dinsdag 15 september 2015

Eindelijk!

16u45: de werkdag is afgelopen. Ik schakel de schermen uit, ruim mijn bureau op, pak de spullen samen en dan ben ik klaar voor.
Zoals gewoonlijk ga ik me omkleden: met fietskleding (eigenlijk loopkleding) rijdt het toch makkelijker.

Het weer vandaag was wisselvallig. 's Morgens vertrok ik bij schemerduister, maar droog en met een aarzelend zonnetje. Er was regen aangekondigd vanaf de middag en die viel, met tussenpozen, met bakken uit de lucht.

Maar nu, net voor 17u, is het weer droog. Even toch. Gedurende zowat twee kilometer. Dan begint het te druppelen en de hemelkranen gaan stilaan verder open. Het minivizier gaat eraf en het schuimdeksel komt in de plaats. Als het harder regent, is dat veel efficiënter om de spatten buiten te houden.

Eindelijk: 'het regent bijna nooit' en de keren dat ik door een plensbui fietsforens zijn uiterst zeldzaam. Maar deze keer heb ik prijs. Het regent pijpenstelen; het regent blaasjes. Fietsers schuilen onder de bomen langs het jaagpad, doorweekt en verkleumd.



Ik zit knus in de Orca. Een verdwaalde druppel, opgezweept door de rijwind, waait binnen. De banden ruisen over het natte wegdek en de regen klettert op het velomobieldakje. Binnenin is het droog. En warm. Stilaan zelfs te warm. Dat is een probleem, want in de stromende regen even stoppen, uitstappen en de lichte trui uitdoen is geen optie.


De combinatie van de hoge vochtigheid en de warmte doet me zweten. Een beetje langzamer rijden is hier de oplossing voor. 'Langzaam' is relatief: met rugwind betekent dat zowat 35 km/u.

Als kind vond ik het al leuk om door de regen te lopen en te fietsen - tenminste indien ik er de juiste kleren voor aan had -, maar met de velomobiel is het helemaal een pretje.

zaterdag 12 september 2015

Onderhoud aan de E-Orca

Dat er na 22.000 km fietsen al eens iets versleten raakt, lijkt me eerder normaal. De E-Orca houdt prima stand: er is amper werk aan. Anderzijds is er een belangrijke toevoeging: elektrische ondersteuning. Bij mij werkt die continu, wat betekent dat alles vanaf de motor extra vermogen te verwerken krijgt, ook al 22.000 km lang.

Op Cycle Vision werd ik aangesproken door een Limburgse E-Orca-eigenaar, die me wist te vertellen dat de korte ketting tussen de motoras en de Rohloffnaaf bij hem al snel luidruchtig werd en ook hard sleet. Tja, het is ook een erg korte ketting (15 schakels), die daar bovenop veel vermogen moet overbrengen.

Vanmorgen, onder een achter wolkensluiers verstopte zon, haalde ik de motorbehuizing eraf om de kettingslijtage te controleren. Dat had ik beter gedaan toen in het voorjaar de olie in de Rohloffnaaf ververst werd, maar ja: niet aan gedacht...

Dit is een klusje waarbij je niet onder tijdsdruk mag staan. Niet dat het aartsmoeilijk is, maar je moet het bedachtzaam aanpakken. Op het motorhuis vind je acht bouten, waarvan er zes verwijderd moeten worden. Dat moeten dus de juiste zijn.


Dan moet het kunststof tandwiel, dat op de motoras zit, eraf gehaald worden. Dat is een vervelend werkje, want soms komt het lager dat erachter zit mee en soms ook niet. Daarenboven zit er aan de rechterkant een kunststof kettingspanner (je ziet er een klein stukje van: groen plastic), die hierbij niet echt meewerkt.

Enfin: het tandwiel kwam eraf en de ketting kon eruit. Dit is waar het om draaide: hoe zou het ermee staan? Wel: de slijtagemeter toonde aan dat de ketting - ook hier een KMC X1 - minstens aan vervanging toe is: 100 % slijtage.



Het pleit voor het materiaal: de ketting mag dan wel versleten zijn, de tandwielen ogen nog nagelnieuw.



Samen met de verlichting voor de Seiran bestelde ik een nieuwe X1 ketting, waarvan nu een eind van 15 schakels gebruikt wordt. De rest is goed voor de volgende beurt.

Dan volgt de grootste uitdaging: de ketting en het tandwiel op hun plaats krijgen, waarbij de ketting ook in het gootje in de kettingspanner terecht moet komen. Dit is een mooie oefening om je kalmte te bewaren.

Nadien wordt alles weer dichtgeschroefd en worden de nodige stekkerverbindingen gemaakt. De controller zit namelijk ook in dat motorhuis. De E-Orca - of minstens die ketting - kan er weer tegen voor de volgende 20.000 km.

Hier was ik een paar uren zoet mee, maar vergeleken met het onderhoud dat de Alleweder A2 vroeg, is dit echt verwaarloosbaar. Bij Flevobike zou het waarschijnlijk ook maar een fractie van die tijd vragen. Dan moet ik wel eerst tot daar raken...

Nu kan de E-Orca er weer tegen. De zomer is voorbij, dus krijgt hij het weer harder te verduren.

donderdag 10 september 2015

E-Orca: nog wat slijtage

E-Orca: 22.000 km

Ik had het al enkele weken gemerkt: er was iets aan de hand met het rechter wiel. Ik voelde trillingen in de stuurknuppel, ik hoorde een vage trilling en af en toe, bij het nemen van bochten, knarste iets in dat wiel.

De voorbije week kwam er weer een stut onder de romp, zodat het wiel vrij kon draaien, en dan was er speling merkbaar. Dat duidt op een probleem met de lagering. Het wiel eraf halen duurt echt niet lang en kort daarna was de oorzaak duidelijk: het binnenste lager was stuk.

Het rechter wiel met het buitenste lager zichtbaar.
Zoiets heb ik niet liggen, maar Brecht, bij Fietser.be, bezorgde het me de dag erna.

Een lager vervangen houdt echt niets in:
  • wiel eraf
  • met een brede schroevendraaier het lager uit de naaf tikken
  • nieuw lager erin duwen
  • na een tikje met een rubberhamer zit het op zijn plaats
  • wiel opnieuw monteren
  • klaar
Voor de aardigheid haalde ik de stofkappen van het oude lager, om het te bekijken.

Verwijderd lager. Zo valt er niets aan te zien
De stofkappen verwijderd: het lager zit nog goed in het vet
Ontvet. Er valt nog niet veel aan te zien.
De bodem van de bak ontvetter. De witte stippen zijn metaalschilfers uit het lager.
 De conclusie: gewoonweg versleten.

dinsdag 8 september 2015

Nieuwe BuM koplamp

Busch und Müller heeft het licht gezien. Tot nu maakten ze prima koplampen, met een behoorlijke lichtbundel en in allerlei varianten. Akkoord: Schmidt en vooral Supernova maken mooiere verlichting, maar je betaalt er de hoofdprijs voor en je krijgt er geen beter licht bij. Het nadeel bij de producten van BuM was tot nu toe dat het ontwerp meestal niet het mooiste was. Daar lijkt nu verandering in te komen, met een schitterend nieuw ontwerp: de IQ-X.

(Foto: BuM)
De nieuwe massieve aluminiumbehuizing zorgt voor meer koeling en wellicht vooral daardoor slagen ze erin om de lamp 100 lux te laten leveren. 
De bevestigingsbeugel scharniert op twee punten, waardoor er meer bevestigingsmogelijkheden zijn (bijvoorbeeld bovenop het stuur). De stroomkabel loopt ook door de beugel, wat esthetisch ook een verbetering is.

Helaas is hij nog niet leverbaar, waardoor hij voor de Seiran te laat komt. Daarnaast biedt de Luxos U, die ik koos, een schakelaar op afstand (met draad) en een usb-voeding.

De opgegeven kostprijs bedraagt € 139,90 en dat is de prijsklasse van de Schmidt en Supernova producten.

zondag 6 september 2015

Het kan verkeren - van plan naar werkelijkheid

Eerst doe ik een grondig onderzoek naar een hopelijk optimaal verlichtingssysteem voor de Seiran 24, waarna gefundeerde beslissingen genomen worden en dan gooi ik alles op een hoopje...

Wat is er aan de hand? Ik had, na afwegen van een aantal factoren, besloten dat het systeem gebaseerd zou worden op een Shutter Precision SD-8 naafdynamo (voor schijfrem). Kostprijs grosso modo € 100.

Amper een week later komt het aanbod van een medeligger: hij heeft tijdens een afdaling zijn voorwiel opgeplooid (26" in een Challenge Furai) en heeft dat wiel vervangen. In dat wiel zit een naafdynamo, voor schijfrem. Als ik wil, krijg ik het cadeau. Dit spaart € 100 uit. Dit is wat in het Engels heet een "no-brainer".

De rest blijft gelijk: bedrading, verlichting, ...

De redenen om dit te doen:
  • uiteraard € 100 besparen (zijnde 10% van de aankoopprijs van de Seiran)
  • recyclage van materiaal is ecologisch een evidentie
  • valt het tegen, dan kan ik later nog altijd een andere naafdynamo inbouwen
Het wiel is uiteen gehaald; de naafdynamo is een SRAM i-Link D7. Vervelend: SRAM maakt hier vier versies van: twee voor velgremmen en twee voor schijfremmen. Binnen elke categorie bestaat een 2,4 en een 3 W uitvoering. Op de naaf staat behalve wat je hieronder ziet geen indicatie. Ik weet dus niet welk vermogen deze levert, maar omdat hij in een 24" wiel zit, is het toerental sowieso hoger en zal het geleverde vermogen dus wel voldoende zijn.


Daar is bijzonder weinig over te vinden, dus ik heb er geen idee van hoe die zich verhoudt tot andere modellen.Vermoedelijk valt die te vergelijken met de betere Shimanonaven. Je leest wel "meer weerstand met verlichting uitgeschakeld en beter rendement met verlichting aan", maar het lijkt erop dat iedereen overneemt van elkaar, want de bron voor deze bewering heb ik nog niet kunnen vinden.

Nog een doorgehakte knoop: ik kannibaliseerde het voorwiel van de Seiran. Na het  berekenen en nameten blijkt zelfs dat de spaken de goede lengte hebben. Bizar en ik was benieuwd of dat echt wel klopte.

Een wiel uiteen halen duurt echt niet lang. De wielrichter werd op de terrastafel gemonteerd, de band werd van het wiel gehaald, het velglint ging eruit en nog geen kwartier later lag de laatste spaak op de tafel.

Het originele Seiranwiel
Tijdelijke kunst: de velg is verwijderd
Links de Shimano naaf (Deore HB-M535) en rechts de SRAM D7

Met behulp van de immer goede steun van Sheldon Brown toog ik aan het wiel vlechten. Dat is best leuk werk, indien je er je tijd voor neemt. Alles draait (sic) rond jezelf en dat wiel. Zorgen dat de velg niet op en neer loopt, niet heen en weer, dat hij mooi gecentreerd is tegenover de naaf, ... Rustig de nippels aanhalen, één na één. Nog een slag, nog eentje, luisteren naar de spaakspanning...

Een extra complicatie was dat de originele naaf een Shimano Deore was, met een Avid remschijf. Shimano werkt als enige fabrikant met een afwijkende bevestiging, die ze Center Lock doopten (zie foto hierboven).


De nieuwe naaf(-dynamo) is een SRAM, dus geen Center Lock, maar de klassieke zes boutjes. Die had ik uiteraard niet liggen...

Enfin, het wiel is af, de boutjes zijn gevonden (bij Plum in Gent, mijn vaste fietshandelaar) en voorlopig rij ik met een gerecupereerde B+M Lumotec Oval. 

Het nieuwe wiel
Dat is een halogeenlamp, met lichtsensor, die een nu povere 10 lux levert.


Die gebruik ik tot de Luxos U en het gewenste achterlicht geleverd zijn. Ter vergelijking: de Luxos levert 70 lux (en tijdelijk kan ook 90 lux).

Maar: ik betaal wel een prijs voor dit comfort: de fiets kan niet meer in de stand die ik tot nu gebruikte.


Naast de ontbrekende beveiliging is dit nog een euvel van de Seiran: een standaard is quasi uitgesloten. Challenge heeft er wel een, maar die klemt op de achteras. Op de Birdy zit ook zo'n onding, omdat er geen andere plaats mogelijk is. Het effect is dat de fiets de neiging heeft om rond die steun te lopen. Hij blijft dus niet staan, zoals je zou verwachten.

Bijgevolg heb ik samen met de verlichting ook een andere steun besteld, maar dan eentje waar het voorwiel in geklemd wordt. Goed voor thuis, maar helaas geen oplossing voor onderweg.

donderdag 3 september 2015

Het zit soms in kleine dingen

Wie de openbare weg gebruikt, krijgt te maken met andere weggebruikers. Dat is onvermijdelijk. Daarom heet het ook openbare weg.

Op fietspaden met de velomobiel wordt je dan vaak geconfronteerd met tragere fietsers of - helaas maar al te vaak - met voetgangers die vinden dat ze overal mogen lopen of niet doorhebben dat ze op het fietspad stappen.
Wat doe je dan: bellen. 
En precies dat was in de Orca een probleem, want daarin heb je enkel de beschikking over een claxon. Die klinkt ongeveer als die van een motor of een klein autootje. Het gevolg is dat fietsers ervan uitgaan dat een auto voor hen van geen belang is. Ze gaan dus niet uit de weg. Als ik dan dichter kom, schrikken ze zich rot van dat lage ding dat "plots" onderlangs passeert.

Hoe evident het ook klinkt, pas onlangs voerde ik het idee uit om toch maar een bel toe te voegen.


Die zit er nu een week in en: het werkt! Een bel is duidelijk een geluidssignaal van een fiets, dus gaan ze opzij. Niet allemaal, natuurlijk, maar toch vaker dan voordien.

dinsdag 1 september 2015

Mannen maken plannen - deel 2

Een ander plan: de lichtmast op de E-Orca verbeteren.



Dat wil zeggen: aan de mast op zich hoeft niets te veranderen, maar ik wil de verlichting integreren. Wat ik voor ogen heb, is een tweetal (of drie?) witte, gele of amberkleurige leds in de voorkant van de buis inbouwen en één of twee rode achteraan. Dat maakt de lijn wat meer uitgepuurd en tegelijk kan ik werken met een schakelaar die van binnenin te bedienen is. Het geheel wordt minder kwetsbaar, makkelijker te schakelen en soberder.

Zo zijn er ook geen extra accu's meer nodig: het systeem zou gevoed worden door het 12V-boordcircuit. Met 6,75 Ah kan dat wel wat hebben.
Op de kabelbundel naar achteren zijn nog twee draden vrij, dus dit moet kunnen.
Hier wordt het vooral een kwestie om eerst uit te dokteren hoe dat allemaal moet. Dan moet ik op zoek gaan naar de geschikte leds en tenslotte moet alles ingebouwd worden

Een creatievere, vrolijker variant: de "mast" vervangen door een zwarte rugvin, helemaal in Orca-stijl. Dat is natuurlijk iets moeilijker te realiseren en zeker heel wat meer werk, aangezien het buisje er al is. Van het concept maakte ik alvast een foto.

Het beoogde beeld is een kortere, gebogen vin, maar dit geeft toch al een idee
Zo'n vin zal in kunststof gemaakt moeten worden, hol en dus door middel van een mal. Het zou met carbon of glasvezel kunnen, of zoals Flevobike het vorig jaar deed: met een 3D printer...

 
En daarmee is het nog niet gedaan. De voorbije winter experimenteerde ik met een plaat om het voetengat af te dekken.


Tijdens de installatie
De binnenkant
Dat werkte prima: de binnentemperatuur lag meteen een pak hoger. Dat is in de zomer zeker niet interessant, maar in de winter, bij vorst, des te meer. Ook zou die afdichting zorgen voor minder luchtweerstand. Hoeveel, dat is moeilijk te becijferen, maar het zou toch verschil maken.
Het experiment viel dan weer tegen omdat het materiaal niet flexibel genoeg was en brak door de spanning en de trillingen.
Een idee is om hier een acrylplaat voor te gebruiken. Dat is zeker betaalbaar, redelijk flexibel en makkelijk te bewerken. Daar bovenop blijf je de bodem zien, aangezien het transparant is.
Een praktische reden: op zolder vond ik nog een 1 mm polycarbonaat plaat. 
Om de plaat vast te zetten, wil ik aan de voor- en achterkant een strip die de kromming van de bodem volgt, misschien in aluminium. Dat zou meteen extra sterkte moeten geven aan de plaat.
Het geheel wordt op de hoeken met boutjes vastgeschroefd, zodat het makkelijk te plaatsen en te verwijderen is. In het midden kan de plaat vastgemaakt worden met de bouten die ook de aluminiumstrip over de kettingtunnel vast houden.
Op basis van die ervaringen van vorig jaar, zal ik de randen van de plaat afdichten met een lichte tochtstrip. Bij hevige regenval of bij rijden over een doornat wegdek sijpelde water binnen, dat dan niet meer weg kon. Afvoergaatjes zijn goed, zorgen dat het niet binnenkomt is beter.