woensdag 28 januari 2026

Reisverhaal: Frankrijktrip juni 2025 - deel 2

Het hoofdstuk Bretagne was afgesloten. De tweede week zou ik al een heel eind noordelijker verblijven. De bestemming lag ergens tussen de baai van de Somme en Abbeville. Deze keer was het doel vooraf wel precies bepaald: ik pikte er een camping uit in het binnenland.

Maar ook nu zou de trip niet in één keer gebeuren. Onderweg valt vaak wat te zien en 'vakantie' en 'haast' gaan niet samen. Voor dag 1 was er geen vast plan, enkel min of meer een reisroute. Ik zou wel zien waar die me zou brengen. Proviand werd onderweg ingeslagen zodat ik me 's avonds geen zorgen hoefde te maken hierover.

Die eerste dag eindigde in Ceaucé, een onooglijk dorp ergens tussen de beboste heuvels op de grens tussen Bretagne en Normandië. Verrassing onderweg: ik bleek een eind van de Vélofrancette te volgen, maar dan wel met de auto. Fietsers zag ik niet, maar het lijkt wel een heel mooie route. Ooit eens...


Ceaucé dus: een 'camping municipal' met welgeteld 8 staanplaatsen. 's Avonds kwam iemand langs om het verblijf te registreren en de centen (11 euro als ik het me goed herinner) te ontvangen. In een dorp waar de tijd stil bleef staan, kon betalen enkel contant.
Daar viel verder niets te beleven, maar een rustige avond met wat lezen is ook niet mis. Voor wie houdt van kleinschalige en rustige kampeerplekken: dit is een verborgen parel. De camping lijkt me ook ideaal voor wie op fietsvakantie is: klein en prima onderhouden.

De dag erop had ik alle tijd: de bestemming lag op iets meer dan 300 km. Camping Le Clos Cacheleux in Miannay ligt in een kasteeldomein. De staanplaatsen zijn navenant: 200 à 250 m² per plaats. En omdat het nog juni was en midden in de week, was ik alweer ongeveer de enige gast.

'Mijn' plekje op de grote camping

Bonjour camping

Ook hier zou de camper een week niet van zijn plek komen. In de ene richting ligt Abbeville en het hinterland van de bekende baai van de Somme; de andere kant uit gaat het naar het pittoreske Saint-Valéry-sur-Somme en de Opaalkust met de imposante kliffen.

Het binnenland bleek verrassend mooi en ideaal fietsterrein. Je moet soms wat zoeken om mooie routes te vinden, maar ik leerde enkele jaren geleden de app 'Cirkwi' kennen voor Frankrijk. Daar vind je voor het hele land wandelingen, fietstochten, bezienswaardigheden... 

Snikheet, dus is voldoende water nodig
Zalig fietsen
 
Bossen en velden, asfalt en veldwegen

Bovenstaande beelden zijn van tijdens een rondje in het binnenland.
Abbeville: aan de fietspaden is hier toch nog wat werk... (de linkerhelft is fietspad) 

De volgende trip ging naar de kust. Vanaf de camping was het even rijden tot aan het kanaal tussen Abbeville en Saint-Valéry-sur-Somme: een kaarsrechte route naar de kust met een perfect geasfalteerd jaagpad. 


Daar kwam ik geregeld andere fietsers tegen. Aan de kust ben je meteen in een heel andere wereld.

Voor ons, die zandstranden en duinen gewoon zijn, is dit toch wel wat anders. Net zoals ik vorig jaar aan de Normandische kust geleerd had, is het niet evident om de kustlijn te volgen. Noch te voet, noch met de fiets. Door erosie en het bijhorende instortingsgevaar zijn veel van de vroegere paden boven de kliffen afgesloten. Op sommige plaatsen kan je dicht langs de rand, op andere dan weer niet. Beneden, op het strand, is het ook niet evident. Dat is omwille van instortingsgevaar vaak afgesloten.

Vertrekken vanuit een (tijdelijk) vaste standplaats betekent wel dat er noodgedwongen in lussen gefietst en gewandeld wordt. Maar er valt veel te bekijken voor wie van rust en ruimte houdt. En er is echt meer dan enkel die spectaculaire kustlijn.


Conclusie: de omgeving van de baai van de Somme is aangenaam fietsgebied. In de baai is het fietsnetwerk mooi uitgewerkt. Daarbuiten, in het achterland, zijn heel veel rustige wegen te vinden in een glooiend landschap.

Waar ik dit jaar naartoe zal trekken, is nog niet bepaald. Dat is ook een voordeel van kamperen en mobiel zijn: ik kan wel een streek uitkiezen, maar als het weer daar niet meevalt, gaat verkassen wel vlot. En het spreekt voor zich dat de fiets weer meegaat.

maandag 26 januari 2026

Reisverhaal: Frankrijkreis juni 2025 - deel 1

Neen, dit was geen fietsvakantie pur sang, maar tijdens de vakantie werd wel veel gefietst. Dat zit zo: al enkele jaren merk ik dat ik graag wat ruigere paden neem door bos en veld. Met de ligfiets is dat niet zo vanzelfsprekend. Ja, het kan, maar het gaat niet van harte.

In 2023 was de oude Heinzmann (dateert van 2014) mee op een trip door de Dordogne en het Centraal Massief (Frankrijk). Toen constateerde ik heel snel dat die fiets - die iets tussen stads- en toerfiets is - niet echt geschikt is voor zo'n ritten. In het bos bleven takken steken tussen het spatbord en de banden, in het veld deden gras en hooi hetzelfde. Op lossere grond, zand en alles wat niet echt hard is, hadden de 40 mm banden onvoldoende grip. Die redenen lagen mee aan de basis van de beslissing om de Giant Stormguard te leasen.

En dan is er nog mijn campertje. Eigenlijk is dat een Renault Trafic bestelwagen (bestuurdersstoel en een zitbank voor twee personen) die ik wat ombouwde. Deze is de opvolger van de VW T4 Multivan die ik voordien had. Die was helemaal op. Met 60 pk en 133 Nm koppel voor zo'n zware auto ging het ook echt niet vooruit op hellingen: in eerste of tweede versnelling bergop moeten omdat het anders niet gaat, is niet leuk.

De kampeeruitrusting

Dit is hoe ik al enkele jaren de meeste vakanties doorbreng. 

Vorig jaar op vakantie met alles erop en eraan

Hetzelfde maar van de voorkant gezien

De linkerwand van de camper. Links zie je net een hoek van de Ququq campingbox

De campingbox in gebruik: zowat alles voor koken en eten zit hierin opgeborgen

Een knus nest voor de nacht

De combinatie van de grote afstanden afleggen met de camper en dan ter plaatse de streek bezoeken per fiets bevalt me al meer jaren. En slapen in de camper is toch comfortabeler dan in een tentje. Dat heeft mijn voorkeur. Naargelang hoe lang ik ergens denk te blijven, zijn er wat verschillende opties. Zeg maar eentje voor onderweg en eentje voor als ik langer op dezelfde plek blijf.

Op een eco-camping in het noorden van Bretagne: camper met luifel

Wat uitgebreider: met de bustent (Larmor-Baden, Golfe de Morbihan, Bretagne)

De Giant in de 'garage'

Heerlijk ontwaken op een quasi lege camping (omgeving Abbeville, baai van de Somme)

Een fiets (of fietsen) meenemen op een buscamper is niet evident. Bij de grotere (meestal op basis van een Fiat Ducato) kan een flinke drager gemonteerd worden die opzij draait. Bij een compactere bestelwagen zoals de populaire VW Transporters of mijn Renault Trafic kan dat niet.

Mijn zoektocht leidde naar de Enduro SD260. Die beschikt over een schuifsysteem waarmee je de hele drager een flink eind achteruit kan schuiven. Zo kunnen de deuren makkelijk open. In de praktijk werkt dat prima.

De uitgeschoven fietsendrager op de trekhaak

Op weg naar het zuiden, naar de Golfe de Morbihan

In juni had ik enkele weken vakantie en toen kon ik dus - lekker buiten het seizoen - een kampeervakantie houden.

De reis begint als ik de voordeur achter me dicht trek. Zo snel mogelijk de bestemming bereiken is niet mijn doel; de reis is ook deel van de vakantie. Voor dit jaar had ik uiteindelijk twee bestemmingen: eerst naar een oude liefde - de Golfe de Morbihan in het uiterste zuiden van Bretagne - en daarna weer noordwaarts naar de baai van de Somme. 

Voor wie dat boeiend vindt: de heenreis ging in drie etappes van telkens ongeveer 300 km. De route lag min of meer vast, maar er was niets gereserveerd. De reis verliep buiten het seizoen en in Frankrijk zijn veel campings, dus er is altijd wel een plaats te vinden. Het aantal snelwegkilometers werd zoveel mogelijk beperkt: op de kleinere wegen valt veel meer te zien.

Eerst reed ik naar Fécamp aan de Normandische kust. Daar vind je een camping in terrassen met zicht op de Noordzee. Die kan erg druk zijn, maar ik had wel een plekje.

Camping Reneville Fécamp

Vandaar ging het door het binnenland in de richting van Saint-Malo (Mont Saint-Michel), waar ik op een ecocamping in de omgeving van Dinan terechtkwam. Hier werd de fiets een eerste keer gebruikt: in de omgeving viel (natuurlijk, want Bretagne) een menhirveld te bekijken. Ik tekende dus een lus uit met wat asfalt en een eind bospad. Op die manier was het toch wat meer dan 'even heen en weer naar het menhirveld'.

Dit bospad bleek erg weinig gebruikt te worden en was hier en daar venijnig steil. Op de foto valt het nog mee, maar geleidelijk werd het smaller en werd de begroeiing (brandnetels en braamstruiken) dichter en hoger. Dit was prima om in vakantiestemming te raken. Dit deed ik nog met de oude trekkingfiets (beide 'bukkers' waren mee).

Maar ik zag wel mijn eerste menhirveld van deze reis.


De camping in Pleslin-Trigavou was heel erg rustig: er is dan ook niets in de buurt. 't Is heerlijk om op die manier de spanning van het werk van zich af te laten vloeien.

De dag erna was de laatste dag van de heenrit. Het doel lag deze keer aan de noordkant van de binnenzee, in Larmor-Baden. Welke camping het zou worden, zou ik ter plaatse wel uitzoeken. Da's het voordeel van reizen in juni: er is (bijna) altijd veel plaats.

Onderweg kwam ik aan alweer een menhirveld, maar deze keer veel groter en educatief uitgewerkt: les menhirs de Monteneuf. Dit is echt indrukwekkend voor wie geschiedenis wil ondergaan. Weten dat je loopt waar mensen duizenden jaren geleden en over een periode van 1500 jaar stenen monumenten oprichtten en leefden, dat doet toch iets.


In de namiddag kwam ik aan de eindbestemming: Larmor-Baden. Daar zou ik een week blijven. Dat betekent: het campertje op een mooie plek zetten, de bustent opzetten en de kampeerplek inrichten voor een poosje.

De camper en de bustent vormen min of meer één geheel en dus gebeuren de verplaatsingen ofwel te voet - wandelen is ook fijn - of met de fiets. Ik kreeg wel tips om zaken te bezoeken, maar de 'het is niet ver' die erbij hoorde, was duidelijk vanuit het automobilistenstandpunt bekeken. Het was wel heerlijk weer en in de directe omgeving viel evengoed veel te bekijken.

Soms is het wat zoeken, want het pad rondom de golf is vaak enkel toegankelijk voor voetgangers. Dat kan dikwijls ook niet anders: geregeld zijn er trappen om over de hellingen te raken. 

Larmor-Baden. Zicht op de Golfe de Morbihan

Tussendoor: 'Morbihan' zou van het Keltisch voor 'kleine zee' komen. Die 'kleine zee' is spectaculair om te bevaren. Door de grote getijdenverschillen en de nauwe verbinding (800 m) tussen de Golf en de oceaan ontstaan zeer sterke getijdenstromingen: tot 9 knopen. Ooit voer ik door die verbinding met een Mirror zwaardbootje, terwijl links en rechts draaikolken te zien waren. Ook her en der tussen de eilanden en langs de landtongen lijkt het alsof rivieren door de binnenzee stromen. 't Is spectaculair om te zien en om te bevaren.

2010: met de Mirror in Bretagne

Soms ging het ook wat verder: zo bracht een trip me van Larmor-Baden naar La-Trinité-sur-Mer. Dit was een zeer gevarieerde rit: soms over zeer ruime, nagelnieuwe fietspaden, soms over 'départementales' zonder fietspad, soms langs onverharde binnenwegen.

Ergens onderweg op een min of meer verhard stuk GR

De Giant verteerde dit alles met de grootste gemak. De 'smart assist' maakt het erg makkelijk: de elektronica - met koppelsensor - meet heel wat factoren, zoals snelheid, pedaaldruk, hellingsgraad (zowel zijdelings als in langsrichting) en bepaalt zelf welk ondersteuningsniveau nodig is. Met de 800 Wh accu en een bereik van min of meer 200 km hoefde ik me weinig zorgen te maken. In de praktijk is het al mooi als een rit 60 of 70 km lang is. Er valt onderweg zoveel te bekijken, dat ik daar ook tijd voor wil uittrekken.

Op de foto zie je de Stormguard uitgerust voor een dagrit. De twee Ortlieb fietstassen zitten er vast op. Voor zo'n ritten komt de oude Agu Yamaska toptast erbij. Zo kan ik vlot bij het fototoestel en ook de papieren en sleutels zitten daarin. Die tas kan er in een handomdraai van af als ik besluit ergens wat verder van de fiets te gaan.

Er waren niet echt spectaculaire zaken te zien of te doen, maar dat hoeft ook niet. Weg zijn uit de tredmolen van elke dag, de rust van een bosrijke en stille omgeving, dat is voldoende.

Een avondwandeling langs de golf

De toegang tot Ile de Berder

Maar dat wil niet zeggen dat er niets te beleven valt. Een wandeling bracht me naar Ile de Berder, waar je enkel langs de omtrek kan (het eiland is privé eigendom van de 'fondation Yves Rocher') en waar je de toegang goed moet timen, want er is enkel een venster van enkele uren bij laagtij om via een dam binnen en buiten te gaan.

Een andere wandeling leidde door een bebost, moerassig gebied. Dat bleek meer dan een eeuw geleden het eerste vliegveld van Bretagne geweest te zijn. Als ik het goed heb, is daar welgeteld één vliegtuig opgestegen. Her en der vind je getijdenmolens, zoutpannen en andere relieken uit lang vervlogen tijden.

Na een week was het tijd voor de tweede en laatste bestemming: in de buurt van de baai van de Somme. Daarover lees je in deel 2 van het reisverslag.

donderdag 6 november 2025

Giant Stormguard E+ 2: een korte evaluatie na anderhalf jaar


Na 5000 km heb ik genoeg gereden met de Giant Stormguard om wat ervaringen te kunnen delen; zowel goede als minder goede punten heb ik leren kennen. Dit is natuurlijk persoonlijk: veel hangt af van wat je van een fiets verwacht en waar je die voor gebruikt.

Keuzes maken 

In 2024 kregen we via onze werkgever de mogelijkheid om een leasingfiets aan te schaffen. Heel kort betekent dit dat je grosso modo 40% minder betaalt voor je fiets. Omdat de afrekening - in ons geval - via de eindejaarspremie verloopt, voel je er amper iets van.

Op mijn verlanglijstje stonden een aantal elementen, die ervoor zouden moeten zorgen dat de fiets zo onderhoudsarm mogelijk zou zijn. Ik had ook wat doelen gedefinieerd: de fiets moest niet enkel dienen voor boodschappen en korte verplaatsingen, maar evengoed voor dagtochten - misschien zelfs wat fietsreizen -, licht off road gebruik, vervoeren van bagage...

Zo kwam ik tenslotte bij de Giant Stormguard uit:

  • Giant Syncdrive Pro 2 motor: een Yamaha motor met Giant elektronica en software.
  • Gates CDX riem met automatische riemspanner
  • 'full suspension': vering voor en achter, instelbaar en degelijk
  • dropper post: de zadelhoogte is zelfs al rijdend aan te passen
  • 800 Wh accu in de voorbuis met een 6A lader
  • motorkarakteristieken (reactiesnelheid, procentuele ondersteuning...) in te stellen via een app
  • degelijke verlichting (Supernova M99 Mini Pro koplamp)

De keuze voor een fiets is altijd een compromis. Je maakt keuzes en die houden altijd beperkingen in. De kunst is om zo te kiezen dat die zo positief mogelijk uitvalt. Maar er zijn dus altijd negatieve zaken, afhankelijk van waar je belang aan hecht. Dat is dus ook zo met deze fiets.

Toen ik die pas had, nam ik de fiets mee naar de Dordogne. Daar werd die aan heel verschillende omstandigheden onderworpen: asfaltwegen, bos, steile paden over onverharde wegen met grote keien, slingerende afdalingen... 

In de omgeving van Argentat-sur-Dordogne

De krachtige motor (85 Nm maximaal koppel) trok de fiets met gemak overal door. 't Is handig dat je kan bijstellen hoe agressief of alert die reageert op de pedaaldruk. De ritten tijdens die trip leerden me snel veel over het karakter van de Stormguard.

Eerste aanpassingen 

Standaard liggen er Maxxis Rekon 27,5x2,6" (noppen-)banden op. Die deden het prima in het bos en op rulle ondergrond, maar ze maakten de fiets weinig wendbaar en luidruchtig op asfalt.


Zodra ik weer thuis was, kwamen er Continental Urban Contact 62-524 onder te liggen. 


Het effect was meteen merkbaar: ik had een andere fiets.Op asfalt en halfverharde wegen reed hij veel beter en stiller. De keerzijde was dat de grip op onverhard vaak minder was.

Ook het zadel werd vervangen: ik wisselde het met het Selle Royal Respiro Moderate zadel dat ik op mijn Heinzmann gezet had. Dat zat voor mij veel beter.

Tussendoor experimenteerde ik wat met de instellingen in de app. Daar kan je de motorkarakteristieken bijsturen.

Positieve punten

Wat overal vermeld wordt: dit is een full suspension reisfiets, dus met vering voor en achter. De demping achter kan je heel eenvoudig in drie standen instellen met een hendel op de veer/demper.


Omwille van die vering is de bagagedrager niet op de achtervork gemonteerd, maar op het frame. Als de fiets zwaar geladen is, merk je dat snel aan het weggedrag. Dan is het kwestie van de demping een standje harder in te stellen. Wat mij betreft, valt hier niets op aan te merken. De vering maakt alle wegen effen. Dit is veruit mijn comfortabelste fiets ooit - als ik het hou bij 'bukkers'.

Een 800 Wh accu heeft als nadeel dat die flink wat gewicht in de weegschaal legt. Daar staat een grote autonomie tegenover. Als die accu volgeladen is, geeft het schermpje een bereik van 216 km aan. Als ik dan de ondersteuning op 'eco' zet, stijgt dit naar 235 km. In de praktijk, met gevarieerde ondersteuning en een gemiddelde snelheid die vaak rond 22 km/u ligt, wordt dat ongeveer 180 km. Daarmee kom je al ergens.

De krachtige motor - 250 W nominaal (600 W piek) en 85 Nm maximaal koppel - helpt je zo ongeveer overal doorheen. Dat in combinatie met de stevige accu maakt dit tot een echte reisfiets. Giant levert er dan nog een 6 A lader bij, waardoor het laden naar verhouding snel gaat. Voor rustige ritten gaat de ondersteuning vaak naar 'eco'.

Het Ridedash Evo scherm gecombineerd met de Ridecontrol Ergo 2 bediening maken het gebruik van de ondersteuning heel makkelijk: alle bedieningen zitten binnen bereik van je linkerhand. De knoppen zitten logisch en de leds erbij maken ze snel vindbaar. Die bediening zit achter het stuur, naast het linker handvat, en dus prima beschermd in het geval de fiets tegen de grond zou gaan. Het kleurenscherm is heel goed afleesbaar en ook weer via de bediening aan de linkerhand kan je door verschillende informatieschermen kiezen, waarin je onder andere de volgende zaken kan vinden:

  • trapfrequentie en bereik
  • afgelegde afstand (dagteller) en totaal afgelegde afstand
  • gemiddelde en maximale snelheid

Het systeem kan ook door middel van pijltjes en in combinatie met Google Maps helpen bij navigatie. 

De Supernova M99 Mini Pro koplamp doet zijn werk helemaal naar verwachting: je krijgt een mooie, brede lichtbundel waar het hoort. Op onverlichte wegen schakel je het groot licht in, dat zoals bij mountainbikeverlichting alles voor je doet oplichten. Dat doe je met een knopje naast de rechtergreep. Je hoeft niet eens je stuur los te laten.

De spatborden zitten op een ruime afstand van de banden. Daardoor krijgt vuil geen kans om op te hopen. Precies wat ik zocht. Ze zijn van stevig aluminium gemaakt: geen geklapper en degelijk.

De Shimano Nexus 5 naaf wordt bediend met een draaigreep. Tot nu werkte die altijd feilloos. Schakelen gaat makkelijk en precies. Daarbij moet ik vermelden dat ik altijd even ophoud met trappen als ik wil schakelen. Eigenlijk is het eerder wat minder druk op de pedalen zetten. Dat is een gewoonte, dus ik hoef er niet bij na te denken. Deze naaf is trouwens specifiek voor elektrisch ondersteunde fietsen ontwikkeld: veel andere versnellingsnaven kunnen het vermogen niet goed verteren.

Remmen: een 200 mm schijf vooraan en 180 mm achteraan, gecombineerd met Shimano Deore BR-MT420 vierzuiger remklauwen. Hiermee kan je letterlijk met één vinger remmen. En remmen doen ze prima, zowel nat als droog. Niets op aan te merken. Het kan altijd beter, maar dat hoeft in dit geval echt niet.

Negatieve zaken

De zijstandaard is gemonteerd achteraan op de achtervork. Door die plaats en de combinatie met de vering klappert die bij de iets grotere oneffenheden. Daar lijkt weinig aan te doen te zijn, behalve een stukje rubber tegen de aanslag van de steun te kleven.

De fiets is uitgerust met een Shimano Nexus 5 naaf. De opties waren toen de Stormguard E+ 3 met derailleur en ketting, E+ 2 met Nexus 5 en de E+ 1 met Enviolo Automatiq. Ik wilde een riem, dus de 3 viel meteen af. De Enviolonaaf is niet mijn favoriet en die maakte de fiets meteen € 1.500 duurder (de range extender accu zit daar ook voor een groot stuk tussen). Zo kwam ik dus bij die E+ 2 terecht.

Voor een niet-ondersteunde fiets is een Nexus 5 nogal beperkt: de sprongen tussen de versnellingen zijn dan groot. De ondersteuning vangt dit op. Dit is waarvoor die naaf ontwikkeld werd.
Maar: het eindverzet is wat mij betreft te groot. Op steile hellingen is de eerste versnelling te lang en de vijfde heb ik nog bijna nooit gebruikt. Ik hou ervan om zo ergens tussen 70 en 90 omwentelingen te blijven en aan 25 km/u - de maximaal ondersteunde snelheid - zit ik in de vierde versnelling tegen die ondergrens aan (rond 72 opm). Dat kan aangepast worden: daarvoor moet het voorste tandwiel vervangen worden door een groter. Maar dat kan niet met de huidige riem, dus ook die moet dan vernieuwd worden. Kostprijs hiervoor bedraagt om en bij € 300. Ik koos ervoor om hiermee te wachten tot ik de riem ooit eens moet vervangen.
Dat betekent dus dat ik in de praktijk beschik over vier versnellingen.
Terzijde: het lijkt erop dat meer fabrikanten voor die lange eindoverbrenging kiezen. Dit is dus niet enkel een probleem bij de Stormguard.

Smart Assist is een handig systeem: de elektronica meet heel wat factoren en bepaalt aan de hand daarvan voortdurend welk van de vijf ondersteuningsniveaus gekozen moet worden. Maar het systeem heeft ook nadelen: zeker bij bergop rijden voel je de assistentie voortdurend variëren. Dan is het beter om manueel een niveau te kiezen. Dit heeft Bosch beter voor elkaar.

Ook weer in vergelijking met Bosch (Performance Line CX): de motor is luidruchtig. Ik vermoed dat hier omwille van het relatief hoge vermogen en koppel meer metaal verwerkt zit in de overbrenging. Dat maakt nu eenmaal meer geluid. Storend is het niet, maar je hoort het. 'luidruchtig' is dus relatief.

Gewicht: in de praktijk merk ik er meestal niets van, maar de fiets, zonder bagage, weegt een goede 30 kg. Als ik die op de fietsendrager wil zetten, zelfs zonder de zware accu, is het wel duidelijk. Dit is dus wel negatief, maar niet zo belangrijk.

Navigatie: dat je op het scherm door middel van pijltjes de weg gewezen wordt, is erg handig. In de praktijk werkt het goed. Jammer is dat Giant ervoor koos om dit te koppelen aan navigatie via Google Maps vanuit de Ridecontrol app. Google Maps is ver van ideaal voor fietsnavigatie. Wat ik dus deed, was een smartphonehouder monteren op het stuur. Voor ritten gebruik ik dan Osmand, ofwel met vooraf ingeladen routes ofwel via automatische begeleiding naar een bestemming die ik op het moment zelf ingeef. Het is dan weer handig dat op de bedieningseenheid een usb-c poort zit om de telefoon van stroom te voorzien.

De achtervork heet ontwikkeld te zijn zoals die van een motorfiets. De combinatie met achtervering maakt hem eerder complex. Dat is geen probleem. Er moest ook ruimte zijn voor een brede (ongeveer 60 mm) achterband. Dat maakt de vork breed. Hierdoor gebeurt het vaker dat ik - afhankelijk van de schoenen die ik draag - geregeld met mijn hielen tegen de vork zit. Je went eraan en het is het gevolg van keuzes die de fabrikant maakte, maar het is de eerste fiets waar ik dit meemaak.

Aanpassingen

Een reis-, woonwerk- en boodschappenfiets kan niet zonder fietstassen. Ik koos voor een set knaloranje Ortlieb tassen.

September 2024: met de Giant aan de Normandische kust

Voor langere trips en zeker bij warm weer is het aangenaam om water binnen handbereik te hebben. Giant was zo vriendelijk een montagesysteem voor drinkbushouders te voorzien. Met een setje simpele plastic houders van Decathlon en een paar drinkbussen uit de collectie kon ik verder.

 

Op het stuur zie je ook een smartphonehouder. 't Is een eenvoudig, maar degelijk model dat gewoon zijn werk doet. Op de bedieningseenheid voor de ondersteuning is een usb-c-poort voorzien die de telefoon kan laden.

Eén puntje is soms storend, maar meestal niet: de motor is niet van de stilste. Dat is relatief, zeker zonder geluidsmeting. Als ik vergelijk met mijn andere fietsen, is de Tongsheng TSDZ2(b) quasi onhoorbaar. De Daum motor in de Orca is duidelijk luidruchtiger, maar een velomobiel is dan ook een enorme klankkast. Ook een Bafang BBS2 en een Bosch Performance Line motor zijn stiller. Ik vermoed dat het grotendeels te maken heeft met het feit dat dit een krachtige motor is en dat wellicht meer metaal verwerkt is in de transmisse, maar dat is een gok.

Conclusie 

Voor mij is er één belangrijk verbeterpunt: mocht Giant werken met Rohloff dan had ik die naaf gekozen. Jammer genoeg is dat niet mogelijk.

 Al bij al is het een fantastische reisfiets. Ik verheug me op elke rit die ik ermee maak. 

 

dinsdag 30 september 2025

Antidiefstal

Eén van de constanten bij veelfietsers is het gebruik van heel degelijke fietstassen. In Europa is Ortlieb dan een zeer geliefd merk.

Een paar degelijke Ortliebtassen gaat zo ongeveer een leven lang mee. Het grootste nadeel ervan is dat ze flink wat kosten.

Dat ze makkelijk van de fiets af te halen zijn, is tegelijk een voor- en nadeel. Het voordeel is dat je ze bijvoorbeeld bij het winkelen mee kan nemen om de boodschappen meteen weg te stoppen. Bij een fietsreis haak je ze van de fiets om mee te nemen in de tent of andere verblijfplaats.

Het nadeel spreekt voor zich: ook iemand met slechte bedoelingen haalt ze er snel af.

Je zal dus best je mooie fietstassen beveiligen. Tot nu deed ik dat met een beugelslot dat ik door de draagriemen en de bagagedrager stak.

Maar Ortlieb heeft intussen een accessoire uitgebracht voor de tassen met het Quicklock 2 bevestigingssysteem: een slotje dat je op de rail waarop de haken zitten bevestigt.

Het slotje vervangt niet één van beide haken, maar komt er gewoon bij op de rail

Hiermee kan je de tassen slotvast aan de bagagedrager vastleggen. En als je de slotjes in een setje van 2 aankoopt, werken ze (gelukkig) allebei met dezelfde sleutel. Het nadeel: 't is Ortlieb, dus goedkoop is het niet: € 30 voor een set (€ 16 voor eentje). En ze werken enkel met QL 2. Maar een set nieuwe fietstassen kost nog heel wat meer.

Op mijn mooie, nieuwe Giant Stormguard zit zo'n set fietstassen en die zitten nu slotvast.



Aan de sleutelring voor de fiets hangen nu al drie sleutels: één voor het loodzware Abus kettingslot, een tweede voor de vergrendeling van de fietsaccu en nu dus nog een voor de fietstassloten.

woensdag 24 september 2025

Zullen we de draad weer oppikken?

Eerst geef ik een kort overzicht met losse sprokkels.

  • de Orca werd in december 11 jaar. Sinds de corona-lockdowns ga ik gemiddeld twee keer per week naar het kantoor (46 km heen en terug), dus legt die nog half zoveel werkkilometers af. De afgelopen jaren werden die kilometers foutloos afgelegd, op één lekke band na.
  • de Thorax Tangens trike is weinig gebruikt. Die is erg comfortabel, maar enkel bij mooi weer. Ik heb besloten dat ik hem verkoop. (dat is ondertussen gebeurd)
  • de Nazca Paseo was een poos buiten gebruik: bij aankoop was het stuur verbogen, waarschijnlijk als gevolg van een valpartij, en dat is nieuw niet leverbaar. Ik haalde het van de fiets en probeer het weer recht te krijgen. Niet evident. Uiteindelijk vond ik een ander stuur.
  • de Heinzmann bukker werd tot dit jaar vaak gebruikt voor boodschappen, korte trips... Een bukker is ook het makkelijkst om mee te nemen achter op de campervan.

Waar het vandaag vooral over gaat, is een nieuwe fiets. Sinds maart 2024 kregen we via het bedrijf de mogelijkheid aangeboden om een leasefiets aan te schaffen. Daar horen uiteraard wat voorwaarden bij, dus het moest even afgewogen worden, maar uiteindelijk hakte ik de knoop door en koos voor een fijne reisfiets.

Met de gepaste trots presenteer ik u: een Giant Stormguard E+ 2


Dit is een echt dure bukker: € 6.799. De prijs is het gevolg van een aantal keuzes waaronder:

Waarom koos ik voor nog een fiets? Vooreerst: via leasing is de aankoop veel voordeliger. De Heinzmann bukker is ondertussen 11 jaar oud en het frame bleek niet echt opgewassen tegen flinke belading: de fiets gaat snel zwabberen als ik achteraan heel wat kilo's boodschappen mee heb. Op reis merkte ik dat een stads- en toerfiets me beperkte in wat ik wil doen. Lichte off road, veldwegen met gras begroeid... Daar is die fiets niet voor gemaakt.

De Giant Stormguard is wat heet een SUV e-bike: een aantal elementen is afkomstig uit de wereld van de terreinfietsen. Er zitten brede noppenbanden op (66-584 Maxxis Rekon), waarmee je bijna elk terrein kan overwinnen (rekening houdend met de capaciteiten van de fiets en mezelf). Ook de vering voor- en achteraan met telkens 100 mm slag doet veel aan het comfort en de wegligging. De aluminium spatborden zitten niet erg dicht bij de banden. Daardoor raken objecten niet snel klem.


Nog geen maand nadat ik de fiets had, volgde een eerste grondige test: de fiets ging mee naar de Dordogne, waar zowel flinke hoogteverschillen als diverse soorten wegen en paden de uitdagingen vormden.

Steiler dan het lijkt...

O, ja: naast de vijf ondersteuningsstanden is er nog een automatische ook, 'Smart Assist' gedoopt. Die schakelt tussen de verschillende niveaus in functie van de eigen trapkracht, acceleratie, hellingsniveau... Daarvoor zitten in de motor maar liefst zes sensoren. En ik kan bevestigen: het werkt prima, maar af en toe merk je duidelijk aarzelingen in het systeem. Mijn ervaring is dat de automatische stand bij Bosch net wat beter is.

Beperkingen: er is keuze tussen een E+1, 2 en 3. Het voornaamste verschil zit in de eindoverbrenging:

Ik koos voor de 2, dus met riem en versnellingsnaaf (5 versnellingen). Mocht de Giant met een Rohloff gekund hebben, dan was het die geworden.

Ondertussen legde ik een goeie 1500 km af met de Giant. De ervaringen zijn overwegend positief. Overwegend, dus niet allemaal.

Het is niet nodig om op alle details in te gaan; ik beperk me tot de belangrijkste elementen.

Positief:

  • voor een fiets voor gemengd gebruik (asfalt, andere bestrating, gravel, onverhard) is de vering fantastisch. De achtervering (demping) kan met een hendel snel aangepast worden naargelang de omstandigheden. De voorvering kan vergrendeld worden (nog nooit gedaan).
  • de motor heeft ruim voldoende kracht - 85 Nm maximaal en 600 W piekvermogen - onder alle omstandigheden
  • met de 800 Wh accu is het bereik echt groot. Meestal rij ik in 'Smart Assist' mode waarbij de elektronica zelf het ondersteuningsniveau kiest. Dat blijkt erg efficiënt te werken.
  • actieve rijhouding: licht voorover, waardoor de druk tussen zitvlak (rug) en polsen mooi verdeeld is.
  • dropper post: handig als je moet stoppen om makkelijk met de voeten aan de grond te kunnen (ja, ik ben lui)
  • prima verlichting, zeker vooraan: een Supernova Mini Pro 99 met inschakelbare schijnwerper
  • bagagedrager vast op het frame
  • prima schijfremmen (200 mm voor, 180 achter) met vierzuiger remklauwen (Shimano MT-420)

Gemengd:

  • de terreinbanden zijn eerder luidruchtig op asfalt. Ondertussen zijn ze vervangen door een set Continental Contact Urban 62-584. De noppenbanden zijn gereserveerd voor op reis of voor trips waarbij vermoedelijk onverhard komt kijken.
  • een zadel is iets persoonlijk. Ik wisselde het zowat meteen voor mijn Selle Royal Respiro Moderate. Dit zit voor mij veel beter.
  • Omdat de karakteristieken van elk ondersteuningsniveau op verschillende vlakken verschillen, voel je het verschil in reactie in de automatische stand. Dat is even wennen.
  • Het rijgedrag is even wennen: 66 mm banden 'kantelen' niet zo vlot. De Heinzmann is veel wendbaarder, maar na aanpassen kan je met de Stormguard even goed uit de voeten. Met de Urbans stuurt hij veel vlotter.
  • Veel knoppen. Naast de gewone zaken (gripshift voor de versnellingen, remhendels links en rechts, bel) heb je nog de Ridecontrol Ergo 2 om de ondersteuning te bedienen (veel knopjes, maar goed binnen bereik), een schakelaar om de schijnwerper in te schakelen en een hendel voor de dropper post. Allemaal makkelijk te bedienen, maar ik vermoed dat dit voor een 'zondagsrijder' wat veel kan zijn.

Negatief:

  • De overbrengingsverhoudingen van de Nexus 5 zijn, wat mij betreft, te groot gekozen. De eerste versnelling is in extreme omstandigheden te groot, de vijfde heb ik nog bijna nooit gebruikt. Dat hangt af van hoe je fietst: ik hou van een trapfrequentie tussen 70 en 90. Bij het eerste onderhoud informeer ik om achteraan in plaats van het 22 T tandwiel een 24 T te steken. Dat betekent bijna 10% meer tanden en dus een kortere eindoverbrenging. Maar dat is een relatief dure aanpassing: hiervoor moet ook de riem vervangen worden. Te duur om dat nu al te doen.
  • Inherent aan de kostprijs: diefstalgevoelig. Ik moet er echt aan denken om de fiets elke keer stevig vast te leggen (ja: ik heb een diefstalverzekering). Daar kan Giant niets aan doen.

Een bedenking: of je voor zo'n fiets kiest, is iets persoonlijks. Los van de prijs zijn er nog wat elementen. Zo nam ik onlangs (voor de tweede keer) deel aan de verkiezing van de 'fiets van het jaar' van VAB (de Vlaamse ANWB). De meesten leken de voorkeur te geven aan de rechtophouding van een stadsfiets, terwijl ik en enkele anderen liever een actievere houding hebben. De grootste gemene deler was een fiets waarbij je zo weinig mogelijk moet nadenken, die je het werk uit handen neemt: automatische schakelen, automatisch ondersteuning kiezen, enkel trappen en remmen. Ik heb liever zelf wat controle, maar dat betekent meteen meer knoppen en instellingen.

Giant biedt hiervoor de Ridecontrol App, waarmee je behoorlijk wat parameters kan instellen via de smartphone. Tegelijk dient die voor navigatie, maar dat is beperkt: het werkt, maar enkel als er verbinding is met de fiets en dan enkel via Google Maps. Geen mogelijkheid om een gpx in te laden, geen andere navigatie-apps... Het voordeel is dan weer dat je aanwijzingen (geen kaart) krijgt op het - overigens zeer goede - scherm.

Praktische ervaringen sinds de aankoop (begin maart 2024)

Bereik

Met een 800 Wh accu raak je natuurlijk een heel eind. Als de accu pas geladen is, geeft het scherm aan dat ik 216 km ver raak. Of dat klopt, hangt van een aantal factoren af. Praktisch staat de ondersteuning ofwel in de stand 'Smart Assist' of in 'eco'. Het reële bereik in ons vlakke landje bedraagt dan om en bij 200 km.

Ondertussen was ik enkele keren in het zuidelijke deel van Frankrijk: heuvelachtig met hier en daar pittige hellingen. Daar is het bereik eerder 150 km. Dat is nog flink wat.

Rijgedrag

Met de Maxxis noppenbanden (66-584) liet de fiets zich niet makkelijk in de bochten leggen.

Sindsdien week zijn die vervangen door meer straatgerichte Continental Contact Urban (62-584).

Daarmee rijdt de Stormguard heel wat vinniger. Elke band blijft een compromis: met de Urbans kan ik niet hetzelfde als met de noppenbanden. Als de fiets meegaat op reis, komen de noppenbanden er weer op. Een ander verschil is dat noppenbanden op asfalt behoorlijk luidruchtig zijn. De Urbans hoor je amper.

De vering is super. Elke weg voelt aan als glad asfalt. Het contact op rotsige paden of bij veel putten blijft prima en ik stuiter niet van mijn zadel. Het brede stuur maakt alles makkelijk te controleren en de schijfremmen (200 mm voor, 180 mm achter met Shimano BR-MT 420 vierzuigerremklauwen) doen hun werk prima.

Op onderhard laat het gewicht (30 kg) zich wel voelen, maar ook dat is een gevolg van keuzes: een grote accu, een reisfiets met een stevige bagagedrager en een stoer frame gaan nu eenmaal samen met een flink gewicht.

Later volgt meer over de ervaringen met deze fiets.