Onderweg met de fiets

Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...

maandag 21 juli 2014

Even naar Arzon - weg terug - tussendoor

Tja...

Het is laat, de foto's moeten nog verwerkt worden, maar jullie krijgen al een voorsmaakje.


Dit is de kasteelburcht van Chinon.

Gisterenmorgen vertrok ik in Montjean, via de "Loire à vélo". In de namiddag week ik af van de hoofdroute om naar Chinon te rijden. Da's absoluut een aanrader!
De camping ligt zowat aan de voet van de middeleeuwse burcht en ook het stadje is de moeite waard.

Vanuit Chinon was het vanmorgen even zoeken, maar dan ging het weer prima. Een keer ik weer aan de Loire was, begon het met een erbarmelijk stukje, waarna ter compensatie kilometers perfect asfalt volgden. Vlak, mooi gekante bochten en licht slingerend. Overal vind je boeiende, historische plekken.
Daarenboven had ik rugwind en was er quasi geen verkeer op de weg. De Loire blijft indrukwekkend: breed, ongetemd, met prachtige zichten op zandbanken, watervogels, ...

Vanmiddag eindigde voor mij de "Loire à vélo" in Tours. Daar werd omgeschakeld naar de route naar Santiago de Compostela "langs oude wegen", maar dan in omgekeerde richting.
In Tours nam ik afscheid van de Loire en vanaf daar ging het eerder noordwaarts. Wat moet ik zeggen: indrukwekkend. Prachtige landschappen en de historische plekken stapelen zich op.. Af en toe zit er een flinke klim tussen , maar de lange, langzame afdalingen maken dat goed. Vanavond eindigde de rit in een stadje met Gallo-Romeinse roots: Vendome. Alweer biedt het centrum adembenemend mooie zichten op eeuwenoude gebouwen, op abdijen (nou ja, eentje dan), kerken en  kerktorens, ruïnes van een burcht boven het centrum, ...

De Orca houdt zich prima. Er was één probleem, maar dat had ik kunnen vermijden. De knoppen die in mijn exemplaar gebruikt werden op de stuurknuppels zijn gewoonweg slecht. Ze doen hun werk, maar als je ze wat te hard raakt bij het in- of uitstappen, gaan ze stuk. Ook Paul, mede-Orcabezitter, ondervond dit. Bij hem losten we het meteen op, door door Flevobike geleverde knoppen van een vorige reeks te plaatsen.
Ik heb er ook liggen, maar dacht dat te doen als het nodig was. Wel: het is nu nodig, maar ze liggen thuis... Vorige week sneuvelde de knop voor het rechter knipperlicht en vandaag werkte de claxon zoals het hem uitkwam. Uitschakelen dus en zonder verder.

O ja: eergisteravond, in Montjean, vestigde ik met de Orca, zonder Cyclone, een nieuw snelheidsrecord: 80 km/u. Tijdens een zeldzaam avondritje kwam ik aan een mooie afdaling met perfect, vers aangelegd asfalt. 81,1 meldde de Oregon me! Meer hoeft echt niet.

Zodra er tijd is - en een internetverbinding - wordt de blog op een degelijke manier aangevuld. Ondertussen geniet ik van dit prachtige land.

vrijdag 18 juli 2014

Even naar Arzon - dag 18

18 juli - dag 1 van de rit terug naar huis

D'abord, pour les amis Français: je suis arrivé à Paimboeuf, au bord de la Loire, quelque part entre Sanit-Nazaire et Nantes. Tout est bien passé.

Ik weet het: het is een grote sprong, van dag 7 naar dag 18, maar op een fietsblog gaat het voornamelijk over het fietsen, niet? Wat er tussenin gebeurt, komt nadien wel aan bod indien er tijd is.

Wat kan het leven mooi zijn! Even een weekje fietsen, met ups en downs, dan een tiental dagen genieten van de Golfe de Morbihan: zeilen, uitstappen maken, met vrienden samen zijn en ondertussen mijn Frans wat bijvijlen.

Maar ook daar komt een eind aan, helaas.

Vandaag startte de terugtocht, met een "kleine" omweg, wat betekent dat de weg terug langer wordt dan de heenweg.

Een eerste voornemen: ik trek er tien dagen voor uit, dus zou de dagafstand grosso modo 100 km moeten bedragen. Het reliëf zou voor het grote deel veel vriendelijker moeten zijn dan op de heenweg, dus dat moet makkelijk gaan.



Omdat de campingplaats 10 dagen lang dezelfde was, duurde het opbreken aanmerkelijk langer. De kampeerplaats was in dit opzicht niet ideaal, dat ik over de middag volop zon had, maar dat ze pas vanaf 11u op de tent scheen. Ik moest dus wachten omdat een tent nat inpakken niet zo handig is.
Omdat het voornemen is om de afstand te beperken tot 100 km per dag, kan het tempo wat lager en is er ruim tijd om onderweg te stoppen om wat te bekijken, om foto’s te maken en uitleg te geven over de Orca, indien mensen dat vragen.


Om 11u30 was alles opgebroken en ingepakt en nam ik afscheid van de vrienden.


Minder goed: na een hele week zonder problemen is de vrijloop na 40 km weer vastgelopen. Het is dus geen vrijloop meer. Dit moet duidelijk aangepakt worden. Flevobike vermoedt dat het koppel te groot is, ik vermoed dat de gekozen vrijloop te zwak is in combinatie met de ondersteuning en de zware belading voor de reis.

Het eerste deel was het afscheid van Bretagne. 

Bretoens: een overdekte bron
Het eerste eind ging tot aan de Vilaine, die ik in Arzal overstak tegen 12u30. Dat eerste deel ging - heel gezellig - over slingerende en licht stijgende en dalende "routes communales": kleine wegen, bijna zonder verkeer.


 Bij Arzal kwam ik aan de Vilaine.

De Vilaine, vlakbij de plaats waar we woensdag vertrokken met de Arpège van Daniel
 Gek: woensdag reed ik met vriend Manuel tot hier (met de auto), om daarna een hele dag aan boord van een "Arpège" te zeilen. Het was een schitterende dag, met een loodzware zon en behoorlijk wat wind. Schitterend zeilweer eigenlijk. Vandaag volg ik min of meer dezelfde route, rij over dezelfde brug, maar onderga de omgeving veel meer.

Een heel deel van de rit ging door het regionaal park “des Brières”, wat in essentie één groot moerasgebied is, met oude huisjes die getuigen van grote armoede (steen, hout, rieten dak en heel klein).
Het begon daar niet zo goed: de route die de gps opgaf - ik had nochtans een route "zonder onverhard" gepland, bleek niet echt vlot bereidbaar op een bepaald moment.

Hier ging het nog. Dit is een verbindingsstuk tussen twee geasfalteerde "routes communales"


Dit vond ik al minder leuk: grove steenslag en twee sporen erin. De ervaring leert me dat dit meestal niet goed komt.


Daar gaan we: het steenslagpad vermindert tot twee sporen, met gras ertussen. Niet goed!


Daar houdt het op voor de velomobiel: een pad door het gras, dat is geen fietsroute. Rechtsomkeer dus en een alternatief zoeken. Zo tikken de kilometers aan en vooral: zo verlies je tijd, want dat gaat niet vlot.

Heel interessant is de Voie Verte die ik vanaf het regionaal park tot in Saint-Nazaire kan volgen.

Let op de wegmarkeringen!
Dit kan een voorbeeld genoemd worden: breed, vlak, prima ondergrond en aan elk kruispunt hebben de fietsers voorrang! 


Stel je voor: Frankrijk neemt hierin het voortouw!
In dit geval vind ik het erg logisch: het is een rechte, dus functionele route die mensen naar een grote stad kan brengen. Wil je mensen op de fiets krijgen, dan moet je daarvoor geschikte infrastructuur voorzien.

Het meest spectaculaire vandaag was dan weer de “pont de Saint-Nazaire”, die het estuarium van de Loire overbrugt. Lang, hoog en steil. Net zoals op de pont de Normandie is er een rudimentair fietspad (gelukkig), maar meer ook niet. Ook nu weer ging de overtocht gepaard met dreigend onweer.

Een keer over de Loire, werd het moeilijker: de route op de gps blijkt niet te kloppen, want het fietspad langs de Loire bestaat in dit deel niet…

Gestrand in het zand
Het leidde wel tot een ontdekking.

Dit zijn vissershutten in een estuarium met grote getijdeverschillen. Het is vrij duidelijk dat deze buiten gebruik is. 
In Paimboeuf is het genoeg geweest voor vandaag. Er is 107 km afgelegd op één lading en daar deed ik, stops inbegrepen, 6u over.

De camping lijkt typisch voor langs een fietsroute: eenvoudig (wel drie sterren, want een overdekt zwembad) en goedkoop. Voor een soloplaats betaal je € 10. Ik neem er elektriciteit bij en dat betekent € 2,50 extra. € 12,50 voor een plaats is héél redelijk in het hoogseizoen.
Op de camping zijn heel wat fietsers te vinden, allemaal trekkers met kleine tentjes en fietsen die volhangen met fietstassen.


De omgeving, aan het estuarium van een lange rivier, is meestal prachtig, ware het niet dat de andere oever eerder industrieel is.
Aan de ingang hangt een wat minder leuke mededeling.


De Loire is hier zo breed dat er vuurtorens op de oever staan.


De zonsondergang was weer spectaculair.


woensdag 16 juli 2014

Met de Orca in en rond Arzon

Eerst laat ik jullie wat meegenieten van de omgeving, met de Orca als figurant.


Dit is een "piste cyclable" in Arzon. Deze fietsroutes liggen compleet los van de autowegen en de wegbedekking bestaat uit gemalen dolomiet. Het is duidelijk dat dit recreatieve paden zijn, maar de aanduidingen zijn prima en verbeteren van jaar tot jaar. Hier reed ik ook al met de Birdy vouwfiets en met de Gforce trike. Ook in het dorp zelf (dat in de zomer verviervoudigt wat het aantal inwoners betreft) zijn op de hoofdassen fietspaden voorzien.


Saint Gildas-de-Rhuys - port aux Moines: één van de vele typische haventjes in de baai van Quiberon. Bij laagtij vallen deze allemaal bijna of helemaal droog. Bij sommige is er een drempel aan de ingang, waardoor er wat water blijft staan, maar bij vele is dat niet het geval. Met een zeiljacht met een kiel heb je dan wel een probleem...

Le Logeo: een klein jachthaventje in de Golfe de Morbihan. Hier valt het niet droog, maar de uitdaging is de sterke stroming: tot 6 knopen of meer. Als die op zijn sterkst is, lijkt het op een rivier die door de zee stroomt. Dat dwarsen is een hele uitdaging!

Nog wat beelden van het schiereiland, dat Presq'ile de Rhuys heet.


In Arzon draait alles rond de pleziervaart. Vooral zeiljachten - hoe groter, hoe liever - vind je hier. Dit is de belangrijkste en nieuwst haven van de gemeente: Le Crouesty. Reusachtig groot (voor een jachthaven) en tot de laatste plaats bezet.
 

Dit is de andere haven van Arzon: Port Navalo. Deze is oud en ligt net achter de ingang van de Golfe de Morbihan. Hierdoor - in de ingang kan de stroming erg sterk zijn -  is die bijna enkel bereikbaar bij het keren van het tij. Wel veel schilderachtiger. Zoals op vele plaatsen zijn hier geen pontons. Je meert aan bij een boei - ze zijn genummerd, niet vrij te kiezen - en met je "annexe" vaar je naar de wal. Die "annexe" is in veel gevallen niet meer dan een plastic bakje, rechthoekig, met een paar riemen. Bij de grotere jachten is het een opblaasboot - genre Zodiac - met buitenboordmotor. Als je erop uittrekt, leg je de bijboot aan de boei tot je terugkeert. Wie een rondvaart maakt, neemt de bijboot natuurlijk mee.


Ook dit is Le Crouesty, maar dan met een beeld van aan boord van mijn lokaal transportmiddel.


Dit is waar het om gaat (uiteraard samen met de vrienden hier): P'tit Loustic II. Voor de liefhebbers: dit is een Bénéteau First 32, een sportieve cruiser.
De Orca wordt hier gebruikt voor korte uitstapjes - als er tijd is - en om boodschappen te doen.

Dan de reactie van de mensen hier tegenover de Orca. Zoals een vriend hier ter plaatse het zei toen ik een ligtandem zag langskomen: "daar kijkt men niet van op, want je ziet van ver dat het een fiets is. De stroomlijn van de Orca maakt zoiets raadselachtig. Iedereen vraagt zich af wat daaronder zit." Dat merk je duidelijk. Als ik aan de jachthaven toekom en uitstap, staan geregeld tien tot twintig omstaanders vragen te stellen en het interieur te bewonderen. Dat loopt makkelijk uit tot tien minuten of een kwartier en dan moet ik het gesprek afbreken om toch maar te kunnen vertrekken, want de ene is nog niet vertrokken of de volgende komt eraan. Dat maakt de velomobiel niet zo handig in de haven, want ik durf die er zeker niet uren na elkaar onbewaakt laten staan. Al is het niet met slechte bedoelingen, mensen kunnen er hun vingers niet afhouden.

Of je nu met een velomobiel of een ruimtetuig afkomt, de verwondering en interesse kan niet groter zijn. Tot op heden was er maar één wijsneus die volhield - uiteraard zonder de minste ervaring - dat het gevaarlijk is, dat er een vlag op moet, dat ... Dat alles uiteraard vanuit de visie van een automobilist. Zo'n mensen kom je overal tegen.

maandag 14 juli 2014

Even naar Arzon - dag 7

De camping in Malestroit is erg rustig, zoals eigenlijk de meeste waar ik overnachtte. Omdat ik gisteravond laat aankwam en er voor de plaatsen voor tenten geen stroom beschikbaar is, kan ik pas vanmorgen de accu laden aan een stopcontact in het sanitaire blok.

Anderzijds is het hier erg netjes en spotgoedkoop: een trekkersplaats voor één persoon betaal je € 5,90!


Wat een verschil met de voorbije dagen: de lucht is al van 's morgens vroeg stralend blauw en de temperatuur loopt snel op. Om 9u is het al even warm als het maximum van gisteren: 17°C.

Ik laat de accu dus rustig energie opslaan gedurende een uur of 2. Meer hoeft niet, want het hele traject is nog slechts 65 km lang.

Ondertussen ga ik even op verkennning in het slaperige stadje. Het centrum is alweer erg oud (of doet minstens zo aan) en sprookjesachtig.



Rond 10u30 is het tijd om te vertrekken.

Algauw rij ik alweer op een voie verte. Hopelijk komen er snel nog veel meer dergelijke fietsroutes, want dit is echt zalig rijden: breed, prima asfalt en erg rustig.


Waar je bij ons op veel plaatsen gehinderd wordt, zodra je fiets afwijkt van het model bukfiets, is er hier geen enkel probleem om de barrières voorbij te raken. Dat lukt volgens mij met elke combinatie, maar voor auto"s zijn het onmogelijk te nemen hindernissen. Eenvoudig en efficiënt, zo heb ik het graag.


Doorgang van minstens 1,20m
Het tempo ligt laag. Niet omdat het zo zwaar is, maar omdat ik anders veel te vroeg zal aankomen. Ik kan dus geregeld even stoppen om te genieten van de omgeving, om te luisteren naar de geluiden van de natuur.

Eekhoorntje onderweg en alle tijd om het diertje te bekijken
Onderweg, op de voie verte, is er één vervelend incident. Vanaf de andere kant zie ik in de verte een vehikel aankomen, getrokken door een ezel. Ik vertraag. Naast de koets loopt nog een tweede ezel, begeleid door een meisje. Haar vader houdt het andere dier in bedwang en doet teken dat ik kan passeren. Op het moment dat ik tot op een meter of tien genaderd ben, schrikken beide dieren plots en stappen achteruit. In een oogwenk zwenkt de kar naar links en kantelt in de gracht. De bagage ligt verspreid naast de weg.
Een bejaard koppel dat daar wandelde komt meteen helpen. Ik stop en blijf zitten, want het openmaken van de kap kan de ezels nog meer doen schrikken. Als ze de dieren onder bedwang hebben, doet hij teken en rij ik er voorzichtig voorbij. Dan stap ik uit om mee te helpen en na te kijken of er schade is.

Nadat alles terug in de kar gelegd is, blijkt er gelukkig niets beschadigd te zijn. De man is vol begrip, het koppel vooral geïnteresseerd in de Orca.

Voor de rest loopt de rit feilloos. Het einddoel is in verschiet, de wegen rustig en er zijn geen verrassingen meer.

Het zoveelste levenloze dorpje
Stilaan verandert de begroeiing: we naderen duidelijk de zee. Het ruikt hier ook anders.
Het doel is een schiereiland (Rhuys), met aan de ene kant de Golfe de Morbihan en aan de andere kant de baai van Quiberon.

Golfe de Morbihan, zrgens ter hoogte van Sarzeau
Helemaal volgens verwachting arriveer ik om 14u.

"piste cyclable" rond Arzon
Het basiskamp voor de komende anderhalve week
Onder een aangenaam zonnetje kan ik mijn tent - het verblijf voor de komende anderhalve week - rustig opstellen en daarna wordt de omgeving even verkend. 

Het zicht vanaf de achterkant van de camping. De baai van Quiberon ligt de andere kant op, ongeveer anderhalve kilometer westwaarts.
 
Ook hier weer de constanten: ik kan de Orca nog niet tot stilstand brengen of er ontstaat al een samenscholing met de velomobiel als centrum.

Eén van de komende dagen krijg je een kort overzicht van wat hier te beleven is.

zaterdag 12 juli 2014

Even naar Arzon - dag 6

Het ontbijt kan niet vroeger dan 9u, maar toch ben ik al om 7u uit de veren.

Na een deugddoende douche wordt alles netjes ingepakt. De spullen zijn droog en er is ruimte om systematisch te werken.
Er rest wel nog een klusje: gisteren is bij een ongelukkig maneuver de knop voor de rechter knipperlichten gesneuveld. Het vervelende is dat als de knop weg is, de knipperlichten continu werken. De verbinding moet dus onderbroken worden. Niet erg, want dat duurt amper vijf minuten. Wel erg, want dat betekent voor de rest van de reis geen rechter knipperlichten meer. Zelfs al had ik een knop, ik heb geen materiaal om te solderen, geen krimpkous, ... (die knop ligt natuurlijk thuis, in verbeterde uitvoering).

Gezien het zakkende tempo - het reliëf is toch anders dan ik verwacht had - besluit ik de route alweer lichtjes te wijzigen. Ik sla Saint-Malo en Dinard over en rij rechtstreeks naar Dinan.

Het heeft de hele nacht geregend, maar nu lijkt het toch wat op te klaren.

Na een heerlijk uitgebreid ontbijt, kan ik tegen 10u aanzetten.



15%? Dit lijkt bijna vlak, na wat ik langs de kust voor de kiezen kreeg...

Om 11u ben ik in Avranches, vlakbij de baai met de Mont Saint-Michel, die ik vanuit de verte kan zien.



Avranches blijkt over een mooi, oud centrum te beschikken en - hoe kan het ook anders - over zeer steile straten. Dit is het uiterste zuiden van Normandië, dat naadloos overgaat in Bretagne.


 De snelweg, ergens tussen Avranches en Pontaubault. Vroeger reed ik met de auto langs daar.
Nu gaat het wat langzamer, maar de beleving is veel intenser.


De Mont Saint-Michel blijft nog even in het zicht
Mooi vooruitzicht: een lange afdaling
Prachtige, dreigende wolken
Op de middag ben ik in Pontorson. De hele tijd kan ik de Mont Saint-Michel rechts van me zien wenken.


The long and winding road
Ik maak van mijn hart een steen, laat het aantrekkelijke monument voor wat het is en rij verder op en neer.

Iets na 14u parkeer ik de Orca voor een restaurantje in alweer een onooglijk plaatsje: Pleudihen. Tijd om de accu te laden en de honger te stillen. Ik eet een heerlijke bio-galette (een pannenkoek van boekweitbloem), gevuld met ei, kaas en wat groenten (in Bretagne heet dit: une galette complète). Daarbij hoort uiteraard een "bolée" cider: dit is Bretagne, tenslotte.

Het goede nieuws is dat het verbruik gedaald is tot 5,1 Wh/km. De hellingen zijn hier minder steil en de wind komt van opzij. Dat betekent meteen dat de autonomie stijgt en het tempo eveneens.



Vanuit de Orca is zo'n dreigend wolkendek minder erg dan vanop een bukker.

Eigenlijk had ik voor vandaag afgesproken met enkele Franse ligfietsers en velonauten, want er is namelijk het Franse kampioenschap in Malestroit. Ik betwijfel of ik het haal. Het tempo is gezakt en de rechter achillespees speelt op als gevolg van de zware belasting. Zonder mij zullen ze hun wedstrijd ook wel rijden.

Het worden dus telkens tussendoelen. De gps wordt anders ingesteld: eerste doel is Caulnes. Daarbij passeer ik om 15u in Dinan. Weer hetzelfde: een indrukwekkend zicht op een oude vestingstad, maar binnenin alweer veel steile straten.


Bij het verlaten van Dinan gaat het verder omhoog... Hier, in het noorden van Bretagne, wordt de grootste plaats (Vannes) vlak bij mijn uiteindelijke bestemming al aangegeven.



Tegen 17u ben ik in Caulnes. Ook weer een onooglijk plaatsje, dat enkel op de kaart staat omdat het iets groter is dan de andere onooglijke plaatsjes. Onderweg bleek alles dicht te zijn. Het is zondagnamiddag en dan slaapt blijkbaar heel Frankrijk, ook alle bars, café's, ...

In Caulnes is een koppel bezig de auto te laden voor een verhuis. Ze bieden me meteen aan om de accu bij hen te laden. Die verhuis blijkt naar Arles te gaan. Ze blijven wel in het eigen land, maar zullen maar liefst 1200 km verder wonen! In België bedraagt de grootste afstand een goeie 300 km...

Ik besluit toch nog een eind door te rijden, want na nog maar een flinke bui lijkt het nu toch op te klaren. Verder onderweg kom ik in het departement terecht waar ik de komende tijd zal verblijven.



Het volgende stadje - als het die naam waard is -, is Mauron. Dit is enkel het vermelden waard omdat hier eindelijk een "voie verte" begint. De V3 is aangelegd op een oude spoorlijn.

Afstandsaanduidingen naar de vroegere stations, nu grotendeels verdwenen
Dat betekent dat er amper van hellingen sprake is. De ondergrond is perfect en er is geen kat te zien.


Het gevolg: de snelheid stijgt naar 30 km/u en zo kan het een eind doorgaan. Dat geeft moed!

Zo belandt ik om 19u in Ploërmel, waar weer een korte pauze volgt in een pizzeria. Dit is zowat de enige zaak in het stadje die open is, maar de bediening is heel erg hartelijk.

En zo beslis ik om toch tot Malestroit te rijden. Het wordt wel laat, maar het weer is weer prima en het gaat goed. Dus: waarom niet?

Uiteindelijk kom ik er aan om 22u. Meteen wordt de tent opgezet op de "camping municipal", naast de tentjes van een Nederlands viertal dat een rondje Bretagne fietst op hun Koga's. Ik probeer in te schatten waar de zon zal opkomen, zodat er weer met een droge tent kan vertrokken worden.
Een Orca vinden ze duidelijk een raar bakje, want "geef ons maar onze Koga". Nou ja, dat is hun goed recht, natuurlijk.
Na een late maaltijd is het hoogtijd voor bed, want vandaag is maar liefst 188 km afgelegd, ondanks de zeurende achillespees.

De Franse ligfietsers zijn natuurlijk al lang vertrokken.

Kilometerstand bij aankomst: 843 km.

Wat het laden betreft: ik had voordien al gemeld dat de autonomie moeilijk te bepalen is indien tussendoor bijgeladen wordt. Ik leer om hiervoor geen rekening meer te houden met het opgenomen vermogen, maar met de accuspanning. Na een poos merk je dat die sneller zakt onder belasting en zo leer je inschatten wanneer bijladen nodig is.