Onderweg met de fiets

Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...

zaterdag 18 april 2015

+1

Ik had het al gezegd: er is behoefte aan eentje meer. Een ligfiets dan; één die wat comfortabeler is, meer toergericht en multi-inzetbaar. De Kobra rijdt fantastisch, maar is en blijft een mooi-weer-fiets.

Na het publiceren van dat vorige bericht erover, kwamen enkele nuttige reacties. Jan ging dus nog even het wereldwijde web op op rond te snuffelen tussen de aangeboden liggers. En kijk: mijn fiets stond gewoonweg te wachten op mij!


Een Challenge Seiran 24, amper gebruikt en uitgerust als toerfiets. Met 24" wielen kan zelfs ik, met mijn korte beentjes, aan de grond. Dat is dus +1 en met het doel om hem geregeld te gebruiken, ook voor woon-werk verkeer.

Eerst wat proberen en afstellen. Dat hoort er telkens bij. De pedalen zijn wat dichter gezet, de ketting vijf schakels ingekort, het zitje wat platter gezet... Nu even afwachten wat het doet. Het lijkt erop dat de snelheid van de Kobra ingeruild is voor meer comfort en inzetbaarheid.

donderdag 16 april 2015

Alweer hetzelfde

Vanmorgen vroeg reed Jan zoals gebruikelijk tussen 7 en 8 met de Orca naar het werk. Buiten het lange eind jaagpad, dat al vaak vermeld werd, is er ook nog een 8-tal kilometers stadsrandverkeer te verduren. De wegen die daarbij gevolgd worden, beschikken soms over een fietspad en soms ook niet. Meestal rijd ik met de Orca niet op dat fietspad, wegens te smal, te slecht aangelegd en onderhouden en bijgevolg te gevaarlijk. Bovendien moet het niet, volgens  onze wegcode.

Vanmorgen reed Jan, zoals elke keer, over de brug over de spoorweg in Melle. In de achteruitkijkspiegel zag ik een Renault Kangoo die volgde. Bij het afrijden van de brug ging het autootje me voorbij, terwijl het licht tweehonderd meter verder op rood sprong. Ik zag dat en de dame in de auto had het dus ook kunnen zien. Een zinloos inhaalmaneuver zoals we ze als fietser maar al te vaak meemaken. "Ik kan sneller, dus ik ga er voorbij" is vermoedelijk de gedachte erachter. Niet "de redenering", want bij zo'n acties wordt m.i. niet geredeneerd.

Maar daar gaat het eigenlijk niet om. Het Kangootje ging me toeterend voorbij en toen het voor me kwam, zat de dame achter het stuur druk te gesticuleren. Jan wist al waarom: de dame vond dat hij op het fietspad hoorde.
Even verder, aan het rode licht, ging de Orca langs de auto (aan de linkerkant) om zich op de fietsopstelstrook, voor de auto, te positioneren. Toen ik er langsreed, hoorde ik iemand roepen. Het was, uiteraard, iets met "fietspad" erin.

Het was toch net rood geworden, het raam stond open en nieuwsgierigheid is des mensen, dus ik stapte uit om te vragen wat er aan de hand was. De oudere vrouw in de auto was duidelijk erg opgewonden; haar dubbele onderkin flubberde van verontwaardiging en ze zei dus - zoals ik al wist - dat ik op het fietspad moest en dat ik moest voortmaken, want het zou groen worden. 

Nou, ik had tijd en zin om dwars te liggen, zeker omdat de dame ongelijk had. Ik vroeg waarom ik op het fietspad moest (eigenlijk vinden automobilisten dat elke keer, niet omdat het volgens hun interpretatie van de wegcode moet, maar omdat je "in de weg rijdt"). 
"Omdat ge geen plaat hebt", was de uitleg. Dat was een nieuwe!

Mijn droge verwijzing naar artikel 9 van de Belgische wegcode werd weggewuifd. "Ik ken de wegcode (duidelijk niet) en gij moet op het fietspad". Ondertussen was het groen geworden. De dame was niet voor rede vatbaar, verdere discussie had geen zin en ik had haar gehinderd bij haar gehaaste rit. Ik slofte weer naar de Orca, zette me neer en deed het deksel zorgvuldig dicht. Het licht ging weer over op oranje en vervolgens rood. Daar mag je volgens de wegcode niet door, dus bleef ik rustig wachten, met een razende dame die tot op centimeters achter de Orca genaderd was.

Missie geslaagd: de vermeende winst door het zinloze inhaalmaneuver was meer dan verkwanseld.

Niet dat het wat uitgehaald zal hebben. Artikel 9 zal ze allang weer vergeten zijn, want ik moet toch op het fietspad. Volgende keer neem ik een toeter mee en maak ik er een kwis van.

woensdag 15 april 2015

Genieten met de Kobra

Lente! Een stralend blauwe hemel verwelkomt me bij het opstaan en de temperatuur is al heel behoorlijk. Perfect eigenlijk om te fietsen.

Met zo'n weer laat ik graag de E-Orca in de garage en dan neem ik de Kobra om de woon-werk verplaatsing te maken. Het is altijd verrassend hoe snel het kan met een twintig jaar oude lage racer!

De Kobra poseert gewillig
De weg heen was vooral genieten van het uitzicht. Met de Kobra kan ik het pad aan de rechteroever van de Schelde volgen. Dat is in veel mindere staat dan de andere kant: voor een heel eind zijn het twee asfaltsporen met een strook gras en planten ertussen. Met de velomobiel is dat lastig rijden, maar met de lage racer vormt dit geen probleem, zo lang er geen putten in liggen. Eens aan de andere kant rijden, geeft ook een ander zicht op de route.

Mooi zicht op de opkomende zon
De Schelde 's morgens vroeg (5u30 zonnetijd)
Vanmorgen lag het gemiddelde, toen ik op het werk aankwam, net boven 28 km/u en toen ik vanavond weer thuis was, wees het ruim 30 km/u aan. Dat is bijna even snel als met de velomobiel! (Eigenlijk moet ik wel nog even controleren of de Sigma fietscomputer wel de juiste snelheid aangeeft.)

Snelheden zijn altijd moeilijk. Je kunt enkel onderling vergelijken op hetzelfde traject. Dat betekent dat voor anderen 30 km als gemiddelde erg traag of net erg snel kan lijken.

Vandaag kwam er ook weer een nieuwe ervaring bij. Daarvoor moet je alweer ruim een halve eeuw op deze aarbol rondlopen (eigenlijk vooral fietsen)... 
Vanavond, op de weg terug, zag ik op het jaagpad in de spiegel een koppel wielertoeristen naderen. Mijn snelheid benaderde op dat moment 40 km/u. Gedurende een drie of vier km bleven de heren in mijn wiel, met een tempo variërend tussen 38 en 40 km/u. Dan vond ik het welletjes en ik vertraagde. Ze waren zo bereidwillig om de kop over te nemen en zo konden we in waaier rijden. Dat had ik nog nooit gedaan. Makkelijk! Het tempo werd licht gedrukt, naar 36 à 37 km/u - dat vond ik wat flauw -, maar het voelde heel relaxt aan in het zog van andere fietsers. Zo ging het door tot het einde van het jaagpad en zo schoot het ook wel op! Dat helpt natuurlijk ook om het gemiddelde op te trekken.

Met zo'n weer, zo'n fiets en die snelheden heb je geen velomobiel nodig. Het blijft dus leuk dat zo'n oude racer het helemaal niet slecht doet (ik heb het over de fiets).

Presentatie: WAW 4.0


Naar aanleiding van een opmerking van onze Amerikaanse velomobielvrienden wil ik de WAW nog even voorstellen.

Voor uitgebreide informatie kun je best terecht op de site van Fietser.be: de ontwikkelaars van deze velomobiel. Die site is echter niet zo overzichtelijk, dus de directe links naar enkele belangrijke pagina's zet ik maar meteen hieronder.

Baisinformatie vind je hier en uitgebreidere inlichtingen hier. Wil je de specificaties, dan kun je hier terecht.

Het basisontwerp dateert van 2002 en is losjes gebaseerd op de oervelomobiel van de lage landen: de Alleweder.


Alleweder A1 (prototype)
Het vertrekpunt is hetzelfde als zowat elke velomobiel: een monocoque structuur, twee voorwielen en één achterwiel, onafhankelijke ophanging en een kunststof koetswerk.

Sinds 2011 wordt de WAW niet meer in Gent geproduceerd, maar bij Katanga in Tsjechië. De voornaamste reden lijkt te zijn dat de productie daar heel wat goedkoper kon, met als gevolg een betere afwerking voor dezelfde prijs. Ook is de productiecapaciteit daar hoger, waardoor er de laatste jaren gevoelig meer WAWs op de weg verschenen.

Toen ik in 2013 op zoek ging naar een vervanger voor mijn oude Alleweder A2, waren er drie kandidaten:


de WAW (rijdt prima en de ontwerper woont in mijn stad)
de Mango (ook prima, veel tevreden gebruikers en jaren ervaring)
de Orca (afwerking van het hoogste niveau, andere benadering)
Toen haalde de Orca het nipt, omdat de afwerking van de WAW, wat mij betreft, nog niet voldoende was. Het spartaanse racekarakter kwam er nog teveel door en het comfort was bijgevolg eerder beperkt. Maar toen kwam de WAW 4.0 eraan, met enkele belangrijke verschillen. Mocht ik de keuze nu moeten maken, weet ik nog niet zeker of de uitkomst dezelfde zou zijn. Dat doet echter niets af van de kwaliteiten van de Orca!

Goed. De WAW 4.0 dus.


Showroom Fietser.be
Hier zie je enkele uitvoeringen van de WAW. De witte is echt basic, maar met SPAI (stagnation point air intake). Het oranje exemplaar is uitgerust met een dak en daarachter staan nog wat andere velomobielen, waaronder een Strada en Quest.

De meeste beelden maakte ik van Brechts eigen exemplaar.



Visueel is dit een erg aantrekkelijke velomobiel: de lange, smalle neus geeft er een erg sportief uitzicht aan. Dit is een voertuig dat erom vraagt om snel en hard gereden te worden.

Een mooi, praktisch detail is dat het deksel scharniert rond de steunen van de spiegels.


Deksel met scharnierpunten
Spiegelsteun en scharnierpunt
Ook naar het onderhoud toe is dit een erg handig ontwerp: zowel de neus als de staart zijn er met het verwijderen van enkele bouten af te halen.

Bouten om de neus te verwijderen
Vooraan krijg je zo makkelijk toegang tot de pedalen, de pedaalas en de (optionele) elektrische ondersteuning (Bafang BBS01).


Als je de staart eraf haalt, is het achterwiel en de transmissie makkelijk te bereiken. Daarin kun je trouwens kiezen wat je wil; van een basic derailleur tot bijvoorbeeld een SRAM X0, maar ook een Rohloffnaaf is perfect mogelijk. 
Een ander gevolg is dat het bij schade voor- of achteraan eenvoudig is om een deel te vervangen.

Wat de wielmaat betreft: vooraan zitten er 406 (20") wielen op en achteraan een 559 (26"). Er rijden er ook enkele rond waar een 622 (28") achterwiel in zit, maar dat kan dan enkel met een smalle raceband.


Hier zie je nog eens een scharnierpunt van het deksel. Het "dashboard" is duidelijk in carbon uitgevoerd en doet tegelijk dienst als regengoot, houder voor instrumenten en beveiliging (geen scherpe rand vooraan).
Je ziet bovenaan op de foto nog een comfortelement. Velomobielen zijn dikwijls nogal luidruchtig, doordat de romp de rijgeluiden versterkt. Door op strategische plaatsen akoestisch vilt aan te brengen, worden die geluiden sterk gereduceerd.



Een blik op het interieur. Meteen valt een groot verschil op met de Quest, Strada en Mango: de WAW bestuur je met twee stuurknuppels. Dat is trouwens ook in de Orca zo en wat mij betreft, is dit aangenamer sturen.
Rechts zie je een deel van de carbon veiligheidskooi.


Zitje met Ventisit kussen
Hier is in de flanken de carbonversterking duidelijk zichtbaar. Veiligheid is belangrijk in de WAW: de neus en staart zijn kreukelzones en rond de cockpit zit een kooi van in aramide gelamineerd carbon.

Wat het materiaal aangaat, is de keuze ook bijzonder. Waar de overgrote meerderheid gemaakt wordt van glasvezel/epoxy (of optioneel in carbon), ligt het bij de WAW helemaal anders. Er is een veiligheidskooi uit carbon (licht en sterk, maar breekbaar) en de stroomlijn wordt gemaakt uit aramide (ook gekend onder de merknaam Kevlar). Dit is een zeer taai en sterk weefsel.

Dan kun je nog kiezen welke staart je erop wil.


"race" achterkant
Normale achterkant
Een moeilijk punt op het vlak van marketing, is dat de WAW verweten wordt niet te beschikken over achtervering. Dat is volgens Brecht niet correct: er zit geen scharnierende achterbrug in en geen veerpoot, maar de structuur zelf, samen met wat andere elementen, zorgt voor 30 mm veerweg. Hierdoor zou er minder energieverlies zijn dan bij een conventionele achterbrug. Het moet gezegd: ik zal al meer Mango's en Quests kwispelen met de staart bij elke omwenteling van de pedalen. Bij de WAW zie je dat niet (bij de Orca ook niet, overigens).

Uit alles blijkt dat de WAW ruim configureerbaar is: van een lichte raceversie tot een bomvrije forensmachine, met of zonder elektrische ondersteuning. Je hebt de keuze tussen glasvezel, aramide of carbon; een derailleur of versnellingsnaaf is mogelijk; een Schlumpf mountaindrive kan erin, ...

In elk geval: toen ik ermee reed, bleek de wegligging fenomenaal. Dit is een velomobiel waarmee je zonder vertragen de bochten door gaat. Dat is belangrijk: afremmen betekent weer op tempo komen en dat vraagt energie. Indien je niet moet vertragen, spaar je weer energie (en tijd). Als het op rijplezier aankomt, scoort de WAW dus erg hoog. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen andere modellen zijn met eenzelfde wegligging.

Wat levensduur betreft, maakt Brecht (zaakvoerder Fietser.be) zich sterk dat vanaf WAW 001 elke geproduceerde velomobiel nog altijd rijdt.

Ondertussen kwamen er recentere ontwikkelingen op de markt, zoals de Milan (SL) en DF, die minder vermogen vergen om snel te gaan. De WAW is dan weer iets praktischer georiënteerd, met wel de beperking dat het laadvolume niet erg groot is. Al bij al heeft hij een eigen plaats binnen het ruime aanbod.

zondag 12 april 2015

N + 1

Het is universeel toepasbaar en ook onder fietsers goed gekend: het ideale aantal fietsen is n + 1, waarbij n staat voor het aantal dat je in bezit hebt.

In mijn geval betekent dat deze collectie.

Trek 7320 - goed voor alle werk - met Cargo Croozer
Valenteyn Kobra  - lage racer - hier met toeruitrusting
Birdy Speed
Flevobike E-Orca
De +1 bestaat eruit dat de lage racer niet echt geschikt is om te toeren: beenhard en enkel geschikt voor prima asfalt (maar daar doet hij het prima). De Orca is prima voor de woon-werk verplaatsingen, maar een velomobiel is dan weer niet zo sociaal, zeker niet als je in groep een rit wil maken.
Daarom kijk ik in de richting van een 20/26 met voor- en achtervering. Uiteraard omvatten de wensen onverenigbare eisen: zo licht mogelijk, maar toch met vering en verlichting (liefst met naafdynamo). Een Challenge Fujin bijvoorbeeld of een Nazca Paseo. Ooit eens. Als de garage wat opgeruimd is.

Foto: Nazca
Het probleem is dat je maar zoveel kilometers per dag kunt genieten. Meer fietsen betekent dat elke fiets onvermijdelijk minder kilometers aflegt of dat er eentje verweesd achterblijft. Eentje om de hoop te vergroten, zonder dat het gebruikt wordt, dat is niet de bedoeling.

vrijdag 10 april 2015

Workshop: olie van de Rohloffnaaf verversen

Dat Flevobike bij het ontwikkelen van de Orca enkel voor het degelijkste koos, is geen nieuws. Dat "het degelijkste" ook inhoudt dat de velomobiel zo onderhoudsarm mogelijk moet zijn, is eveneens duidelijk.
Logische keuzes die daarvan het gevolg waren, zijn de volledig ingesloten ketting, de centraal geplaatste Rohloffnaaf, de oerdegelijke veerpoten, het subframe, ...

Maar die medaille heeft ook een keerzijde: als er dan toch onderhoud nodig is, heb je er je handen vol mee. Rohloff schrijft voor dat de olie in de naaf om de 5.000 km of jaarlijks (wat eerst komt) ververst moet worden. Omdat die naaf helemaal ingebouwd is (je ziet er niets van, op de clickbox na), is het een hele klus om dat te doen. Dat is een reden voor Flevobike om te stellen dat vooral de beurt na de eerste 5.000 km belangrijk is. Op dat moment is de naaf namelijk ingereden. Daarna is het niet zo belangrijk meer.
Rohloff stelt ook dat hun naven quasi onverslijtbaar zijn: 100.000 km is het minimum dat je ermee moet halen en zelfs 200.000 km moet mogelijk zijn. Ter vergelijking: met een Shimano Nexus 7 of 8 spreekt men over een gemiddelde levensduur van 10.000 km. Zo bekeken is een Rohloffnaaf goedkoop indien je zoveel kilometers aflegt: als je 10 Nexusnaven opgereden hebt, ben je duurder af dan met die ene Rohloff... (en je hebt minder versnellingen en meer weerstand).

Vorig jaar in mei trok ik naar Dronten voor de 5.000 km-beurt, omdat op dat moment maar best alles eens nagekeken werd door de specialisten ter zake. Toen stonden 6.000 km op de teller. Ondertussen zijn dat er 17.000 geworden en dus leek het me geen slecht idee om die olie toch nog eens te vernieuwen.
Dronten is ver vanuit Gent en Fietser.be is nu ook Orca-dealer. Brecht en Ben hadden nog nooit zoiets gedaan - ze werken wel met Rohloffnaven, o.a. in de WAW, maar nog nooit werkten ze aan een Orca -, dus stelde ik voor om mijn Orca als studieobject te gebruiken.
Ik hoorde dat woensdag, ook Paul zijn Orca binnengebracht zou worden voor zijn eerste onderhoudsbeurt, dus konden we simultaan aan twee identieke velomobielen werken.

Toen - een jaar geleden - alle Gentse Orca's samen
Arjan bezorgde ons de instructies in duidelijke stappen. Ik herinnerde me die nog grotendeels van vorig jaar:
  • motorunit verwijderen
  • voorste ketting van het primaire tandwiel halen
  • velomobiel op de kant leggen
  • bodemplaat (afdekking van de primaire ketting) weghalen voor kettingcontrole
  • achterbrug openmaken
  • Rohloffnaaf eruit halen
  • spoelolie inbrengen
  • spoelolie verwijderen
  • verse olie inbrengen
  • alles weer monteren
Al bij al ben je toch een drietal uren bezig.

Ben is klaar om te beginnen aan Pauls E-Orca
Toen we bij beide Orca's de motorunit verwijderd hadden, bleek dat de rest strikt genomen niet nodig is: mits je de ketting van het tandwiel haalt, kun je aan de vulopening van de naaf voor de rest van dat onderhoud.

Vulopening bovenaan in de naaf
Hoe dat precies moet, wordt toegevoegd aan de 'tips en trucs".

Achteraf was het nog even spannend: bij het testen bleek dat bij geen van beiden de ondersteuning het deed. Dat leek erg onwaarschijnlijk, dus moest even goed geredeneerd worden. 
Onder de romp was bij allebei een schuimblok geschoven, om het achterwiel vrij te laten draaien. 

Schuimblok voor de achterbrug
Ik veronderstelde dat er hierdoor te weinig weerstand was om de koppelsensor te doen reageren. Toen het blok er onderuit gehaald werd en de Orca effectief reed, bleek dat vermoeden correct. Conclusie: met een onbelast achterwiel kun je de elektrische assistentie niet testen op een normale manier.

maandag 6 april 2015

Paas-best

Toen ik met Pasen opstond, scheen de zon al. Dat was ook aangekondigd: een stralend blauwe dag, maar met een noordoostenwind die de temperatuur zou drukken. 10° C was het maximum dat we konden verwachten. En de dag erna grijs, zwaar bewolkt en regenachtig. Pas in de tweede helft van de komende week zou de lente er toch doorkomen.

Dat was duidelijk: vandaag zou Jan buiten te vinden zijn. Tuinwerk hoort tot de mogelijkheden, maar op een feestdag mag je toch eens vrij nemen, dus werd een fietstochtje uitgestippeld. In Vlaanderen is fietsnet.be daar prima voor: "connect the dots" en je route is klaar. Je kunt hem zelfs direct naar de gps downloaden.

Met die koude wind en lage temperaturen werd het toch weer de Orca: voor de Kobra vond ik het iets te fris, zeker omdat het een uitstapje louter voor het plezier zou worden. Anderzijds nodigde het zonnetje uit om cabrio te rijden. Enkel het recente miniviziertje zou de wind wat van me weghouden: dak en schuimdek bleven thuis.

Water zie ik al genoeg: elke dag rij ik langs de Schelde tot in Gavere, tot aan het werk. Deze keer mocht het dus iets anders worden en dat leidde me in de richting van de Vlaamse Ardennen. Niet ver, hoor, tot zowat aan de rand. Voor wie de streek kent: Oosterzele, Sint-Lievens-Houtem en zo tot Zottegem. Van daar ging de lus over Balegem naar Scheldewindeke en verder langs Schelderode terug huiswaarts.




Dat is mooi terrein om te fietsen: de paden liggen er meestal prima bij en erg veel volk vind je er niet. Vlaamse Ardennen: dat betekent dat er te klimmen en te dalen valt. Onderweg dacht ik eraan: veel ligfietsers doen dit niet graag. Ze zien op tegen het klimwerk. In mijn visie betekent dit dat er ook gedaald kan worden en dat maakt het spannend: tegen de limiet aan bochten nemen (maar zonder teveel risico te nemen) en aan relatief hoge snelheid over de weg razen, indien de omstandigheden dat toelaten. Het klimmen, dat hoort er dan ook weer bij.
Nu valt dat in deze regio nog mee. Hier vind je niet de steile "bergen" van de klassiekers, maar vriendelijke glooiingen en de bijhorende weidse zichten op akkers en weiden. Het is een typisch, versnipperd Vlaams landschap, waarin je, waar je ook kijkt, telkens huizen en leidingen ziet.

De aanloop ging, hoe kan het ook anders, alweer langs de Schelde. Deze keer moest ik een eind stroomafwaarts: de rit begon langs die rivier, in Heusden.


Ongeveer aan het startpunt: Heusden, met zicht op de kerk van Melle

De rest wordt vooral een fotoverhaal.


Liever op het einde van de rit...
Dit is het logo van Brouwerij Huyghe, met enkele best te smaken biertjes.


Vlaanderen in de 21ste eeuw: kasseien en windmolens (Gontrode)

Vanaf hier verloopt de rit grotendeels door een typisch Vlaams landschap: sterk versnipperd, met veel woonkernen en kleine lapjes landbouwgrond. Toch krijg je prachtige vergezichten voorgeschoteld. De majestueuze wolken maakten het er enkel mooier op.
Sint-Lievens-Houtem
Hier werd het al echt leuk: af en toe een klim van een kilometer of meer, gevolgd door een al even vriendelijke afdaling. De wegen liggen er goed bij en het zicht is meestal erg ruim. Er is dus geen enkele reden om in te houden, behalve indien er wandelaars of andere fietsers voor je rijden.


Waar je rijdt langs Vlaamse wegen...
Overal zie je tekenen van het in katholicisme doordrenkte verleden van Vlaanderen. Bijna op elke straathoek staat wel een kapel. De meesten zijn beschermd als erfgoed.


Zottegem: oude tramlijn
Hier waande ik me bijna op de "voies vertes" in Frankrijk. Een aangenaam en rustig eindje fietspad. Jammer genoeg werd dit om de haverklap versperd door barrières "om de veiligheid van de fietsers te beschermen". Waarom dat niet kan door de automobilisten af te remmen, wil er bij mij echt niet in. Verkeerde prioriteiten, vind ik.


uitzicht in Dikkele
Maar hier in Dikkele liet de Oregon me weten dat de energie bijna op was. Natuurlijk had ik de accu's niet bijgeladen en lag de reserve thuis, net als een kabel om de gps op de 12V accu van de Orca aan te sluiten. De voorbereiding was niet helemaal zoals het hoorde...
Er werd dus een stukje vroeger afgesloten en vanaf Dikkele ging het dan maar langs gekende, maar mooie wegen: over Munte en Bottelare huiswaarts, met op het eind nog een stukje Scheldedijk om in schoonheid te eindigen.

Op het eind stonden er 70 km extra op de teller. 70 km genieten van het uitzicht en het mooie weer.

Tot slot krijg je nog wat statistiekjes:
  • er is 531 m gestegen en 464m gedaald (volgens trackgegevens)
  • de grootste hoogte bedroeg 92m
  • de maximumsnelheid was 53 km/u
  • het bewogen gemiddelde bedroeg zowat de helft hiervan: 25 km/u