zondag 16 februari 2014

bagageruimte in de Orca

Dat een Versatile en Orca compacte velomobielen zijn, dat is bij velomobielkenners wel geweten. Dat ze toch behoorlijk veel en vlot toegankelijke bergruimte bieden evenzeer.
De Orca is ontwikkeld met het oog op elektrische ondersteuning. Daarvoor is een accu nodig en die neemt natuurlijk ook ruimte in beslag. Sinds vorige zomer bedacht Flevobike hiervoor een eenvoudige en geniale oplossing: de accu wordt vooraan bovenop de kettingkast gezet. Daar raak je niets anders kwijt en hij hindert totaal niet. Daarenboven wordt de accu met een slot op de houder vergrendeld. Kan het nog beter?


Het "vooronder" van een E-orca

Toen André Vrielink me een nieuwe motorunit kwam brengen, ergens in januari, had hij ook een vloerpomp mee voor me. Zoiets is altijd handiger dan een compact pompje, hoe goed dat ook mag zijn. Hij stelde voor de pomp linksachter te bevestigen, waar je die tot helemaal achterin kunt schuiven. Met wat schuim erachter en tegen de zijkant wordt gerammel voorkomen en met een eenvoudig spanriempje leg ik de pomp vast aan het buizenframe.

De vloerpomp in de bagageruimte

Het nadeel is natuurlijk evident: een pomp heb je niet elke dag nodig (liefst niet), maar die plaats is niet meer beschikbaar voor andere bagage.

Velomobiel.nl lanceerde recent een nieuw product: carbon panelen om voor de wielkasten van de Quest te monteren. Zo kun je die onbenutte ruimte ook weer gebruiken: het worden "bagagebakken". Uiteraard is dat niet de meest bereikbare plaats, want je moet voor de voorwielen reiken om erbij te kunnen. Het is wel een aangewezen plaats voor allerlei zaken die je niet frequent nodig hebt, zoals - juist - een pomp en allerlei herstelspullen (reserve binnen- en buitenband, plakspullen, gereedschap, ...). Daarbij moet je wel op het gewicht letten, want dit is allemaal massa die voor de vooras terechtkomt én je zorgt er ook best voor dat alles flink vastzit, zodat je hele velomobiel geen rammelbak wordt (of dat je materiaal eruit valt). Fietser.be bedacht een poosje geleden een gelijkaardige oplossing, waarbij een "motorkap" de toegang tot die ruimte vergemakkelijkte. Daar zijn ze ondertussen weer van afgestapt, want het bleek toch niet zo praktisch.

Een goed idee verdient navolging. Zou zoiets in de Orca ook kunnen? Vooral omdat die vooraan toch ook wat loze ruimte biedt. 

Wel wat ruimte voor de wielkasten

Dan kunnen zaken zoals een reserveband en die vloerpomp uit de nuttige bagageruimte verdwijnen, zodat die weer vrijkomt voor dingen waar je wel snel bij moet kunnen, zoals een (rug)zak met kleding, een fototoestel, kampeermateriaal, ...
Uiteraard kan het. Ik zal enkel moeten nadenken over de vorm, het materiaal en de bevestiging. Glasvezel/epoxy is mogelijk en relatief eenvoudig om mee te werken. Eerst zal ik met karton een model maken.
Of ik verzin iets met klittenband om de pomp vast te zetten vooraan tegen een wielkast, rammelvrij en zo dat de pomp niet zomaar kan verdwijnen bij de eerste de beste hobbel in de weg. Met één of andere tas vast te maken, kun je ook bergruimte creëren voor dergelijke spullen: stofvrij en gesloten, zodat je moeilijk wat kwijt kunt raken onderweg.
Het nadeel is evident: meer bergruimte nodigt uit tot het benutten ervan en dat leidt weer tot meer gewicht. Het moet nuttig blijven, maar voor lange (meerdaagse) tochten kan het wel de nodige extra ruimte bieden.

Een andere evidente vraag: is het nodig? Niet voor de dagelijkse woon-werk rit, dat is duidelijk. Maar om boodschappen te doen is wat meer bagageruimte alvast nuttig. Voor meerdaagse trips, zeker als daar kamperen bijkomt, is het zelfs eerder aangewezen om de last zo goed mogelijk te verdelen, zodat de achterveerpoot niet alles te dragen krijgt. 

Uiteindelijk is het nog maar half februari. Er is tijd zat om na te denken over de zin ervan en dan eventueel te bedenken hoe ik dit kan aanpakken.

donderdag 13 februari 2014

Flash: nieuw PR

(PR = persoonlijk record)

Zaterdag had ik mijn hoogste snelheid scherper gesteld: 55 km/u maar liefst. Wel: vandaag, met wel een stevige rugwind, ging het tot 60,5 km/u! Sneller ging niet, want ik zat in de hoogste versnelling en de benen wilden niet sneller meer rond.
Sneller hoeft ook niet en nu weer was het een piek, want die snelheid valt niet vol te houden.

Een ander "record" is dat het weekgemiddelde met de Orca draait rond 30 km/u. Dan heb ik het over het "bewogen gemiddelde" op de gps. Het ligt in elk geval weer enkele kilometers hoger dan met de Alleweder en ook dat was een doel: de tijd voor de verplaatsing naar het werk wat verminderen. Met een andere keuze (WAW, Quest, ...) was die snelheid wellicht nog hoger geweest, maar dan waren er andere zaken minder goed uitgevallen. Mission accomplished: de Orca doet alles zoals verwacht. Alleen ligt de topsnelheid hoger...

woensdag 12 februari 2014

CX Comp - deel 2

Vorige vrijdag werd de Schwalbe Tryker achteraan weer vervangen door een CX Comp 47- 406. Dat deed ik met het oog op de tocht met de Gentse Liggers de dag erop: daar zat namelijk redelijk wat onverhard tussen en dan is een semi-slick op het aangedreven wiel geen zo'n goed idee.


Stoere crossband op het achterwiel
Deze keer had ik geen lek. Er is ondertussen alweer zo'n 250 km gereden met de crossband en dat heeft die goed doorstaan. Meer nog: zaterdag tijdens de rit plaatste ik een sprintje, waarbij het persoonlijke snelheidsrecord weer scherper gesteld werd. 55 km/u op vlakke baan vind ik niet slecht. Akkoord: met een Quest schijnen dat normale kruissnelheden te zijn voor sommigen, maar met een "trage" Orca en dan nog met een noppenband eronder, ben ik er tevreden mee als top. Met de rolweerstand lijkt het dus ook wel snor te zitten.

In de stukken met gravel en aarde (modder) als ondergrond was er geen enkel probleem met de tractie. Ik voelde de band nergens doorslippen. De snelheid is, zoals hierboven vermeld, ook geen probleem. Het vroege lek zal wel een geval van pech geweest zijn. Ook op het vlak van rijgeluiden zijn er geen opmerkingen. De luidruchtigste tot nu was de Marathon Supreme, die daar bovenop ook traag heet te zijn. Een prima reserveband dus, meer niet.

Het enige nadeel tot nu is dat de band zich af en toe laat horen: bij het inveren lijken de noppen met de wielkast in contact te komen. Recent deed ik weer eens boodschappen met de Orca en als de bagageruimte goed gevuld is met ettelijke kilo's, zakt de achterkant wat in. Het gevolg was dat de band bijna continu aanliep. Met een bredere band zal de veervoorspanning dus wat hoger moeten. Ook bij snel genomen bochten loopt de band wat aan, maar dat is echt sporadisch en dus geen reden om er niet verder mee te testen. 47 mm zal echt wel de limiet zijn.

Die veervoorspanning bijstellen is trouwens een klusje van niets: je ziet op de foto hierboven een draadeind op de onderkant van de veerpoot. Inbussleutelje erop, wat in- of uitschroeven en de veervoorspanning is aangepast.

 
De komende maanden, zowat tot april, zal de CX Comp onder de Orca blijven liggen. De belangrijkste vraag blijft nu hoe snel de band zal slijten. Als dat ook nog wat meevalt, is het zeker een spotgoedkoop bandje. Met wat zoeken koop je die voor geen € 10!

dinsdag 11 februari 2014

Philips - altijd hetzelfde liedje

Philips is, zoals gekend, een groot Nederlands concern. Ik ben, zoals zovelen, groot geworden met dat merk, dat overal vertegenwoordigd lijkt. Er hangt verlichting van Philips in huis, ik scheer me met een Philips, ooit had ik een Philips cd-speler en toen maakten ze ook een mooie reeks audio-apparaten (900-serie). Ook in de tv-markt hebben ze een ruim assortiment, enzoverder.

Even typisch Philips is dat een productlijn ontwikkeld wordt, maar dat de ondersteuning vergeten is. Een leuk idee wordt op de markt gegooid voor het marktrijp is, voor het uitontwikkeld is (DCC). Zo hebben we op twee fietsen een SafeRide koplamp (op naafdynamo) zitten. Schitterende koplampen! Een mooie lichtbundel, ruim voldoende lichtopbrengst en met een degelijke, massief aluminium behuizing. Wat wel ontbrak, was een degelijke handleiding met specificaties erbij. Wat je krijgt, is een soort stripverhaal. Goedkoop, want dat hoeft nooit vertaald te worden, maar bijzonder simplistisch en je moet het met een vergrootglas bekijken. Voor de rest lijkt het motto "zoek het zelf maar uit".

Toch scoort de Philips fietsverlichting bijzonder hoog bij recensies, zowel de koplampen (voor dynamo of op batterijen) als de achterlichten (de Lumiring benadert de perfectie). Terecht: op een defect exemplaar indertijd bij de Alleweder, ben ik er zeer over te spreken.



Maar kijk: ook zoals we gewoon zijn van Philips, wordt de stekker eruit getrokken. Philips stopt met de productie van fietsverlichting! Zomaar. Plots. Out of the blue...

Toegegeven: een koplamp voor naafdynamo van Philips is niet goedkoop (€ 80 ongeveer) en tegen concurrenten zoals Busch und Müller of Trelock is het moeilijk opboksen, maar het leek toch alsof het de goede weg op ging. Niet snel genoeg blijkbaar of de winstcijfers voldeden niet, want het is gedaan. Wat de reden is, wordt er niet bij verteld.

l'Histoire se répète: datzelfde ongeveer deden ze indertijd met de audioproducten. De tv-productie werd verkocht aan een Chinees bedrijf (wel met behoud van de merknaam) en zo zijn er nog veel voorbeelden. Ook dat lijkt typisch Philips.

zondag 9 februari 2014

Sleutelen voor zoonlief

Elke fiets vraagt onderhoud. Hoe meer fietsen in huis, hoe meer werk je dus hebt.

Zoonlief rijdt met een Trek Manhattan: een degelijke stadsfiets. Toen we die indertijd kozen, stond ik erop dat een schoolfiets vooral onderhoudsarm moest zijn: geen kwetsbare derailleur, zo weinig mogelijk uitwendige zaken en alles gemaakt om lang mee te gaan. De Manhattan voldeed hieraan: Shimano versnellingsnaaf (aangeboden met een Nexus 7, maar bij de fietshandelaar voor de levering vervangen door een Nexus 8), rollerbrakes voor en achter, een naafdynamo en een gesloten kettingkast.
Het concept bewees zijn degelijkheid: gedurende heel zijn middelbare school kan ik me niet herinneren wat aan de fiets hersteld te hebben, op gesprongen halogeenlampjes na.

Maar nu, na zowat zes jaar, zijn de banden voor en achter kaalgereden. Dat is in de winter niet zo denderend: want vooral de achterkant glibbert weg op een gladde ondergrond, al is dat dit jaar modder in plaats van sneeuw. Tijd voor nieuwe bandjes dus. Ik bestelde een setje Schwalbe Little Big Ben (40-622).

Nu komt een nadeel van de oerdegelijke fiets naar voren: het achterwiel verwijderen met een versnellingsnaaf en rollerbrake is geen sinecure! De gesloten kettingkast helpt daarbij ook niet echt. Hopelijk is de lekweerstand van de nieuwe banden in orde.

Trek Manhattan zonder achterwiel
Bij het nazicht merkte ik nog dat er achteraan een spaak gebroken is. Om de juiste spaaklengte te kennen, moet het wiel er sowieso uit en uiteraard heb ik geen gepaste spaak liggen ... Deze week zal zoonlief dus met de toerfiets van papa naar school gaan, want ik wil eerst die spaak vervangen eer ik weer het werk doe om het wiel terug te plaatsen.
Achterwiel met Little Big Ben, de oude band ernaast
De gesloten kettingkast blijkt ook niet zo gesloten te zijn als bij de vroegere stadsfietsen, want de ketting is bruin van het roest! Na zes jaar is wat elementair onderhoud dus nodig.

Om de fiets nog onderhoudsarmer te maken, staan nog welgeteld twee acties op het programma:
  • de Spanninga halogeen koplamp vervangen door een ledlamp: jaarlijks moeten het halogeenlampje meerdere keren verwisseld worden en de lichtopbrengst is niet echt overweldigend. Nochtans kan het, want de veertig jaar oude vintagebike die in het schuurtje staat, is ook met een halogeen koplamp uitgerust. Die heeft wel een duidelijk grotere lichtopbrengst en een betere lichtbundel. Ik kan met niet herinneren daar ooit een lamp in gewisseld te te hebben. Recenter is duidelijk niet noodzakelijk beter.
  • het batterij-achterlicht verwisselen voor een licht dat ook door de naafdynamo gevoed wordt. Het lijdt aan het typische batterij-achterlicht-euvel: slechte contacten voor de batterijtjes en een gesneuvelde schakelaar. Dan haal ik liever meteen een licht dat die zwakke punten niet heeft.
Alleen jammer dat de puberzoon "geen tijd" heeft om zelf een handje toe te steken bij dit onderhoud.

zaterdag 8 februari 2014

Ongebaande wegen

Het mag dan wel winter zijn, maar het vriest niet en sneeuw is ook nergens te vinden. Fietsweer!

Vandaag stond een ritje met de Gentse Liggers op het programma. Kort: met een start rond 14u en enkele mensen die van ver komen, moet je niet te ver rijden: de ritafstand bedroeg een ruime 50 km.

Het startpunt lag midden in Gent, bij Fietser.be. Als organisator heb je dan alle keuze, dus ik had besloten, met goedkeuring van enkele andere deelnemers, om de regio ten noorden van Gent, het Meetjesland, te verkennen.

Na wat strubbelingen (één van de velonauten raakte verdwaald in Gent) konden we de tocht aanvatten. In extremis, op verzoek van een andere deelnemer, werd de rijrichting van de tocht omgekeerd, zodat twee van de zes fietsers tegen het eind konden afhaken om de terugrit naar het verre West-Vlaanderen aan te vangen.

De rit begon met een opwarming op de linker Scheldeoever, van Gent tot Destelbergen. Vandaar bogen we weg van het water, richting Lochristi. Ergens daar tussenin zag Paul knopjes (enfin, één knopje) vliegen; blijkbaar een zwak punt bij de Orca, want het was al niet de eerste keer.

In Pauls Orca is een knopje zoek
Voor PJ is dan weer de weg zoek (alweer)
Als je ten oosten van Gent rijdt en naar het noorden wil, naar het Meetjesland, dan moet je onvermijdelijk het kanaal Gent-Terneuzen over. Dat deden we in Langerbrugge, via de overzet. Net hiervoor ligt een mooi stuk asfalt, waar ik even goed doortrapte. Het resultaat was een nieuw persoonlijk record: 55 km/u.

Alle Oost-Vlaamse Orca's verenigd (2 dus)
Na een flink eind kwamen we op het grondgebied van Sleidinge, waar de off road capaciteiten van de deelnemers en hun materiaal op de proef gesteld werden.

Paul geeft zijn Orca de sporen op een gravelweg
En jawel: waar je voor de Orca een rijtje knotwilgen ziet staan, ligt er rechts daarvan een paadje. Net gepast, met een gracht links en ploegvoren rechts...

Een eind verder werd het scenario herhaald, deze keer op een grove gravelondergrond.

De groene Orca verdwijnt alweer in de verte
Paul rijdt in zijn vrije tijd met een mountainbike. Telkens als we op onverhard kwamen, zagen we zijn groene velomobiel aan hoge snelheid weglopen van de rest. Wie zegt dat een velomobiel enkel goed is voor lange, rechte einden?


(Mijn verontschuldigingen voor de matige beeldkwaliteit: al rijdend met een compactje beeldjes schieten, is niet zo eenvoudig.)

Zoals de traditie het wil, namen we afscheid van elkaar bij een glas, in Vinderhoute, waar de waardin toch maar even in een Orca wou gaan zitten. Het hele café stroomde leeg: iedereen wou die gekke fietsen van dichtbij bekijken en vooral bewonderen.

Eindnoot: bij thuiskomst bleek de nagelnieuwe Sigma BC 12.12 48 km geregistreerd te hebben. Dat kan niet: vanmorgen reed ik om boodschappen, daarna naar de sporthal en vanmiddag kwam daar - met de verbindingsrit erbij - ruim 60 km bij. Die 48 km moet zowat 80 km zijn. Bij nazicht blijkt dat de sensor verdwenen is: de spanbandjes zitten om de veerpoot en klemmen een stukje plastic vast, terwijl de rest van de sensor ergens langs de Vlaamse wegen ligt... Niet zo stevig dus.

vrijdag 7 februari 2014

Veiligheid

Nog een immer weerkerend thema bij weggebruikers en al zeker bij fietsers. Met de zichtbaarheid - actief zowel als passief - zit het intussen snor (zowel bij de Orca als de Kobra, de Trek en de Birdy), maar veiligheid betekent meer dan gezien worden.

Ik merk dat de bochtsnelheid met de Orca beduidend hoger ligt dan met de Alleweder. Een Orca kleeft niet aan de weg zoals een WAW, maar het verschil met de Alleweder is  opmerkelijk, toch als ik op de snelheidsmeter kijk. Zo, op het gevoel, lijkt het niet zo, maar een blik op de snelheidsmeter doet me toch geregeld schrikken. De Orca is dus te beschrijven als een "valse trage". Het feit dat er veel minder rijgeluiden zijn dan in de Alleweder zal hier ook wel meespelen.

Een eerste gedachte is dan "kalm aan, met wat minder lukt het ook wel". Want je wil niet dat je mooie, nieuwe velomobiel op zijn kant gaat!
En dan denk je verder: wat als dat toch zou gebeuren? Zonde van de nieuwe fiets, maar vooral: wat gebeurt er met het mannetje dat erin zit? Er zit wel een heuse veiligheidskooi in de Orca, met een rolbeugel achter mij, en er zit ook een dakje op, maar dat bestaat slechts uit twee aluminium buisjes en wat schuim... Dat zal weinig bescherming bieden.

Doet een helm wat voor de veiligheid? Zoals ik voordien al op de blog meldde, zijn de meningen sterk verdeeld. Veel lijkt af te hangen van het soort impact. Ik kan me voorstellen dat een val met een bukker of het op de kant gaan van een velomobiel een heel ander gevolg hebben voor hoe de helm een klap moet opvangen.

Voor de rest zit ik helemaal binnen die veiligheidskooi, maar mijn hoofd komt daar wel boven. Het plan is om nog lang met de Orca ritten te kunnen maken, dus moet ook ik heel blijven. Toch maar een helm dus. Die moet zowel in de Orca als op de Kobra gebruikt kunnen worden en misschien af en toe ook wel op de bukkers (Trek toerfiets en Birdy).

Daarbij wil ik wel opmerken dat ik bij mijn standpunt blijf wat fietshelmen betreft. Elk moet voor zichzelf uitmaken of zoiets nuttig is of niet. Ik blijf een tegenstander van helmplicht. Het is veel belangrijker om zoveel mogelijk mensen op de fiets (en uit de auto) te krijgen; helmplicht is niet uitnodigend om bijvoorbeeld even op de fiets te springen om naar de bakker of de slager te rijden.

Goed. Een valhelm dus. Die vind je in vele smaken en kleuren. Vroeger had ik er maar liefst twee liggen: één van B'Twin (Decathlon) en een Ekoi City E+. 
Die eerste is doorgeschoven naar een andere fietser, want door de vorm was die onbruikbaar op de Kobra en in de Alleweder (stak achteraan te ver uit). De Ekoi is qua concept heel praktisch: kort en met een geïntegreerd vizier. Zoals je op de foto kunt zien, zijn de bovenste ventilatieopeningen zelfs afsluitbaar bij regen.
Helaas laat de kwaliteit te wensen over: bij het sluiten van het vizier met één hand - wat toch de bedoeling moet zijn - komt dat heel dikwijls los. Dat betekent dan stoppen, helm afnemen, vizier weer bevestigen en voorzichtig met twee handen sluiten. Daarnaast is de vorm niet zo denderend: blijkbaar hebben de Fransen een rond hoofd, want voor- en achteraan is de druk vrij hoog, terwijl die aan de zijkanten dan weer laag is. Kortom: wel een leuk concept, maar niet echt comfortabel en slecht uitgewerkt. Dat hangt dan weer samen met de prijs: de Ekoi kostte met alles erop en eraan zowat € 50.

Er moest dus een nieuwe valhelm komen. Over de zin en veiligheid ervan is heel veel lectuur te vinden: ideeën, beoordelingen en vooral rapporten van studies, waaruit blijkt dat veel helmen eigenlijk niet helemaal doen wat zou moeten. Een helm dient om de schedel te beschermen bij een val. Een eerste zwak punt blijkt te zijn dat het zwakste deel van de schedel, de slapen, door de meeste helmen niet beschermd wordt. Ze staan namelijk bovenop het hoofd. Een tweede gevaarlijke zaak is dat veel helmen de kans op torsie van het hoofd bij een val vergroten. Daardoor is je hoofd wel beschermd, maar stijgt de kans op letsel van de nekwervels.
Mijn totaal onwetenschappelijke conclusie is dan dat ik beter zoek naar een helm die niet op, maar rond het hoofd zit en dan kom je uit bij de "skaterstyle" helmen (lijkt erg op een skihelm). Een korte speurtocht bij de grotere fietshandels in het Gentse leerde me dat er dan keuze is tussen Nutcase, Nutcase en Nutcase... Afgaand op mijn geheugen meen ik te weten dat ernstige bedenkingen waren bij de producten van dit merk. Die hoef ik dus niet. Uiteraard zie je er heel veel in Gent: wie een skaterstyle helm wil, heeft amper tot geen keuze.

Dat betekende dus dat ik het wereldwijde web op moest en het risico diende te nemen een helm te bestellen zonder passen. Mijn hoofdomtrek meten om de juiste maat te bestellen, dat is geen probleem, maar de helmvorm en hoe die "valt" op je hoofd, dat blijft afwachten.
Het werd uiteindelijk een Giro Surface, waarbij je niet enkel de pasmaat (omtrek) vlot kunt regelen, maar ook kunt bepalen of die meer naar voren of naar achteren moet kantelen.


Foto: Giro.com
Meteen werd een Vaude helmmuts meebesteld, zodat het ook bij -10° C comfortabel blijft. Het andere uiterste - hete zomerdagen - vormt allicht wel een probleem met zo'n helm, maar dan zijn we weer heel wat maanden verder en ik kan nog uitkijken voor een goed geventileerde, compacte zomerhelm. Dan denk ik aan de nieuw verschenen Uvex City V: het geïntegreerde vizier houdt stof en insecten weg, maar laat de lucht voldoende circuleren, zo lijkt me.


(foto van het web geplukt)
Eerst even afwachten hoe de Giro presteert als het warmer wordt.

Een bijkomende kwestie was: past mijn hoofd met een helm onder het Orcadakje? Dit testte ik vooraf uit met de Ekoi.
Het antwoord is in mijn geval: ja, net. Dat wil zeggen dat de helm de randen van het dakje af en toe raakt als ik stevig door elkaar geschud wordt (de Belgische fietspaden zijn nu eenmaal niet van dezelfde kwaliteit als de meeste Nederlandse). Het leven is nu eenmaal een aaneenschakeling van compromissen.

De Surface is ondertussen al enkele keren uitgetest. Qua pasvorm kan het moeilijk beter: je voelt niet dat hij op je hoofd staat en de grootte is prima te regelen. Handig als je een muts wil dragen tegen de kou: een draai aan het stelwieltje en alles past weer als gegoten. Het klepje vooraan doet het ook goed: het geeft wat schaduw die over je ogen valt. Ook op de bukker merk je amper dat je een helm op hebt. Zoonlief vindt het er wel idioot uitzien, zo'n "pot" op je kop, maar dat is natuurlijk subjectief. De bewegingsvrijheid in de Orca is iets beperkter met de helm, maar eigenlijk stoort dat niet.