zaterdag 1 augustus 2015

De oudste velonaut?

Toch voor zover ik weet: Fietser.be leverde onlangs een E-Orca (hun demomodel) aan een Brit: de man is ... 83 jaar.


Foto: Fietser.be
Je ziet: op velomobielrijden staat geen leeftijdsgrens.

Hier staat het bericht van Fietser erover.

Ik hoop dat ik ook nog met de velomobiel zal rijden op die leeftijd!

donderdag 30 juli 2015

Mijlpaal

(of eigenlijk: kilometerpaal)

De E-Orca, aangekocht eind december 2013, heeft de grens van 20.000 km overschreden!

(beeld: wikimedia commons)

(Ik kan zelf geen foto maken, want er zit geen fietscomputer in de Orca. De kilometerstand wordt wekelijks bijgeteld.)
 
Dit had ik nooit verwacht. Niet die 20.000, maar dat dit bereikt werd op anderhalf jaar.

Op de initiële problemen met de ondersteuning na - die keurig opgelost werden door Flevobike - zijn er nooit ernstige defecten geweest.

Wie de blog volgt, weet dat ik last had van exploderende banden op tijd en stond. Ook dat is sinds mei achter de rug. Flevobike bezorgde me een nieuwe velg. Het bleek dat de linker velg net wat kleiner was dan het hoort, waardoor de band er makkelijk af kon lopen, met een ontploffende binnenband als gevolg. Probleem opgelost.

Voor de rest beperkt het onderhoud zich tot vervangen van versleten banden en een occasioneel lek. Tot nu is de olie in de Rohloffnaaf twee keer ververst. Dat is het zowat.

De Orca zelf deed het gedurende die 20.000 km prima. Er is geen dag geweest dat ik er niet mee kon rijden door een defect. De ketting is nog steeds de originele (en in goede staat) en ook aan de rest had ik geen werk. Nooit ben ik onderweg gestrand op zo'n manier dat ik niet verder kon. Enkel een lekke of ontplofte band kon voor wat oponthoud zorgen.

De Orca doet dus wat ik verwachtte: het is een erg betrouwbare en onderhoudsarme velomobiel met een voorspelbaar rijgedrag en een gemoedelijk karakter. Dat is precies wat ik zocht. Dat is ook de reden waarom er zoveel kilometers gemaakt worden: rijden met de Orca is zorgeloos fietsplezier.

maandag 27 juli 2015

Buitenband

Niet van Schwalbe, noch van Continental, Vredestein of een andere fabrikant. Neen: de Gentse Buitenband.


Dit evenement vond voor de 25ste keer plaats en de Gentse Liggers rijden wellicht al bijna even lang mee.

We hadden afgesproken om 9u op de startplaats in Wondelgem. Er zijn namelijk 4 startplaatsen, voor de gelegenheid uitgebreid met een vijfde in Gent centrum. Het is dan van belang om allemaal naar dezelfde plek te rijden.

Anne moet nog op het laatst de derailleur bijstellen
De tocht zelf is eigenlijk al jaren dezelfde, op wat kleine variaties na. Het gezelschap bestaat ook telkens uit dezelfde harde kern, aangevuld met wat andere liggers.

We vertrokken onder een mooi blauwe lucht, met een aangenaam zonnetje, maar stilaan trok de hemel dicht en rond 13u begon het te druppelen. Dat ging daarna langzaam over in echte regen. Omdat dit aangekondigd was, was het niet echt een verrassing.

Voor de rest laat ik de beelden spreken.

Veer van Terdonk. Onze geachte voorzitter in de ex-Ymte Quest special.
Eén van de korte eindjes onverhard. (jaagpad in Destelbergen)
Anne op de Seiran SL
Landelijke kronkelwegen en dus weinig kans om foto's te maken, want voor je het weet, beland je in een gracht bij alweer een bocht. Vandaar dat het aantal foto's nogal beperkt is.

Kilometers afgelegd: 97

donderdag 23 juli 2015

Van het een komt het ander

Vakantie, zonnig weer, geen dringende taken en thuis. Wat kun je dan beter doen dan lekker in het zonnetje wat sleutelen aan de fiets?

Ketting

De ketting van de Seiran stoort me al vanaf het begin. Filip, bij "De Ligfiets" in Gent, merkte op dat die waarschijnlijk met karrenvet gesmeerd was: zwart, vol gruis en plakkerig. Om het wat te laten opschieten, gebruik ik een borstel en een bakje met ontvetter. Dat gaat vlot en er komt een massa vuil af.
Eerste verrassing: die ketting is niet zwart, maar metaalkleurig! Nadien gaat met een vod de rest van de ontvetter en het vuil eraf.

Als alles goed gedroogd is, smeer ik de ketting opnieuw. Deze keer doe ik dat met "Squirt": een droog smeermiddel op wasbasis. Het wordt vloeibaar aangebracht, waarna de vloeistof verdampt. De instructies erbij - van de fietsenmaker - waren dat je het enkel op een propere ketting mag aanbrengen. Dat is hier wel degelijk het geval.

Cassette

Dan ontdek ik de bron van een gerammel dat al vanaf de aanschaf aanwezig was, maar dat ik niet kon thuisbrengen: de cassette zit los... De tandwielen ratelen dus op de body. Dit is verrassing twee.
Dat kan niet goed zijn.
Het wiel gaat eruit (handig, met zo'n kraaknette ketting) en de cassette wordt meteen verwijderd om ook maar eens met ontvetter gespoeld te worden.
Nog een verrassing (3): ook die cassette is niet zwart, maar metaalkleurig. Het blijkt een SRAM PG980 te zijn en dat is niet mis.
Gedemonteerde SRAM PG-980
Na grondig spoelen wordt de cassette weer gemonteerd en deze keer zit ze wel goed vast.

Zo ziet het er nu uit: net nieuw
Ondertussen merk ik dat de derailleur niet goed afgesteld is: de aanduiding "9" op de draaiversteller (SRAM Attack) komt overeen met de achtste versnelling. Dat wordt meteen ook bijgesteld.

Netjes: gereinigde ketting, cassette en derailleur

Binnenbanden

En terwijl ik toch bezig ben: kort na de aankoop gooide ik de V-Rubber 32-507 banden eraf. Er kwamen 40-507 Schwalbe Kojaks in de plaats. Da's veel comfortabeler en het rolt minstens even goed. (het aanbod in 24" banden is eerder beperkt) Daarbij recycleerde ik de binnenbanden, maar dat bleek niet zo'n goed idee. Als je smalle binnenbandjes in een vette buitenband steekt, rekken ze erg op en dan worden ze blijkbaar poreus. Elke week moesten de banden opgepompt worden. Dit is dus het moment om nieuwe binnenbandjes te plaatsen. Deze keer zijn het er wel in de goede maat en meteen ook met autoventielen, zoals bij de Orca.

Remmen

Een gevolg van de werken is dat de remmen het niet goed meer doen: als je zo'n wiel uithaalt, zit het blijkbaar altijd net iets anders terug. De schijfremmen (Avid BB7) houden daar niet van en lopen aan.
Meteen volgt een andere taak: controleren hoe het met de remschoenen gesteld is. Als ik de remmen toch moet afstellen, kan ik maar tegelijk nagaan in welke staat ze zijn. In tegenstelling tot remblokjes, is dat bij schijfremmen toch wat bewerkelijker: wiel eruit, remplaatjes verwijderen en opmeten (bijna 3,5 mm, dus ruim binnen de norm). Remplaatjes opnieuw monteren en de rem weer afstellen. Dat betekent: de remklauw centreren, de afstand tussen de plaatjes en de schijf instellen (binnenste tweemaal zo ver als de buitenste). Nadien de kabel afstellen en kijken of alles naar behoren werkt.


Dit is een klus waarin ik duidelijk nog ervaring moet opdoen: de Trek en Birdy zijn uitgerust met V-brakes (de Trek achteraan met een Rollerbrake), de Orca met trommelremmen en nu eentje erbij met schijfremmen...

maandag 20 juli 2015

Mannen maken plannen - deel 1

21 juni is het moment van de zomerzonnewende. Dat wil zeggen dat de dagen vanaf dan weer korter worden. Nu, een maand later, is het al heel duidelijk: het wordt vroeger donker.

Het is dus tijd om alweer te denken aan de verlichting op de fietsen.
  • Trek 7320 toerfiets: check (naafdynamo, Philips SafeRide 60 lux koplamp en BuM Toplight Brake Plus dynamo-achterlicht)
  • Birdy Speed: check (naafdynamo Shutter Precision SV-8, SP LS003 koplamp en ook een BuM Toplight Brake Plus achterlicht)
  • Flevobike E-Orca: check (2x BuM eCyo koplampen op 12V en Spanninga achterlicht)
  • Challenge Seiran 24: geen licht!
Het grootste probleem vormt duidelijk die Seiran. Ik kan wel de Comet lampjes erop gebruiken, maar die zijn bedoeld om gezien te worden. Meer niet.



Het plan

een wiel maken met naafdynamo.

Hierbij wil ik nog even de achterliggende redenering herhalen. Een naafdynamo heb je altijd bij en die levert altijd elektriciteit, zonder dat je er naar moet omkijken. Accu- of batterijverlichting betekent dat je de lading geregeld moet controleren, ook als je de lampen niet gebruikt en dat je autonomie beperkt is. De accuduur kan lang zijn, maar is per definitie beperkt tot de accu leeg is.
Een naafdynamo werkt altijd, of het nu regent, vriest, sneeuwt, ... Je hebt daarbij ook geen lampen die je kunt vergeten, die eenvoudig (door een ander) te verwijderen zijn, ... Kortom: het is het betrouwbaarste systeem. Je kunt de energie ervan ook benutten om usb-gevoede toestellen van energie te voorzien (smartphone, gps, acculader voor fototoestel).

Velg

De uitdaging is een geschikte velg vinden: ETRTO 507 is geen courante maat en dan moet je nog een velg treffen met het juiste aantal spaakgaten (ergens tussen 24 en 32) en - om puur esthetische redenen - zonder vlakken voor velgremmen (de Seiran is uitgerust met schijfremmen). 
Samengevat: ETRTO 507 (24") - 24, 28 of 32 gaats - hoge velg - zwart - voor schijfremmen bedoeld. Na enig nadenken lijkt de beste optie het demonteren van het bestaande wiel en de velg opnieuw gebruiken. De huidige naaf en spaken leg ik opzij. Mocht ooit de fiets verkocht worden, dan kan ik de naafdynamo weer uitspaken en opnieuw gebruiken in een andere fiets.

Energiebron

De velg komt dus eerst; de dynamo kan daarop afgestemd worden (aantal spaakgaten) en tenslotte bereken ik de spaaklengte op basis van velg- en flensmaat.
Voor de dynamo ga ik uit van een SP SD-8 of Shimano DH-T785 naafdynamo.

Shutter Precision SD-8 (foto: Shutter Precision)
Shimano DH-T 785
De SP SD-8 is bedoeld voor kleine wielen, dus zal hij iets minder energie leveren in een 24" wiel, maar dat is in principe geen probleem met led-verlichting, vooral omdat de gemiddelde snelheid met ligfiets toch wat hoger ligt. Vic Chen - de ontwikkelaar bij SP - is het daarin helemaal met me eens: aan 10 km/u bedraagt het verschil in het geleverde vermogen tussen een 20 en 28" SP dynamo 10 %. Vanaf 15 km/u is de output zowat gelijk. De kostprijs bedraagt ongeveer € 110.
Het alternatief van Shimano is de DH-T 785 (of een variant hierop, die op elektrisch vlak allemaal gelijk zijn). De kostprijs van de Shimano ligt, zoals meestal, wat lager: rond € 80. Vervelend is wel dat Shimano vasthoudt aan zijn eigen Center Lock-systeem, waar alle andere fabrikanten van remschijven en naven eenzelfde systeem met 6 boutjes gebruiken. Hiervoor zijn adapters te vinden, maar die kosten ook zowat € 15. Zo wordt het prijsverschil tussen beide verwaarloosbaar.

Verlichting

Dan volgt de verlichting. Puur esthetisch scoort de Supernova E3 Pro 2 hoog. Dit is een schitterend afgewerkte koplamp (volledig aluminium behuizing) met een mooie lichtbundel en lekker compact. 
Supernova E3 Pro 2 (foto: Supernova)
Je kunt deze bij deze ook nog een kleurtje kiezen.

Kleurmogelijkheden Supernova (foto: Supernova)
Het nadeel: reken op € 160 voor de koplamp... Mooi gemaakt en zijn geld waard, volgens velen, maar het blijft veel geld voor een koplamp. Wat je ook leest, is dat de meerprijs ook niet betekent dat je meer of beter licht krijgt. Het is vooral het uiterlijk en de afwerkingskwaliteit (gegarandeerd waterdicht en vijf jaar waarborg) die je betaalt.

De alternatieven zijn de Schmidt Edelux en de BuM Luxos U.

SON Edelux II
Busch und Müller Luxos U
Reken op resp. € 30 en € 60 minder dan wat je betaalt voor de Supernova koplamp, waarbij de Luxos ook nog een usb-aansluiting heeft om bijvoorbeeld de gps te voeden. Het grootste nadeel van de Luxos: hij is bijna tweemaal zo groot als de Supernova. Dat oogt dan weer minder mooi op een strak getekende fiets.
Omwille van frequente problemen met de aansluiting van de kabel voor de schakelaar/usb-voeding op de koplamp, heeft BuMM vorig jaar die verbinding vast gemaakt. Vroeger kon je er een verlengsnoer tussen zetten - ideaal op de ligfiets -, nu niet meer. Dat is dus een bezwaar, want de kabel is te kort om tot op het stuur te reiken, maar het is nu ook weer niet onoverkomelijk, want tenslotte komt er nog een kabel tussen de usb-uitgang en de smartphone of gps.

Wel zijn het alle drie koplampen met een afgekapte lichtbundel, die vrij breed stralen, waardoor ook de bermen verlicht worden. Een rotatiesymmetrische koplamp (lichtbundel zoals van een zaklamp) is wat mij betreft sowieso uitgesloten: verblindend, niet efficiënt (een groot deel van het licht gaat verloren) en het lichtpatroon is gewoon niet geschikt voor op de weg. SON gebruikt de optiek en elektronica van BuMM, dus op dat vlak zijn ze identiek. Het is vooral de behuizing die verschilt en dat betekent een betere koeling voor de Edelux, waardoor er wat meer licht uit de led kan gehaald worden zonder de levensduur te hypothekeren. Ik zal eens op zoek moeten gaan om de lampen in real life te kunnen zien.

Achteraan zou ik kunnen kiezen voor een oude gekende: de BuM LineTec Brake Plus, die al op mijn Trek en Birdy gemonteerd is.


Achterlicht op de Birdy
Een mooi lichtvlak en een werkend remlicht (ingenieus: op basis van plots dalende energie van de dynamo). 
Een alternatief is de nieuwe BuM LineTec small, die wat weg heeft van het Supernova achterlicht, maar dan compatibel met zowat elke koplamp, waar bij Supernova koplamp en achterlicht samen horen.

Nieuw van Busch und Müller: wit "glas" en rode leds.
Esthetisch is dit wel knap, maar rationeel is de eerste de betere keuze: een groter lichtvlak maakt het licht beter zichtbaar en minder verblindend voor achterliggers.
Nog een belangrijk verschil: € 50 (Supernova achterlicht) tegenover € 20 (BuM). Dat maakt, samen met de koplamp, ongeveer een prijsverschil waarvoor ik de naafdynamo kan aankopen...

Het probleem van het kleiner oppervlak van de LineTec Small kan enigszins opgevangen worden door dit achterlicht te combineren met een smalle reflector, waarmee de fiets meteen ook wettelijk weer in orde is.



Maar zeg nu zelf: zo wordt de combinatie even groot als het Linetec Brake Plus achterlicht. Ik laat het nog even rustig bezinken.

Op die manier wordt de Seiran wel flink opgewaardeerd en is hij nog veelzijdiger inzetbaar. Voorlopig neig ik naar de combinatie SP SD-8 als dynamo en BuMM Luxos U en LineTec Brake Plus als verlichting. Het grootste voorbehoud heb ik bij het formaat van de koplamp. Maar om nu € 50 extra uit te geven puur om esthetische redenen, dat is wel een grote stap. Vooral omdat je bij vergelijkingen leest dat die Supernova zeker geen beter licht levert dan de andere kandidaten.

vrijdag 17 juli 2015

Veelzijdigste (lig)fietstas

Dit beeld zal wel bekend overkomen, zeker bij ligfietsers in de Benelux.


Dit is de tas die zowat de standaard is bij elke ligfiets, waarbij enkel de kleur varieert.


Wie met een ligfiets rijdt, heeft er bijna zeker zo een of is van plan er eentje aan te kopen.
De mijne kwam bij de aankoop van de Seiran mee. En nu denk je: "natuurlijk, dat ís gewoon de veelzijdigste tas."
Niet dus. Bij mij ligt die meestal stof te verzamelen op een rek in de garage.

Mijn favoriet, zowel op de Kobra, op de Seiran als op de Birdy, is deze.


Deze is niet eens van een fabrikant die spullen specifiek voor liggers maakt, maar gewoon van het alom gekende Agu.

Agu Yamaska 475 KF ofte Agu Rack Pack
Wat vind ik er beter aan? Enkele zaken.


Eerst en vooral past het Rack Pack veel beter op een standaardbagagedrager.


Te breed, waardoor deze altijd scheef zakt.
Zowat even breed als een bagagedrager
De Radical toptas wordt met maar liefst vier riemen vastgelegd en nog past hij niet perfect.

Het Agu Rack Pack past op elk van mijn fietsen (behalve de Orca). Het enige wat je ervoor nodig hebt, is een bagagedrager. 

De tas wordt met vier klittenbandstroken rondom de buizen vastgelegd. Meer hoeft niet. Er zitten ook zijtassen in ("smileys" in het Agu-jargon), die weggeklapt worden als je ze niet nodig hebt, maar redelijk wat extra ruimte bieden als het nodig is (3 l). Meestal zit in één zo'n zijtas alle herstelmateriaal dat ik meeneem (binnenband, pomp, sleutels, ...).

Rack Pack met opengeklapte zijtassen op de Seiran
Om een idee te geven: een groot brood of een opgevouwen regenjas past er netjes in. Aan de onderkant zit een elastiek met een haakje om de tas vast te maken als hij opengeklapt is.
Bovenaan heb je nog een netje, om bijvoorbeeld een drinkfles in te stoppen en aan de zijkant zitten twee lussen met velcrosluiting. Daarmee verraadt het Rack Pack zijn oorsprong als fototas, want hier kun je een statief onder vastleggen. Een ander teken hiervan is dat de binnenkant van het hoofdvak helemaal gepolsterd is en er zitten enkele stukjes bij om het in vakken te verdelen, precies zoals bij een (compacte) fototas.
Achteraan zit nog een vakje met een regenhoes en daar tegenaan een lus om een achterlicht te bevestigen.

Rack Pack met openklapte zijtas op de Birdy
Het ding doet zijn werk al jaren feilloos en het is niet eens duur: voor rond € 60 kun je deze kopen. Dat is nog niet de helft van de prijs die je betaalt voor een Radical toptas!

Mocht de ruimte toch onvoldoende zijn, dan kan je - alweer door middel van een rits - de tas een tweetal centimeters verhogen.

De Radical toptas M heeft wel het dubbele aan opbergruimte - maar liefst 20 l - en er zijn ook nog twee voortasjes voor drinkflessen. Maar: voor woon-werk en gewone, recreatieve ritten heb ik geen nood aan 20 liter. De helft is ruim voldoende.

De basisuitrusting (voor woon-werk) bestaat meestal uit het volgende:
  • brooddoos + tussendoortjes
  • portefeuille
  • telefoon
  • (fototoestel - Fuji X20)
  • een lichte regenjas (joggingjasje)
  • fietspomp
  • reservebinnenband
  • sleutelset
Dit alles kan zonder enig probleem in het Rack Pack. Op het werk maak ik de vier klittenbandlussen los en neem de tas mee naar binnen. Met de Radical tas is dat al veel omslachtiger. Neem daarbij dat die eigenlijk te groot is, uit één vak bestaat (wordt algauw een rommeltje) en ruim het dubbele kost, dan is voor mij de rekening al snel gemaakt.

Toegegeven: voor langere of meerdaagse ritten kan de Radical Topcase een betere keuze zijn, maar dan kies ik algauw voor de zijtassen (ook M) of een set normale fietstassen. De toptas zou daarop een aanvulling kunnen zijn.

Over andere bagageopties volgt nog een bericht.

maandag 13 juli 2015

Fotografiedilemma's

Iets waar elke fietsende fotograaf of fotograferende fietser mee geconfronteerd wordt: welk materiaal neem ik mee op de tocht?

Meestal is het zo dat ik bij de interessantere tochten sowieso meer geladen ben. Een meerdaagse rit bijvoorbeeld heeft het in zich om boeiend te zijn, maar dan heb je reservekleding mee, eten en drinken voor onderweg, misschien kampeerspullen, ... Zo blijft er niet veel plaats meer over voor het fotomateriaal en net dan heb je dat het meeste nodig.

Zo kwam het dat ik vorig jaar, in de aanloop naar het rondje Bretagne, een Fuji X20 in huis haalde: compact, stevig, aangenaam om te bedienen en met een prima beeldkwaliteit.


Fuji X20 "edel"-compact
Er zijn natuurlijk andere keuzes mogelijk (zoals een Sony RX100), maar ik koos voor deze. De reden voor de aankoop: er was simpelweg geen plaats meer om de digitale reflexcamera mee te nemen en van de voorganger (Lumix TZ-19) was ik niet tevreden (dynamisch bereik, beeldruis, kleurweergave, ...).

Ook onlangs weer: ik vertrok op een vijfdaagse fietsvakantie, die best te beschrijven valt als "een rondje West-Vlaanderen". De smartphone heb ik altijd bij en daarmee vallen best behoorlijke foto's te maken, maar het blijft behelpen en je bent afhankelijk van de automaat.


Sony Xperia ZR
De Fuji kan zeker ook mee en die doet het ongetwijfeld beter, zeker indien er minder licht is. Maar een doel onderweg was toen een festival rond oude zeil- en stoomschepen en dan is een groter zoombereik gewenst en extra mogelijkheden (DOF) zijn ook welkom. Dat kan enkel met de DSLR (digitale reflexcamera).

Dus: indien er voldoende plaats is, gaat de Nikon D7000 mee. Dan komen de typische vragen bij een camera die deel uitmaakt van een heel systeem: welk(e) objectie(f)(ven)? Neem ik de extra greep mee? Zou er plaats zijn voor het statief? Hoe neem ik het materiaal mee?


Nikon D7000 met één van de objectieven
De fototas (Lowepro Slingbag) is te groot, want er zit al heel wat in de Orca. Dat betekent dat het materiaal gespreid moet worden. Ik heb nog een holstertas (van Crumpler: prima ding), maar dan kan de powergrip er niet bij. Toen was de keuze D7000 body met Nikon 18-200 VR reisobjectief en Sigma 8-16 voor de spectaculaire beeldhoek.
Statief? Dat zie ik helemaal op het einde wel, indien er nog een hoekje vrij is. (dat was toen niet het geval) 
Die combinatie is voor reizen eigenlijk wel goed. Ik beschik wel over kwalitatief betere objectieven, maar die zijn minder veelzijdig en nemen behoorlijk wat plaats in. Omdat ze lichtsterk zijn (2.8) wegen ze ook veel. Anderzijds merk je het wel aan de beeldkwaliteit.

In de Orca valt dat allemaal nog mee: het toestel - welk dan ook - ligt altijd binnen handbereik. Rij ik met de Seiran 24, dan is het al moeilijker. Je camera moet wat beschermd zitten, dus daar komt die in de Agu Rack Pack terecht (die is echt bedoeld om een fototoestel in te stoppen), maar dat is toch net wat meer werk om bij het toestel te raken. Een statief meenemen is ook niet zo evident.

Op de Trek of de Birdy kan een toestel, zelfs de Nikon reflex, in de Agu Yamaska stuurtas.

Eventuele extra objectieven moeten dan wel een plekje krijgen in een fietstas, want er is onvoldoende plaats in die stuurtas. Bij de Birdy komt er nog bij dat het gewicht bovenaan op de stuurstang een duidelijke invloed heeft op de stabiliteit: het frame is hier niet op voorzien. Ook daar kan het Rack Pack een oplossing zijn.

Birdy met Agu Yamaska Rack Pack
Zo moet bij elke rit weer een inschatting gemaakt worden: zal ik (veel) foto's maken? Hoe belangrijk is de rit om goede beelden te schieten? Welk materiaal denk ik daarvoor nodig te hebben? Of je de juiste keuze maakte, weet je pas nadien.
Eén zaak is zeker: het beste toestel datgene dat je bij hebt. De Nikon mag dan betere beelden schieten, als ik ergens anders ben dan dat toestel, heb ik er niets aan.
De keuze is dus: fietser die af en toe beelden schiet, of eerder een als een muilezel geladen fotograaf met een fiets als verplaatsingsmiddel.

Geen fotomateriaal meenemen, dat kan natuurlijk ook. Alleen: er is voortdurend beeldmateriaal nodig voor de blog. Zo wordt foto's maken meteen een aangename verplichting.