maandag 11 augustus 2014

Exit Strava

Op verzoek van Quemo en enkele anderen startte ik een aantal maanden geleden met Strava. Zo konden de aangesloten velonauten zien wat in Vlaanderen met een Orca gedaan wordt.

Op zich verloopt dat vrij eenvoudig: app installeren op de smartphone en activeren bij het starten van een rit. Nadien maak ik, bij thuiskomst, een wifi-verbinding en de ritten van die dag worden meteen geüpload. Nadien kan ik, via de website, de naam van de rit en wat andere zaken wijzigen. Meer is er niet aan.

Maar: sinds een recentere update blijkt dat mijn oude smartphone (Sony Ericsson Xperia X10i met Android 2.3) niet meer met Strava overweg kan. Geen nood: je kunt op de Strava-site ook gpx-files uploaden. Dat betekent dan de Oregon 450 aan de pc koppelen, de tracks overzetten, de juiste tracks eruit halen (datum zoeken) en uploaden. Op die manier wordt het wel heel wat meer werk, want in een huishouden zijn soms wel andere zaken te doen.

Daarenboven blijkt Strava halsstarrig te weigeren om een categorie "velomobiel" aan te maken, maar worden wel allerlei ritten geflagd (niet bij mij) omdat het "niet eerlijk" is. (wat doen ze dan met high speed pedelecs?)

Strava is, toch in mijn geval, een gratis app: de betalende versie met extra mogelijkheden heb ik niet nodig. Dat betekent dat ik kan begrijpen en aanvaarden dat zij de regels bepalen en het weigeren van aanpassingen hoort daarbij.
Maar een app die niet meer draait op de smartphone, een omslachtige manier om de ritten over te zetten en hun houding leiden samen voor mij tot één conclusie: zonder Strava kan ik rustig verder. Jammer voor de velomobielclub, maar het zal zonder de E-Orca ritten moeten.
De app gaat weer van de telefoon, de site uit de bladwijzers en de eeuwige discussies over wel of niet flaggen, wel of niet een categorie "velomobiel" aanmaken volg ik niet meer. Strava kan in zijn eigen sop gaarkoken. Of niet. Ik rij mijn ritten en rapporteer via de blog. Daar bepaal ik zelf de regels.

Uiteindelijk is de E-Orca, net als de Birdy, de Trek en andere fietsen, niets meer dan een transportmiddel. Uiteindelijk hoeft de hele wereld niet te weten waar ik reed, hoe lang ik over elke rit deed, wat de maximumsnelheid was etc. Het is geen competitie, ook niet met mezelf, het is niets meer dan rijden van A naar B, om boodschappen te doen, naar het werk te gaan, ... Strava en soortgelijke apps doen niets meer dan fietsen net weer wat complexer maken. Ik heb het geprobeerd, maar het biedt geen meerwaarde. Integendeel.

zaterdag 9 augustus 2014

Evolutie in de (lig-)fietswereld

Hier en daar vang ik signalen op dat de verkoop van tweewiel-ligfietsen de laatste jaren fors gedaald is. Datzelfde geldt niet voor trikes en velomobielen, integendeel.

De reden die hierachter zou zitten, is de volgende: vroeger kochten mensen een ligfiets (laten we deze term gebruiken voor "conventionele" ligfietsen met twee wielen, welke wielmaat ook) omwille van het betere rendement. Daarmee ging je, met eenzelfde geleverde trapvermogen, sneller vooruit. M.a.w. een ligfiets koop je omdat je daarmee sneller kunt rijden.

Foto: Nazca ligfietsen

Sinds enkele jaren kent de elektrisch ondersteunde fiets echter een spectaculaire opmars. En, je raadt het al, daarmee verdwijnt een belangrijk voordeel van de ligfiets. Met een e-bike heb je namelijk nog minder inspanning nodig om toch goed vooruit te gaan en meestal is de prijs nog beter ook! Daarenboven koop je daarmee iets waarmee je in bent, waarmee je kunt scoren bij Jan Modaal.  Mensen kopen nu eenmaal het liefst wat trendy is. Daar is ongetwijfeld een ronkende marketingterm voor.

Uiteraard: die e-bike ondersteunt maar tot 25 km/u en met een beetje ligfiets rij je zo 10 km/u sneller dan dat, maar dat zal zeker niet lukken indien je een opstapper bent. In veel gevallen mag je al blij zijn als je dezelfde snelheid haalt als met je bukker. Daar gaat het hier om: je stapt op die e-bike en zonder moeite rij je 25 (of iets meer). Geen leercurve, geen training. En laten we wel wezen: er zijn veel omstandigheden waarin 25 al meer dan voldoende is.
Wie voor het eerst op een ligfiets stapt, voelt zich meestal heel onwennig en het voelt in eerste instantie ook niet stabiel aan. De beslissing tussen beide is dan snel gemaakt, als die ligfiets al een kans krijgt...

Kijk maar even naar het tabelletje van de Nederlandse Fietsersbond. Met wat zoeken vind je er vast nog meer, maar de rendementen zullen altijd zowat dezelfde zijn. Kijk vooral naar de cijfers bij de e-bike!
Daarenboven wordt je niet zo aangestaard en kun je verder met het materiaal en de fietstechniek die je al kent. Amper gewenning nodig dus.

Een ondersteuning op een ligfiets biedt op dit vlak nog amper voordeel, want wettelijk is de snelheid beperkt tot 25 km/u. Daarnaast levert zowat elk fietsenmerk (Gazelle, Batavus, Trek, ...) een aantal modellen, specifiek ontwikkeld voor de elektrische aandrijving. Dat vind je amper of niet in de ligfietswereld (de GreenMachine is de enige die ik ken). Je kiest wat je wil in de winkel en fietst er direct - aan 25 km/u - mee naar huis.

 
Afbeelding: Batavus.nl


Op zo'n ligfiets moet je meestal een poosje wachten, hij zal gemiddeld meer kosten en je rijdt er niet sneller mee. Waarom zou je het nog doen?
De andere voordelen, voornamelijk het betere comfort, ondervind je maar indien je ervan geproefd hebt. Daarvoor is er nu een belangrijke reden minder. 

Gevolg: de markt voor ligfietsen krimpt. Wie er een heeft, blijft er wellicht mee rijden, maar er komen geen nieuwe ligfietsers bij of toch niet meer aan hetzelfde tempo.
Een ander gevolg: de ontwikkeling zal waarschijnlijk ook stagneren, want de kosten worden niet zo snel terugverdiend in een krimpende markt. Wie zal nu specifiek een ligfietsframe ontwikkelen voor een elektro-aandrijving? Die kost verdien je als fabrikant wellicht nooit terug...

donderdag 7 augustus 2014

Even naar Arzon - dag 25

25 juli - dag 8 van de terugrit

Saint-Quentin, 's morgens rond 6u. "Un, deux, ..., deux, ..., deux". De gendarmes in opleiding verlaten, alweer in drie peletons de camping. Deze keer zijn ze in camouflage-uitrusting. De wekker is niet nodig.

Ik draai me nog even om, lekker knus in de donsslaapzak, maar eigenlijk is het genoeg geweest.

Voor vandaag is het vooropgestelde doel Tournai (Doornik). Da's een rit van ongeveer 110 km, dus er is ruim tijd om rustig koffie te zetten en lekker in het ochtendzonnetje te ontbijten.

Rond 8u30 neem ik afscheid van mijn buren: een koppel dat met een oudere tandem een uitgebreide fietsvakantie maakte, die hier eindigt voor hen.

Voor deze voormiddag staan enkele tussenstops op het programma. Enkele kilometers buiten Saint-Quentin bevindt zich de bron van de Schelde. Aangezien die rivier op 100m van mijn deur passeert en die bron al in de lagere school aan bod kwam, wil ik dat wel even zien. Daarnaast zijn er de onvermijdelijke historische monumenten en in dit stuk rij ik langs talloze kanaaltjes uit het Napoleontische tijdperk, waarbij een aantal kilometers lang ondergronds gaan. Bij sommige kanaaltjes moeten de boten ettelijke sluizen passeren, waarbij dikwijls geen kilometer tussen de opeenvolgende sluizen ligt. In dit eerste deel ligt namelijk de waterscheiding tussen de bekkens van de Somme (kant Saint-Quentin) en de Schelde (iets noordelijker).

Canal de St-Quentin
Na een tiental kilometers duikt een wegwijzer op naar de "sources de l'Escaut".


Dat is makkelijk: ik hoef de pijlen maar te volgen. De bron ligt, volgens de kaart, op een paar honderden meters van mijn route. Op dit uur zijn de wegen, op wat landbouwvoertuigen na, helemaal leeg. Die bronnen zijn niets spectaculairs, maar nu ik er zo goed als langs rij, kan ik maar meteen een blik werpen.

Erg natuurlijk ziet het er niet uit
Het bewijs: ik was er wel degelijk
Een eindje verder zouden monumentale ruïnes van de eeuwenoude abdij van Vaucelles moeten te zien zijn, maar een ondernemende landbouwer, eigenaar van het lapje grond, heeft zijn poort helemaal dicht gemaakt, waardoor er niets van te zien valt. Wil je de ruïnes bekijken, dan moet je de portemonnee opentrekken.

Doorrijden maar.

Laatste restant van een kilometerslange verdedigingswal
Om 11u30 rijd ik door Cambrai. Dit lijkt een grijze, saaie stad en dus ga ik meteen door. Het landschap daarna is eentonig, maar wel vlak, dus het tempo ligt eerder hoog. Tussen Cambrai en de grens gaat de rit door het "parc naturel régional Scarpe-Escaut" over een smalle, aangename weg door het bos.


Met 100 km op de (dag-)teller, overschrijd ik rond 14u de grens met België.


Typisch: in het eerste dorp waar ik doorkom, volgt de route een kasseiweg...

Tegen 16u kom ik, onder een dreigende lucht, aan in Tournai/Doornik. De accu is quasi leeg en eigenlijk is het nog te vroeg om al een camping te zoeken. Dat laatste doe ik toch, om te vragen of ik van hun infrastructuur gebruik mag maken om de accu te laden. Dat kan, mits het betalen van een standplaats voor de nacht... Neen, dank u.

100 m verder, om de hoek, is er een recreatiedomein. Ik vraag bij het cafetaria of ik daar kan bijladen: "natuurlijk, daar is een stopcontact. Doe maar alsof je thuis bent". Wat een verschil! Het besluit is snel genomen: er is slechts één camping in Doornik en daar zien ze me niet meer, dus rij ik door tot thuis, na een pauze van twee uren.

Vanaf hier betekent dit de Schelde volgen tot in Gent. Veel kan niet fout lopen. Het beeld oogt erg vertrouwd.

Bijna ongemerkt gaat het over de taalgrens (tussen Wallonië en Vlaanderen, tussen Frans en Nederlands).

 

De hele tijd rijd ik langs een rivier waarvan ik deze morgen de bron bezocht. Ondertussen is die wel wat breder geworden.


Rond 21u30 ben ik weer aan mijn vertrouwde stek.

Vandaag werden de meeste kilometers gereden van de hele trip: maar liefst 195. Het totaal voor de terugrit bedraagt hiermee 1117 km.

Wat cijfertjes tot slot:
  •  heenrit: 908 km
  • ter plaatse: 136 km
  •  terugrit: 1117 km
  • totaal afgelegd: 2161 km
Een schitterende trip is afgelopen. Dat maakt niets uit: de herinneringen en ervaringen blijven. De beelden zijn opgeslagen in mijn geheugen en impressies ervan zijn via de blog aan het wereldwijde web toevertrouwd.

maandag 4 augustus 2014

Citaat van de dag

Gisteravond, op weg terug van een vriendenbezoek, stopte ik met de Orca voor het rode licht. Naast mij stonden drie mannen op de fiets.

"He, wa's da?"
"Da is ne rappen velo"

Daarmee weten we het ook weer. Het is nog juist ook.

zondag 3 augustus 2014

even naar Arzon - dag 24

24 juli - dag 7 van de terugrit

De camping in Henecourt was zalig. Een bescheiden camping, met vooral vaste gasten lijkt het. Het is in de ruime regio volop oogstseizoen en ik vermoed dat vele gasten seizoensarbeiders zijn. Tenminste: zo zien ze er toch uit.
Gisteravond sprak ik nog met een bewoner uit de buurt. De man wilde me graag een kampeerplaats op de boerderij aanbieden, maar het is volop oogsttijd en als landbouwer was hij bijna dag en nacht aan het werk. Hij bleek een vroegere landgenoot te zijn, afkomstig uit Waver. Met wat ik de voorbije dagen zag, veronderstel ik dat dit gebied een droom is voor wie als landbouwer aan het werk wil.


Overal wordt geoogst
De tent staat op een groot grasveld, zonder enige buren in de nabijheid. Aan de andere kant van de grasvlakte streken gisteravond vier West-Vlaamse fietsers neer. De jonge mannen blijken op weg naar Santiago de Compostela. Eén van hen sprak me gisteren aan, maar zodra hij hoorde dat Compostela niet mijn doel, noch mijn vertrekpunt was, was de interesse weg. Voor sommigen blijkt het doel toch belangrijker dan de tocht. Wie een ander doel heeft, hoort dus niet bij "de club".

Voor vandaag is mijn doel eerder ambitieus: als het lukt, wil ik tot in Saint-Quentin rijden. Dat betekent een afstand van maar liefst 160 km en deze keer is dat doelbewust. Fietsen is leuk, het weer is aangenaam, maar de voorbije dagen zag ik niets anders dan golvende graanvelden en dat wordt stilaan erg saai.


De route wordt opgedeeld in twee: het stuk tot Compiègne en het stuk erna. Op die manier lijkt het in mijn hoofd minder lang. Het betekent ook dat ik twee tracks kan uitfietsen en dat lijkt ook veel.

Om 8u30, na een ontspannen ontbijt, vertrek ik.

Vanuit Henecourt start ik met een steile afdaling door het dorpscentrum. Dit is een centrum zoals we ze in Vlaanderen goed kennen: een drukke baan loopt dwars door de belangrijkste straat, wat het absoluut onaangenaam maakt om daar te wonen en wat de leefbaarheid van het dorp er zeker niet op verbetert.

Dan, in Méru, is het weer even zoeken. Doordat de eigenlijke fietsroute van noord naar zuid loopt en ik die omkeerde, kom ik af en toe aan eenrichtingsstraten, waar ik dus niet in mag. In oude steden, met smalle straatjes, is het dan even zoeken hoe ik weer op de route raak.
Méru blijkt in de 19de eeuw een belangrijk ambachtscentrum geweest te zijn voor inlegwerk in meubelen. We zijn hier niet zo ver van Parijs en de bourgeoisie daar was daar gek op. Er is dus een groot industriegebouw gerenoveerd en ingericht als museum. Op dit uur is het uiteraard nog gesloten.

Dan zijn we weer vertrokken voor wat ik de voorbije dagen al ervaren heb: slingerende landwegen, met lange hellingen die ik op- en affiets.
Het reliëf is hier alweer niet echt vriendelijk voor fietsers. Het schiet dus niet op: op 3 u heb ik slechts 43 km afgelegd. Voor de laatste klim werd in de gids al verwittigd: bij Sainte-Geneviève gaat het om een echt lange klim.

Tot aan de heuvelkam en daarachter stijgt het verder
Dan, in Clermont, verandert dat plots en spectaculair. Het is hier veel vlakker en de snelheid gaat meteen omhoog. Niet alles kan in mijn voordeel zijn, dus vanaf hier is het weer helemaal open, zonder enige schaduw. De temperatuur loopt dan ook snel op en geregeld drinken is een noodzaak.

Ook dit kom je tegen: route afgesloten en dus omrijden
Omdat de hellingen hier veel minder steil zijn en omdat de wind gaan liggen is, heeft de ondersteuning veel minder werk. Dat is gunstig: op die manier gaat het rendement omhoog en wordt de autonomie een stuk meer.


Dit kennen we al: eindeloze wegen en genadeloze zon
Onderweg maak ik me de volgende bedenking: de Sint-Jacobsroute volgt een eeuwenoude pelgrimsroute. Ik twijfel er niet aan dat in de middeleeuwen een aantal pelgrims de route volgden uit piëteit, maar ik weet ook dat de overheid (er was geen scheiding tussen kerk en staat) de tocht als straf gebruikte om van een aantal lastposten af te raken. Als je onderweg de vele en veelal monumentale kerken ziet, de kloosters, abdijen en kastelen, moet dit een bijzonder winstgevende zaak geweest zijn voor de kerk. Ook eeuwen geleden hadden ze al verstand van marketingstrategieën! Kerk en gods-dienst horen duidelijk niet altijd samen: de kerk diende zijn eigen belangen en bouwde een flink kapitaal op, onder andere ten koste van de pelgrims.

Ook onderweg merk ik weer de grote kloof die er heerst tussen de Franse en Belgische automobilisten. Indien ik de zoveelste lange helling op zwoeg, aan snelheden ergens tussen 8 en 15 km/u, met een volle witte lijn naast me en/of met onvoldoende zicht op wat er achter de helling kan liggen, dan gaan de auto's rustig achter me wachten, veelal met vier knipperlichten aan om de achterliggers attent te maken op de lage snelheid. Respect! Zowel van hen voor mij als van mij voor de discipline die hier getoond wordt. In Vlaanderen betekent zoiets dat je rakelings voorbijgereden wordt en dat er wellicht o péén of andere manier duidelijk gemaakt wordt dat je een looser bent, die beter niet op de baan zou komen.


De zoveelste klim, maar deze keer met enige schaduw
Kort na de middag bereik ik Compiègne. Er is een zijspoor aan de route dat je door de beroemde bossen leidt, waar een zoveelste schitterend kasteel zou staan, maar voor zijroutes heb ik geen tijd. Wel is het hier weer duidelijk dat de streek veel vlakker is: ik rij langs een zoveelste kanaal de stad binnen en buiten. Kanalen betekenen uiteraard dat de fietsroute hier vlak is. Helaas: in Compiègne zijn ze blijkbaar van mening dat op een fietspad enkel normale, tweewielige fietsen horen. Hier is de versperring simpelweg niet te nemen voor een velomobiel.


Via een omwegje, honderd meter verder, raak ik er wel op. Dat moet ook, want het fietspad snijdt een heel stuk af. Het alternatief is een drukke autoweg en daar heb ik geen zin in.

Daarna volgen alweer eindeloze graanakkers, terwijl de wegen steeds vlakker worden.

Omdat ik alleen fiets, kan ik geen gesprek aangaan met anderen. Dat zou de sleur breken, dat zou de weg soms minder lang doen lijken. In de plaats daarvan kan ik mijn gedachten de vrije loop laten, de omgeving ondergaan en opgaan in de trapcadans. Onderweg kruis ik, nu minder dan zuidelijker, geregeld koppels of kleine groepjes op toerfietsen, die gepakt en gezakt richting zuiden rijden. Af en toe haal ik zo'n individu, koppel of groepje in dat dezelfde kant opgaat als ik. Dat gebeurt minder en dat is ook logisch: het snelheidsverschil is veel kleiner. Ik heb respect voor die fietsers: zij moeten nog een heel eind gaan (als ze de hele route willen afleggen) en zitten minder comfortabel dan ik.
Dan maak ik me nog de volgende bedenking: voor sommigen is het wellicht een echte, authentieke pelgrimstocht, met als catharsis de aankomst in Santiago. Dan is het een godsdienstige belevenis. De grote meerderheid van de fietsers die ik onderweg ontmoet, zijn echter Nederlanders en dan is de kans erg groot dat ze niet katholiek zijn en dat Sint-Jacob dus geen betekenis kan hebben. Dan gaat het niet om de pure godsdienst, maar dan wordt de rit het doel. Daar is natuurlijk niets fout mee. Ook dat kan een pelgrimstocht zijn.


Zo'n lange fietsrit geeft je namelijk de tijd om over heel wat zaken na te denken. Het eindigt niet met voor je lichaam zorgen, op tijd en stond te eten en (vooral) te drinken. Neen, je kunt kilometers lang jezelf beschouwen: wat zijn jouw doelen, hoe wil je die bereiken, ben je bezig zoals je het wil, ...

Zo kreeg ik bijvoorbeeld te horen "trek naar Nantes, daar vind je gegarandeerd werk en woon je in een aangename omgeving". Emigreren dus. Het is wel een aantrekkelijke gedachte, want ik heb wel wat met Frankrijk, met de mentaliteit daar. Maar ik heb ook kinderen en een job die ik graag doe; vrienden en kennissen, ... Onderweg is er tijd voor dergelijke afwegingen: een mogelijk leven, virtueel, opbouwen in de loop van een uur of enkele uren en dan een alternatief leven er tegenover stellen, ...

Ook dat is fietsen. Zo wordt de "Loire à Vélo" en de Sint-Jacobs fietsroute ook een soort pelgrimstocht. Het gaat om zelfbeschouwing, over nadenken wat wel of niet kan, over waarnemen van zaken en mensen. Ondertussen, in de achtergrond, registreer je routegegevens, trapfrequentie, vermoeidheid, ... maar dat is ondertussen routine geworden. De kilometers glijden onder me door. Af en toe wordt gestopt omdat het landschap of een gebouw me de moeite van een foto waard lijkt.

De aanschaf van de Fuji X20 is in dat verband een erg mooie aanwinst geweest: waar ik met de Lumix elke foto moest bewerken, is dat hier niet het geval. Enkel de grootte aanpassen en een kadertje tekenen, that's it! Daarnaast heb ik met de klassiek ontworpen X20 meer het gevoel met een fototoestel bezig te zijn. De  doorkijkzoeker draagt daaraan bij, net als de metalen body. Dat brengt me terug naar mijn begindagen als fotograaf, met een toen al oude Kodak Retina II.

Mijn eerste echte fototoestel
De Fuji brengt dat gevoel van fotograferen terug, maar met de voordelen van het digitale tijdperk. Hopelijk kunnen jullie, lezers, evengoed genieten van de beelden.


Rond 16u rij ik door Cambrai. Dit hoort al bij het vroegere graafschap Vlaanderen. De bouwstijl, zowel van openbare gebouwen, van kerken als van woningen is hier anders. Er wordt veel meer met baksteen gebouwd.





Dan, na 160 km, duikt een acuut probleem op. De accu raakt leeg en in dit landbouwgebied vind ik geen mogelijkheid om die te laden. De dorpjes zijn zo goed als verlaten. Er zijn geen cafés, geen benzinestations, geen campings, ... In zo'n verlaten omgeving passeer ik langs een huisje, waar de deur openstaat en dat er uitnodigend uitziet. Ik stop en vraag of ik een half uurtje gebruik kan maken van een stopcontact. De heer des huizes gaat hier graag op in en vraagt me natuurlijk de oren van het hoofd over de Orca. Er blijkt een camping te zijn, zowat een kilometer verderop, maar tussen hier en die camping wacht nog een pittige helling. Saint-Quentin ligt echter slechts 15 km verder, dus ik beslis tot daar door te gaan.
Hij laat me weten dat de maximumtemperatuur vandaag 30° bedroeg. Geen wonder dat ik zoveel dorst had!

Saint-Quentin is duidelijk een ander soort stad. Dit is nog wel Frankrijk, maar het noorden. Grauw industriegebied, geen lieflijk, met bloemen opgefleurd centrum, maar wel asfalt en grijze gebouwen. Ook fietsinfrastructuur blijkt nog niet tot hier doorgedrongen te zijn. Brede wegen, meerdere rijstroken, maar geen fietspaden.

De "camping municipal" bevindt zich aan de andere kant van de stad. Ook op de camping heeft de tijd stilgestaan: de inschrijvingen gebeuren in een groot boek, met carbon voor de doorslag. Geen betaalkaarten, geen computer en strikte regels.
De kostprijs is een schijntje: € 4,50 voor een standplaats. "Kies maar een plekje uit" en er is plaats genoeg. Stroom kan niet voor wie met de tent is, maar aan het sanitaire blok is er een zaaltje met enkele stopcontacten.

's Avonds wordt mijn aandacht getrokken door een kort, afgebeten "un, deux, deux, deux, ..." Drie peletons afgepeigerde gendarmes komen het kampeerterrein opgemarcheerd. Ze houden zich strikt afgezonderd.
De volgende morgen vroeg, om 6 uur, wordt ik door hun strakke cadans gewekt: in camouflage-uniform vertrekken ze voor hun volgende dagmars. De gendarmerie krijgt een training die verdacht veel op die van de militairen lijkt.

Morgen ga ik de grens over en zal ik terug in België zijn.

Cijfertjes voor vandaag:
  • 162 km afgelegd
  • totaal van de terugrit: 921 km

vrijdag 1 augustus 2014

Even naar Arzon - dag 23

23 juli - dag 6 van de terugrit



De camping in Chartres was uiteindelijk een ramp. Dit was de allereerste op de hele reis met Franse toiletten. Op zich valt dat nog mee, maar voor de hele camping, groot en goed bevolkt, is er maar één sanitair blok. Er is “gratis wifi”, maar die werkte niet.
Daarenboven had zich achter mijn plekje een groepje Franse jonge techniekers gevestigd, die van de camping hun uitvalsbasis gemaakt hadden voor werkzaamheden in de buurt. Niets op aan te merken, behalve dat ze ’s avonds laat, tot na middernacht, luidruchtig converseerden, begeleid met harde dansmuziek en een knetterend kampvuur. Toen ik ze erop aansprak, was hun mening dat ze de volgende ochtend weer moesten werken. Ik had toch vakantie, dus ik kon uitslapen. Juist…

Het resultaat is dat ik om 8u al aanzet.

Het weer is weer anders: Chartres ligt onder een sluier van mist.


Via een slingerend, prima  fietspad verlaat ik de stad en daar wordt ik geconfronteerd met enkele  poortjes waarvoor de Cyclone moet afgekoppeld worden. Voor de rest is het hier mooi en rustig fietsen.

Eén van de vele overdekte wasplaatsen
Het voordeel van mistig weer is dat dit gepaard gaat met weinig wind. Omdat die uit het noorden komt en ik – niet toevallig – net die kant op ga, is dat voor een keer mooi meegenomen.

Geen vergezicht, want de mist blokkeert het uitzicht.
Rond 10u kom ik aan in Maintenon, nog steeds in de mist. Om 10u30 ben ik in Mittainville, waar ik de eerste torenloze kerk zie.

Ondertussen begint de hemel uit te klaren en wordt de mist vervangen door een stralend blauwe lucht. Het wordt weer warm...

Om 11u wordt ik begroet door een enthousiaste motorrijder. Ik zet me even aan de kant om hem de Orca te laten bekijken. De man, Antoine heet hij, is dolenthousiast en wil er alles over weten. Zoals zovelen onderweg, vind hij wat ik doe fantastisch.
Eigenlijk is dat bizar: gedurende de hele tocht, zowel “Loire à vélo” als de Sint-Jacobs fietsroute, kom ik voortdurend zwaarbeladen fietsers tegen – vooral Nederlanders – maar dat dringt blijkbaar niet door. Vermoedelijk is het vooral de Orca die dit veroorzaakt. Enfin, hij biedt me een drankje aan en voor ik het weet zijn we een uur verder en heb ik er weer een toevallige kennis bij.

Ondertussen breekt de zon door en de temperatuur loopt snel op.

Voor de verandering: graanakkers
Om 13u30 dwars ik de Seine in Gargenville. De rivier oogt niet bijzonder aantrekkelijk, met industrie op de oevers en druk verkeer. Door de drukte op de brug is er geen kans om een foto te maken en dat is hier toch niet de moeite waard.
Waar ik om aan die Seine te komen een stevige afdaling te verwerken kreeg, met warmlopende remmen als gevolg, moet ik daarna weer het Seinedal uit klimmen. Dat gaat kilometers lang, gestaag bergop onder een brandende zon. Op dit ogenblik heb ik 80 km afgelegd.

Het landschap is eerder monotoon: graanakkers, dan graanakkers en weer graanakkers, zover je kunt zien.


Ik wist dat ik dit kon verwachten: gisteren, op de camping, zei een Nederlandse dame dat zij vanaf Chartres de trein zou nemen tot aan Compiègne, omdat er tussenin enkel een heel saai landschap wachtte.
De weg gaat heen en weer, op en neer, met langzame en dan weer steile klimpartijen en afdalingen. Door het gebrek aan afwisseling lijkt het echt niet vooruit te gaan.

Af en toe kom je toch wat anders tegen, zoals dit chateau in het zoveelste plattelandsdorpje.
 

Om 14u hou ik halt in Oinville. Een onooglijk dorp met de zoveelste vroeggotische kerk. Ook hier lees ik dat de bouwmeesters de stijl adopteerden terwijl ze de kerk bouwden. Dat doen ze elk naar eigen inzicht, waardoor je in het gebouw een mix van technische oplossingen ziet.

Belangrijk voor wie de Sint-Jacobs fietsroute volgt: volgens oudere gidsen zou hier een jeugdherberg staan, waar Nederlandse fietsers telkens weer naar zoeken, maar die is ondertussen al 10 jaar gesloten! In de wijde omtrek is er geen enkele camping, maar de uitbater van het café-restaurant herbergt wel de onfortuinlijke gasten.
 
Ook hier weer hoor ik dat enkele dagen geleden een koppel met gele velomobielen voorbijkwam, maar dan in de tegengestelde richting. Dit hoorde ik al op meerdere stopplaatsen en campings. Ook zij logeerden in het café-restaurant, wegens gebrek aan alternatief.

Beeld van de dag: graanvelden en geen greintje schaduw
Om 17u30 stop ik in alweer een klein plaatsje: Henonville. De accu is leeg, er is 120 km afgelegd en volgens Archies campingdatabase, die in de Oregon zit, is de eerstvolgende camping in de goede richting 40 km verderop. Dat betekent nog een tweetal uren fietsen en dat is teveel op dit moment: er moet nog gegeten worden, de tent moet opgezet, de accu geladen, ...

Er is alweer wifi, maar betalend: €5 voor een uurtje vind ik er ver over. Geen internetverbinding dus.

De Oregon geeft op dat ik sinds het vertrek aan de Golfe de Morbihan 740 km afgelegd heb.

Om 20u is het nog steeds 25°. Voor morgen wordt nog warmer weer verwacht. Dat betekent dus vroeg uit de veren, om gebruik te kunnen maken van de wat frissere ochtend.

Het enige bezienswaardige in Henonville is een mooi voorbeeld van een klassiek Frans kasteel.
 

Defect van vandaag: de snelheidsmeter heeft het alweer opgegeven. Erg is het niet, want ook de Oregon geeft die snelheid op, net als de Cycle Analyst, maar het zou niet mogen. Ik vermoed deze keer pure pech, want af en toe draaide wel eens een tak mee in het wiel of werd een steen(tje) rondgeslingerd. De "kabel" van de snelheidsmeter bestaat intern uit niets meer dan twee haardunne draadjes en die kunnen niet veel hebben. Dit zoek ik thuis wel uit.

In het rechterwiel hoor ik wat tikken en indien ik langzaam rij, voel ik dat ook in de rechter stuurknuppel. Vervelend is dat dit enkel onder belasting is: indien ik de Orca optil en het rechterwiel laat draaien, merk ik niets. Afwachten dus. Het zou aan de band kunnen liggen, want in het loopvlak zit een flinke snee. Die gaat niet door de antileklaag, dus wil ik er mee verder rijden. De kans is groot dat die het de hele reis uithoudt.

Wat de Cyclone betreft, ben ik licht ontgoocheld. De vlaggenmast gaf het op in Saumur. Een vlaggenmast moet het toch langer dan drie maanden uithouden? Of in kilometers uitgedrukt: na pakweg 1500 km breekt die mast...
Ook de regenhoes is op die maand helemaal verkleurd of eerder vervaald.
Verder leerde ik dat, door het ontbreken van een frame (op de bodem na) het erg belangrijk is hoe je de kar laadt. Let je niet op, dan hangt de lading scheeft en gaat het ding aanlopen. Als een band tegen het cordura schuurt, heb je op het einde van de rit ongetwijfeld een gat.
Verder, maar dit kan liggen aan het feit dat ik met een 26” dissel rij, vreet de koppeling zich in de staalkabel. Daardoor is het opletten geblazen bij het afkoppelen, want een eindje staaldraad prikt zo door je vingers.
De kar op zich doet het verder voortreffelijk. Hij volgt mooi, waardoor ook nauwe bochten geen probleem vormen. De weerstand is er vooral door het gewicht van de lading. Dat merk je natuurlijk bij beklimmingen, maar wat trager rijden helpt dan. Je komt er uiteindelijk toch.

Kilometers vandaag: 120
Kilometertotaal van de terugtocht tot nu: 740 km

Conditie: opletten geblazen, want ik vermoed dat er wat kilo's minder zijn en er schiet zo al niets aan over. Dat merk ik vooral als ik 's avonds de tent opzet, de mat opblaas, ... ik ben veel sneller moe dan normaal. Met gemiddeld 120 km per dag kan je al wat verwachten, maar de reserves lijken uitgeput te zijn. Dat betekent dat ik ook op de voeding moet letten: zorgen dat er voldoende calorieën, vitamines en andere nodige bouwstenen opgenomen worden.