zondag 13 december 2015

Fietskamperen met de velomobiel (8): de reisroute voorbereiden

Deze keer weinig beelden, maar een hele lap - instructief bedoelde - tekst.

Voorbereiden geldt natuurlijk niet enkel voor reizen met de velomobiel, maar evengoed voor wie met de gewone fiets weg gaat of wil stappen voor meer dagen: je moet je route plannen. De vraag de eerste keer is: hoe begin je eraan?

Vereisten

In mijn geval komen daar de volgende elementen bij kijken:
  • de E-Orca is een basisgegeven. De route moet dus geschikt zijn voor een velomobiel.
  • ik kampeer. Er wordt niets gereserveerd en hotels of BenB is ook niet nodig. Dit betekent dat ik elke dag op het moment zelf beslis waar ik zal overnachten.
  • de reis op zich is het doel. Het is dus niet zo dat ik op een gegeven moment op punt X moet zijn. Soms wel, maar dan is het moment van aankomst steeds 'ongeveer'.
  • besluit na de vorige grote reis: er moet tijd zijn om onderweg te stoppen en zaken te bekijken of om met iemand wat te praten ("C'est quoi, cet engin?").
Omdat ik beschik over een gps-toestel - een Garmin Oregon 450 - maak ik tracks aan voor de hele trip. Hoe je dat aanpakt, kan ook nogal verschillen.

Hoe begin je eraan

Als het niet te ver is, van Gent naar Dronten bijvoorbeeld, kijk ik even naar mogelijke gekende routes. Daarvoor kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de Lange (afstand) Fietsroutes. In bepaalde regio's zijn er vaak aanvullend andere fietsroutes, die je vaak vindt via die LF-routes. In Wallonië kun je gebruik maken van de RAVel routes; in Frankrijk heb je de Voies Vertes (van nogal wisselende kwaliteit). Op die manier weet je dat je langs aangename, rustige wegen rijdt, waar ook nog wat te bekijken valt. Af en toe kan het wel eens voorvallen dat het voor een velomobiel wat 'uitdagender' wordt.


Even wat moeilijker, maar ook dat lukt ('le Nord' of Picardië)
Een andere optie is via een routeplanner een voorstel laten maken. openrouteservice.org vind ik handig. Het systeem heeft wel zijn beperkingen: de afstand en het aantal tussenpunten is beperkt. Da's niet erg - dan maak je de route maar in meerdere etappes op -, maar je moet er rekening mee houden.

Voor Gent-Dronten vorig jaar maakte ik gebruik van een omweg via de LF1: de Noordzeeroute. Die kun je integraal als gps-route downloaden en via een geschikt programma, zoals Basecamp van Garmin, knip je er dan het deel uit dat je nodig hebt.

Toen ik vorige zomer tot aan Bretagne wilde fietsen, was de eerste stap op de kaart kijken welke route er het aantrekkelijkst uit zag. Een eind langs de kust was, wat mij betreft, evident. Ik was al op de hoogte van het bestaan van 'Loire à vélo', dus dat was ook een logisch vervolg. 'Loire à Vélo' beschouw ik trouwens als een prima traject voor een ligfiets of velomobiel, maar het kan druk zijn en er zit niet altijd veel afwisseling in.

Een keer het traject grof uitgewerkt is, ga ik op zoek naar beschreven routes, naar tracks ... Die worden dan met elkaar verbonden, via BaseCamp of een online routeplanner. Dat moet nauwkeurig gebeuren, anders vallen het eindpunt van de ene track en het vertrekpunt van de volgende niet samen.
Nadien wordt het geheel in stukken verdeeld. Elk stuk krijgt een volgnummer.

Voor echt lange tochten (minstens een week) vind ik het niet realistisch om tracks per dag op te maken: je weet nooit of je tot aan de geplande bestemming raakt; of je verder raakt dan voorzien. De tracks worden dus genummerd. Kom je aan het einde van een track, dan laad je de volgende.

Extra informatie voor onderweg

Omdat een track je enkel de weg toont, maar geen informatie biedt, zoek ik ook naar boekjes met informatie. Toen vorige zomer een deel van een Santiagoroute geïntegreerd werd (vanaf Tours, over Chartres, naar Doornik), was het niet moeilijk. Ook over 'Loire à vélo' was een uitgave te vinden.

Dat heeft enkele voordelen:
  • je kunt de avond voordien telkens kijken wat de bezienswaardigheden zijn voor het volgende stuk
  • indien de route ergens onderbroken is, heb je kaartjes waarop je de alternatieven kunt bekijken
  • je hebt een ruimer overzicht over de regio dan op het schermpje van de gps
Je weet vooraf al dat er af en toe 'verrassingen' zullen opduiken. Wegen die afgesloten zijn, 'wegen' die onberijdbaar blijken, aantrekkelijke alternatieven, stukken die niet meevallen en waarvoor je een alternatief zoekt ... Je moet dus over de instrumenten beschikken om ook dan je weg te zoeken. De reisbeschrijvingen zijn dan erg welkom. Je moet ook de tijd inrekenen hiervoor.


Vastgereden. De enige mogelijkheid was terugkeren. (Saint-Brevin-les-Pins)
Op de gps zet ik ook de informatie van Archies Campings voor de streken waar ik door zal fietsen. Dat bleek vorige zomer erg handig: op het moment dat ik besloot dat het voor die dag genoeg was geweest, riep ik de dichtstbijzijnde campings op. Voor elk ervan, bij de dichtste beginnend, vertelt de Oregon me op welke afstand en in welke richting die ligt, met wat basisinformatie over de camping erbij.
Meestal kies ik dan voor de dichtste in de rijrichting. Soms moet de keuze ook anders zijn, afhankelijk van de 'campingdichtheid' in de regio.

Voor de zekerheid

En omdat een gps een stuk elektronica is, waarbij het fout kan lopen, staan de tracks op een via internet toegankelijke plaats.Omdat internet ook niet altijd beschikbaar is, was er nog een backup op de netbook mee.
Uiteindelijk, kort voor de reis echt aanvangt, zorg je best voor geactualiseerde kaarten. Ik gebruik hiervoor OpenFietsMap, waar je de delen kunt downloaden die je nodig hebt.

Verdere bedenkingen

Bij een volgende langere trip test ik de smartphone (met OSMand) als backup. Het scherm is even groot als dat van de Oregon 450, maar resolutie is veel hoger. De belangrijkste vraag is hoe de autonomie zal zijn. Dat is mee een reden om een powerbank en zonnecellen te gebruiken, zodat je onderweg niet zonder informatie valt.

Je kunt dan opperen 'met een kaart heb je dat niet voor', maar op kaart navigeren in een velomobiel vind ik echt niet handig. Met een track op de gps volg je simpelweg het lijntje op de (elektronische) kaart. Voor de rest heb je tijd om te genieten van de omgeving.
Tijdens een pauze haal ik de kaart wel eens boven, zodat ik kan situeren waar ik ergens ben. Aan de hand van het vertrekpunt, het tijdstip en de afgelegde afstand kan dan een schatting gemaakt worden van waar vermoedelijk het einde zal liggen voor die dag.

Wat ook meespeelt, is dat een degelijke voorbereiding al een hele belevenis is op zich. Mentaal bevind je je op op dat moment al in 'reismodus'. Doe je die voorbereiding goed, dat kun je tijdens de trip meer genieten van de omgeving en van het fietsen, want dan hoef je niet meer te zoeken.

In het volgende bericht: voorbereiding voor de volgende langere reis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen