zaterdag 5 november 2016

Uitdagingen voor de Birdy

Af en toe is wat vakantie welkom. Deze keer hield dat in: even helpen in de tuin bij vrienden die in Frankrijk wonen. 



Natuurlijk blijft het daar niet bij: als Jan op reis gaat, reist er een fiets mee. Deze keer was het de Birdy, want grote ritten zou ik niet maken. Een buurtverkenning, meer niet.

Hoe pak je zoiets aan? Wel, simpel: leg de stafkaart open en stippel een lus uit. Zoiets:

Geen track, dus nagetekend via Google Maps
Even het bos door is een flinke opwarming: grind, onverhard, stijgen en dalen en af en toe flinke putten in het pad. Wel is het daar erg mooi en rustig: geen kat kom je tegen. Enkel opletten voor jagers, want het jachtseizoen is open.
Naar het schijnt stond hier bijna geen enkele boom meer na afloop van de Eerste Wereldoorlog, maar nu is het er zalig wandelen en fietsen.
Een mooi loofbos voor mij alleen
Na het bos kwam een eind asfaltweg, maar ook die slingerde heen en weer en op en neer. Gelukkig was dat allemaal met mate.
Station van Coingt (buurgemeente), gesloten in 1935
Omdat asfalt en zelfs boswegels weinig uitdaging bieden, koos ik in Saint-Clément voor een eind GR122. Wie GR zegt, denkt 'wandelpaden'. Dat gaat gradueel: eerst asfalt, dan een strookje asfalt, dan grind, vervolgens aangereden aarde en tenslotte gras. Combineer dit met flinke hellingspercentages en korte bochten en daar heb je je uitdaging.


Een eerste flinke klim, na het oversteken van een riviertje (la Blonde)
De Birdy, met zijn Marathon Racers, kreeg het flink voor de kiezen op dat pad. De fietser ook: ik moest de juiste positie vinden op de fiets. Teveel naar voor en het achterwiel spinde door; teveel naar achter en het voorwiel ging op de steile stukken van de grond. Veel speling was er niet, maar leuk was het wel! En dan wordt je beloond met een schitterend uitzicht en het genoegen dat je die technisch wat moeilijker stukken toch gefietst hebt.


Ergens langs GR122
Het eind GR eindigde met een strookje gras tussen een haag van sparren en een vers geploegde akker.


Daarna werd het weer een vertrouwd slingerende asfaltweg, maar nog steeds met die adembenemende panorama's.


Bovenop een heuvelrug (GR122)
Deze rit maakte ik op de goeie ouwerwetsche manier: met een stafkaart op zak. Een houder voor de smartphone of gps had ik niet mee.

De streek, de Thiérache, is een aanrader: weinig gekend, stille dorpjes, rustig fietsen. Dit ademt authenticiteit. Wil je iets zien, zoek dan naar de 'églises fortifiées' ('weerkerken' in het Nederlands) - versterkte kerken - die getuigen van een erg woelig verleden. Ook de vele oude hoeven in vakwerk, met lemen muren, ogen exotisch. Het enige wat ontbreekt, is hier en daar een terrasje of café, maar dat getuigt dan weer van het weinig toeristische karakter van de streek.

En dat het rustig is, bewijst het aantal motor- en andere voertuigen die onderweg langsreden. Het zullen er hoogstens tien geweest zijn, waarvan zowat de helft tractoren. Geen wandelaars, geen fietsers, geen motorfietsen... Met een bevolkingsdichtheid van minder dan 15 inwoners per km² is dat ook niet te verwonderen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen