnieuw de juiste vorm geven. Wel: vergeet dat maar. Dikwandige buis plooi je niet zomaar. Gelukkig eigenlijk: een stuur moet tenslotte stevig zijn. Ik heb het geprobeerd, maar het bleek niet mogelijk om dit weer recht te krijgen.

Via ons Vlaamse ligfietsforum zocht ik naar een oplossing en daar kwam de gouden tip: iemand had nog een nagelnieuw Nazca onderstuur liggen.

Een stuur vervangen, houdt niet zoveel in. 

Even alles overzetten

Maar terwijl je toch alles eraf moet halen, is dat het uitgelezen moment om alle kabels na te zien en te vervangen waar nodig: remmen, versnellingen... Dat betekent dan weer dat er wellicht spullen niet in voorraad zijn in huis: buiten- en binnenkabels in de juiste maten, kabelhulzen... Uiteindelijk viel het mee. Het voornaamste extra werk was het afstellen van de versnellingen. Ondertussen werd de ketting ook even gecontroleerd en gesmeerd. (update: de ketting en cassette zijn aan vervanging toe)

Accu

De Thorax Tangens is in diezelfde periode, zomer 2024, verkocht. Die wordt nu door een bijzonder enthousiaste nieuwe eigenaar gebruikt in Ost-Friesland. Zowel de Paseo als de trike zijn elektrisch ondersteund en deelden dezelfde accu. Zo wordt die meer gebruikt en dat komt de levensduur ten goede.

Nu is die accu meegegaan met de trike en bijgevolg was een nieuwe nodig voor de Nazca ligfiets. Na zes jaar (de nieuwe eigenaar weet dit) is dat eigenlijk niet slecht: bij sterkere belasting was het bereik nogal beperkt.

De vorige kwam van Enerprof.de. Een 750 Wh (36 V) accu kostte toen ongeveer € 420, inclusief 4 A lader. Deze keer bestelde ik er een van PSWpower, via Aliexpress en geleverd vanuit Duitsland. De nieuwe kostte nog € 220.

Technisch: waar de vorige werkte met Samsung ENR35 18650 cellen, zijn het nu Samsung INR21700-50G cellen. De capaciteit is opnieuw 750 Wh, de lader is nu een 3 A exemplaar. Waarom die grote capaciteit: de individuele cellen worden minder belast op die manier. Bij een 'lichte' accu gaat er voor eenzelfde vermogen meer stroom door de cellen en daardoor gaat de slijtage snel. Er is dus niet enkel meer reserve (groter rijbereik), maar de levensduur van de cellen zou ook langer moeten zijn. Dat het 21700 cellen zijn, draagt daar ook toe bij.

Dit is een eenvoudige één op één vervanging: montageplaat van de bagagedrager halen, de nieuwe erop, accu plaatsen en rijden maar.

woensdag 28 januari 2026

Reisverhaal: Frankrijktrip juni 2025 - deel 2

Het hoofdstuk Bretagne was afgesloten. De tweede week zou ik al een heel eind noordelijker verblijven. De bestemming lag ergens tussen de baai van de Somme en Abbeville. Deze keer was het doel vooraf wel precies bepaald: ik pikte er een camping uit in het binnenland.

Maar ook nu zou de trip niet in één keer gebeuren. Onderweg valt vaak wat te zien en 'vakantie' en 'haast' gaan niet samen. Voor dag 1 was er geen vast plan, enkel min of meer een reisroute. Ik zou wel zien waar die me zou brengen. Proviand werd onderweg ingeslagen zodat ik me 's avonds geen zorgen hoefde te maken hierover.

Die eerste dag eindigde in Ceaucé, een onooglijk dorp ergens tussen de beboste heuvels op de grens tussen Bretagne en Normandië. Verrassing onderweg: ik bleek een eind van de Vélofrancette te volgen, maar dan wel met de auto. Fietsers zag ik niet, maar het lijkt wel een heel mooie route. Ooit eens...


Ceaucé dus: een 'camping municipal' met welgeteld 8 staanplaatsen. 's Avonds kwam iemand langs om het verblijf te registreren en de centen (11 euro als ik het me goed herinner) te ontvangen. In een dorp waar de tijd stil bleef staan, kon betalen enkel contant.
Daar viel verder niets te beleven, maar een rustige avond met wat lezen is ook niet mis. Voor wie houdt van kleinschalige en rustige kampeerplekken: dit is een verborgen parel. De camping lijkt me ook ideaal voor wie op fietsvakantie is: klein en prima onderhouden.

De dag erop had ik alle tijd: de bestemming lag op iets meer dan 300 km. Camping Le Clos Cacheleux in Miannay ligt in een kasteeldomein. De staanplaatsen zijn navenant: 200 à 250 m² per plaats. En omdat het nog juni was en midden in de week, was ik alweer ongeveer de enige gast.

'Mijn' plekje op de grote camping

Bonjour camping

Ook hier zou de camper een week niet van zijn plek komen. In de ene richting ligt Abbeville en het hinterland van de bekende baai van de Somme; de andere kant uit gaat het naar het pittoreske Saint-Valéry-sur-Somme en de Opaalkust met de imposante kliffen.

Het binnenland bleek verrassend mooi en ideaal fietsterrein. Je moet soms wat zoeken om mooie routes te vinden, maar ik leerde enkele jaren geleden de app 'Cirkwi' kennen voor Frankrijk. Daar vind je voor het hele land wandelingen, fietstochten, bezienswaardigheden... 

Snikheet, dus is voldoende water nodig
Zalig fietsen
 
Bossen en velden, asfalt en veldwegen

Bovenstaande beelden zijn van tijdens een rondje in het binnenland.
Abbeville: aan de fietspaden is hier toch nog wat werk... (de linkerhelft is fietspad) 

De volgende trip ging naar de kust. Vanaf de camping was het even rijden tot aan het kanaal tussen Abbeville en Saint-Valéry-sur-Somme: een kaarsrechte route naar de kust met een perfect geasfalteerd jaagpad. 


Daar kwam ik geregeld andere fietsers tegen. Aan de kust ben je meteen in een heel andere wereld.

Voor ons, die zandstranden en duinen gewoon zijn, is dit toch wel wat anders. Net zoals ik vorig jaar aan de Normandische kust geleerd had, is het niet evident om de kustlijn te volgen. Noch te voet, noch met de fiets. Door erosie en het bijhorende instortingsgevaar zijn veel van de vroegere paden boven de kliffen afgesloten. Op sommige plaatsen kan je dicht langs de rand, op andere dan weer niet. Beneden, op het strand, is het ook niet evident. Dat is omwille van instortingsgevaar vaak afgesloten.

Vertrekken vanuit een (tijdelijk) vaste standplaats betekent wel dat er noodgedwongen in lussen gefietst en gewandeld wordt. Maar er valt veel te bekijken voor wie van rust en ruimte houdt. En er is echt meer dan enkel die spectaculaire kustlijn.


Conclusie: de omgeving van de baai van de Somme is aangenaam fietsgebied. In de baai is het fietsnetwerk mooi uitgewerkt. Daarbuiten, in het achterland, zijn heel veel rustige wegen te vinden in een glooiend landschap.

Waar ik dit jaar naartoe zal trekken, is nog niet bepaald. Dat is ook een voordeel van kamperen en mobiel zijn: ik kan wel een streek uitkiezen, maar als het weer daar niet meevalt, gaat verkassen wel vlot. En het spreekt voor zich dat de fiets weer meegaat.

maandag 26 januari 2026

Reisverhaal: Frankrijkreis juni 2025 - deel 1

Neen, dit was geen fietsvakantie pur sang, maar tijdens de vakantie werd wel veel gefietst. Dat zit zo: al enkele jaren merk ik dat ik graag wat ruigere paden neem door bos en veld. Met de ligfiets is dat niet zo vanzelfsprekend. Ja, het kan, maar het gaat niet van harte.

In 2023 was de oude Heinzmann (dateert van 2014) mee op een trip door de Dordogne en het Centraal Massief (Frankrijk). Toen constateerde ik heel snel dat die fiets - die iets tussen stads- en toerfiets is - niet echt geschikt is voor zo'n ritten. In het bos bleven takken steken tussen het spatbord en de banden, in het veld deden gras en hooi hetzelfde. Op lossere grond, zand en alles wat niet echt hard is, hadden de 40 mm banden onvoldoende grip. Die redenen lagen mee aan de basis van de beslissing om de Giant Stormguard te leasen.

En dan is er nog mijn campertje. Eigenlijk is dat een Renault Trafic bestelwagen (bestuurdersstoel en een zitbank voor twee personen) die ik wat ombouwde. Deze is de opvolger van de VW T4 Multivan die ik voordien had. Die was helemaal op. Met 60 pk en 133 Nm koppel voor zo'n zware auto ging het ook echt niet vooruit op hellingen: in eerste of tweede versnelling bergop moeten omdat het anders niet gaat, is niet leuk.

De kampeeruitrusting

Dit is hoe ik al enkele jaren de meeste vakanties doorbreng. 

Vorig jaar op vakantie met alles erop en eraan

Hetzelfde maar van de voorkant gezien

De linkerwand van de camper. Links zie je net een hoek van de Ququq campingbox

De campingbox in gebruik: zowat alles voor koken en eten zit hierin opgeborgen

Een knus nest voor de nacht

De combinatie van de grote afstanden afleggen met de camper en dan ter plaatse de streek bezoeken per fiets bevalt me al meer jaren. En slapen in de camper is toch comfortabeler dan in een tentje. Dat heeft mijn voorkeur. Naargelang hoe lang ik ergens denk te blijven, zijn er wat verschillende opties. Zeg maar eentje voor onderweg en eentje voor als ik langer op dezelfde plek blijf.

Op een eco-camping in het noorden van Bretagne: camper met luifel

Wat uitgebreider: met de bustent (Larmor-Baden, Golfe de Morbihan, Bretagne)

De Giant in de 'garage'

Heerlijk ontwaken op een quasi lege camping (omgeving Abbeville, baai van de Somme)

Een fiets (of fietsen) meenemen op een buscamper is niet evident. Bij de grotere (meestal op basis van een Fiat Ducato) kan een flinke drager gemonteerd worden die opzij draait. Bij een compactere bestelwagen zoals de populaire VW Transporters of mijn Renault Trafic kan dat niet.

Mijn zoektocht leidde naar de Enduro SD260. Die beschikt over een schuifsysteem waarmee je de hele drager een flink eind achteruit kan schuiven. Zo kunnen de deuren makkelijk open. In de praktijk werkt dat prima.

De uitgeschoven fietsendrager op de trekhaak

Op weg naar het zuiden, naar de Golfe de Morbihan

In juni had ik enkele weken vakantie en toen kon ik dus - lekker buiten het seizoen - een kampeervakantie houden.

De reis begint als ik de voordeur achter me dicht trek. Zo snel mogelijk de bestemming bereiken is niet mijn doel; de reis is ook deel van de vakantie. Voor dit jaar had ik uiteindelijk twee bestemmingen: eerst naar een oude liefde - de Golfe de Morbihan in het uiterste zuiden van Bretagne - en daarna weer noordwaarts naar de baai van de Somme. 

Voor wie dat boeiend vindt: de heenreis ging in drie etappes van telkens ongeveer 300 km. De route lag min of meer vast, maar er was niets gereserveerd. De reis verliep buiten het seizoen en in Frankrijk zijn veel campings, dus er is altijd wel een plaats te vinden. Het aantal snelwegkilometers werd zoveel mogelijk beperkt: op de kleinere wegen valt veel meer te zien.

Eerst reed ik naar Fécamp aan de Normandische kust. Daar vind je een camping in terrassen met zicht op de Noordzee. Die kan erg druk zijn, maar ik had wel een plekje.

Camping Reneville Fécamp

Vandaar ging het door het binnenland in de richting van Saint-Malo (Mont Saint-Michel), waar ik op een ecocamping in de omgeving van Dinan terechtkwam. Hier werd de fiets een eerste keer gebruikt: in de omgeving viel (natuurlijk, want Bretagne) een menhirveld te bekijken. Ik tekende dus een lus uit met wat asfalt en een eind bospad. Op die manier was het toch wat meer dan 'even heen en weer naar het menhirveld'.

Dit bospad bleek erg weinig gebruikt te worden en was hier en daar venijnig steil. Op de foto valt het nog mee, maar geleidelijk werd het smaller en werd de begroeiing (brandnetels en braamstruiken) dichter en hoger. Dit was prima om in vakantiestemming te raken. Dit deed ik nog met de oude trekkingfiets (beide 'bukkers' waren mee).

Maar ik zag wel mijn eerste menhirveld van deze reis.


De camping in Pleslin-Trigavou was heel erg rustig: er is dan ook niets in de buurt. 't Is heerlijk om op die manier de spanning van het werk van zich af te laten vloeien.

De dag erna was de laatste dag van de heenrit. Het doel lag deze keer aan de noordkant van de binnenzee, in Larmor-Baden. Welke camping het zou worden, zou ik ter plaatse wel uitzoeken. Da's het voordeel van reizen in juni: er is (bijna) altijd veel plaats.

Onderweg kwam ik aan alweer een menhirveld, maar deze keer veel groter en educatief uitgewerkt: les menhirs de Monteneuf. Dit is echt indrukwekkend voor wie geschiedenis wil ondergaan. Weten dat je loopt waar mensen duizenden jaren geleden en over een periode van 1500 jaar stenen monumenten oprichtten en leefden, dat doet toch iets.


In de namiddag kwam ik aan de eindbestemming: Larmor-Baden. Daar zou ik een week blijven. Dat betekent: het campertje op een mooie plek zetten, de bustent opzetten en de kampeerplek inrichten voor een poosje.

De camper en de bustent vormen min of meer één geheel en dus gebeuren de verplaatsingen ofwel te voet - wandelen is ook fijn - of met de fiets. Ik kreeg wel tips om zaken te bezoeken, maar de 'het is niet ver' die erbij hoorde, was duidelijk vanuit het automobilistenstandpunt bekeken. Het was wel heerlijk weer en in de directe omgeving viel evengoed veel te bekijken.

Soms is het wat zoeken, want het pad rondom de golf is vaak enkel toegankelijk voor voetgangers. Dat kan dikwijls ook niet anders: geregeld zijn er trappen om over de hellingen te raken. 

Larmor-Baden. Zicht op de Golfe de Morbihan

Tussendoor: 'Morbihan' zou van het Keltisch voor 'kleine zee' komen. Die 'kleine zee' is spectaculair om te bevaren. Door de grote getijdenverschillen en de nauwe verbinding (800 m) tussen de Golf en de oceaan ontstaan zeer sterke getijdenstromingen: tot 9 knopen. Ooit voer ik door die verbinding met een Mirror zwaardbootje, terwijl links en rechts draaikolken te zien waren. Ook her en der tussen de eilanden en langs de landtongen lijkt het alsof rivieren door de binnenzee stromen. 't Is spectaculair om te zien en om te bevaren.

2010: met de Mirror in Bretagne

Soms ging het ook wat verder: zo bracht een trip me van Larmor-Baden naar La-Trinité-sur-Mer. Dit was een zeer gevarieerde rit: soms over zeer ruime, nagelnieuwe fietspaden, soms over 'départementales' zonder fietspad, soms langs onverharde binnenwegen.

Ergens onderweg op een min of meer verhard stuk GR

De Giant verteerde dit alles met de grootste gemak. De 'smart assist' maakt het erg makkelijk: de elektronica - met koppelsensor - meet heel wat factoren, zoals snelheid, pedaaldruk, hellingsgraad (zowel zijdelings als in langsrichting) en bepaalt zelf welk ondersteuningsniveau nodig is. Met de 800 Wh accu en een bereik van min of meer 200 km hoefde ik me weinig zorgen te maken. In de praktijk is het al mooi als een rit 60 of 70 km lang is. Er valt onderweg zoveel te bekijken, dat ik daar ook tijd voor wil uittrekken.

Op de foto zie je de Stormguard uitgerust voor een dagrit. De twee Ortlieb fietstassen zitten er vast op. Voor zo'n ritten komt de oude Agu Yamaska toptast erbij. Zo kan ik vlot bij het fototoestel en ook de papieren en sleutels zitten daarin. Die tas kan er in een handomdraai van af als ik besluit ergens wat verder van de fiets te gaan.

Er waren niet echt spectaculaire zaken te zien of te doen, maar dat hoeft ook niet. Weg zijn uit de tredmolen van elke dag, de rust van een bosrijke en stille omgeving, dat is voldoende.

Een avondwandeling langs de golf

De toegang tot Ile de Berder

Maar dat wil niet zeggen dat er niets te beleven valt. Een wandeling bracht me naar Ile de Berder, waar je enkel langs de omtrek kan (het eiland is privé eigendom van de 'fondation Yves Rocher') en waar je de toegang goed moet timen, want er is enkel een venster van enkele uren bij laagtij om via een dam binnen en buiten te gaan.

Een andere wandeling leidde door een bebost, moerassig gebied. Dat bleek meer dan een eeuw geleden het eerste vliegveld van Bretagne geweest te zijn. Als ik het goed heb, is daar welgeteld één vliegtuig opgestegen. Her en der vind je getijdenmolens, zoutpannen en andere relieken uit lang vervlogen tijden.

Na een week was het tijd voor de tweede en laatste bestemming: in de buurt van de baai van de Somme. Daarover lees je in deel 2 van het reisverslag.