De E-Orca wordt de tuin in gerold en op zijn rug gelegd: controle van het inwendige, in casu de primaire ketting, die van het voorste kettingblad naar de Rohloffnaaf loopt. De ketting heeft er inmiddels 20.000 km op zitten, zonder enig nazicht. Ik was benieuwd hoe die eraan toe zou zijn.
![]() |
| Gestrande walvis met bewaker (let op de kleuren) |
Bij een Orca is het wel even werken om bij de ketting te kunnen. Die is namelijk helemaal afgeschermd. Van binnenuit kun je er onmogelijk bij, want de afscherming maakt deel uit van de onderkant van de romp. Daarom moet de Orca op zijn rug: op de bodem zitten aluminium platen die de tunnel afsluiten. Om die te verwijderen, moet je honderden (nou, ja, toch heel wat) torx-boutjes losdraaien. Een snoerloze schroevendraaier, met de juist bits (T30) is dan welkom.
Na tien minuten schroefjes weghalen, is het inwendige zichtbaar. Om zeker te zijn dat de ketting heel goed beschermd is, loopt die in die gesloten tunnel nog eens in kettingbuizen. Indien het om overbrengingsverliezen gaat, kunnen die beter weggelaten worden, maar om de boel netjes te houden, zal het wel een prima oplossing zijn. Waarschijnlijk zorgen die buizen er ook voor dat er geen contactgeluiden zijn van een ketting die tegen de aluminium plaat botst.
Ik heb in mijn hoofd als data: 1W verlies per meter kettingbuis...
Het is al snel duidelijk: dit was een nodeloze operatie. De ketting is kraaknet en nog steeds prima gesmeerd. Ook de slijtage valt nog ruim binnen de tolerantiegrenzen: geen 75%. Het systeem van Flevobike werkt dus prima. Geen werk aan!
Het moet ook gezegd: Flevobike houdt niet van compromissen. De gebruikte ketting is een KMC X1: de top in single speed kettingen. Niet goedkoop, maar als je merkt hoe lang deze meegaat...
![]() |
| De ketting in prima conditie |
![]() |
| Wat anders niet zichtbaar is |
Bij een volgende gelegenheid gaat de kettingkast annex achterbrug open, zodat de secundaire ketting ook gecontroleerd kan worden. Hier verwacht ik meer slijtage, want die ketting krijgt het gecumuleerde vermogen van de velonaut en de ondersteuning te verwerken.
Ook het eindje ketting tussen de motorunit en de Rohloffnaaf wil ik nazien. Daar is het vermoeden dat het meteen vervangen zal worden, want dit is een heel kort eindje en het is behoorlijk lawaaierig geworden ondertussen.
Misschien kan ik er beter een gewoonte van maken om dat eindje te vervangen telkens de naafolie ververst wordt, maar dat zou evengoed overdreven kunnen zijn.



















