Onderweg met de fiets

Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...

vrijdag 6 maart 2015

Aangename ritten

Maart is begonnen. Je weet wel: de maand berucht om de maartse buien. Dat betekent dat ik deze week niet het risico durfde nemen om met de Kobra - de lage racer - naar het werk te rijden.
's Morgens vriest het net wel, net niet en op de weg terug flirt de thermometer met de grens van 10° C.

Maar toch: het schuimdekje ligt meer in de Orca dan op het deksel; dinsdag ging het dakje eraf op de weg terug - net te doen - en donderdag bleef dat zelfs thuis!

Mooie zichten, rustig fietsen en genieten onderweg. Met de ligfiets of velomobiel wordt het nog beter: lekker achterover liggen en toch vooruit raken.

De foto-oogst van de voorbije week zie je hieronder. 

De kleurweergave kan iets anders zijn: deze zijn met de (nieuwe) smartphone gemaakt en niet met de Fuji X20.

5 maart, de Schelde in Merelbeke (zicht stroomopwaarts bij het ochtendgloren)
5 maart, Zevergem, de zon piept net boven de horizon



Hier was het toch wat fris: de temperatuur lag rond het vriespunt. Zonder dakje is de luchtstroom toch anders, maar je ziet wel heel wat meer.

5 maart, Zevergem, zelfde plek, andere windrichting
2 maart, De Pinte, de terugweg
3 maart, Gavere
Maartse buien, misschien, maar je krijgt er in elk geval schitterende wolkenformaties bij.


maandag 2 maart 2015

Mag dat wel?

Het is een traditie ten huize Goddemaer: de eerste zondag van de maand trek ik aan het kortste eind en sta ik voor dag en dauw op om naar de bakker te trekken. Een ware heldentocht door een verlaten gemeente, onmenselijk vroeg (voor 8u), een eind fietsen om koffiekoeken.



Jawel: in Vlaanderen is het een gewoonte om op zondag koffiekoeken te smullen voor ontbijt. Aangezien de jeugd het niet ziet zitten om op zo'n ongoddelijk uur uit het bed te komen, is mij die rol toegewezen.Tradities moeten in ere gehouden worden. Trouwens: de nodige fondsen hiervoor komen toch van mijn rekening.

Gisteren was het dus weer zover: 1 maart is alweer de eerste zondag van de maand.

8u op zondag is duidelijk vroeg en niet enkel voor mijn lieverds. De straten zijn verlaten, geen kat te zien, op wat vroege hondenuitlaters na. De E-Orca zoemt en rommelt over de met betonklinkers aangelegde straten, afgewisseld met pokdalig asfalt, tot ik bijna vier kilometer verder bij de bakker arriveer.
Daar is het duidelijk dat er toch nog vroege vogels zijn, want het is wel even aanschuiven.

De buit wordt in het bagagenet van de Orca gestouwd en ik kan de weg in omgekeerde richting aanvatten. Het laatste eind, tot bijna thuis, gaat over een racebaan: glad asfalt, amper verkeer en de weg (zonder markeringen) is breed genoeg om er minstens drie rijvakken van te maken. Ik heb de wind mee en ondertussen ben ik goed opgewarmd, dus kan het tempo flink omhoog.

Na mijn ontbijt (lekker verse koffie en dampende koffiekoeken) komen de nazaten met slaapoogjes kijken wat er te smikkelen valt. Ik laat vallen dat ik mijn record op vlakke weg benaderd heb, maar dat 56 deze keer de top was: een slome zondagse automobilist verhinderde me om nog sneller te gaan. De trapfrequentie met de Orca bij die snelheden gaat, naar mijn gevoel, naar de 200; die is hier duidelijk niet op gemaakt en ik ook niet. +50, dat zijn pieken en niet iets om vol te houden. Daarvoor had ik een andere velomobiel moeten kiezen.

Zoonlief is duidelijk al wakkerder dan hij eruit ziet, want hij vraagt fijntjes of je je met de fiets ook niet aan de snelheidsgrenzen moet houden. Euh, ja, wel...
Gelukkig is een Orca hier niet voor gemaakt, want anders zou ik wel eens een bekeuring voor  overdreven snelheid aan mijn broek kunnen hebben.

vrijdag 27 februari 2015

Daarvoor doe je het

Nu ja, niet uitsluitend daarvoor, natuurlijk, maar het is wel een mooie beloning.

25 februari, zicht op Gavere
Dit was de voorbije week, net aan het einde van de rit langs het jaagpad.

zaterdag 21 februari 2015

Op de grens

... tussen winter en voorjaar.

Dat speelt al van vorige week. En, ik geef het meteen toe, het is meer het uitzicht dan de realiteit, want het vriest namelijk nog 's morgens. Dat is niet zo lente-achtig.
Dat is hoe het weer de voorbije week aanvoelde. 's Morgens aanzetten met vriesweer en 's avond terug bij zowat 8° C.

Soms met zon, soms onder een grijze sluier en af en toe in de mist.
Maar toch: onderweg zie je de lucht oranje-roze kleuren door de opkomende zon. Het licht reflecteert in de Schelde, waar ik een hele tijd langs rij. Tussen de bomen bespeur je al meer leven, vooral van de gevederde soort; de kleuren in de omgeving lijken rijker en feller te worden. Kortom: er hangt een vage belofte van zachter weer in de lucht.



Hier begint het zalige stuk: cruisen over de Scheldeoever; licht slingerend, heerlijk rustig en met meestal een heel behoorlijk wegdek.



Dit is de splitsing tussen de oude Scheldeloop naar Merelbeke en een nieuwer kanaal naar de Ringvaart. Die laatste is de route die de binnenschepen nemen.

 
De belofte van kilometers rijden langs een bijna verlaten jaagpad. Geen kruispunten, geen auto's, amper fietsers. Op dit vroege uur zijn diegenen die me kruisen bijna elke dag dezelfden. We kennen elkaar ondertussen.


Koud is het wel, maar o, zo mooi! Stilaan geeft de zon wat kleur aan de omgeving. De geluiden die ik hoor, zijn vooral afkomstig van de voortrazende Orca, waar ik weggedoken zit achter het minivizier. Buiten vriest het; binnen zweet ik. Er hangt een belofte van een mooie, zonnige dag aan de horizon.

En rustig dat het is! En fris! Alles wit bevroren, op het jaagpad na en de dampende rivier. Af en toe kruis ik een flink ingepakte fietser: dikke handschoenen, schoenen en overtrekschoenen, sjaal rond het hoofd gewikkeld, helm met muts eronder, ... Geef mij dan maar het gezellige interieur van de E-Orca, met via de oortjes wat muziek en de ochtendlijke actualiteiten.
De nevelslierten geven de omgeving een mythische sfeer.


Maar toch: al enkele dagen krijg ik een combinatie van vriesweer en mist voorgeschoteld. 

 
Slechter kun je het niet treffen in een velomobiel, althans wat zicht betreft: het vocht uit de lucht vriest aan op het ruitje van het velomobieldakje en op het minivizier van de schuimkap. Het zichtveld raakt beperkt tot een kier van net 1 cm hoog. Dan zijn er twee opties:
  • de snelheid heel sterk beperken, zodat je turend door die spleet nog net kunt zien waar je rijdt
  • het schuimdeksel opbergen, waardoor het zicht sterk verbetert, maar meteen ook de kou de velomobiel binnenduikt (aankomen op het werk en praten met een halfbevroren smoelwerk is niet ideaal)
Ik kies maar voor het laatste. Er gaat sowieso al wat tijd verloren omdat ik het niet kan laten het schitterende zicht te vereeuwigen. Stoppen, Fuji X20 uithalen, beeldje schieten, toestel weer in zijn etui stoppen en verder rijden. Een eind verder is het uitzicht ook al zo schitterend, dus wordt de reeks acties herhaald.

Na het werk is de weg terug een andere beleving: de temperatuur ligt zowat 10° C hoger: van -2 naar +8. Rugwind, een laag zittende zon achter me, soms schitterend in de spiegels. Dan voel je echt wel dat het voorjaar eraan komt.
De mist is al lang opgetrokken, de lucht felblauw. Vliegtuigen trekken witte strepen hoog aan de hemel en af en toe passeert een reiger of aalscholver mijn pad. Zoiets geeft je vleugels! Waar het 's morgens "bwa, ja, niet slecht" is, wordt het genieten van de tocht. Dat is geen woon-werk rit meer, maar gewoon een ritje maken.

Nu nog een graad of 10 erbij, wat meer groen aan de bomen, wat meer bloemen in de bermen en dan kan het niet meer stuk.

donderdag 19 februari 2015

Pats...

De gebeurtenissen maken het makkelijk om inspiratie te vinden voor de blog.

Nog maar net verscheen het bericht over de klapband met de Birdy, of de rechterband van de Orca moest eraan geloven. Vanmiddag reed ik met een flinke vaart gewoon rechtdoor over het jaagpad, al flink wat kilometers, toen - geheel onverwacht - met een harde knal de rechterband het voor bekeken hield.



Een mogelijke verklaring is dat dit geen nieuwe binnenband was. Misschien was die al wat versleten, was de wand wat dun geworden? Het gat zit aan de kant van de velg.


De vorige lekken waren op 11 januari, maar toen waren die het gevolg van glasscherven die door het loopvlak gedrukt waren. Nu zijn we zowat 1000 km verder, is aan de buitenband niets te zien en zit het gat aan de binnenkant van de binnenband.

Enfin, dit valt vrij snel te herstellen: andere binnenband uithalen, Orca optillen en de binnenband wisselen. De buitenband leg je zo om; daarvoor zijn geen bandenlichters nodig. Gewoon de hiel wat meer naar het midden van de velg duwen en dan kost het geen moeite.

Minder sympathiek: door het mooie weer waren er behoorlijk wat wielertoeristen op pad, maar er zijn er minstens tien gepasseerd die me zelfs geen blik waardig gunden. Zou hun gemiddelde teveel dalen daardoor? Of geldt een velonaut niet als collega-fietser? Eén man stopte wel, maar toen was ik al klaar om de band op te pompen.
Uiteraard kunnen ze niet veel doen, maar vragen of het gaat, dat kost toch geen moeite?

woensdag 18 februari 2015

Boem... (nog een bandenkwestie)

We blijven in de banden.

De Birdy Speed is één van de eerste van zijn soort: een Birdy met een ultralicht aluminium frame dat uit twee geperste en aan elkaar gelaste helften bestaat. Uit het serienummer van mijn exemplaar kan ik afleiden dat deze dateert van het allereerste jaar dat de Birdy op die manier gemaakt werd.

De bandjes erop - Schwalbe Marathon Racers - zijn vermoedelijk even oud als de fiets: van 2006. Beter gezegd: waren even oud, want vorige week gebruikte zoonlief hem om naar de campus te rijden, terwijl ik zijn fiets op punt stelde.

Vrijdag belde hij me: de Blandijn beklimmend - de hoogste berg in Gent - is de achterband ontploft. Je zou denken: "hoe doet ie het toch elke keer?". Deze keer kon hij er echt niks aan doen: een lap rubber was van het loopvlak verdwenen en met een flinke knal had de binnenband er de brui aan gegeven.



Zaterdag haalde ik dan maar een nieuwe, bij De Ligfiets. Da's voor Gent de verdeler voor Riese und Müller - de ontwerpers van de Birdy - en de meest waarschijnlijke plaats om een band in de afwijkende maat 40-355 (18") te vinden.

Ondertussen kreeg de Birdy een flinke poetsbeurt. Binnenkort moet ook de ketting vervangen worden, maar dat wilde ik toen niet doen, want dat betekent meteen het reinigen en controleren van de cassette en derailleur. Dat moet gepland worden, want het vraagt toch wat tijd.

dinsdag 17 februari 2015

Schwalbe Marathon (GreenGuard): tussentijdse evaluatie

Toen ik vorig jaar in mei naar Dronten reed, kreeg ik van Flevobike een set Schwalbe Marathon 40-406 mee om te evalueren. Ik liet ze weten dat dit nog wel even zou duren, want ik wilde eerst de Trykers grondig aan de tand voelen.

Ondertussen zijn we in 2015 beland en de Marathons - ook wel Marathon Greenguard genoemd - hebben er ondertussen zowat 5000 km op zitten. Dat is een mooie stand om er wat over te vertellen.



Eerst wat ik voordien al rapporteerde: vergeleken met de Trykers zijn ze (iets) luidruchtiger - vermoedelijk door het profiel -, (iets) minder comfortabel - maar niet oncomfortabel - en de grip lijkt marginaal minder. Anderzijds is er na 5000 km nog maar amper iets te merken van slijtage en dat was met de Trykers wel anders!



In januari, tijdens een flinke trip naar Leuven, bij storm en striemende regenbuien, raakte de rechter Marathon lek. Ik vond niets in de buitenband, maar na amper enkele kilometers raakte ook de tweede binnenband lek. In Leuven heb ik de Tryker - die als reserve mee was - weer op het wiel gelegd.

Het voorbije weekend was het stralend weer: 10° C, blauwe lucht en een zonnetje dat aan lente deed denken. De Marathon werd in het mooie licht aan een grondige inspectie onderworpen en nu vond ik wat ik met minder licht niet zag: kleine sneetjes in het loopvlak. Daar moet je echt naar zoeken, want ze zijn niet zichtbaar als je de band niet vervormt of "kneedt".

In twee van die sneetjes vond ik glassplinters, amper 2 mm lang, maar vlijmscherp. In een derde sneetje bleek de splinter zich een weg gebaand te hebben door de antileklaag. Dat is dan weer iets dat ik met de Tryker niet meemaakte...

Uiteraard was het de rechter band die hieronder leed: dit schijnt typisch te zijn omdat die rolt over dat deel van het wegdek dat veel minder gebruikt wordt en waar dus de rommel te vinden is. Het venijnige is dat die glassplinter niet voelbaar was aan de binnenkant. Het sneetje was ook niet te zien. Ik vermoed dat hij er enkel doorkwam als a. de druk hoog genoeg was en b. het loopvlak vervormde op het moment dat het tegen het wegdek kwam.

Moet ik nu Marathon+ gebruiken? Ik denk het niet. De Marathons zien eruit alsof ze 15000 km zullen halen en zelfs meer. Alleen zal ik het loopvlak wat meer moeten nazien op splinters. Positief, tegenover de Tryker, is dus dat de levensduur wellicht het dubbele zal bedragen. Koppel dat aan een lagere prijs en de kilometerkostprijs is spectaculair lager.

Terzijde: achteraan ligt een Schwalbe Energizer Plus 47-406. Die heeft er ondertussen ook al 4000 km op zitten en geeft geen krimp. De grip is prima, het comfort ok en van slijtage is amper iets te merken.