Posts tonen met het label BUMM Cyo R. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BUMM Cyo R. Alle posts tonen

donderdag 5 januari 2017

Upgrade verlichting - deel 1: het plan

Verlichting op een velomobiel is een oud zeer. Omdat je toch flink sneller rijdt dan met een gewone fiets, maar het met hetzelfde type verlichting moet stellen, zoeken heel wat velonauten creatieve oplossingen om toch maar voldoende te zien.

Toen ik bij Flevobike was, na de Oliebollentocht, zag ik een set koplampen liggen.

Alle componenten voor de verlichting van een Orca.
André Vrielink zei me dat ze nu niet meer de Cyo's inbouwen zoals in mijn exemplaar, maar de Premiumversie, met een hogere lichtopbrengst (80 lux) en vooral een veel bredere lichtbundel.

BuM Cyo Premium in E-bike uitvoering
Dat lijkt me wel wat: ze hebben dezelfde maat, maar een andere led en spiegel, dus ze kunnen zo omgewisseld worden.

Lichtbundel van de oude (huidige) Cyo's

Lichtbundel van de Cyo Premium
Daar zijn wel enkele, niet onoverkomelijke, bedenkingen bij:
  • zal het verschil echt de moeite zijn? Dat kan ik pas weten indien ik het probeer en dan heb ik ze. Aan de hand van de beelden hierboven kun je wel al een mooi beeld vormen.
  • de kostprijs is niet min: de e-bike uitvoering zal me per stuk zowat 60 euro kosten (de richtprijs bedraagt € 84,90 in Duitsland), transport inclusief. Er zijn er twee nodig.
  • als ik de bestaande vervang, heb ik per definitie twee Cyo's liggen bedoeld voor e-bikes. Die zal ik dan wellicht verkopen. Helaas zijn ze niet bruikbaar met een naafdynamo (wisselspanning, terwijl een accu gelijkspanning levert), dus enkel geschikt voor voeding via een accu.
Wat kan dit oplossen? Een bredere lichtbundel betekent dat de bermen mee verlicht zijn. Handig op sommige paden en wegen, zodat je tenminste op het asfalt blijft.
Ook in bochten is een bredere lichtbundel een voordeel. Omdat de verlichting op een velomobiel niet meedraait met het stuur, maar later volgt, zie je in scherpe bochten niet genoeg. Die bredere bundel maakt dat je meer van de bocht kunt zien.

Op die manier is mijn drie jaar oude Orca weer mee met de recentere verlichtingstechniek, zonder dat ingrijpende veranderingen nodig zijn.

Alternatief

Waar Flevobike nu mee bezig is, is het elektronisch sturen van de verlichting. Dat zie je ook op de eerste foto - de driehoekige printplaat.
Waar in de oudere Orca's twee schakelaars zitten - één per koplamp - is er nu één draaischakelaar. Daarmee bedien je beide koplampen tegelijk. Er is een gedimde stand en een voor 'full power' (2 x 80 lux). André is nu aan het bekijken of hij met een schakelaar met vier standen de lichtvin mee kan bedienen. De uitdaging is dat het logisch en handig moet blijven. Op dit moment blijkt de gedimde stand teveel gedimd te zijn: het licht is niet meer goed zichtbaar.
Een andere mogelijke verbetering is het toevoegen van dagrijleds, zoals Velomobiel.nl het doet. Die vragen weinig energie en zijn fel genoeg om op te vallen. Naast beide koplampen is plaats om ze in te bouwen op een mooie manier. Daar is het dan weer puzzelwerk: die DRL zouden moeten uitgeschakeld worden zodra één van beide koplampen aan staat. Op dat moment bieden ze geen meerwaarde, maar wel een meerverbruik.

maandag 10 oktober 2011

geen licht

Nu weet ik weer waarom ik een hevig voorstander van dynamoverlichting ben, hoewel dat op deze velomobiel quasi onhaalbaar is.

Voorbije donderdag, rond 7u, maakte ik me klaar om naar het werk te vertrekken en schakelde de verlichting in.
Achterlicht aanzetten: check
Knipperlicht op linkerspiegel aanzetten: check
Koplamp aanzetten: no go

Het accupack, dat de koplampen, toeters en knipperlichten van stroom voorziet, was pas geladen, dus dat kon de reden niet zijn. Zodra ik het accupack eruit gehaald had, bleek één van beide draden van het contact losgekomen te zijn. No problem: even solderen is snel gedaan.

Na vijf minuten zat het accupack weer in eFAW, maar het bleef duister. Er was dus meer aan de hand en daar kwam de multimeter aan te pas. Eén van beide contacten in het pak deed het ook niet meer.

Ondertussen is alles hersteld en haalde ik nog een houder om 6 NiMH accu's in te zetten. In afwachting van de omvormer, waarvoor nog een geschikte behuizing moet verzonnen worden die voldoende kan koelen, kan ik de Cyo met 7,2 V - zijnde 6 1,2 V accu's - aansturen.

Na de montage en bij het testen van alle leidingen, maakte ik maar meteen wat beelden van de lichtpatronen, geprojecteerd op de garagepoort.

Dit is de originele linkerlamp, met een concentrisch lichtpatroon.


Dit is de originele rechterlamp, ook weer concentrisch.


Hier werken beide koplampen samen. Zoals te verwachten is, heb je gewoon meer licht.


Dan de Busch und Müller Cyo Sport, met een afgekapte bundel.


Wat je hier al ziet, is dat je een meer geconcentreerde bundel krijgt: ik ken de lichtopbrengst van de originele lampen niet, maar hier is duidelijk dat de Cyo minder verlies geeft. Doordat de bundel afgekapt is, kun je ook het licht verder laten schijnen zonder tegenliggers te hinderen.

Tenslotte zette ik nog even alle lichten samen aan.


Het gebundelde licht van de Cyo valt duidelijk op binnen de lichtcirkel van de andere lampen. Op deze manier kan ik de verlichting zo regelen dat de concentrische bundels dicht bij de fiets voor licht zorgen en de Cyo op een grotere afstand de weg verlicht. Dat laatste is van groot belang bij een hogere snelheid. Als je 30 of meer rijd, is het wel handig om enkele tientallen meters vooruit te kunnen kijken. Je wil die bocht met een gracht ernaast echt niet missen !

In een volgende post toon ik beelden van het licht in een reële situatie.

Gisteren, maandag, reed ik met het herstelde en uitgebreide verlichtingssysteem naar het werk. Tot mijn ergernis viel het circuit na enkele kilometers uit ! Gelukkig is de Cyo op een afzonderlijke stroombron aangesloten, anders was het een dik probleem geweest.

Gisteravond haalde ik dan de multimeter weer boven en zo was de oorzaak snel gevonden: één NiMH cel had de geest gegeven. Ondertussen zijn de vier zwakste batterijen uit het pak vervangen door nieuwe exemplaren. Van de originele 2400 mAh (volgens de informatie op de batterijen) bleef er zo'n 60 % over: tussen 1400 en 1500 mAh. Zulke batterijen werken nog, maar de capaciteit is veel te klein en je weet ook niet hoe lang ze hun lading houden.


zondag 11 september 2011

licht

De kogel is door de kerk. Budget, recyclage, efficiëntie, gewicht, ... alle argumenten werden op een rijtje gezet en de conclusie is de volgende: de Gforce wordt gestript. Dat wil zeggen: de B&M Cyo Sport die een jaar geleden daarop terechtkwam, verhuist nu naar de eFAW.


Op de trike werd die gevoed door een naafdynamo en nu zal de energie geleverd worden door het 12V batterijpak dat de rest van de verlichting en de toeters bedient, met toevoeging van een spanningsomvormer van 12 naar 6 volt. Nog een schakelaartje ertussen om de lamp vanuit de cockpit te kunnen bedienen en we zijn er.


Voordeel 1: ik heb hem al. Geen nieuwe lamp te kopen dus.
Voordeel 2: ik weet hoe goed deze lamp is. Sure, er zijn er ondertussen alweer betere, maar dat maakt de Cyo daarom nog niet verouderd.
Voordeel 3: een dynamolamp kan gebruik maken van het beschikbare accupak. Amper extra gewicht dus.


Uitdaging: een spanningsomvormer vinden die zo compact en licht mogelijk is en daar bovenop een zo hoog mogelijk rendement heeft.


Technisch: met 12V tot vlak bij de lamp. Op die manier kan ik met dunne bedrading werken. De omvormer komt dan aan de binnenkant van het koetswerk, zo dicht mogelijk bij de lamp. De omvormer wordt zelf gebouwd rond een UA7806 geïntegreerde spanningsomvormer.


Metingen wezen uit dat de Cyo bij 6V 0,08A verbruikt, dus de geschakelde IC wordt amper warm. Twee condensatoren erbij en je hebt een héél compacte omvormer. Kostprijs: € 0,75. Condensatoren en printplaatje zijn recuperatiemateriaal. Enkel nog een behuizing in aluminium verzinnen.


In principe kan de Cyo tot 7,2 V aan (hoe hoger de spanning, hoe meer licht), maar daar vond ik niet zomaar een omvormer voor.


Plaats: net boven de neus, zo ver mogelijk naar voor. Op die manier staat de lamp wel hoog en door hem vooraan te plaatsen beperk ik de slagschaduwen.


Misschien haal ik ook wel het achterlicht van de trike. Dat kan op een analoge manier aangesloten worden en zo kan ik de hele verlichting vanaf het zitje bedienen.


Nadeel is dat het batterijpak stroom moet leveren voor meer onderdelen. Theoretisch zal het dus sneller leeg raken. Anderzijds verbruikt de lamp zo weinig dat het niet zoveel uitmaakt. Daarnaast hoeven de bestaande koplampen niet te branden als de Cyo aan staat. Nu moet ik het verbruik van de ingebouwde ledspots nameten om te weten of die nog nut hebben.

zondag 9 januari 2011

wat probleempjes: vervolg

Als aanvulling op het laatste bericht volgt nu het resultaat van de klussen.

De Kojaks hangen weer aan de haak en zijn gewisseld voor de Schwalbe Marathon Plus bandjes die op de trike lagen bij aankoop. De vroeger ervaren nadelen (trager, lage zijdelingse weerstand) neem ik er maar bij. Het viel bij het wisselen meteen op dat er een duidelijk verschil zit in banddikte (dikte van de rubberlaag). In het loopvlak van de Kojaks zaten toch wat scheurtjes en sneetjes. Heel opvallend is vooral dat de trike met de M+ veel rustiger stuurt: het vervelende trillen is weg (wel de handen aan het stuur houden).
Bij de Kojaks waren er twee oplossingen om shimmy te vermijden: zeker de druk hoog genoeg houden (minimum 7 bar) en de snelheid boven 25 km/u ! Bij de start van de rit gisteravond had één deelnemer meteen een lekke band. Toeval of niet: een Kojak...

Ik denk eraan om eens een setje Perfect Moirees te halen, liefst meteen wat breder dan wat er nu op ligt.

Wat de Streamer betreft: de Powertape zat muurvast aan de velcro, dus bleef die maar zitten. Op de binnenzijde van de Streamer bracht ik enkele baantjes polymeerkit aan (dank je voor de tip, Mick). Ik koos voor Flex7 elastische kit. Daarna kon de verbinding enkele uren uitharden.
Gisteravond werd de oplossing grondig getest: eerst 30 km op de aanhanger achter de auto. Dat betekent continu trillen en vermoedelijk een behoorlijke winddruk, dan een nachtelijke rit van 40 km over allerlei soorten ondergrond en tenslotte 30 km terug achter de auto. De nieuwe verbinding heeft stand gehouden. Het blijft afwachten hoe lang dat zal duren.

De rit van de voorbije nacht was een mooie gelegenheid om diverse oplossingen voor fietsverlichting te vergelijken. Vooreerst: ik reed nog nooit met een groep die zo duidelijk verlicht was !
Het aandeel van de BuMM Cyo koplampen met (naaf)dynamo was zeer groot (4 van de 12 fietsen waren ermee uitgerust) en tot tevredenheid van alle eigenaars. Compact, goede lichtopbrengst en goede spreiding van de lichtbundel. Belangrijk is dat dit een dynamo-aangedreven lamp is. Dat heeft als grote voordeel dat je geen rekening moet houden met batterijen die leeg raken.

Daarnaast waren twee fietsen (een ligger en een velomobiel) uitgerust met een Magic Shine MJ 816 pack:


Je ziet één centrale schijnwerper, geflankeerd door twee breedstralers. De totale lichtopbrengst is fenomenaal! Het geheel wordt bediend door een schakelaar die je op het stuur kunt monteren en de stroom wordt verzorgd door een bijgeleverd batterijpak. De autonomie bedraagt bij maximaal vermogen een drietal uren. Daarna moet je de batterijen herladen. Aangezien we in groep reden, was er niet direct een mogelijkheid om de lichtbundel van deze lamp te beoordelen. Mijn vermoeden, gezien de vorm van de reflector en de plaatsing van de led daarin, is dat de bundel niet afgesneden is bovenaan en de lamp vermoedelijk niet door de Duitse keuring zal raken, die toch een norm is op dit vlak. Anderzijds krijg je een enorme hoeveelheid licht voor je geld.

Wat ook opviel is de felheid van het sterk geconcentreerde led-licht dat nu op elke fiets zit. Halogeen heeft helemaal afgedaan. Een gevolg van dat felle licht rondom is dat het je verblindt. Om in je eentje op een onverlichte weg te rijden is het schitterend; om in groep te fietsen, met continu felle lichtbundels in je achteruitkijkspiegels, dat was wat van het goede teveel. Zelfs sommige achterlichten waren verblindend.
Anderzijds heb ik het veel liever zo dan wat je meestal ziet (in de stad dan toch): onverlichte, donker geklede fietsers.

vrijdag 5 maart 2010

trike-perikelen


Alweer een tijdje en wat kilometers verder. Het gemiddelde van één woonwerk-verplaatsing per week kon ik aanhouden. De ongeveer 24 km enkel neemt een ruim uur in beslag, een beetje afhankelijk van de windrichting en -sterkte.
Deze week vertrok ik op woensdag, met een buitentemperatuur van -2 ° C. Op zich is dat goed te doen, zeker met de Streamer erop. Alleen bleek na een tiental kilometer dat het oude euvel - water in de kabels - nog niet verdwenen is. Van de 24 versnellingen bleef er nog één over: de kabels voor voor- en achterderailleur zaten muurvast. Ook de linkerschijf deed weer niets meer.
De omgeving was wel schitterend: een trekweg langs de Schelde, met achter mij een opkomende zon en een lage nevel over het water en de weiden rondom. Silhouetten van allerlei vogels doken op uit de nevel, om er een eindje verder weer in te verdwijnen. Boeiend is ook de geschiedenis die je in de omgeving kunt lezen: oude Scheldearmen kronkelen rond de huidige loop, omzoomd door groen. 's Morgens kom ik hier en daar een fietser tegen, op weg naar school of werk.
's Avonds is het wel anders: veel recreatieve fietsers, op dure (en minder dure) koersfietsen, met een bivakmuts onder de helm, kijkend naar het rare, lage ding dat hen tegemoet komt. Opvallend is dat het voor het grootste deel mannen zijn. Deze keer kruiste ik het pad van een roeifietser en een eindje verder reed aan de andere oever toch nog een ligfiets voorbij.

Ondertussen is de BUMM Cyo R geleverd en gemonteerd en kreeg de Sigma fietsteller een nieuwe plaats. Eerst enkele beelden van de huidige bevestiging van de koplamp:

In principe moet de koplamp zo hoog mogelijk gezet worden, zodat de lichtbundel van boven naar beneden schijnt, zo'n 10 m voor de fiets. Op een ligfiets is dat een probleem, want er is niet echt een hoog bevestigingspunt. Het hoogst mogelijke is de steun voor de voorderailleur, maar in dit geval zit aan de voorzijde nog een Streamer, die de lichtbundel verstrooit. Dus moet de lamp lager komen, zodat het licht onder de stroomlijn door schijnt.
Zoals je ziet, bevestigde ik die nu met een hoekijzer op de snelsluiting van de streamer. Dat blijkt niet te voldoen, aangezien de voorste steun de neiging heeft om telkens iets naar voor te zakken en het voorlicht zakt dus mee. Al gaat het maar over enkele mm, in graden uitgedrukt vormt dat toch een behoorlijke hoek, waardoor na korte tijd de bundel niet 10 m, maar nog geen meter voor de fiets schijnt. De bevestiging moet dus aangepakt worden, zodat die stabieler wordt.
De lichtopbrengst is wel fenomenaal. Qua kleurtemperatuur te vergelijken met de xenon-koplampen van auto's, maar natuurlijk met wat minder licht. De energie hiervoor moet uiteindelijk door menselijke kracht geleverd worden en da's toch iets minder dan de 100+ pk's van de dure wagens die met xenon-technologie uitgerus

De plaats van de Sigma teller was ook niet ideaal, dus kreeg die een nieuw plekje en veel beter deze keer.

Een ander probleem dook ook weer op: een bevestiging van het rechter spatbord vooraan scheurde door. Ik kan niets anders bedenken dan dat het onder spanning staat. Dit gebeurde een maand geleden ook en toen wisselde ik links en rechts. Nu moet er een andere oplossing verzonnen worden.
Eerst een beeld van hoe zo'n bevestiging er normaal uit ziet:
 
Dit is hoe de onderste bevestiging van het rechter spatbord er nu uitziet:

 
Klus voor dit weekend is dus de klinknagels weghalen, de bevestiging 180° draaien en opnieuw vastzetten. Natuurlijk moet ook de oorzaak aangepakt worden. Op de bovenste foto zie je duidelijk dat er tussen de draagarm en het spatbord ongeveer 1 cm ruimte is. Daarin moet de oorzaak te zoeken zijn.