maandag 9 juni 2014

Even naar Dronten - dag 4 (Dronten - Dordrecht)

Bij het afhalen van de E-Orca in december 2013 was deze rit al gepland, maar door problemen met de fiets is die toen niet doorgegaan. Deze keer kan ik wel in alle rust aanzetten.

Het dagritme is zoals gewoonlijk: zo rond 6u30 ben ik uit de veren om me rustig voor te bereiden op de rit. Hiervoor is absoluut geen wekker nodig: mijn bioritme zorgt er wel voor.
De laatste bagage wordt in de Orca gestouwd, een laatste ontbijt genoten in het gebouw van Flevobike, de watervoorraad op peil gebracht, de track op de Oregon 450  klaargezet en rond 8u kan ik de tocht aanvatten.

Het eerste deel, van Dronten tot ongeveer aan Biddinghuizen is een verschrikking. Er ligt wel een fietspad en dat is netjes gescheiden van de autoweg, maar het is gemaakt uit erg grof asfalt. De rolweerstand stijgt met 20 à 25%! Dat kost veel energie en het maakt een pak herrie.


Daarna wordt het wegdek aangenamer en schakel ik mentaal weer om naar de reismodus. Indien de route vooraf vastgelegd is en in de gps zit, is het een kwestie van de aangegeven weg te volgen en ondertussen te genieten van de omgeving.
Hoewel: die weg is niet altijd even makkelijk: soms krijg je in het fietsland Nederland ook wel een uitdaging onder de wielen geschoven.


Het blijft evenwel zo dat de aanduidingen voor fietsers prima zijn.


Er zijn op deze rit enkele belangrijke verschillen met de heenweg. Om te beginnen zou dit een veel korter eind worden: ongeveer 130 km. (In de praktijk werd het wat meer, 155 km, omdat ik in Dordrecht ook nog wat rondreed.) Een peulschil, vergeleken met de 190 km van donderdag.
Minder leuk is dat ik nu de wind tegen heb en op open vlaktes en lange, rechte einden kan dat dik tegenvallen. De kruissnelheid ligt lager en toch kruipt er meer energie in elke afgelegde kilometer. Dat maakt niet uit: ik heb de hele dag en dan is die afstand zelfs aan 20 km/u makkelijk haalbaar.

De omgeving wordt steeds mooier, zeker als ik Flevoland verlaten heb. Dan kom je in ouder land terecht en dat merk je aan alles.

Ook nu weer leidt de rit me voornamelijk over dijken en langs het water. Ergens onderweg kom ik langs een gebied dat aangegeven is als de oudste polder van Nederland, waar ook een oud stoomgemaal staat.
En dan moet ik ook over iets wat "de Utrechtse heuvelrug" genoemd wordt. Tja, hoe moet ik het zeggen: na de Molenroute in de Vlaamse Ardennen de week ervoor, stelt dit echt niets voor. Het gaat wat omhoog en het rijdt wat langzamer daardoor, maar dat is het dan ook.
Rond Soest is het ook weer wat klimmen en dalen en daar is het alweer wat heviger. Op het hoogste punt dwarst de route het oude militaire vliegveld Soesterberg. Ik kan het niet laten om mijn "vliegtuig zonder vleugels" even te laten poseren op de startbaan.

Hier hangt onweer in de lucht, maar het blijft droog
Dit is ook een ander stuk Nederland: imposante villa's, grote domeinen, brede, statige lanen, ... zeker rond Ijsselstein. Daarna kom ik weer in vlak land, doorsneden door rivieren en kanalen. Overal vind je woningen die aan het water staan, met een boot aan de steiger. Zo zou ik ook wel willen wonen!

Zaterdag is ook een dag waarop allerlei zaken georganiseerd worden. Zo zie ik op een paar honderd meters een defilé van oude tractoren passeren. Terwijl ik door Soest rij, kruis ik een aantal prachtig onderhouden (of gerestaureerde) oldtimer auto's, meestal bestuurd door heren met een witgrijze haardos. Nog een eind verder slingert een konvooi militaire voertuigen uit WOII over de landwegen, min of meer dezelfde richting uitgaand als ikzelf. 


We kruisen elkaars pad verschillende keren.

Dan zijn er nog de ontelbare windmolens onderweg, zowel oude, waarvan een aantal gediend hebben als gemaal, als hypermoderne.

Nieuw land, nieuwe molens
Oud land en dus oude molens (windgemaal)
Het gaat vlot. Erg vlot. Zo vlot dat ik om 15u al in Dordrecht aankom.

Omdat het zo vroeg is, besluit ik om nog even tot in het centrum een kijkje te gaan nemen. Dat weekend is er namelijk een evenement gaande: Dordrecht in stoom. In het historische centrum, rond de haven, zijn allerlei stoommachines te vinden: stoomschepen, stoomtreinen, stationaire en mobiele stoomgeneratoren, ... Dit trekt volk aan en dat iss duidelijk te zien: je kan er over de koppen lopen. De Orca in zo'n omgeving is geen zo'n goed idee, dus wend ik de steven en ga een eind richting Hollandse Biesbosch. Dat blijkt niet zo bijzonder te zijn, na een hele dag door het groen te rijden. Na het eind van vandaag heb ik er ook genoeg van, dus keer ik terug naar mijn overnachtingsadres voor vandaag en stal de Orca in de garage, broederlijk naast de Quest van mijn gastheer.

's Avonds trekken we nog even tot in het centrum, om in alle rust de resterende stoommachines te bewonderen en tot in de top van een graanzuiger te klimmen.

Daarmee zit ook dag 4 erop. Met een prima rijdende Orca in een voor het grootste deel erg groene en rustige omgeving is dat zeker geen straf.

Wat die Orca betreft: hij schakelt weer voelbaar vlotter (niet dat het voordien slecht was, maar ik voel verschil) en de motor reageert directer.
Omdat voordien een aansluiting niet helemaal correct was, bleef het piekvermogen beperkt tot 250 W (wettelijk is het nominale vermogen beperkt tot die waarde) en nu is dat gestegen tot meer dan 500 W! Voor alle duidelijkheid: het piekvermogen is wat de motor kortstondig levert bij het plots versnellen of echt hard duwen op de pedalen. Nadien zakt dat weer tot 250 W. Het voelt alsof de Orca bereid is tot af en toe een burn-out.


woensdag 4 juni 2014

Even naar Dronten - dag 3 (bij Flevobike)

Dit was waarvoor de hele rit bedoeld is: onderhoud voorde E-Orca. Op vrijdag bleef ik dus bij Flevobike in Dronten.


Arjan begint eraan om 8u30: de hele aandrijving wordt opengemaakt en de Rohloffnaaf gaat uit de fiets. Dat laatste gaat erg makkelijk (maar het vraagt tijd), want de naaf zit eigenlijk enkel gevat in twee lagers en aan de uitgaande kant is die nog eens vastgeschroefd.



De olie wordt eruit gezogen en vervangen door spoelolie, zoals Rohloff voorschrijft dat het moet gebeuren. Nadien wordt ook de spoelolie met een spuit uit de naaf gezogen en de verse olie komt in de plaats.

Ondertussen heb ik de kans om de naaf even te bekijken. Behalve een serienummer staat er niets op de behuizing vermeld. Die behuizing is speciaal volgens de vereisten van Flevobike gemaakt: de aftapplug zit op een andere plaats.

Dubbel tandwiel: één voor de aandrijfketting, één voor de motor
Nu is het bij een Orca of Greenmachine al niet evident om de olie te wisselen met de naaf in de fiets, maar met een E-Orca wordt het helemaal moeilijk: in dat geval zitten op de inkomende as namelijk twee tandwielen. Er is er eentje voor de ketting die van de pedalen komt en een tweede voor de elektromotor. De tanden van beide passeren natuurlijk voor de vulopening en met de naaf in de velomobiel is het bijna onmogelijk om de juiste positie te vinden en het slangetje van de spuit op de naaf te schroeven. Dat moet dan ook nog meerdere keren gebeuren:
  • olie aflaten
  • spoelolie inspuiten
  • spoelolie aflaten
  • normale olie inspuiten
Een pak werk dus. Het goede nieuws is dat dit volgens Flevobike enkel dient te gebeuren bij 5000 km en daarna misschien nog eens bij 50.000 of meer. Ik merkte ook dat je voelt als het tijd is hiervoor: de naaf schakelt dan wat onwillig. Ze zouden het ook graag anders zien voor de oliewissel, maar technische beperkingen (de interne opbouw van de naaf) maken dit onmogelijk.

Terwijl de boel open ligt, wordt de ketting gecontroleerd en die blijkt na 6000 km nog als nieuw. Er is geen spoor van slijtage en de smering is ook nog prima. Dat is het voordeel van de gesloten behuizing: er komt geen beetje vuil bij de ketting, geen korreltje zand. Als je er dan nog op let om je trapfrequentie hoog genoeg te houden, wordt de ketting erg weinig belast en moet ze dus lang meegaan. Dat zou, zonder enig onderhoud, 50.000 km of meer moeten zijn.


Ik gaf ook aan dat de trapas het volgens mij niet deed zoals het hoorde: ik merkte geregeld een getik, alsof de ketting ergens tegenaan liep en er zat ook speling op de as. Aangezien die niet in een brackethuis zit, moest de oorzaak ergens anders gezocht worden. Die is snel gevonden door Arjan: normaal zitten op de as twee lagers gelijmd, maar die zitten hier los. Daardoor kan de as enkele millimeters naar links en rechts bewegen en zo kan de ketting een boutje raken. Met wat Locktite is het euvel snel opgelost. Ik heb geen getik en geen speling meer gevoeld sinsdien.

Dan is het de beurt aan de elektronicaman: André sluit zijn computer aan op de motorcontroller en voert een update in (versie 3 ondertussen). Het meest praktische gevolg is dat het manueel uitschakelen van de ondersteuning nu ook in de sequentie van de ondersteuningsgraden opgenomen is (eco - normaal - high - high plus - uit (en weer naar het begin van de sequentie)). Daarnaast merk ik bij de eerste testrit dat de motor ook alerter reageerde: starten of stoppen met trappen leidde veel sneller tot een reactie van de ondersteuning (minder vertraging). Dat zou niet aan de update liggen, maar waaraan wel, dat is niet uit te maken.

Vanaf het begin was een ledje van het knipperlicht linksachter defect. Ook dit wordt aangepakt: het kapje dat de leds afschermt wordt losgemaakt en de hele keten (bedrading met drie in serie geplaatste leds) wordt vervangen.


Op de Cycle Analyst (V 2.3) zit ook een snelheidssensor. Die is eigenlijk nodig om correcte data te verkrijgen. Een deel van de informatie is namelijk gerelateerd aan snelheid en afstand: die heb je nodig om het rendement (Wh/km) te laten berekenen. Ik zag niet meteen hoe ik die een plekje kon geven, maar André monteert de sensor op de rechter veerpoot, op dezelfde houder van de sensor voor de ondersteuning.
Ook met de snelheidssensor van het display voor de ondersteuning was er een probleem: de snelheidsaanduiding viel geregeld weg. Dat betekent o.a. dat je op het display geen idee kan krijgen van de afgelegde afstand. De oorzaak was een eenmalig iets: de kabelbinder waarmee de draad aan de remkabel vastzat, was vermoedelijk te hard aangehaald. De draden voor zo'n sensor zijn maar een haar dik en dus raken ze snel doorgesneden. Hier wordt de sensor met de bedrading vervangen, waarna ook dit opgelost is.

Al bij al wordt zowat de hele vrijdag gesleuteld aan de Orca. Tussen de bedrijven door kijk ik wat rond in de werkplaatsen.

Erwin last een frame voor een Orca
Creatieve jongens zijn het zeker: ergens ligt een concept om van een rolstoel een elektrisch ondersteunde handbike te maken. De module wordt gewoon op de rolstoel vastgezet.


Jawel, dit zijn onderdelen van een Greenmachine, maar dan wat aangepast.
 
Na de middag leen ik even een test-Greenmachine om wat in de buurt te gaan rondneuzen en die fiets te ervaren.


De rit leidt me, niet toevallig, naar Velomobiel.nl, waar Allert even wat tijd vrijmaakt voor me en me o.a. het model van de Q4W (vierwielquest) toont. Ik hoor snel dat het uitgangspunt bij het ontwerp van een Quest totaal verschillend is van dat bij de Orca. Waar Velomobiel kiest voor maximale efficiëntie in functie van snelheid, gecombineerd met eenvoud en een zo laag mogelijke prijs, gaat de voorkeur bij Flevobike naar maximale kwaliteit en inzetbaarheid. De efficiëntie op het vlak van snelheid is minder belangrijk (maar wordt niet verwaarloosd). Een ander doel en een andere insteek leidt duidelijk tot een compleet verschillende velomobiel.
Naast de deur, bij Alligt, staat de vierwielversie van de Sunrider voor de poort.
Algauw bol ik terug naar Flevobike om verder te helpen en te volgen bij het onderhoud. Zo kan ik leren hoe mijn eigen velomobiel in elkaar zit. Je weet nooit dat er iets moet aan gebeuren en het is dan wel handig als je weet hoe dat moet.

's Avonds praat ik nog wat na met de Vrielinks, ondertussen samen met Arjan genietend van een Belgisch biertje dat "toevallig" meegekomen is.

Voor ik het goed en wel besef, is er alweer een dag voorbij.De Orca staat, volgeladen, klaar om de volgende ochtend weer aan te zetten.

maandag 2 juni 2014

Wablieft?

Al eeuwenlang (enfin, dit betekent "heel lang") wordt op de Kouter in Gent een bloemen- en plantenmarkt gehouden op zondagvoormiddag. Dat is het moment dat de Gentenaars over dat plein flaneren, op zijn zondags uitgedost. Het gaat meer over dat flaneren dan over de bloemen en planten; die vormen eerder het decor.

Afgelopen zondag reed ik in de Orca naar die markt. Niet om te flaneren of de Orca te showen, maar omdat ik een bepaalde plant nodig had. De huidige had namelijk de pijp aan Maarten gegeven. Een plant meenemen gaat makkelijker in de Orca dan in een fietstas.

Ik was nog niet goed en wel uit de velomobiel gestapt of het begon al.
"Ik vind dat gevaarlijk".
Que?
"Wel, ge ziet dat niet".

Jep, daar gingen we weer. Vermoeiend, hoor, telkens weer diezelfde geniale opmerkingen. En dan kan ik er niet altijd even geduldig en vriendelijk bij blijven.
"Hoezo, gevaarlijk? Gevaarlijker dan koersfietsen?"
"Ja, want ge ziet dat niet".
"Weet je dat je meer verzekeringspremie betaalt voor een racefiets dan voor een ligfiets? Dat betekent volgens mij wel wat..."
Stilte en dan "en toch vind ik dat gevaarlijk".
"Wel, weet je wat. Ik niet. Auto's, dat vind ik gevaarlijk. Er zijn al veel doden gevallen door auto's. Doden door fietsers, dat kom je zo vaak niet tegen. Een goede dag verder."

Pff. Ongevraagde meningen, gebaseerd op vooroordelen. Wat moet je ermee?

Mijn plant, een hydrangea anomala petiolaris, heb ik gevonden. Die staat ondertussen al in het geveltuintje mooi te wezen. En perfect veilig, ondanks het feit dat het plantje lager is dan een Orca.

zaterdag 31 mei 2014

Even naar Dronten - dag 2 (Rockanje - Dronten)

Mijn dagritme ligt behoorlijk vast, blijkt. 's Morgens rond 6u30 wordt ik alweer wakker. De spullen worden in de Orca gestopt. Die heeft de voorbije nacht buiten geslapen. Het heeft geregend en in die regen zat woestijnzand: nu is de stroomlijn wit met allemaal geelbruine ringen.

Rond 8 u ben ik klaar. Dit wordt de langste rit van de trip: er staat ruim 190 km op het programma!

Algauw kom ik aan de Maasvlakte - het industrie- en overslagterrein aan Rotterdam - en via prima fietspaden beland ik aan een met de fiets niet te nemen hindernis: water. Geen nood: er is een Fast Ferry die me naar Hoek van Holland kan brengen.

Wachten op de overzet
Jammer genoeg is op het ponton geen spoor van een uurregeling, maar na een dik halfuur komt de boot aangevaren. Op dit uur is het heel kalm: er wordt onderweg (Pistoolhaven) één passagier afgezet en dan heb ik de hele ruimte voor mij alleen.


Vanaf de overkant slingert de LF1b verder noordwaarts. De rit gaat langs een aantal plaatsnamen die ik al kende, maar waar ik me geen beeld bij kon vormen: Kijkduin, Scheveningen, Wassenaar,..
De route blijft even afwisselend: open vlakten, bossen, hoogten en laagten. Het is geen route waarbij je in slaap zal sukkelen.

Ook in Nederland vind je snelheidsremmers op de fietspaden. Er zijn erbij waar duidelijk niet gedacht is aan het bestaan van velomobielen. Ik vraag me af of je hier met een Quest, WAW of Milan over raakt: zelfs met de Orca moet ik in de remmen gaan.


Aan Katwijk aan Zee verlaat ik de Noordzeeroute en dan gaat het richting Amsterdam en Almere. De bedoeling is om in Almere aan te pikken op de Flevoroute. De verbinding loopt grotendeels langs riviertjes en kanalen. Afwisselend rij ik links of rechts van het water, telkens over prima fietspaden: vlak, met weinig rolweerstand, breed en vrijwel verlaten. Ik rij langs pittoreske haventjes, langs stille dorpen - waar de bestrating meestal uit klinkers bestaat -, langs uitgestrekte akkers en dat alles onder een licht bewolkte hemel en bij een aangename fietstemperatuur. Er is bijna geen moment dat er niet minstens één windmolen in zicht is en langs het water liggen overal boten en bootjes aangemeerd. Dit zijn constanten voor de hele trip: windmolens, water, schepen en fietsers.

Tussen Katwijk en Amsterdam
De route maakte ik met behulp van een Duitse fietsrouteplanner en die blijkt prima keuzes te maken. Telkens weer gaat het over paden waar amper of geen autoverkeer over kan, waar je in alle rust van de omgeving kunt genieten.

Dit is Nederland (Holland) zoals ik het me voorstelde: met kanalen die hoger liggen dan de akkers en weiden ernaast, met huisjes tegen de dijken aangebouwd.

In de omgeving van Roelofarendsveen (Nieuwe Wetering) stop ik aan een brasserie langs het water. In de verte zie ik geregeld vliegtuigen die van Schiphol vertrekken. Heerlijk rustig is het hier. Af en toe tuft een bootje langs of passeert een fietser langs de dijk, maar voor de rest is hier niets dan rust.

Dan gaat het weer verder oostwaarts. Langs de Westeinderplassen rij ik richting Amsterdam. De stad zelf laat ik links liggen, maar via de Amsterdamse Bossen (mooi recreatiegebied), Amstelveen en de Bijlmer rij ik verder naar Almere.

Op weg naar Almere
Almere vind ik een verschrikking. Er zijn wel vlakke fietspaden, maar ze lijken gemaakt om alle snelheid uit de fiets te halen: de ene haakse bocht volgt op de andere. Verder vermoed ik dat alle fietsende scholieren uit heel Nederland hier verzameld zijn. Hele groepen kwebbelende pubers bezetten de fietspaden en zowat elk van hen rijdt op een hippe fiets met een mandje voorop. Bijna continu moet ik laten horen dat ik erlangs wil, dikwijls meerdere keren eer ze het beseffen, maar ze blijven erg vriendelijk en vinden de Orca duidelijk een leuk ding.
Almere zelf lijkt me uitermate saai, toch minstens wat de architectuur betreft (op enkele uitzonderingen na). Enfin, het is moeilijk een oordeel te vormen op basis van even een poosje (maar het lijkt eindeloos) langs de stadsrand fietsen.

Daarna volgt de Flevoroute. Dit is duidelijk een ander, ouder soort fietsroute. Een betonpad, amper breder dan de Orca, slingert zich een weg door de bossen en langs rietvelden. Nu eens rij ik langs het water (Oostvaardersplassen) en dan weer een eind er vandaan. Er zijn amper zijwegen, dus de gps hoef ik niet echt in het oog te houden. Fout rijden is uitgesloten.


Het laatste eind is dan weer typisch voor de Flevopolder: eindeloos en kaarsrecht. Onderweg kruis ik Johan Vrielink, die met een Greenmachine op weg is naar huis.
Rond 17u30 kom ik aan bij Flevobike. Er is vandaag 193 km afgelegd.
De velomobiel deed het prima: over het comfort kan ik absoluut niet klagen. De spanzitting is zalig op zo'n momenten. Ook de stuurgreep, met twee stuurknuppels, is lekker ontspannen.
Het schuimdekje is mee, voor het geval dat, maar ligt tot vandaag de hele tijd onder het zitje. Ook de nieuwe bidonhouder, voor het zitje, valt goed mee. Helemaal binnen bereik en absoluut niet storend.

De Orca wordt leeggemaakt, zodat hij klaar is voor het onderhoud morgen. Ik fris me even op en ga het stadje in om een hapje te eten. Dan volgt een gezellige babbel met André en Arjan Vrielink, waarna ik het bedrijfsgebouw voor mij alleen heb.

Dag 2 zit er ook weer op.

vrijdag 30 mei 2014

donderdag 29 mei 2014

Even naar Dronten - dag 1 (Gent - Rockanje (Oostvoorne))

Woensdag 21 mei, 8u30.

De Orca was de avond vooraf geladen.

'k Heb mijn wagen volgeladen...
Mijn doel voor vandaag is een bed and breakfast in Oostvoorne, bij Rockanje, net ten zuiden van Rotterdam, maar aan de overkant (de zuidkant) van de Maasvlakte.

De route is opgesplitst in drie stukken. Eerst een aanloop van thuis tot Breskens (49,5 km).



De rest vond ik op het web: een gpx-track van de Noordzeeroute. Daar haalde ik twee stukken uit. Het langste eind, 102 km, leidt me van Vlissingen naar de Haringvlietsluizen.



Dan komt er nog een klein stukje, 13,2 km, om tot aan de overnachtingsplaats te rijden.



Het is de eerste dag, de eerste keer dat ik met de Orca een - zij het korte - meerdaagse fietsreis maak.
Met een aangename temperatuur en rugwind kan ik de rit aanvatten. Die begint met een "verbinding" van ongeveer 50 km; van Gent naar Breskens. Dit is grotendeels gekend terrein. Hele einden van die route fietste ik enkele jaren geleden tijdens het ligfietstreffen in Lembeke.
De fietspaden zijn typisch Belgisch: smal, oncomfortabel en de auto's (gelukkig zijn het er niet veel) rijden rakelings langs je.

Vlaamse fietspaden
Omwille van de breedte van het pad (eerder "smalte") en de spoorbreedte van de Orca heb ik meestal de keuze tussen ofwel met één wiel over de kasseien dokkeren ofwel met een wiel op de rijstrook voor de auto's.
Gelukkig heb ik de wegcode mee en kies ik er grotendeels voor om gewoon op de rijweg te rijden. Moeten ze maar trager rijden achter mij.

Na ongeveer 30 kilometer steek ik de grens met Nederland over en meteen rij ik door het kenmerkende landschap van Zeeland: grote poldervlakten doorsneden door dijken, compacte woonkernen en prima aangeduide fietsroutes.

IJzendijke
Dat laatste wordt een constante tijdens de hele trip.

Na korte tijd kom ik aan in Breskens en daar wacht de overzet, die matig bevolkt blijkt op dit uur. Daar begint een tweede constante: tijdens het wachten wordt de Orca omgeven door nieuwsgierigen (in dit geval, gezien de dag en het tijdstip, actieve gepensioneerde fietsers). Een ander vast gegeven is dat fietsers een velomobiel meestal beschouwen als wel onbekend, maar ook bijzonder interessant als voertuig. Het is meestal van niet-fietsers dat je te horen krijgt dat het gevaarlijke dingen zijn.

Nadat ik mijn ticket gehaald heb, rij ik de Orca tot aan het toegangshekje voor de ferry, waarbij de loketbediende me voorstelt om voor mij het poortje te openen met mijn ticket (niet zo handig vanuit een velomobiel), ...in het Engels. Tja, een Orca ziet er blijkbaar erg exotisch uit, dus ik moet wel een buitenlander zijn (dat klopt ook: van net over de grens).

Een uitdaging, waar ik niet op inga.
Dit overvaren vind ik altijd een leuk intermezzo: je beweegt, je zit op het water, maar hoeft op niets te letten. Omdat op de boot toch oplaadpunten beschikbaar zijn, leg ik de accu maar meteen aan de stroom, voor alle zekerheid.
Weinig volk op de overzet
Na een half uurtje is de overtocht voorbij en zoek ik mijn weg uit Vlissingen. De haven vormt al een eerste hindernis. Gelukkig is een Orca nogal kort en kan ik de knik tussen beide sluisdeuren halen.


In Vlissingen laat de voorgestelde route me even in de steek: hij stuurt me over een kaai waar je enkel via trappen op en af kunt. Een alternatieve route is hier wel snel gevonden.

Een keer het stadje achter mij ligt, begint het eind Noordzeeroute van de dag : 120 km door duinen en bossen, waarbij opvalt hoeveel daar gefietst wordt.

Deze route volg ik minstens voor de rest van de dag
Ook hier weer - het is woensdag - zijn de fietsers grotendeels gepensioneerden. Veel daarvan verplaatsen zich op een e-bike.

Stilaan schakel ik mentaal over op "reismodus". Waar er in het begin nog onzekerheid is (waar begin ik nu aan, wordt dat wel leuk, er ligt thuis werk te wachten, hoe zullen de (bijna volwassen) kinderen het ondertussen doen), begin ik te genieten van de omgeving en van het fietsen. De dagelijkse zorgen verdwijnen naar de achtergrond, het hier en nu komt in de plaats. Trappen en het pijltje volgen op de paarse streep van het scherm, meer is er niet aan. Voor de rest is het rondkijken naar de telkens afwisselende omgeving en alles ondergaan.

De ondergrond bestaat meest uit asfalt, maar ook klinkers, schelpenpaden en gravel krijg ik onder de wielen.

Prima fietspaden: vlak, breed en zonder scherpe bochten
De route omzeilt zowat alle steden, dorpen en gehuchten en slingert heen en weer en op en neer. Soms rij je wat dichter langs de zee en dan weer verder af. Soms rij je door open duinengebied en dan weer in dichte, lage bossen. 


Aangezien ik in het zuidelijke deel van Nederland de route volg, gaat die onvermijdelijk over de vele waterkeringen die de Zeeuwse eilanden verbinden. Dat is precies wat ik voor ogen had bij het plannen van de tocht. Esthetisch mogen die waterkeringen dan niet veel voorstellen (staal en beton, oud en grauw), technisch zijn het wel mooie dingen.


De hele dag waait de wind uit een ongewone hoek: zuidoost. Het waait ook behoorlijk hard en dus krijg ik tijdens de hele rit een duwtje in de rug. Prima voor het gemiddelde en het maakt het ook wat minder lastig.

Dit is een uitstapje, dus hoeven geen snelheidsrecords gehaald te worden. Omdat het tenslotte "maar" om 150 km gaat en omdat ik met een kruissnelheid van zowat 30 km/u rij, is er tijd genoeg om geregeld te stoppen. Zo kan ik foto's maken en de omgeving in ogenschouw nemen.

Zo moet je wel je tijd nemen...

Wat ik in de voorbije jaren ervaren heb bij afstandsfietsen komt hier prima van pas: geregeld kleine hoeveelheden eten werkt voor mij het beste. Af en toe neem ik een slok water uit de Camelbak, afgewisseld met fruitsap uit een flesje in de (nieuw geplaatste) bidonhouder. Met het lekkere tempo, het mooie weer en een prima energiepeil kan ik duidelijk lang doorgaan.

Het vervelendste zijn de af en toe blijkbaar hardhorige fietsers. Je ziet ze midden op het pad rijden, alsof het voor hen alleen is, en op de claxon reageren ze niet. Na twee keer toeteren nog steeds niet en ook niet na de derde keer. Als ik dan versnel en erlangs schiet, schrikken ze zich te pletter. Hopelijk letten ze daarna beter op, maar ik betwijfel het.

Af en toe zie ik koppels op fietsen die duidelijk meer voorzien zijn op kilometers afmalen, met degelijke Ortlieb of Vaude fietstassen voor- en achteraan. De Noordzeeroute is populair.

Helling van 10%

Onverwacht snel, het is nog geen 17u, kom ik aan  bij het "Paradijs in de duinen", mijn overnachtingsplaats voor die nacht. Daar beschik ik over een huisje voor mij alleen!



Na het uitpakken, controleren van de Orca en mezelf opfrissen, wordt het dorpje even verkend. Daar valt niets te beleven en dus ga ik langs de dijk op zoek naar een restaurant (er zijn er twee, een eind buiten het dorp). Dan kruip ik vroeg onder de wol: morgen wordt het een marathonsessie van bijna 200 km!


woensdag 28 mei 2014

Evenwichtskunsten

Wie al met een velomobiel reed, weet het: dit is verslavend. Het zoemen van de banden over het asfalt; de wereld langs je heen zien razen, nogmaals versterkt door het lage standpunt; het inhalen van arme fietsers die zich moeizaam door de lucht moeten duwen (ze weten niet beter); comfortabel geleund in je zitje malen je benen de kilometers erdoor.

Elke reden is goed om weer in je bolide te stappen. Waar de pers onlangs verontwaardigd deed over de "ontdekking" dat de meerderheid van de Vlamingen (in Nederland is het wellicht amper anders) zelfs om brood of vlees gaat met de auto, neemt de velonaut voor alle verplaatsingen zijn futuristische voertuig. Wat zeg ik: je verzint boodschappen om toch maar weer een eind te kunnen rijden. Die bakker om de hoek? Niet ver genoeg. Het brood aan de andere kant van de stad is beter!

En soms, heel soms, laat je je meeslepen door je enthousiasme. Snelheid werkt verslavend. Het lage zichtpunt versterkt het snelheidsgevoel, meer nog dan op een open ligger. Dan vergeet je dat er ook wetten van de fysica zijn. Who cares? Fuck physics! Alleen: die fysica vergeet jou niet.

De brug afrijdend met gestaag toenemende snelheid, neemt het windgeruis toe en de banden roffelen over de oneffenheden van de weg. Beneden volgt een 180° bocht, erg kort, met kans op tegenliggers, dus die moet echt aan de binnenkant genomen worden. Je hangt naar binnen, zoveel mogelijk, om de snelheid erin te houden. Dan gaat het binnenwiel de lucht in. Het evenwichtsgevoel wordt plots verstoord. De heerlijke sensatie van "mij overkomt niets" blijkt een illusie.
Gelukkig is er op dat moment geen tegenligger. Snel tegensturen doet de velomobiel weer op drie wielen belanden en met iets meer respect voor de wetten van de zwaartekracht en denkend aan het zich verplaatsende zwaartepunt gaat de rit verder. Soms moet het wat spannend worden.

Een vierwielvelomobiel, dat zou wel wat kunnen zijn! Dan kunnen twee wielen tegelijk het luchtruim kiezen!