zaterdag 19 december 2015

't Is genoeg geweest: het vervolg

Als je ergens mee zit, moet je het niet laten aanslepen. De kwetsbare (maar zeer comfortabele) Schwalbe Trykers die dienst deden vooraan op de Orca, werden tijdelijk vervangen door Hutchinson Greenvilles. Die zijn behoorlijk, maar gaan al snel doorslippen bij het remmen. Dat doen ze nog sneller als het nat ligt. Ook de levensduur lijkt beperkt, maar voor 10 euro per band hoef je daar niet over te zeuren.

Vorige donderdag werd aangebeld door een meneer van DPD. Hij had een 'pakje' bij, met daarin vooral lucht, maar ook onder andere nieuwe banden:
  • twee Schwalbe Shredda vouwbanden in de maat 40-406
  • een Continental Tour RIDE 47-406
  • een Continental Touring Plus 42-622

E-Orca

De Shredda's werden de nieuwe voorbanden voor de E-Orca.



Ze zijn vederlicht: 265 g per stuk. De Conti Tour Ride weegt 480 g en heeft meer profiel.  Dat is de nieuwe achterband.



Vorig weekend kreeg de Orca compleet nieuw schoeisel. Daar heb ik ondertussen een week mee gereden. De ervaringen tot nu toe: vooral merkbaar sneller. Een Orca is geen velomobiel die voor snelheid ontworpen is, maar eerder om praktisch te zijn: geschikt voor alle weersomstandigheden, goed toegankelijk, ruim laadvolume ... Toch merk ik met de Shredda's en de Conti Tour een verschil. Op een hele week woon-werk-verkeer een gemiddelde van 32 km/u is prima. Misschien denk je nu 'is dat alles?', maar veel hangt af van je route. 8 km van dat traject loopt langs de stadsrand: kruispunten, kleine paadjes tussendoor, verkeerslichten ... Dat drukt het tempo geweldig. Daar moet je ook niet racen: voorzichtig zijn is belangrijk en respect voor andere weggebruikers minstens evenzeer.

Wat merk ik ook: de Shredda's hoor je schuren over het asfalt in snel genomen bochten. Ergens wel logisch: de Trykers zijn slicks, terwijl de Shredda's noppenbanden zijn. Die noppen zullen wel voor het geluid zorgen.

Wat de invloed van de Conti is, valt moeilijk te zeggen. De grip is prima, maar hij heeft nog geen zware omstandigheden te verwerken gekregen. Voor achteraan koos ik voor meer lekbestendigheid, omdat het wisselen of herstellen van de achterband gewoonweg meer werk is. Vooraan lukt dat op drie minuten; achteraan zal het er eerder tien zijn.
Die achterband moet tenslotte op zijn eentje evenveel verwerken als beide voorbanden samen.

Het is nog vroeg voor een algemeen oordeel, maar het lijkt erop dat de Shredda's een goede keuze zijn. Ik hou het wel bij 4 bar: op velgen zonder groef lijkt meer me geen goed idee. 

Nu moet enkel die winter nog willen starten. 

Trek Manhattan

De grote Continental Touring Plus is een band voor achteraan op de fiets van zoonlief.


Die reed met Schwalbe Little Big Ben 40-622, maar de achterband is ondertussen een slick geworden. Zo'n Little Big Ben kost niet veel, geen 20 euro nu, maar hij ligt er pas sinds februari 2014 op. Wat wel pleit voor die band, is dat hij geen enkele keer lek raakte.

Dat laatste is erg belangrijk: zijn fiets is er één met een Nexus 8 versnellingsnaaf en rollerbrake. Daar bovenop zit er een gesloten kettingkast op: geen sinecure om het wiel eruit te halen.


Bij een als onderhoudsvrij bedoelde fiets horen stevige, lang meegaande banden. Vandaar die Touring Plus. Die valt te vergelijken met een Marathon Plus.
De kost die je betaalt in ruil voor zekerheid, is een gewicht van maar liefst 900 g ... (een Marathon Plus weegt nog meer).
Wat zijn de sterktes van de band: (hopelijk) lange levensduur en bijna zekerheid op lekvrij rijden en dat voor geen 20 euro (bij Bike24). Het werd een 42 mm versie omdat zoonlief zowat overal door rijdt met zijn vehikel. Brede banden bieden net wat meer grip op onverhard, in sneeuw ...

De kettingreiniger en cassetteborstel, die ik mee bestelde, zijn puur voor onderhoud. De Birdy en Seiran 24 zijn nogal gevoelig op dat vlak en moeten dus 'gesoigneerd' worden.

donderdag 17 december 2015

Bijna nieuwe tweedehandse eWAW

Dit is toch het vermelden waard: Fietser.be biedt een tweedehandse eWAW 4.0 aan. 'Tweedehands' is hier eigenlijk niet terecht: de eWAW is een half jaar oud en heeft 500 km op de teller.

Er gaat wel € 2000 van de nieuwprijs af! En het is er een van de laatste generatie.

Foto: Fietser.be
De link naar het bericht van Fietser.be

De belangrijkste kenmerken
  • prachtige kleur: wijnrood
  • Rohloffnaaf
  • 'CardioDrive': elektrische ondersteuning
  • alle toeters en bellen
Voor alle duidelijkheid: ik heb hier geen belang bij en bovendien ben ik nog altijd gelukkig met de eOrca.

zondag 13 december 2015

Fietskamperen met de velomobiel (8): de reisroute voorbereiden

Deze keer weinig beelden, maar een hele lap - instructief bedoelde - tekst.

Voorbereiden geldt natuurlijk niet enkel voor reizen met de velomobiel, maar evengoed voor wie met de gewone fiets weg gaat of wil stappen voor meer dagen: je moet je route plannen. De vraag de eerste keer is: hoe begin je eraan?

Vereisten

In mijn geval komen daar de volgende elementen bij kijken:
  • de E-Orca is een basisgegeven. De route moet dus geschikt zijn voor een velomobiel.
  • ik kampeer. Er wordt niets gereserveerd en hotels of BenB is ook niet nodig. Dit betekent dat ik elke dag op het moment zelf beslis waar ik zal overnachten.
  • de reis op zich is het doel. Het is dus niet zo dat ik op een gegeven moment op punt X moet zijn. Soms wel, maar dan is het moment van aankomst steeds 'ongeveer'.
  • besluit na de vorige grote reis: er moet tijd zijn om onderweg te stoppen en zaken te bekijken of om met iemand wat te praten ("C'est quoi, cet engin?").
Omdat ik beschik over een gps-toestel - een Garmin Oregon 450 - maak ik tracks aan voor de hele trip. Hoe je dat aanpakt, kan ook nogal verschillen.

Hoe begin je eraan

Als het niet te ver is, van Gent naar Dronten bijvoorbeeld, kijk ik even naar mogelijke gekende routes. Daarvoor kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de Lange (afstand) Fietsroutes. In bepaalde regio's zijn er vaak aanvullend andere fietsroutes, die je vaak vindt via die LF-routes. In Wallonië kun je gebruik maken van de RAVel routes; in Frankrijk heb je de Voies Vertes (van nogal wisselende kwaliteit). Op die manier weet je dat je langs aangename, rustige wegen rijdt, waar ook nog wat te bekijken valt. Af en toe kan het wel eens voorvallen dat het voor een velomobiel wat 'uitdagender' wordt.


Even wat moeilijker, maar ook dat lukt ('le Nord' of Picardië)
Een andere optie is via een routeplanner een voorstel laten maken. openrouteservice.org vind ik handig. Het systeem heeft wel zijn beperkingen: de afstand en het aantal tussenpunten is beperkt. Da's niet erg - dan maak je de route maar in meerdere etappes op -, maar je moet er rekening mee houden.

Voor Gent-Dronten vorig jaar maakte ik gebruik van een omweg via de LF1: de Noordzeeroute. Die kun je integraal als gps-route downloaden en via een geschikt programma, zoals Basecamp van Garmin, knip je er dan het deel uit dat je nodig hebt.

Toen ik vorige zomer tot aan Bretagne wilde fietsen, was de eerste stap op de kaart kijken welke route er het aantrekkelijkst uit zag. Een eind langs de kust was, wat mij betreft, evident. Ik was al op de hoogte van het bestaan van 'Loire à vélo', dus dat was ook een logisch vervolg. 'Loire à Vélo' beschouw ik trouwens als een prima traject voor een ligfiets of velomobiel, maar het kan druk zijn en er zit niet altijd veel afwisseling in.

Een keer het traject grof uitgewerkt is, ga ik op zoek naar beschreven routes, naar tracks ... Die worden dan met elkaar verbonden, via BaseCamp of een online routeplanner. Dat moet nauwkeurig gebeuren, anders vallen het eindpunt van de ene track en het vertrekpunt van de volgende niet samen.
Nadien wordt het geheel in stukken verdeeld. Elk stuk krijgt een volgnummer.

Voor echt lange tochten (minstens een week) vind ik het niet realistisch om tracks per dag op te maken: je weet nooit of je tot aan de geplande bestemming raakt; of je verder raakt dan voorzien. De tracks worden dus genummerd. Kom je aan het einde van een track, dan laad je de volgende.

Extra informatie voor onderweg

Omdat een track je enkel de weg toont, maar geen informatie biedt, zoek ik ook naar boekjes met informatie. Toen vorige zomer een deel van een Santiagoroute geïntegreerd werd (vanaf Tours, over Chartres, naar Doornik), was het niet moeilijk. Ook over 'Loire à vélo' was een uitgave te vinden.

Dat heeft enkele voordelen:
  • je kunt de avond voordien telkens kijken wat de bezienswaardigheden zijn voor het volgende stuk
  • indien de route ergens onderbroken is, heb je kaartjes waarop je de alternatieven kunt bekijken
  • je hebt een ruimer overzicht over de regio dan op het schermpje van de gps
Je weet vooraf al dat er af en toe 'verrassingen' zullen opduiken. Wegen die afgesloten zijn, 'wegen' die onberijdbaar blijken, aantrekkelijke alternatieven, stukken die niet meevallen en waarvoor je een alternatief zoekt ... Je moet dus over de instrumenten beschikken om ook dan je weg te zoeken. De reisbeschrijvingen zijn dan erg welkom. Je moet ook de tijd inrekenen hiervoor.


Vastgereden. De enige mogelijkheid was terugkeren. (Saint-Brevin-les-Pins)
Op de gps zet ik ook de informatie van Archies Campings voor de streken waar ik door zal fietsen. Dat bleek vorige zomer erg handig: op het moment dat ik besloot dat het voor die dag genoeg was geweest, riep ik de dichtstbijzijnde campings op. Voor elk ervan, bij de dichtste beginnend, vertelt de Oregon me op welke afstand en in welke richting die ligt, met wat basisinformatie over de camping erbij.
Meestal kies ik dan voor de dichtste in de rijrichting. Soms moet de keuze ook anders zijn, afhankelijk van de 'campingdichtheid' in de regio.

Voor de zekerheid

En omdat een gps een stuk elektronica is, waarbij het fout kan lopen, staan de tracks op een via internet toegankelijke plaats.Omdat internet ook niet altijd beschikbaar is, was er nog een backup op de netbook mee.
Uiteindelijk, kort voor de reis echt aanvangt, zorg je best voor geactualiseerde kaarten. Ik gebruik hiervoor OpenFietsMap, waar je de delen kunt downloaden die je nodig hebt.

Verdere bedenkingen

Bij een volgende langere trip test ik de smartphone (met OSMand) als backup. Het scherm is even groot als dat van de Oregon 450, maar resolutie is veel hoger. De belangrijkste vraag is hoe de autonomie zal zijn. Dat is mee een reden om een powerbank en zonnecellen te gebruiken, zodat je onderweg niet zonder informatie valt.

Je kunt dan opperen 'met een kaart heb je dat niet voor', maar op kaart navigeren in een velomobiel vind ik echt niet handig. Met een track op de gps volg je simpelweg het lijntje op de (elektronische) kaart. Voor de rest heb je tijd om te genieten van de omgeving.
Tijdens een pauze haal ik de kaart wel eens boven, zodat ik kan situeren waar ik ergens ben. Aan de hand van het vertrekpunt, het tijdstip en de afgelegde afstand kan dan een schatting gemaakt worden van waar vermoedelijk het einde zal liggen voor die dag.

Wat ook meespeelt, is dat een degelijke voorbereiding al een hele belevenis is op zich. Mentaal bevind je je op op dat moment al in 'reismodus'. Doe je die voorbereiding goed, dat kun je tijdens de trip meer genieten van de omgeving en van het fietsen, want dan hoef je niet meer te zoeken.

In het volgende bericht: voorbereiding voor de volgende langere reis.

zaterdag 12 december 2015

Toevoegingen tips en trucs

Even tussendoor. Op de pagina met 'tips en trucs' voor de (E-)Orca zijn enkele stukken toegevoegd:
  • laden en onderhouden van de accu voor de ondersteuning (belangrijk!)
  • de 'lichtvin'
Het luik 'verversen van de Rohloffolie' is wat netter gemaakt.

Die lichtvin blijkt erg nuttig te zijn.


Van velen hoor ik dat de Orca zeer zichtbaar is. Ook het ontwerp wordt als erg geslaagd beoordeeld. Ik verwacht dat door het concept waarbij de ledstrips binnenin de vin geplaatst zijn de levensduur ook veel verbeterd zal zijn.

Nu ik zowel 's morgens als 's avonds bij duister naar het werk en terug rij, is zichtbaarheid erg belangrijk.
De enige consequentie waaraan ik moet denken: de 12V LiPo accu moet nu wekelijks geladen worden.

woensdag 9 december 2015

Bijna een normale fietsdag

Het is kalm op de blog. Dat is omdat er niet veel te vertellen valt. Alles gaat zijn gangetje. 

's Morgens gaat even na 7u de poort dicht en Jan vertrekt naar het werk. Meestal gebeurt dat met de E-Orca, soms met de Seiran 24. Meestal is het droog, soms regent het. Tot nu is het meestal ook heel erg zacht voor de tijd van het jaar.

27 oktober, De Pinte

Zo was het ook weer vandaag. Er werd zowat 13° C verwacht en het zou de hele dag droog blijven. De E-Orca ging dus topless. Dat heeft in deze dagen één nadeel: de uiterst zichtbare lichtvin achterop vermindert mijn nachtzicht, omdat het witte licht van achter mij komt. In de bebouwde kom merk je er niets van, maar op onverlichte wegen maakt het wel een (klein) verschil. Dat weegt echter niet op tegen de sterk toegenomen zichtbaarheid.

Maar goed. Ik vertrok, begeleid door een asgrijze maan, en stilaan kleurde de oostelijke horizon oranjerood. Een beetje fris, maar voor de rest was het een prachtige ochtend om naar het werk te fietsen.

Vanavond was het de omgekeerde beweging. Het velomobieldakje lag thuis; de zon ging onder; de westkant kleurde prachtig en de temperatuur was zacht. Je zou denken dat het lente was! Zo is fietsen echt genieten.
9 december, Zevergem
Zoonlief zou vanavond bij mij eten, maar het brood was op. Geen nood: in de stadrand passeer ik wel enkele warme bakkers. Dat was de eerste 'bijna' in het relaas. 
  • Bakker 1 was dicht. 
  • Bakker 2 had geen brood meer. 
  • Bij bakker 3 stond een jongen beteuterd te kijken: de bakkerij was al gesloten; de broodautomaat had zijn centen dankbaar aanvaard, maar weigerde in ruil een brood te geven. Automaat defect... 
  • Bij bakker 4 had ik uiteindelijk geluk en zo kon zoonlief toch zijn boterhammetjes verorberen.
Na het eten werd de Orca weer van stal gehaald: op de fotoacademie, waar dochterlief in het vierde jaar zit, was er een 'toonavond'. Die is eigenlijk voor de studenten onderling bedoeld, maar ouders en familie worden ook getolereerd. Omdat ik, geheel objectief als vader, mijn dochter haar fotokunst wel wil bewonderen, ging ik kijken. Uiteraard werden ook de andere werken aan mijn deskundig oordeel onderworpen.

Op de weg terug kwam de eigenlijke reden voor die 'bijna' op de proppen. Ik besloot door het centrum van Gent huiswaarts te keren. Onderweg merkte ik, net voor een kruispunt (op de Recolettenlei, voor de Gentenaars) een donker silhouet op de rijbaan. Ik zag een klein groepje mensen, waarvan één geknield. Dat bleek een ambulancier van de brandweer te zijn op zijn vrije dag. Voor hem lag een man op de straat. Geen bloed gelukkig. Blijkbaar waren twee fietsers frontaal op elkaar ingereden als gevolg van een fout maneuver.
Zoals ik het gezien had, was de situatie gevaarlijk: een duister punt, donkere kleding en op de rijweg... De Orca werd dus achter de heren geparkeerd met de lichten aan.

Een pluim voor de Gentenaars: bijna voortdurend kwamen bekommerde voorbijgangers hulp aanbieden. Voortdurend werd gevraagd of er een ziekenwagen gebeld moest worden. Het doet goed om te merken dat mensen niet zomaar straal voorbij een ongeval lopen of rijden. De Orca is blijven staan tot de ziekenwagen er was. Hopelijk blijven de gevolgen beperkt tot het geplooide voorwiel van de andere fietser.

zondag 6 december 2015

't Is genoeg geweest

Met de Trykers. Voor de winter.

Veertien dagen geleden, op weg naar Lier op 11 november, spatte de rechter binnenband met een luide knal uiteen. Die was enkel nog goed voor het afval.

Archiefbeeld (2014)
De Tryker was van de velg gelopen. Wat is oorzaak en wat gevolg, dat is moeilijk uit te maken. Vermoedelijk had een glassplinter zich een weg door het rubber gebaand, want die werd uit de binnenkant van het loopvlak gepeuterd (bedankt, Filip).

Donderdag, toen ik op het werk wilde vertrekken, was de rechter band alweer lek! Ik merkte nog maar eens een grote snee in het loopvlak. Twee keer lek op evenveel weken, dat is niet leuk!

Nu is het ondertussen bijna winter. De wegen liggen er nat bij, bemodderd. Banden met een glad loopvlak (slicks), zoals de Tryker of Kojak, houden daar niet van. Iedereen die met zo'n banden rijdt heeft al ervaren dat bij nat weer allerlei scherpe zaken aan de band blijven hangen. Ze vreten zich dan een weg door het loopvlak.

De voorbanden worden dus tot na de winter verwisseld. De vraag is: wat komt erop?

In de garage hangt nog een paar Hutchinson Greenville 40-406.

Foto: site Hutchinson
Over de Shredda's zijn de gebruikers ook erg te spreken. Ik las echter nog niets over hoe ze het doen in de winter.
De Marathon Plus geldt nog altijd als de ultieme lekvrije winterband, maar hij is niet echt comfortabel (lawaai en trillingen) en tegelijk zwaar.

Voorlopig gingen de Hutchinsons er weer onder, want die zijn meteen beschikbaar.



Er is één grote 'maar' bij: volgens de fabrikant gaan ze 4000 km mee en dat is echt niet veel. Ze zijn bedoeld voor vouwfietsen en daar wordt door de band (sic) niet zoveel mee gereden. Op de velomobiel is het een andere zaak. Dit zijn dus echt reservebanden.

Dan kon ik nog even broeden over wat ook kan. In snelheid maakt het allemaal niet zoveel uit.
De Energizer Plus 47-406 die ik achteraan gebruikte, gaat ook opzij tot na de winter.

Dit is wat ik zal uitproberen gedurende de komende maanden:

- vooraan een set Schwalbe Shredda 40-406 vouwbanden

- achteraan een Conti Tour Ride 47-406
Daarmee zou ik de winter door moeten raken. Om de zekerheid op lekvrij rijden nog te vergroten, zal ik de binnenbanden vervangen door wat ik al eens testte: binnenbanden met antilekvloeistof. Bij Decathlon zijn die helemaal niet duur: 6,99 euro per binnenband.
 Ze wegen wat meer en wellicht zal dat de prestaties negatief beïnvloeden, maar in de winter, in sneeuw of regen, een band moeten wisselen op een donker jaagpad is geen pretje. Dat heb ik al ondervonden.

Dit wordt ongetwijfeld vervolgd, zodra er wat meer ervaringen zijn met die banden.

woensdag 2 december 2015

Leuke app

Ik hou van data bij het fietsen. Hoe snel rij ik, wat is het gemiddelde, de hoogste snelheid, de afgelegde afstand, ...

Liefst heb je die informatie in je blikveld, zodat je tegelijk de weg kan zien. Anders rij je gegarandeerd in een put op het moment dat je het dashboard afleest.

Zowel in de Orca als op de Seiran zit een houder voor de smartphone. Ik dacht: "die moet toch als dashboard kunnen functioneren?" Je ziet dat op elektrische motoren: een tablet met een specifieke app met toerenteller en alle andere informatie.
Op een fiets heb je zoveel niet nodig. Daarenboven beschik je met een smartphone over een ingebouwde gps-ontvanger en alles wat je nodig hebt. Enkel een app om dat zichtbaar te maken ontbreekt, meer niet.

Een korte speurtocht bracht me bij twee kandidaten:
De eerste is er na dag één alweer uitgegooid. De app deed het niet goed, want hij verbruikte heel veel energie en het overzicht vond ik ook niet alles.

DigiHUD doet het veel beter. Met trendy (blauwe) digitale cijfers krijg je de gewenste informatie voorgeschoteld.


Het ding is configureerbaar, zodat je zelf kunt kiezen welke gegevens je wil zien, in welke kleurtjes en hoe groot de cijfers moeten zijn.

Zo krijgt de Orca nog meer de allure van een cockpit van een gevechtsvliegtuig. De stuurknuppels zijn al prima daarvoor; blauwe digits doen het hem helemaal.