zondag 22 november 2015

Breaking news: wintervoorbereiding

Dit is een jaarlijks weerkerende actie: de velomobiel (en de andere fietsen) winterklaar maken.
De winter in onze regio is vooral koud en nat. 'Koud' betekent dat de Orca een beetje warmer mag worden en 'nat' houdt vooral in dat de banden hun grip niet mogen verliezen.

Voetengat afdichten

Tegen 'koud' heb ik het idee van vorig jaar verder uitgewerkt. Het voetengat is opnieuw afgesloten, maar deze keer hopelijk op een betrouwbare manier.

Tijdens de installatie vorige winter
Het resultaat
Het kanaalplastic ('Coroplast') van vorig jaar bleek veel te broos en heeft het geen maand uitgehouden. Het concept - afsluiten van de voetengaten - bleek wel goed te werken.

Op zolder vond ik nog een vergeten polycarbonaatplaat van 2 mm. Die is niet UV-bestendig, maar voor de onderkant van een velomobiel maakt dat niet veel uit. Uit die plaat sneed ik (met een breekmes) een stuk van 38 op 43 cm. Aan de voorkant kwam hier aan strook aluminium bovenop en het geheel werd onder de bodem van de Orca vastgeschroefd.

Zo zie je er eigenlijk niks van
Aan de onderkant is het duidelijker
Die strook aluminium zit daar omdat de voorkant van de opening in alle richtingen gekromd is. Het (gelamineerde) aluminium kan de materiaalspanning beter verdelen.

Met de nieuwe plaat polycarbonaat is het een bizar zicht vanuit de E-Orca: je merkt niet dat er iets zit. Dat zal waarschijnlijk niet lang zo blijven.

De ervaring vorige winter was dat de binnentemperatuur heel wat aangenamer blijft een keer die grote ventilatie-opening afgesloten is. Mocht het gebeuren dat het sneeuwt, dan wervelen de vlokken ook niet binnen via die weg.

Een bijkomend voordeel is dat het rendement verhoogt: door het gat af te sluiten, verminder je de luchtweerstand van de velomobiel. Het is niet voor niets dat de DF standaard helemaal gesloten is.

Het bezwaar dat je niet meer kunt 'flintstonen' geldt eigenlijk niet op een gekende route. Achteruit rijden moet je voornamelijk doen bij een onvoorziene hindernis of een te krappe bocht. Op een traject dat je dagelijks aflegt, zijn dergelijke verrassingen nogal onwaarschijnlijk. Daarenboven is dat met een Orca - met een draaicirkel van 6m - bijna nooit nodig. Als het echt moet, stap ik maar uit.

Bandenwissel

Tegen 'nat' was de maatregel veel eenvoudiger: de Energizer Plus 47-406 werd verwisseld voor de CX Comp in dezelfde maat, die ik bij een bezoek aan Flevobike meekreeg. 


Dit is een noppenband en die zou beter overweg moeten kunnen met modder en sneeuw.

CX Comp profiel (foto: Schwalbe)
Het risico op lekken met deze band is wat groter: de Energizer Plus is een volle neef van de Marathon. Met de Energizer heb ik op 12.000 km (hij is nog niet op) welgeteld één keer lek gereden. Toen was niets te vinden in de buitenband, dus het kan evengoed slijtage van de binnenband zijn of een zandkorrel die erdoor sleet.

Energizer Plus (foto: Schwalbe)
De CX Comp 47-406 heeft Kevlar Guard als antileklaag en weegt 425 g. De Energizer Plus 47-406 beschikt over een Greenguard laag en weegt 640 g (volgens Schwalbe). Ze spelen ook in een andere prijsklasse: de Energizer kost zowat het dubbele. De adviesprijs van de CX Comp bedraagt € 15,90; die van de Energizer Plus € 28,90.

Ondanks de slechte ervaring met de CX Comp bij aanvang - hij was lek na amper 70 km - geef ik hem nog een kans.


Vervelend: lekke achterband op weg naar het werk
Speciaal voor de gelegenheid werd een boompje omgezaagd...

Vooraan blijven voorlopig de Trykers liggen. Het zou kunnen dat die binnenkort vervangen worden door Shredda's (de vouwversie) als winterbanden. Dat is nog niet zeker: de Marathon Plus is ook nog steeds een kandidaat. Die heet de ideale winterband te zijn.

vrijdag 20 november 2015

Fietskamperen met de velomobiel - materiaal (4): tent

Kamperen betekent dat je er met de tent op uit trekt. Als je dat met de fiets (of te voet) doet, moet de tent per definitie behoorlijk compact en licht zijn. Als je met de velomobiel op reis gaat, moet de pakmaat liefst zo zijn dat de tent in de velomobiel past.
Dat is het verband bij deze post. Voor de rest gaat het over de tentkeuze en de ervaringen met wat het uiteindelijk werd. 

Vroegere tent-ervaringen

Om het even te plaatsen: kamperen doe ik al zo lang als ik zelfstandig reis. Vroeger, met het ouderlijke gezin, werd er niet gekampeerd. Vader had dat waarschijnlijk fantastisch gevonden, maar moeder zag het absoluut niet zitten. Met de jeugdbeweging (scouts) was het een evidentie en die lijn werd nadien doorgetrokken.

Tenten van goede kwaliteit gaan écht lang mee. Zo is de allereerste eigen tent nog steeds bruikbaar: een zogeheten Canadese tent (twee palen en een noklat); een Alpino Kolibri. Degelijk gemaakt, licht, compact, maar door de vorm erg smal bovenin. Door de ouderdom (pakweg 40 jaar) is het materiaal eerder broos geworden. Puur nostalgie.

Dan is er nog een tent die je eerder een paleis kunt noemen: een Maréchal tunneltent. 6m lang en 3m breed. Een fantastische tent om ergens op een camping neer te strijken en enkele weken te verblijven. Ruimte zat, lekker waterdicht, ingang naar keuze vooraan of aan de zijkant ... Maar onmogelijk mee te nemen op fietsvakantie.


Je ziet wel een fiets staan, maar ik was wel met de auto tot daar gereden
Zo zijn er nog wel enkele tenten in de collectie, groter en kleiner.

De keuze

Een vijftal jaren geleden wilde ik een andere tent. Wat ik had, voldeed niet voor de fietsvakanties: te oud (en onbetrouwbaar geworden), te zwaar, te groot ...

Na wat inlezen en rondkijken, kwam ik bij Vaude uit. Het merk heeft op het vlak van ecologisch werken een goede naam. Dat is, wat mij betreft, ook belangrijk. Als je kampeert, zit je in de natuur (behalve op massacampings, uiteraard). Dan moet je ook bij je materiaalkeuze die natuur respecteren.

De vereisten die ik op een lijstje had:
  • ruim
  • relatief licht
  • snel op te zetten en op te breken
  • compact op te bergen
  • ook bij regen makkelijk op te zetten
De Vaude Mark L 2P voldeed aan de vereisten. 


Eigenschappen

De basisvereisten zijn samen te vatten als 3-3-3:
  • 3 kg
  • 3 personen
  • op 3 minuten op te zetten
Die 3 kg is eigenlijk 2,8 kg. Dat is veel voor wie het absolute minimum zoekt, maar weinig voor een (3-seizoens) 2/3-persoons-tent. Het buitenzeil is gemaakt van gesiliconiseerd polyamide, waterdicht tot 3000 mm. De bodem is gelamineerd en waterdicht tot 10000 mm.

Waarom 3 personen? Voor 'echte trekkers' is dat een paleis. Ik hou van extra ruimte, vooral indien er enkele dagen op dezelfde plaats verbleven wordt. Dat zorgt ervoor dat je bij minder weer ook nog wat kunt doen. Uiteraard: indien een tent als 3 personen omschreven wordt, betekent dat in de praktijk eerder '2 + bagage', maar voor wie alleen reist, maakt het niets uit. Nu is het wel zo dat die '3' afhankelijk is van de bron. De Mark 2 wordt blijkbaar meer en meer als 2-persoonstent omschreven en dat is wel correcter. Met een binnenbreedte van 1,30 m wordt het anders wel erg krap.

Op 3 minuten opzetten is echt meer dan een verkoopslogan. Dat lukt makkelijk. Je legt het zeil open - de binnentent hangt al vast in de buitentent - monteert het 'exoskelet' en haakt het zeil eraan. Zo simpel en snel gaat het. Dan duw je wat haringen in de grond en je tent staat vast.

De praktijk

Het nadeel is dat er heel weinig extra ruimte is. Bij sommige tunneltenten heb je een ruime voortent, om bagage in op te slaan, om in te koken ...

Hilleberg Nallo 2 GT
Dat is er niet in de Mark 2P. Er zijn wel extra ruimtes tussen buiten- en binnentent, maar die zijn niet geschikt om te koken. Het zijn wel geschikte plekken voor bijvoorbeeld de fietsschoenen, de acculader ...

Het exoskelet, de buizen, zit helemaal met elastieken aan elkaar. Geen gepuzzel om de juiste stukken bij elkaar te zoeken en vaak klikken de buizen al vanzelf ineen als je de boel open legt. Daarenboven zijn ze gemaakt uit aluminium, wat een stuk degelijker is - en lichter - dan de meeste glasvezelsystemen.

Zo'n koepeltent staat ook op zich. Als je alles opgebouwd hebt en je vindt dat de tent niet optimaal gepositioneerd is, neem je hem simpelweg op en je verzet hem. Er zijn geen scheerlijnen nodig om de tent te doen staan.



Wat ik er nog bij wil, is een 'footprint': een zeil om onder de tent te leggen. Dat beschermt de bodem tegen takjes, doorns, scherpe stenen en dergelijke. Liever een snee in zo'n onderzeil dan in de tentbodem. Ik ben er enkel nog niet uit of het de originele van Vaude wordt of een op maat gesneden stuk Tyvek-doek.
Nu leg ik er vaak een dekzeil onder. Dat zie je trouwens op de foto hierboven. Kost amper wat, is makkelijk te vinden en beschermt ook. De voornaamste nadelen zijn dat het niet waterdicht is, dat het aardig wat weegt en niet compact op te vouwen is. 

's Morgens heb je vaak wel een probleem dat geldt voor alle tenten: de boel kan vochtig zijn. Het eerste wat ik eraan doe, als het kan, is een strategische plek kiezen. Daarmee bedoel ik een plek waar al vroeg de zon op zit. Zo droogt je tent snel (als het niet regent, tenminste).
Lukt dat niet, dan heb je de keuze tussen langer wachten of het zaakje nat opbergen. Dat hoort gewoon bij kamperen en heb je met elke tent.

Dat een ruimere tent meer weegt, dat spreekt voor zich. Dat die opgevouwen wat meer plaats inneemt ook. Dat is een afweging die je voor jezelf moet maken: gewicht en pakvolume versus de ruimte van de opgezette tent.
Als je voor een Orca kiest, zal het ook niet op een kilo komen voor de tent. Op regendagen vind ik het nog zo fijn dat er lekker veel plaats is binnenin.
En met een pakmaat van 50 x 20 cm valt het ook erg mee.

Ervaring

De tent heeft ondertussen alle ettelijke weken gebruik achter de rug. Het is bij deze zoals met elke tent: het is en blijft een compromis. Een compromis tussen volume (opgezet en ingepakt) en gewicht, tussen gewicht en levensduur, tussen nuttige ruimte en concept (koepel versus tunnel). Met andere woorden: de perfecte tent bestaat niet.

De Vaude Mark L 2P biedt - wat mij betreft - veel ruimte voor een relatief laag gewicht. Het opstellen gaat heel erg snel. Dat is vooral praktisch als het regent. Omdat de binnentent al vast zit, wordt die ook niet nat bij het opzetten. De constructie is goed doordacht en eenvoudig. Je hoeft niet te puzzelen en ook met weinig licht is het goed te doen.

En ja: het kan compacter of lichter of goedkoper. Lichter betekent vaak meteen minder degelijk, zoals in 'mindere levensduur' of 'kwetsbaarder'. Elk bepaalt voor zich wat het optimum is.

Een ruimere voortent was wenselijk geweest. Om te koken bijvoorbeeld. Dat heb ik opgevangen door er een tarp voor te bevestigen als het nodig is.



Zo'n tarp is handig een keer hij er staat, maar het blijkt meer werk te zijn om op te zetten dan de tent zelf. Meer lijnen, meer bevestigingspunten, de spanrichting bepaalt hoe strak het zeil komt ... Anderzijds is het een erg compact en licht pakje, dat opgerold amper plaats inneemt.

Die tarp gebruik ik ook enkel indien ik langer op dezelfde plaats blijf staan. In andere gevallen volstaat de tent ruimschoots.
Bij echt slecht weer doet de tarp dienst als afdak voor de velomobiel.

Een tent met een pakmaat van 50x20 cm stop je gewoon achter je zitje in de velomobiel. Handig, compact en snel gedaan. Maar dat geldt natuurlijk voor elke compacte tent.
Het grootste voordeel van deze is de snelheid om hem op te zetten. Op regendagen - en die heb je ook wel eens op reis - is dat een groot pluspunt. Na amper drie minuten kun je in je huisje. Dat lukt ook wel met pop-up tenten, maar de pakmaat daarvan is wel even anders. 

zondag 15 november 2015

Fietskamperen met de velomobiel - materiaal (3): fietskar

Radical Cyclone

Is een fietskar noodzakelijk? Dat maak je natuurlijk zelf uit. In elk geval: met een velomobiel zijn fietstassen zo goed als uitgesloten. Ofwel beperk je de bagage tot wat in de velomobiel past, ofwel hang je er een fietskar achter. Andere mogelijkheden zijn er niet indien je autonoom wil reizen.

Nu maakte Flevobike de keuze van de kar al voor mij: de Orca is vanaf de productie geschikt om de trekhaak van Radical te bevestigen. Dat is bij mijn weten een unicum in de velomobielwereld. Dopje over de as verwijderen en de trekhaak kan met een geschikte bout (die ik bij Flevobike mee kreeg toen de Orca geleverd werd) vastgezet worden.


Radical trekhaak op de achteras
Een fietskar kies je in functie van het doel. Zo heb ik er eentje voor de boodschappen met de gewone fiets - een Croozer Cargo - en een Cyclone voor het reizen. Ze zijn elk geschikt voor hun doel: de eerste kan net twee vouwkratten bevatten, maar zorgt voor voelbaar veel rolweerstand en de andere is vederlicht (5,5 kg), voel je amper, maar heeft geen vaste bodem en het volume is beperkter.

De Cyclone van Radical dus. 't Is een duur ding: de Radical IV - de huidige versie - kost maar liefst € 480. Voor iets dat niet zo vaak gebruikt wordt, is dat niet niks. In essentie is een Cyclone niets anders dan een reistas, waarbij je een frame in de bodem stopt. Aan dat frame bevestig je twee wielen en een dissel en daar heb je je fietskar.

Extraatjes

Na de aanschaf ervan bestelde ik bij Radical een regenhoes (fluogroen) en een vlag met mast.
De Cyclone is namelijk zo laag dat je die in de spiegels niet ziet.
Een Cyclone heeft ook zo weinig rolweerstand dat je niet voelt dat hij achter de velomobiel hangt.
Je ziet hem niet en je voelt hem niet: is hij dan wel nog mee? Daarom de vlaggenmast. Die zie ik wel in de spiegel.

De regenhoes dient twee doelen. Het eerste spreekt voor zich: de tas tegen regen beschermen. Radical tassen zijn erom gekend dat de waterdichtheid maar matig is.
Het tweede doel is opvallen.
Een velomobiel is in veel contreien bijna iets buitenaards. Ik wilde niet het risico lopen dat een automobilist zo naar de Orca kijkt, dat hij de Cyclone erachter niet zou zien. Met een fluogroene hoes leek de kans hierop al heel wat kleiner.


Zonder regenhoes

En met
Helaas bleef van dat fluo niet veel over na een maand fietsen...

Wat op 'Wereldfietser.nl' ook al aan bod kwam: het is onbegrijpelijk dat Radical op een zo duur product goedkope Chinese bandjes levert. Je zou hier iets beters verwachten. Tenzij, natuurlijk, indien ze vele banden getest hebben en die Chinese dingen er heel goed uit kwamen. Dat vind je echter nergens terug. Wel dat YKK ritsen gebruikt worden, dat er TIG gelast is ... Dat doet het ergste vermoeden voor de banden.
Toen ik de mijne kocht, lagen er Kenda banden op. Die gaven nog nooit problemen. Het ziet er ook naar uit dat ze nog veel kilometers zullen meegaan.

Op de camping is een Cyclone ook wel handig. Je haalt de wielen en dissel eraf en je kunt de kar als een reistas in de tent zetten. Daar staat hij uit het zicht en binnen handbereik. Het is wel best om er iets onder te leggen, want de onderkant en de voorkant van de kar verzamelen alle vuil dat de velomobiel en de banden oppikken.


Wielen en dissel eraf gehaald. Voila: een reistas
Bij de eerste versie (zoals die van mij) loopt de rits nog niet helemaal door. Dat maakt dat je soms wat spullen uit de kar moet halen om bij datgene te kunnen dat je nodig hebt. Bij de latere versies schijnt dat veranderd te zijn.

Ook ondervond ik dat je bij het laden moet opletten. Omdat de Cyclone geen stijve wanden heeft (wel zit een stuk schuim links en rechts, naast de wielen), moet je ervoor waken dat de boel niet scheef zakt. Doe je dat niet, dan kan het gebeuren dat het weefsel tegen een band schuurt, vooral in bochten.

Bij fietsers speelt vaak het argument dat je met twee wielen een stuk breder uitkomt met zo'n kar. Bij een velomobiel maakt dat niets uit: de Orca is breder dan de Cyclone. Waar de Orca door kan, volgt de kar zonder problemen.

Wat handig zou geweest zijn: eenzelfde wielmaat voor de kar en de velomobiel. Nu moet een 18' reserveband mee voor de Cyclone (binnenband) en een 20" voor de Orca. Bij de meeste velomobielen zit je achteraan met 26" en dan heb je dus nog een derde maat nodig.

Praktisch?

Tja. Het bezitten van een fietskar kun je zowel een voor- als een nadeel noemen. Omdat je die hebt, ben je geneigd hem te gebruiken. Da's evident. Als je hem gebruikt, sleep je meer mee. Ook dat is vanzelfsprekend. Meer gewicht dus en meer rolweerstand.
Anderzijds ben je niet verplicht om heel compact te pakken. Dat kan je op twee manieren opvatten:
  • meer meenemen
  • minder efficiënt opbergen
Dat laatste ervaar ik als een voordeel. Je hoeft niet zo grondig na te denken over de pakvolgorde en daardoor is het vaak ook makkelijker om bij de spullen te raken. Een ander voordeel is dat je iets royaler kunt kamperen: een net wat grotere tent, toch maar een grondzeil, de tarp kan er makkelijk bij en zelfs een stoeltje ging mee. En omdat er toch plaats was, zat er zelfs een verlengsnoer van 20m in, zodat ik in de tent stroom had (accu's laden, netbook laden ...).

Rijgedrag

Bij het rijden merk ik er weinig van. De Cyclone blijkt héél stabiel. In de bochten hoef ik niet extra op te letten. Natuurlijk is het wel zo dat de E-Orca ondersteund is. Dat maakt een verschil: de motor vangt het extra gewicht op.
De bijkomende weerstand betekent ook weer twee dingen: rolweerstand en gewicht. Het eerste merk je altijd, hoewel dat met een Cyclone minimaal is. Het gewicht voel je, logisch, vooral bij het klimmen. Maar ook bij afdalingen wordt het duidelijk: de remmen krijgen het harder te verduren om alle gewicht tijdig te vertragen. Je moet er gewoon rekening mee houden. Bij de E-Orca betekent het ook dat de autonomie wat beperkter wordt.

Veiligheid

Wat wel een probleem kan vormen: zo'n kar kun je niet afsluiten. In een grootstad halt houden, wordt daardoor iets gewaagder. Je kunt eventueel de kar aan de velomobiel vastleggen, maar dat betekent in de praktijk een kabel door een wiel. Door de makkelijk afneembare wielen bestaat dan theoretisch de kans dat je nadien een velomobiel en een wiel terugvindt...
Nu is een fiets met reisspullen altijd een probleem. Fietstassen zijn moeilijk af te sluiten, een velomobiel is ook lastig en een fietskar, achter welk soort fiets ook, is bijna onmogelijk tegen diefstal te beschermen. Als je die kar helemaal beveiligt, zeg met een stalen net en een slot, kun je er onderweg ook niet zomaar even in. Kiezen of delen dus.

In de praktijk is dat niet zo'n probleem en wel om een andere reden. Een velomobiel is een aandachtstrekker. Zodra je in een iets of wat drukkere stad stopt, wordt je omringd door belangstellenden. Ofwel sta je iedereen vriendelijk te woord en dan heb je geen kans om zaken te bekijken. Ofwel laat je je voertuig achter en dan is de kans groot dat mensen eraan prutsen. Te mijden dus.

Betrouwbaarheid

Eigenlijk kan ik er niet veel over zeggen; daarvoor heb ik er te weinig kilometers mee afgelegd.
De kar zelf gaf nog nooit problemen. Geen scheuren, geen versleten textiel, niks van dat.

Maar de accessoires...
  • de regenhoes was verschenen na een drietal weken rondtrekken. Radical stelde nadien dat dit eigenlijk normaal is voor fluokleuren (tiens, die fluohesjes lijken veel langer fluo te blijven) en zou dat ook op de site vermelden. Van dat laatste merkte ik nog niks. Maar op het verkleuren na blijft de hoes wel goed.
  • De vangkabel (beveiliging tussen dissel en trekhaak) slijt wel. Er breken staaldraadjes door en die prikken venijnig. Voorlopig doe ik het zonder, maar er zal tegen de volgende grote reis een nieuwe moeten komen.
  • De vlaggenmast is vorige zomer doorgebroken. Radical heeft toen zonder enig probleem voor vervangstukken gezorgd.
Er gebeurden dus tot nu toe geen zaken die ertoe leidden dat de kar onbruikbaar werd. Ik kreeg zelfs niet te maken met lekke banden. Het toebehoren liet me wel in de steek, maar daarbij bleek ook dat de service bij Radical prima is. Met zo'n ondersteuning kun je rustig op reis vertrekken.

Besluit

Mijn ervaring is dat de Cyclone een prima reiskar is, in elk geval in combinatie met een velomobiel. Je hebt meteen 100 l extra bagageruimte. Bovendien is de kar af te koppelen, waardoor je die - als je even wat langer op een plek blijft hangen - achter kunt laten op de camping.

Verder in de reeks kom ik er nog op terug: hoe verdeel ik de bagage tussen de Orca en de Cyclone.