donderdag 11 februari 2016

De Orca blijft op stal

Het baasje ook, helaas. Er was voor deze week ruig weer aangekondigd: windsnelheden tot 100 km/u, regen, buien ... Voor mij klinkt dat als muziek in de oren. Dit is weer waar de Orca vrolijk van wordt en ik dus ook.

Pech: zondagochtend voelde ik de bui al hangen en tegen 's avonds was het overduidelijk. 39° C is 'iets' meer dan normaal. Griep dus. Moe, stram, koorts ... alles behalve de ideale conditie om te werken, laat staan om te fietsen.

Dit werd dus een weekje gedwongen rust. 't Heeft ook geen zin om anderen te besmetten. Thuis blijven is het beste wat ik kan doen. Er komen wel nog gelegenheden genoeg om van zo'n weer te genieten.

Beveiliging


Vorige week stond de velomobielwereld in rep en roer: er was er eentje verdwenen! Dat deed me denken aan iets wat ik vroeger al opperde: er zou standaard (of desnoods als optie) een doeltreffende beveiliging op moeten voorzien zijn.
Zoals velen gebruik ik een kabel met slot.



Dat is opvallend en geeft dus meteen te verstaan: 'afblijven'. In dit geval kan zelfs de klep niet open.
Wat tegen joyriden ook zou kunnen helpen, is een vergrendeling van de besturing. Stel je voor: je draait de wielen tot pakweg 45°, draait een sleutel om, zo ergens waar de stuur- en spoorstangen lopen, en de boel is geblokkeerd. Helpt niet tegen optillen en meenemen, maar er valt niet mee te rijden. De velomobiel kan ook niet eenvoudig verplaatst worden, want hij zal altijd naar één kant willen.

zaterdag 6 februari 2016

Ander perspectief

Woon-werk betekent vaak dat je twee keer per dag dezelfde rit maakt. Eén keer in één richting en dan weer in de andere. Dag in, dag uit.
Indien het een mooie route is, kan dat lang boeien. Soms is het leuk om te variëren.

Donderdag, na het werk, dacht ik om even de Schelde over te steken en langs een gewone weg huiswaarts te rijden. 'Gewoon' betekent aan de rand van de Vlaamse Ardennen dat het toch niet helemaal vlak is. Er zitten enkele, verhoudingsgewijs, flinke klimmen in. Goed: 43 hoogtemeters is niet veel. Anders zijn het er nog minder: 14.
 
Ik weet dat er al zeker een jaar gewerkt wordt aan de steenweg tussen Gavere en Merelbeke. Soms kan ik door, vaak ook niet. Deze keer was het afgelopen aan het centrum van Vurste. Dat is op de kaart hieronder waar de groene route een knik naar links maakt.

Het resultaat: ik moest weer afdalen naar de Schelde en de rechteroever volgen. De normale route loopt over de linkeroever, die er veel beter bij ligt. Het asfalt aan de rechterkant zit vol putten en geulen; in de zomer groeien er hele stroken gras door en dan is het niet te doen met de velomobiel.
In de winter is het nog te doen. Net.


Rood: het normale traject langs de Schelde. Groen, de route deze keer.
Wat verrassend is, is dat het zicht vanaf de andere oever helemaal anders is. Dezelfde rivier, maar deze keer aan mijn linkerkant als ik naar huis fiets. Een grijze lucht, nat asfalt, af en toe een verdwaalde druppel, maar met zowat 10° C is het ongewoon zacht voor begin februari. Ik rij dus topless (d.w.z. zonder dak), waardoor het zicht toch ruimer is.
Het pad aan deze kant is niet enkel kwalitatief minder goed - zelfs slecht -, maar het is ook maar half zo breed. Zou het daardoor zijn dat ik amper andere fietsers of voetgangers kruis?


Wie dit kent, rijdt aan de overkant indien het even kan. Af en toe moet het toch eens anders. Dan kan ik de 'gewone' kant beter appreciëren.

dinsdag 2 februari 2016

Werkloos en watje

Het is winter. Dat betekent vaak guur weer: veel wind, altijd uit de foute hoek, veel regen en af en toe sneeuw en andere gladde toestanden. Er wordt gezegd: 'er is geen slecht weer; er is enkel slechte fietskleding', maar als velonaut doe ik daar niet aan mee.

'Er zijn enkel de foute fietsen,' klinkt beter voor wie over een velomobiel beschikt. Dat betekent dat de woon-werk verplaatsingen steevast met de E-Orca gebeuren. Boodschappen vaak ook, behalve als het toch minstens een uur droog lijkt te blijven, dan komt de bukker uit de garage.

De Seiran, die blijft droog in de garage staan tot het weer beter wordt...

Sommige ligfietsers zeggen dan smalend: 'watje'. Stoer ingepakt, met de sjaal drie keer rond het hoofd gedraaid, met dikke winterhandschoenen en dito fietsschoenen sjeezen ze langs jaagpaden en landwegen.

Zo lijkt het toch. In werkelijkheid hebben ze geen keuze. Vol afgunst kijken ze naar de velonauten, die in T-shirt en korte broek de winter doorkomen. Goed, ik geef toe: soms komt er wel een extra laagje over, maar handschoenen en sjaals, dat hoeft echt niet. In winterse omstandigheden gaat er - als het om fietsen gaat - niets boven een velomobiel. Stabiel, droog, knus en toch werk je aan je conditie; het blijft milieuvriendelijk en lekker ontspannend.


Deze week ging het op de heenweg vaak met een strakke noordwester, schuin op kop. De toch wat hogere Orca vangt dan veel wind op de flank, gaat flink schuin hangen en laat zich voortstuwen door windsnelheden van 60 à 70 km/u. Gezellig is dat! Terug naar huis, nu met rugwind, gaat het aan een flinke 40 tot 45 km/u, zonder veel inspanning.

Zo lang het met de Orca kan, is slecht weer eigenlijk prima fietsweer. Gezellig van onder het dakje de wereld bekijken, lekker warm gefietst. Een prima manier om de dag te starten en de werkdag weer af te sluiten.

vrijdag 29 januari 2016

Lichtvin: modificatie

Vooreerst: de derde lichtvin die Flevobike me bezorgde (bij de eerste twee brak een steun af), doorstaat zelfs de test van de Vlaamse kasseien. Dat doet die al maanden, zonder enig probleem.

Het voordeel is dat sinds die vin erop staat, ik echt niemand meer hoorde zeggen dat de Orca 'onzichtbaar' is. Hij doet dus wat verwacht werd en dat op een prima manier. Ook esthetisch oogt het prima, maar dat wisten we al.


Toch heeft ook zo'n 'design'-oplossing nadelen.

Het eerste is evident: een witte en een rode ledstrip met een behoorlijke lichtsterkte vragen energie. 3W per strip, dus 6W extra verbruik. Daardoor moet ik de accu wat meer in het oog houden. Nu kun je met een 12 V/6,75 Ah LiIon accu toch flink wat doen, maar veiligheidshalve laad ik hem elk weekend bij.

Het tweede nadeel - maar eigenlijk is dit een groot woord hiervoor - is dat het licht van achter mij komt. Met het dakje erop merk ik er niets van, maar zonder dakje vermindert dat achterop komende licht mijn zicht. Veel is het niet, maar wel merkbaar.

De lichtvin gaat aan met het achterlicht, dus zodra de boordspanning ingeschakeld is. Dat is veilig, want je kunt het bijna onmogelijk vergeten. Het nadeel is dat je continu 6 W extra verbruik hebt, ook indien dat niet nodig is, zoals langs een jaagpad.

Alle nadelen vallen onder één noemer te plaatsen: zodra ik met de Orca op weg ben, gaat de lichtvin aan en daar was niets aan te doen. Dat moest dus anders.

Voor alle duidelijkheid: al die kleine nadelen wegen niet op tegen het voornaamste voordeel, zichtbaarheid. Daar was het uiteindelijk om te doen.

Nog een element: Ronny, alias de 'liggende fietser', monteerde maar liefst vier led-strips op zijn Orca. Ook hij deed het om de zichtbaarheid te verbeteren. Hij zocht iets om de leds nog meer mogelijkheden te bieden. Op zijn oproep kwam onder andere een reactie van André Vrielink. 'Leuk,' dacht ik. André linkte naar een spotgoedkope elektronische schakelaar met allerlei functies.

Onlangs bestelde ik de vermelde schakelaar.



Dan werd het even denken en zoeken. De schakelaar kan in de bedrading onder de vin komen (achter me, in de smurfenmuts), maar dat is niet direct een plaats waar je al rijdend bij kunt. Beter zou zijn mocht ik de vin vanuit de cockpit kunnen aansturen.
Dat betekent natuurlijk dat er twee draden vanaf de ingang van de vin naar voor moeten komen en terug. Dat betekent ook dat ik op één of andere manier moet kunnen zien hoe de vin gestuurd wordt; welke lichtfunctie ingeschakeld is. Zal ik een led toevoegen?

Voorlopig is de schakelaar in de stroomkring voor de witte ledstrip gezet. De rode kan continu branden, want die stoort me helemaal niet.
Die schakelaar kan er heel eenvoudig tussenuit gehaald worden, want ik heb hem verbonden door middel van stekkerverbindingen uit de modelbouwwereld. En hij is achter het zitje terechtgekomen.



Ook dit wordt even afwachten. De betrouwbaarheid is een onzekere factor; het gebruiksgemak een andere.

Update: na ingebruikname kon ik de mogelijkheden uitproberen. Wat je kunt instellen, is
  • het lichtpatroon (knipperen, feller worden en weer afzwakken ...)
  • de frequentie van dat patroon
  • dimmer (helaas zonder uit-stand) 
Ik vermoed ik van alle mogelijkheden er vooral één stand gebruikt zal worden. De dimmer kan ook handig zijn, voor rijden langs onverlichte paden zonder dakje.
En waarschijnlijk zal ik de draden met zwarte krimpkous overtrekken, zodat dit mooi verdwijnt tegenover het zwarte subframe.

dinsdag 26 januari 2016

Operatie 'lichtzwaard': gewogen en te licht bevonden

Misschien merk je het af en toe aan de blog: foto's maken hoort al jaren tot de favoriete bezigheden.

Als ik, met de decennia foto-ervaring in het achterhoofd, bekijk hoe het zuignap-fotostatief (waarop ik de lamp wil bevestigen) in elkaar zit, ben ik erg kritisch voor wat betreft de stevigheid en dus de levensduur van het speeltje.


Anderzijds: voor iets meer dan € 3 bij Dealextreme hoef je niet te klagen. Het is een poging waard, vooral omdat het ding toch werkloos lag te wezen.

Natuurlijk is het niet zo eenvoudig: een camerastatief betekent dat er een boutje op zit, met schroefdraad. Dat is - logisch, toch - geen metrische draad, maar een afwijkend formaat. Je kunt ook niet zomaar een fietslamp daarop schroeven, want een fietslamp heeft geen vatting zoals een foto- of videocamera. Er moet dus een verloopsysteem bedacht worden.

Jan trekt wat laden en kastdeuren open, waar een ruime voorraad 'ooit bruikbare rommel' in zit, alles fietsgerelateerd. Daar komen uit:
  • een eindje aluminium buis, zelfde diameter als een fietsstuur
  • een bout, net wat langer dan het buisje
  • een metalen hoekprofiel, geschikt om aan één kant het buisje op te monteren en aan de andere kant het zuig-statief
  • een eindje touw, geschikt als veiligheidslijn (waar leg je dat nu weer aan vast?)
Zo kan ik aan het knutselen slaan. Na maximum 10 minuten is de meccano-constructie gebruiksklaar. De test moest wachten tot vanmorgen, op weg naar het werk.

Na 100 m bewijst het veiligheidslijntje zijn dienst: de boel hangt naast de Orca te bengelen. Eerste halt dus: de zuignap weer bevochtigen en opnieuw vastzetten. Even trekken aan de constructie maakt duidelijk dat het het glasvezelvlak is dat buigt en dat de zuignap nu stevig vastzit. Ik zet weer aan, maar na een kilometer begeeft de constructie het. Ondanks de montage van de lamp zo dicht mogelijk bij het L-ijzer (om de hefboom zo klein mogelijk te houden) heeft de beugel het begeven, precies in de vouw.


Small Sun, houder en half hoekijzer
Gewogen en te licht bevonden. Letterlijk te licht, van constructie.
Het veiligheidslijntje bewijst dus voor de tweede keer zijn nut.

De boel wordt opgeborgen. Na thuiskomst wordt wel een nieuw hoekprofiel gefrabriceerd, deze keer uit steviger materiaal! Daar bovenop wordt het dubbel uitgevoerd.




Vandaag volgde een nieuwe test.De zuignap hield het. Het hoekprofiel ook. Maar:
  • de constructie oogt lomp. Dat past niet bij de afwerking van de Orca.
  • er lopen twee kabels vanaf de lamp naar binnen
  • het geheel hindert mijn zicht
  • door de grote lengte trilt de lamp voortdurend
  • als ik de lamp langs het jaagpad inschakel (zonder tegenliggers), zie ik eigenlijk niet meer dan met de ingebouwde verlichting
Na één enkele woon-werk rit is het duidelijk: het sop is de kool niet waard. Dit biedt geen enkele meerwaarde. Toch niet in die mate dat ik het beetje extra licht de lompe constructie en alle bedrading ervoor tolereer. 

zondag 24 januari 2016

Ergernis en lichtzwaarden

Als iets je stoort, of ergert, moet je actie ondernemen. De aanleiding deze keer kreeg je al eerder te lezen: fietsers met veel te felle, slecht afgestelde koplampen. Elke dag weer. Ik ben echt niet de enige die zich eraan stoort.

Een ander element erbij: in mijn voorraad ligt een nu ongebruikte 'Small Sun T013' koplamp.
Koplamp, ongeveer 6 cm breed en geen 3 cm hoog
Die levert een, nu alweer compleet achterhaalde, 1200 lumen.
Waarom je een lamp zou kopen met 4000 of 5000 lumen, dat ontgaat me helemaal: zelfs met die 1200 lumen maakt de lamp zijn naam 'Small Sun' (kleine zon) helemaal waar. Maar toch laten mensen trots weten dat ze een nieuwe fietslamp kochten, met duizenden lumens.

Veel licht op een totaal onverlichte weg (Small Sun T013)
Nog een element: tijdens de nocturne met de ligfietsers moesten we letters zoeken die op palen gekleefd waren. Langs spaarzaam of niet verlichte wegen valt zoiets niet mee. Birger had op zijn rechterspiegel een extra lamp staan, die hij snel naar rechtsboven richtte en als zoeklicht gebruikte.
De Small Sun kan dus nog nut hebben, als 'signaallicht', in extreem slechte omstandigheden zonder tegenliggers en als zoeklicht.

Nu is een Orca niet de makkelijkste fiets om zoiets mee te doen. Bij een Quest, Strada, Mango ... zijn de spiegels met een beugel en bout op de romp vastgeschroefd. De fabrikanten bieden als optie een steuntje om accessoires te monteren. In de praktijk zijn die accessoires meestal extra licht en soms een 'action cam' of compacte camera.
Niets van dat alles op de Orca: de romp is glad afgewerkt. Voor een keer is de prima afwerking van Flevobike een nadeel. Hoe maak je hier extra zaken op vast?

De hersenen gaan aan het werk. Wat is nodig?
  • een felle lamp met afstandsbediening: check
  • een steun voor die lamp: probleem
De lamp kwam oorspronkelijk op de Valenteyn Kobra, voor het geval die in het donker gebruikt werd.

Small Sun op de Kobra
Vorig jaar knutselde ik een 'lichtmast' op de Orca, waar ik voor de lol de Small Sun tijdelijk op monteerde.


Dat bleek geen goed idee. Een felle lamp achter je, daar zie je eerder minder door dan meer. Het concept was dus snel weer afgevoerd, maar het werkte wel degelijk om andere fietsers erop te wijzen dat ze me verblindden.
Met de installatie van de 'lichtvin' - die het overigens prima doet - is deze constructie niet meer mogelijk (het was toch niet goed).

De 'Small Sun' beschikt over een afstandsbediening. De kabel hiervoor werkt met 2,5 mm jack stekers. Dat blijkt de standaard te zijn voor bedrade flitsers (foto en video). Voor het experiment met de Small Sun op de lichtmast kocht ik toen voor pakweg 2 euro een verlengkabel, waardoor de lamp vanuit de cockpit bediend kan worden. Met een verlengsnoer van enkele meters, kan ik de lamp zowat overal op de fiets plaatsen. Er is wel een andere beperking: de lamp moet ook met een externe accu verbonden worden. Daarvoor is er geen verlengsnoer in huis.

Er zal dus nog wat denkwerk bij te pas komen: hoe monteer je extra verlichting op een Orca? Een voor de hand liggende oplossing: iets met zuignappen.
Daarvoor heb ik nog een voor een camera bedoelde steun.

69 mm zuignap: kracht zat

Daarop moet dus een beugel komen, waar de lamp op geklemd kan worden. Dat moet ook lukken: de buis die diende als lichtmast lijkt me prima geschikt hiervoor. 
Omdat de schroefdraad op een balhoofd zit, kan dit onder een variërende hoek gemonteerd worden.
En - Wim Schermers ervaringen indachtig - het geheel moet beveiligd worden, voor het geval de zuignap het niet houdt.

Wordt vervolgd...

zondag 17 januari 2016

Voorbereiding voor fietskamperen: nieuw materiaal (10)

De voorbije jaren leerde ik dat mijn materiaal voor het fietskamperen eigenlijk wel voldoet, zeker wat de grote zaken betreft. De tent, slaapmat, slaapzak en dergelijke bevallen me.
Zoals ik in een vorig bericht uit de fietskampeer-reeks schreef, zijn dit wel individuele keuzes die voor iedereen anders kunnen uitvallen. Je kunt zoiets onmogelijk veralgemenen; veel hangt af van je reisstijl en van de streek waar je woont en reist.

Toch waren enkele zaken voor verbetering vatbaar.

Grondzeil

De bodem van een tent wil ik beter beschermd hebben. Natuurlijk: het grondzeil is bedoeld om tegen een stootje te kunnen. Maar het maakt integraal deel uit van de tent. Een scheur in het grondzeil is heel erg moeilijk op een betrouwbare manier te herstellen (of het wordt extreem duur). Een onderzeil biedt dan meer zekerheid.

Tot nu gebruikte ik een - veel te groot - bouwzeil hiervoor. Je kent dat wel: zo'n geweven polypropyleen zeil met ogen om het mee vast te leggen. Dat is stevig en dient dus zijn doel, maar het weegt ook behoorlijk wat en opgevouwen vertegenwoordigt het een flink volume. Gewicht en volume zijn de vijanden van wie compact wil reizen. Met de fiets, bijvoorbeeld.

Exit bouwzeil dus.
Voor trekkerstenten bestaat wat heet een 'footprint': een op maat gemaakt onderzeil van de tentfabrikant zelf. Natuurlijk zijn die dingen meestal niet goedkoop te noemen. Daar bovenop is mijn tent niet meer van de laatste generatie en dus is zo'n footprint niet makkelijk te vinden.
Via sites voor kampeerders (trekkers, fietsreizigers) kwam ik achter een aantal alternatieven. Ik koos voor een lap Tyvek. Dat kun je online bestellen, maar toevallig zijn vrienden net aan het verbouwen en van hen kon ik een stuk van het materiaal krijgen.
Tyvek is quasi onverwoestbaar (op een mechanische manier), heel licht en heel compact op te vouwen. Precies wat ik zocht.

Energie

Zonnepaneel

Als je in de zomer rondtrekt in het zuiden, mag je verwachten dat je vaak door een felle zon begeleid wordt. Die is bruikbaar als energiebron. Ik wil dus wat experimenteren met zonne-energie. Het probleem hierbij is dat zonnepanelen redelijk wat oppervlak vragen en dat een velomobiel of de Radical Cyclone geen grote platte vlakken bieden. Het zonnepaneel moet ook makkelijk op te bergen zijn.

Flexibele panelen, oprolbaar, zijn nog amper of niet te vinden en het rendement ervan is erg laag. Dat betekent dat je er een groot oppervlak mee zou moeten bekleden en dat is niet haalbaar.
Zo kom je uit bij opvouwbare panelen. Ik wilde iets dat zo veelzijdig mogelijk is en waarmee ik ook de laptop (Asus UX305FA) kan laden.
Belle - van Kampeerwijzer - gebruikt tot haar tevredenheid een Xtorm SolarBooster 12W: 2 panelen, opvouwbaar en tot 2,1 A, met 2 usb uitgangen. De beperking: de notebook vraagt een hogere spanning...
Uiteindelijk kwam ik bij DX.com (en enkele andere sites) op een ander opvouwbaar paneel. Groter (23 X 80 cm), in vier delen in plaats van twee, 14 W, maar met een 12 tot 18 V extra uitgang.


Chinees opvouwbaar zonnepaneel
Xtorm biedt een bewezen kwaliteit en bij het Chinese product is dat even afwachten, maar de commentaren waren behoorlijk en de prijs grosso modo de helft van het Xtorm paneel.
In de winter zit de zon erg laag, als ze al schijnt, en geeft weinig energie.Aan testen kwam ik dus amper toe. Wel kan ik zeggen dat een winterzonnetje niet veel doet: max 0,5 A laadstroom haal ik eruit, als ik op het meettoestel mag afgaan.


Hier zie je de aansluitingen en de spanningsindicator (blauwe led)
Het kan wel op de neus van de Orca of op de Cyclone: er zijn lussen aan gemaakt en het blijft compact genoeg. Nu moet ik nog even uitzoeken hoe ik het stevig genoeg kan bevestigen.
Om de druk van de welvingen en schokken en trillingen op te vangen, wil ik wel nog zoeken naar een stuk neopreenschuim (je kent het wel, zoals in een wetsuit of surfpak) om eronder te leggen. Dat verhindert ook dat het nylon van het paneel gaat schuren op de gelcoat van de Orca.

Meten is weten

Zomaar op cijfertjes afgaan, dat is niet mijn stijl. Samen met het paneel bestelde ik een USB-meettoestelletje.


Aanduiding van spanning en stroomsterkte (en twee usb-uitgangen)
Dat plug je simpelweg in de usb-poort en de kabel komt in de uitgang van het apparaatje. Het geeft me meteen de spanning en stroom die erdoor gaan.


Meter aangesloten op het zonnepaneel

Powerbank

Een ander woord hiervoor zou 'noodaccu' kunnen zijn. Een powerbank vormt eigenlijk een noodzakelijke aanvulling op een zonnepaneel: het slaat de energie op voor later gebruik. Daarbij moet je met het volgende rekening houden: bij het opslaan van energie treden verliezen op. Als je een batterij laadt, wordt die warm. Die warmte betekent dat een deel van de geleverde stroom niet in de batterij terechtkomt, maar in warmte omgezet is. Verlies dus. Een goede powerbank is er een met een hoog rendement, met weinig verlies. Zuinig als ik ben, zocht ik dus naar een degelijk gemaakte powerbank met een voldoende capaciteit en een hoog rendement.
Ik kwam uit bij de Xiaomi 16000 mAh powerbank of Mi Bank 16000. Ook daar zijn de reviews erg lovend over. Hij zit ook erg mooi in elkaar, met een aluminium behuizing uit één stuk en netjes afgewerkte randen.


Het aluminium is behandeld om beter weerstand te kunnen bieden aan vochtigheid (geanodiseerd) en de powerbank kan tot 50 kg belast worden zonder schade. Hij ziet er niet zo uit, maar is dus wel degelijk 'ruggedised' ofwel geschikt voor buiten-gebruik.


16000 mAh (10000 mAh bij 5V) is al een flinke energievoorraad.


De keerzijde is dan dat de powerbank niet erg compact is. Maar dan weer: als er minder energie opgeslagen kan worden, moet je er misschien twee meenemen en dan is het gewicht weer hetzelfde en het volume groter.

Comfort

Kampeerstoeltje

Ik ben op een leeftijd gekomen waarop wat extra comfort wel gewaardeerd wordt. Als je gedurende een week of langer rondtrekt en kampeert, is een stoeltje wel zo handig. Maar: het blijft kamperen met de fiets, dus ook dat mag niet veel wegen en het moet compact blijven.
Het meest gekende model hierin is de 'Chair One' van Helinox.



Dat is pittig geprijs: 100 euro! Via 'wereldfietsers.nl' kwam ik op een alternatief: een (alweer Chinese) variant hierop, voor een derde van de prijs. Iedereen die dit zitje aangeschaft had, leek er tevreden over.


Zoek de verschillen (behalve de kleur en het ontbrekende merk)
Ondertussen heb ik het in huis en het lijkt degelijk gemaakt te zijn. Nu het bouwzeil vervangen is door Tyvek is er plaats voor zo'n stoeltje. Het zit alvast prima!

slaapmat

De mat zelf - een Vaude Norrsken - is prima. Dank u. Wat ik er nog bij wil, is de 'pump pillow': een kussen dat je kunt gebruiken om de mat op te blazen of een pomp die je ook als hoofdkussen toepast. 

Foto: Vaude.com
Kies maar. Dat lijkt me eigenlijk beter dan met de mond de mat opblazen: er zit een isolatielaag (Primaloft) in. De combinatie hiervan met de vochtigheid van uitgeblazen adem lijkt me toch niet ideaal. Ik las al over schimmelvorming in de mat door het uitgeademde vocht...
Het nadeel van die pomp/hoofdkussen-combinatie is weer evident: meer gewicht (250g) en meer volume om mee te nemen.

Dan zou alles er moeten zijn voor de komende reizen.

The proof of the pudding

... is in the eating. Die pudding zal niet erg vers meer zijn ;-)

De winter is nu eenmaal niet de periode waarin je kampeeruitrusting, bedoeld voor de zomer, grondig kunt testen.
Jawel: de powerbank is al geladen en gebruikt om enkele toestellen te laden; het zonnepaneel is al eens in de zon gelegd en in het stoeltje zat ik ook al even. Dat is allemaal 'maar even'. Het echte testen zal voor het voorjaar worden. Desnoods kampeer ik maar even in de tuin.
Een zonnepaneel gebruiken om een powerbank te laden, dat kan ook gewoon in huis. Een stoeltje testen kan ook makkelijk. Het zal vooral de combinatie van alle nieuwe materiaal zijn die zal moeten aantonen of de gemaakte keuzes de juiste waren. En dan wordt het weer puzzelen om alles mee te kunnen nemen.

Ik ben me er tenslotte van bewust dat ik niet voor light-kamperen ga. Zonder stoeltje gaat ook; de tent kan lichter en compacter; de notebook kan thuis blijven enzoverder. Maar meestal ben ik er tevreden over dat ik die zaken toch meeneem. Enkel in een bergop merk je het extra gewicht. Daar staat het comfort op de camping tegenover en daarvoor doe ik het. Sommigen maken er een punt van eer van om alles te minimalizeren. 'Light camping' of 'bike packing' zijn daar termen voor. Dat is niet aan mij besteed. Toch niet indien ik er een maand op uit wil trekken.
Een andere tent in huis halen enkel en alleen voor de korte trips en zo één of anderhalve kilo uitsparen, dat is er ook over. Die lichtere tent zou ook minder binnenruimte betekenen. Wat mij betreft, heb ik nu een prima compromis gevonden.