Andre Vrielink had het al laten zien tijdens Cycle Vision, maar toen was het nog een prototype: in de accu voor de E-Orca zit voortaan een schermpje. De eerste E-Orca die ik daarmee uitgerust weet, is die van Ronny.
Op het display krijg je de belangrijkste informatie over de status van de accu te zien.
Hoewel de Cycle Analyst die ik toevoegde heel wat meer mogelijkheden biedt, is dat schermpje al heel nuttig. Aan de hand van de spanning en lading - uitgedrukt in percent - heb je al een goed zicht op hoe ver je nog kunt raken met die lading.
fietstechniek, ervaringen met fietsen, relaas van verplaatsingen, aanpassingen aan fietsen en velomobiel Flevobike Orca (36) - Thorax Tangens - Nazca Paseo - Heinzmann PAN eTR-U - Birdy Speed
Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...
vrijdag 25 september 2015
woensdag 23 september 2015
Extreem gevaarlijk
Elke velonaut weet het: wil je met een velomobiel de baan op, dan moet je kunnen omgaan met ongewoon veel belangstelling.
De beelden zijn gekend:
De eerste bedenking is dan: "als je dat zo cool vindt, waarom blijf je dan zelf met de auto rijden?". (meestal om veilig binnen de lijntjes te blijven)
In de kennissenkring en de buurt van velonauten krijgt het 'ding' allerlei koosnaampjes, die we wel kennen: 'banaan' of 'sigaar' naar de vorm en voor wie er wat meer van weet wordt het 'kogel' of 'raket' omwille van de ontzagwekkende snelheid, voor een fiets.
Maar dan: als in de kringen van die automobilisten - die een velomobiel zo schitterend vinden - iemand laat blijken misschien ook wel zoiets aan te schaffen, blijven de duimen niet omhoog. Dan lijkt de aanschaf van een velomobiel de aanloop tot zelfmoord te zijn; een onverantwoord risico. Wie zijn zin doordrijft, stuurt rechtstreeks aan op een echtscheiding, wordt in de ban geslagen door zijn sociaal netwerk (tenzij indien dat andere velonauten zijn) en wordt een paria in zijn woonomgeving.
Een velomobiel lijkt in de ogen van velen te transformeren tot een doodskist van glasvezel.
De mededeling "ik heb een velomobiel besteld" brengt tranen in de ogen. Niet van ontroering, maar van verdriet. Die melding lijkt te betekenen dat je je eigen begrafenis gepland hebt. De coole banaan die je elke dag ziet op weg naar het werk, wordt meteen met andere ogen bekeken. Dan is het: "het is niet óf, maar wanneer je ermee zal verongelukken". Want wie velomobielt, komt erin aan zijn eind.
Waarop is dat gebaseerd? Waar zijn die cijfers die aantonen dat een velomobiel een levensgevaarlijk tuig is? En bovenal: is een auto dat niet veel meer, zowel voor de inzittenden als voor de andere weggebruikers?
Het probleem is dat je op zo'n moment niet met rationele argumenten moet aankomen, want het gaat puur om emoties. Dat een velomobiel een beschermende kooi vormt, dat telt plots niet meer. Je wordt erin platgewalst, doodgedrukt. Onherroepelijk.
Dat het niet de velomobiel is, maar de auto die een probleem vormt, dat gaat er niet in. Zelfs een klein autootje is niet meer voldoende. Nu moet je een SUV kopen, waar je met een ladder in moet kruipen.
Dàt is pas veilig. Voor de inzittenden, wel te verstaan. Dit is de ultieme velomobielpletwals.
De beelden zijn gekend:
- auto's komen naast je rijden aan jouw tempo
- ramen gaan open
- opgestoken duimen
- foto's en filmpjes maken met fototoestel, smartphone of tablet om 'dat rare ding' aan familie en vrienden te laten zien
- allerlei blijken van waardering
De eerste bedenking is dan: "als je dat zo cool vindt, waarom blijf je dan zelf met de auto rijden?". (meestal om veilig binnen de lijntjes te blijven)
In de kennissenkring en de buurt van velonauten krijgt het 'ding' allerlei koosnaampjes, die we wel kennen: 'banaan' of 'sigaar' naar de vorm en voor wie er wat meer van weet wordt het 'kogel' of 'raket' omwille van de ontzagwekkende snelheid, voor een fiets.
Maar dan: als in de kringen van die automobilisten - die een velomobiel zo schitterend vinden - iemand laat blijken misschien ook wel zoiets aan te schaffen, blijven de duimen niet omhoog. Dan lijkt de aanschaf van een velomobiel de aanloop tot zelfmoord te zijn; een onverantwoord risico. Wie zijn zin doordrijft, stuurt rechtstreeks aan op een echtscheiding, wordt in de ban geslagen door zijn sociaal netwerk (tenzij indien dat andere velonauten zijn) en wordt een paria in zijn woonomgeving.
Een velomobiel lijkt in de ogen van velen te transformeren tot een doodskist van glasvezel.
De mededeling "ik heb een velomobiel besteld" brengt tranen in de ogen. Niet van ontroering, maar van verdriet. Die melding lijkt te betekenen dat je je eigen begrafenis gepland hebt. De coole banaan die je elke dag ziet op weg naar het werk, wordt meteen met andere ogen bekeken. Dan is het: "het is niet óf, maar wanneer je ermee zal verongelukken". Want wie velomobielt, komt erin aan zijn eind.
Waarop is dat gebaseerd? Waar zijn die cijfers die aantonen dat een velomobiel een levensgevaarlijk tuig is? En bovenal: is een auto dat niet veel meer, zowel voor de inzittenden als voor de andere weggebruikers?
Het probleem is dat je op zo'n moment niet met rationele argumenten moet aankomen, want het gaat puur om emoties. Dat een velomobiel een beschermende kooi vormt, dat telt plots niet meer. Je wordt erin platgewalst, doodgedrukt. Onherroepelijk.
Dat het niet de velomobiel is, maar de auto die een probleem vormt, dat gaat er niet in. Zelfs een klein autootje is niet meer voldoende. Nu moet je een SUV kopen, waar je met een ladder in moet kruipen.
Dàt is pas veilig. Voor de inzittenden, wel te verstaan. Dit is de ultieme velomobielpletwals.
maandag 21 september 2015
Officieus velomobieltreffen
Aan fietsen sleutelen kan leuk zijn, maar ermee rijden is nog veel aangenamer!
In de 'week van de vervoering' valt in veel steden en gemeenten in België een autovrije zondag. Al wat jaren wordt door de Gentse Liggers bij die gelegenheid een ritje georganiseerd. Op het eind strijken we neer op de stand van Fietser.be, waar de collectie velomobielen en ligfietsen allerhande meteen voor een volkstoeloop zorgt.
Onze route voor die dag:
De rest van de rit wordt duidelijk met de foto's.
Dit was een lastig stuk: de betonstroken waren net zo breed als het spoor van de velomobielen. Eén wiel in het gras was de zekerste oplossing.
De WAW Mk III deed het niet zoals het hoorde. Brecht zweette water en bloed, terwijl de Orca's bij wijze van spreken rondjes rond zijn bolide draaiden.
Tegen de Nederlandse grens hadden we afgesproken met de enige 'buitenlander' in de groep (Joop woont in Philippine).
Broerlief wilde de collectie velomobielen wel eens zien en aangezien de rit langs zijn erf passeerde, zijn we er even gestopt. Brecht kon meteen zoeken naar de remmende factor in zijn WAW.
Na wat zoeken brandde de lamp: na een jaar stilstand was het kettingvet compleet verhard. Een flinke smeerbeurt had spectaculaire resultaten. Je voelde tijdens het smeren de weerstand verminderen.
Hierna waren de Orca's op achtervolgen aangewezen.
Mooie achtergrond, he? Het Hof met de Zwartrand is de oudste hoeve van Zeeland. Ze dateert van 1620.
Door Zeeland is het zalig rijden. Hier waren we op weg naar Joops stulpje in Philippine, waar we mochten aanschuiven voor bier, soep en broodjes.
Min of meer langs de andere oever van het kanaal Gent-Terneuzen reden we terug naar Gent. Hier ging het grotendeels rechtdoor. Het tempo was er ook naar.
De regel is "het tempo van de traagste". Dat bleek in dit geval ruim boven de 30 km/u te liggen. Een sprintje met Mathias bracht me tot maar liefst 51,4 km/u. Dat is heel ver onder wat Todd Reichert haalt, maar een E-Orca is dan ook niet bedoeld om snelheidsrecords te breken.
Met een collectie velomobielen blijft je entree niet onopgemerkt. We weten al uit ervaring dat zoiets mensen aantrekt zoals stroop vliegen. Het duurde dan ook niet lang eer iedereen enthousiast uitleg kon geven.
"Hoe snel rijdt dat?" en "Hoeveel kost het?" zijn de vragen waar elke velomobiel-eigenaar continu mee geconfronteerd wordt.
Vooral jongetjes van pakweg 10 vinden velomobielen cool. Velonauten zijn tenslotte niets anders dan grote kinderen... Maar ook volwassenen, die milieubewustzijn en conditie hoog in het vaandel voeren, zien het wel zitten.
Mocht iedereen die "ik wil dat ook wel" de wens in realiteit zou omzetten, zouden de velomobielfabrikanten heel fabriekhallen in gebruik kunnen nemen.
Toen ik thuis aankwam, stond net geen 100 km extra op de teller. Met een bewogen gemiddelde van 25,5 km/u hadden we flink gereden.
In de 'week van de vervoering' valt in veel steden en gemeenten in België een autovrije zondag. Al wat jaren wordt door de Gentse Liggers bij die gelegenheid een ritje georganiseerd. Op het eind strijken we neer op de stand van Fietser.be, waar de collectie velomobielen en ligfietsen allerhande meteen voor een volkstoeloop zorgt.
1. De rit
De Gentse Liggers evolueren. Dat was duidelijk te merken afgelopen zondag. Waar vroeger een collectie aftandse en zelfbouwligfietsen de rit meemaakte, was het deze keer een exclusieve aangelegenheid voor velomobielen. De velomobielen die meereden, vormden dan weer een atypische verzameling:- 3 E-Orca's
- 2 WAWs (een Mk III en een 4.0)
- 1 carbon Strada
Onze route voor die dag:
De rest van de rit wordt duidelijk met de foto's.
![]() |
| De snelle WAWs langs de Moervaart |
![]() |
| Brecht probeert uit alle macht de Orca's bij te houden |
![]() |
| Rendez vous met Joop |
![]() |
| slingerend langs de landsgrens (Westdorpe) |
![]() |
| Aperitiefpauze: hof met de Zwartrand (Sas-van-Gent) |
Na wat zoeken brandde de lamp: na een jaar stilstand was het kettingvet compleet verhard. Een flinke smeerbeurt had spectaculaire resultaten. Je voelde tijdens het smeren de weerstand verminderen.
Hierna waren de Orca's op achtervolgen aangewezen.
![]() |
| Ook de poes vindt Orca's interessant |
![]() |
| Vooral indien er eten in het bagagenet te vinden is! |
![]() |
| Zeldzaam zicht: een groepje E-Orca's |
![]() |
| 3 E-Orca's met hun immer genietende eigenaars |
![]() |
| Op naar de volgende stop |
![]() |
| Klaar voor de terugweg |
![]() | |
| Een onverwachte gast op de WAW 4.0 van Mathias |
2. Show
Ergens in de namiddag hadden we afgesproken in een verkeersvrij gemaakte straat in Gent (Land van Waaslaan), waar voor ons een mooi plekje gereserveerd was.Met een collectie velomobielen blijft je entree niet onopgemerkt. We weten al uit ervaring dat zoiets mensen aantrekt zoals stroop vliegen. Het duurde dan ook niet lang eer iedereen enthousiast uitleg kon geven.
![]() |
| Daar gaan we |
![]() |
| Ik wil er ook een. Liefst tegen gisteren! |
![]() |
| Ik heb ook een leuke fiets! |
![]() |
| Als ik groter ben... |
Toen ik thuis aankwam, stond net geen 100 km extra op de teller. Met een bewogen gemiddelde van 25,5 km/u hadden we flink gereden.
zaterdag 19 september 2015
BuMM verlichting op de Seiran: de praktijk - 1
Eerste en tweede generatie
Vooreerst: de Luxos U is wat uitgebreider dan een standaard koplamp. Er horen een afstandsbediening en een usb-voeding bij. In de eerste uitvoering van die lamp werd de verbinding met de afstandsbediening gemaakt met een stekkeraansluiting aan de zijkant van de koplamp.![]() |
| Luxos U - Mk I (foto van het web) |
Het nadeel bleek al snel nadat de lamp op de markt verscheen: de verbinding was niet waterdicht. De afstandsbediening ook niet. Algauw verschenen klachten over uitvallende lampen, over lampen die willekeurig aan en uit gingen, over usb-voedingen die meer niet dan wel werkten, ...
Het ontwerp ging terug naar de tekentafel en er verscheen een herwerkte versie. Ik denk dat dit in 2014 gebeurde. De afstandsbediening is nu vast verbonden met de koplamp, waardoor waterinsijpeling veel minder waarschijnlijk geworden is.
![]() |
| Luxos U - Mk II (foto van het web) |
Het grote nadeel van de vernieuwing: je kunt de kabel niet meer verlengen, waardoor de schakelaar niet meer op het stuur van een ligfiets kan gezet worden. Dat wist ik vooraf, maar het blijft een bezwaar. Dit is de versie die ik monteerde.
Ook esthetisch heeft het concept gevolgen: je moet behoorlijk wat draden en doosjes een plek geven op de fiets.
![]() |
| Op de stuurstang: lichtschakelaar (onderaan) en usb-aansluiting |
- Een oranje led rechts duidt erop dat de lamp aan staat. "Aan" moet je begrijpen als de sensorstand: de lamp bepaalt zelf of de dagrijleds branden of de hoofdled voor de verlichting.
- Een blauwe led staat voor "vloedlicht", waarbij de lamp tijdelijk geen 70, maar 90 lux levert.
- Tenslotte is er links een groene led die brandt als het achterlicht (indien aangesloten) brandt.
![]() |
| De koplamp zoals je ze ziet vanop de fiets |
Erg is het eigenlijk niet: je laat de lamp gewoon altijd aan staan, want qua weerstand merk je er niets van. Je kan hem in principe uitschakelen om meer energie ter beschikking te hebben voor de usb-voeding, maar de nood daaraan zal niet veel voorkomen.
Verlichtingsmodi
Verder zit de lamp vol elektronica: het verlichtingspatroon varieert naargelang je meer of minder dan 15 km/u rijdt. Sneller betekent meer licht in de verte. Dan denk je: "aha, op een fiets met kleinere wielen kan dat niet correct zijn". Ook daar dacht BuMM aan: je kunt dit 'herprogrammeren' in functie van de snelheid.Je hebt dus
- dagrijlichten (twee felle leds bovenin de lampbehuizing)
- verlichting voor lage en hoge snelheid
- 'vloedlicht'
- mogelijkheid om lichtsignaal te geven
Om de usb-voeding te stabiliseren en als energie-opslag voor het standlicht is hier geen condensator gebruikt, maar een kleine lithiumaccu. Ik ben benieuwd wat de levensduur hiervan zal zijn.
Achteraan gebruikte ik dezelfde lamp vanop mijn Trek en Birdy: een led-achterlicht dat een brede streep licht levert (geen puntbron) en met geïntegreerd remlicht. Dat laatste meet de pulsen van de naafdynamo en reageert daarop.
Helaas: in dit exemplaar zit een fout, waardoor het standlicht niet werkt. Deze gaat retour en wordt (kostenloos) vervangen door de leverancier (bike-discount.de).
Montage op de ligfiets
Op de meeste ligfietsen is een montagenok gelast op de bracketbuis. Dat maakt dat de bevestiging anders verloopt dan bij een gewone fiets, waar je die in principe op de vorkkroon schroeft met de meegeleverde RVS-beugel.Er moest wel een bus tussen (rechts van de koplamp, om de bout) omdat de lamp anders tegen de nok drukte.
![]() |
| Tussen de nok en de lamp zie je nog net de aluminium afstandsbus. |
- de kabel naar het achterlicht
- de kabel van de naafdynamo
- aan de zijkant de kabel naar de afstandsbediening en usb-aansluiting
Licht
Dit is natuurlijk waarvoor je een koplamp plaatst: om licht te hebben.![]() |
| Standlicht aan |
![]() |
| Standlicht uit |
Het lichtpatroon is prima. Bij projectie op een vlak loodrecht op de grond zie je dat het licht bovenaan zichtbaar sterker is. Je moet er rekening mee houden dat het licht in de praktijk op de grond schijnt. Dat betekent dat dit sterke licht over een groter oppervlak en op een grotere afstand op de grond schijnt. Dat betekent dat je een eerder egaal en erg breed verlicht vlak voor je hebt. De Philips SafeRide deed het al erg goed, maar dit is van een andere orde. Goed: voor die prijs mag dat ook wel en de Philips is niet meer in productie.
Door de vorm van de koplamp en de spiegeloptiek is het licht ook vanaf de zijkant duidelijk zichtbaar. Dat is prima voor de veiligheid!
Aan de bovenkant zit een zwartgelakte aluminium 'kap', die op een conventionele fiets zorgt dat het licht niet in je ogen kan schijnen. Vooraan op de ligfiets is dat van geen belang.
Een mooie bespreking van een Britse ligfietser vind je hier. Foto's maken van de lichtbundel is niet simpel, ook omdat deze lamp enkel het volle vermogen levert als je fietst. Als het wat langer donker blijft, zal ik een poging ondernemen om er wat beelden van te schieten.
donderdag 17 september 2015
Dynamo-verlichting op de Seiran: montage
Het plan is omgezet in realiteit: nadat ik een nieuw voorwiel, met naafdynamo, maakte voor de Seiran, is nu ook de verlichting gemonteerd.
Dat vraagt wel enig denkwerk. Een lamp monteren op zich houdt eigenlijk niets in, maar de kabels netjes leiden en waar mogelijk wegwerken, dat is andere koek. De BuMm Luxos U vormt hierbij een bijzondere uitdaging, omdat er meer bedrading aan te pas komt dan enkel een verbinding tussen de naafdynamo en de koplamp: er is nog een draad naar de afstandsbediening en verder naar de usb-connector.
Verder is het de bedoeling om alles zo netjes mogelijk te houden. Dat houdt in dat de kabels waar mogelijk door het frame moeten lopen.
Net achter de bracketbuis zit een opening aan de onderkant van de trapboom: daar kunnen de kabels - één naar de dynamo en een andere naar het achterlicht - in het frame verdwijnen.
Een eind verder, net voor het balhoofd, zit alweer een opening waar de kabel naar de naafdynamo weer tevoorschijn komt. Vandaar leidt ik die langs de linker vorkpoot naar de naaf. Dat moet met kabelbinders, want er zijn geen openingen beschikbaar. Natuurlijk zou ik er twee kunnen boren aan de binnenkant; eentje bovenaan en een tweede onderaan. Dat komt misschien nog, ooit eens.
De kabel voor het achterlicht moet helemaal naar achter. De kabel is soepel, dus die schuif je niet zomaar in de richting die jij wil. Ik plooi een haak aan het eind van een stuk stijve ijzerdraad. Dat schuif ik van onder het zitje, waar de derailleur- en remkabel tevoorschijn komen, door de framebuis naar voor. Ik kan zo helemaal niet zien wat ik doe, dus moet de trapboom eraf. Klinkt simpel, maar om dat te doen moet de ketting er vooraan af. Dan moet de derailleur ook nog losgemaakt worden en alles wat die trapboom kan tegenhouden.
Vooraf merk ik de precieze positie van die trapboom, zodat het geen zoektocht wordt om alles opnieuw af te stellen.
Daarna gaat de draad voor het achterlicht van voor naar achter in de framebuis, waarna ik kan hengelen met die ijzerdraad. Niet simpel, want het balhoofd loopt dwars door die buis, waardoor er links en rechts nog wat plaats is erlangs.
Dat lukt, met wat geduld, en zo zit die kabel netjes weggestopt en afgeschermd. Onder het zitje komt die weer tevoorschijn.Daar leidt ik hem langs het zitje en de bagagedrager naar achteren. Ook hier wordt de kabel netjes met kabelbinders vastgelegd, zo onzichtbaar mogelijk.
Het eindresultaat: een werkende koplamp, een werkend achterlicht en - ik testte het zaterdag uit - een usb-voeding die het ook doet.
In de volgende posts gaat het over de praktijkervaringen met de Luxos U.
Dat vraagt wel enig denkwerk. Een lamp monteren op zich houdt eigenlijk niets in, maar de kabels netjes leiden en waar mogelijk wegwerken, dat is andere koek. De BuMm Luxos U vormt hierbij een bijzondere uitdaging, omdat er meer bedrading aan te pas komt dan enkel een verbinding tussen de naafdynamo en de koplamp: er is nog een draad naar de afstandsbediening en verder naar de usb-connector.
Verder is het de bedoeling om alles zo netjes mogelijk te houden. Dat houdt in dat de kabels waar mogelijk door het frame moeten lopen.
Net achter de bracketbuis zit een opening aan de onderkant van de trapboom: daar kunnen de kabels - één naar de dynamo en een andere naar het achterlicht - in het frame verdwijnen.
Een eind verder, net voor het balhoofd, zit alweer een opening waar de kabel naar de naafdynamo weer tevoorschijn komt. Vandaar leidt ik die langs de linker vorkpoot naar de naaf. Dat moet met kabelbinders, want er zijn geen openingen beschikbaar. Natuurlijk zou ik er twee kunnen boren aan de binnenkant; eentje bovenaan en een tweede onderaan. Dat komt misschien nog, ooit eens.
De kabel voor het achterlicht moet helemaal naar achter. De kabel is soepel, dus die schuif je niet zomaar in de richting die jij wil. Ik plooi een haak aan het eind van een stuk stijve ijzerdraad. Dat schuif ik van onder het zitje, waar de derailleur- en remkabel tevoorschijn komen, door de framebuis naar voor. Ik kan zo helemaal niet zien wat ik doe, dus moet de trapboom eraf. Klinkt simpel, maar om dat te doen moet de ketting er vooraan af. Dan moet de derailleur ook nog losgemaakt worden en alles wat die trapboom kan tegenhouden.
Vooraf merk ik de precieze positie van die trapboom, zodat het geen zoektocht wordt om alles opnieuw af te stellen.
Daarna gaat de draad voor het achterlicht van voor naar achter in de framebuis, waarna ik kan hengelen met die ijzerdraad. Niet simpel, want het balhoofd loopt dwars door die buis, waardoor er links en rechts nog wat plaats is erlangs.
Dat lukt, met wat geduld, en zo zit die kabel netjes weggestopt en afgeschermd. Onder het zitje komt die weer tevoorschijn.Daar leidt ik hem langs het zitje en de bagagedrager naar achteren. Ook hier wordt de kabel netjes met kabelbinders vastgelegd, zo onzichtbaar mogelijk.
Het eindresultaat: een werkende koplamp, een werkend achterlicht en - ik testte het zaterdag uit - een usb-voeding die het ook doet.
In de volgende posts gaat het over de praktijkervaringen met de Luxos U.
dinsdag 15 september 2015
Eindelijk!
16u45: de werkdag is afgelopen. Ik schakel de schermen uit, ruim mijn bureau op, pak de spullen samen en dan ben ik klaar voor.
Zoals gewoonlijk ga ik me omkleden: met fietskleding (eigenlijk loopkleding) rijdt het toch makkelijker.
Het weer vandaag was wisselvallig. 's Morgens vertrok ik bij schemerduister, maar droog en met een aarzelend zonnetje. Er was regen aangekondigd vanaf de middag en die viel, met tussenpozen, met bakken uit de lucht.
Maar nu, net voor 17u, is het weer droog. Even toch. Gedurende zowat twee kilometer. Dan begint het te druppelen en de hemelkranen gaan stilaan verder open. Het minivizier gaat eraf en het schuimdeksel komt in de plaats. Als het harder regent, is dat veel efficiënter om de spatten buiten te houden.
Eindelijk: 'het regent bijna nooit' en de keren dat ik door een plensbui fietsforens zijn uiterst zeldzaam. Maar deze keer heb ik prijs. Het regent pijpenstelen; het regent blaasjes. Fietsers schuilen onder de bomen langs het jaagpad, doorweekt en verkleumd.
Ik zit knus in de Orca. Een verdwaalde druppel, opgezweept door de rijwind, waait binnen. De banden ruisen over het natte wegdek en de regen klettert op het velomobieldakje. Binnenin is het droog. En warm. Stilaan zelfs te warm. Dat is een probleem, want in de stromende regen even stoppen, uitstappen en de lichte trui uitdoen is geen optie.
De combinatie van de hoge vochtigheid en de warmte doet me zweten. Een beetje langzamer rijden is hier de oplossing voor. 'Langzaam' is relatief: met rugwind betekent dat zowat 35 km/u.
Als kind vond ik het al leuk om door de regen te lopen en te fietsen - tenminste indien ik er de juiste kleren voor aan had -, maar met de velomobiel is het helemaal een pretje.
Zoals gewoonlijk ga ik me omkleden: met fietskleding (eigenlijk loopkleding) rijdt het toch makkelijker.
Het weer vandaag was wisselvallig. 's Morgens vertrok ik bij schemerduister, maar droog en met een aarzelend zonnetje. Er was regen aangekondigd vanaf de middag en die viel, met tussenpozen, met bakken uit de lucht.
Maar nu, net voor 17u, is het weer droog. Even toch. Gedurende zowat twee kilometer. Dan begint het te druppelen en de hemelkranen gaan stilaan verder open. Het minivizier gaat eraf en het schuimdeksel komt in de plaats. Als het harder regent, is dat veel efficiënter om de spatten buiten te houden.
Eindelijk: 'het regent bijna nooit' en de keren dat ik door een plensbui fietsforens zijn uiterst zeldzaam. Maar deze keer heb ik prijs. Het regent pijpenstelen; het regent blaasjes. Fietsers schuilen onder de bomen langs het jaagpad, doorweekt en verkleumd.
Ik zit knus in de Orca. Een verdwaalde druppel, opgezweept door de rijwind, waait binnen. De banden ruisen over het natte wegdek en de regen klettert op het velomobieldakje. Binnenin is het droog. En warm. Stilaan zelfs te warm. Dat is een probleem, want in de stromende regen even stoppen, uitstappen en de lichte trui uitdoen is geen optie.
De combinatie van de hoge vochtigheid en de warmte doet me zweten. Een beetje langzamer rijden is hier de oplossing voor. 'Langzaam' is relatief: met rugwind betekent dat zowat 35 km/u.
Als kind vond ik het al leuk om door de regen te lopen en te fietsen - tenminste indien ik er de juiste kleren voor aan had -, maar met de velomobiel is het helemaal een pretje.
zaterdag 12 september 2015
Onderhoud aan de E-Orca
Dat er na 22.000 km fietsen al eens iets versleten raakt, lijkt me eerder normaal. De E-Orca houdt prima stand: er is amper werk aan. Anderzijds is er een belangrijke toevoeging: elektrische ondersteuning. Bij mij werkt die continu, wat betekent dat alles vanaf de motor extra vermogen te verwerken krijgt, ook al 22.000 km lang.
Op Cycle Vision werd ik aangesproken door een Limburgse E-Orca-eigenaar, die me wist te vertellen dat de korte ketting tussen de motoras en de Rohloffnaaf bij hem al snel luidruchtig werd en ook hard sleet. Tja, het is ook een erg korte ketting (15 schakels), die daar bovenop veel vermogen moet overbrengen.
Vanmorgen, onder een achter wolkensluiers verstopte zon, haalde ik de motorbehuizing eraf om de kettingslijtage te controleren. Dat had ik beter gedaan toen in het voorjaar de olie in de Rohloffnaaf ververst werd, maar ja: niet aan gedacht...
Dit is een klusje waarbij je niet onder tijdsdruk mag staan. Niet dat het aartsmoeilijk is, maar je moet het bedachtzaam aanpakken. Op het motorhuis vind je acht bouten, waarvan er zes verwijderd moeten worden. Dat moeten dus de juiste zijn.
Dan moet het kunststof tandwiel, dat op de motoras zit, eraf gehaald worden. Dat is een vervelend werkje, want soms komt het lager dat erachter zit mee en soms ook niet. Daarenboven zit er aan de rechterkant een kunststof kettingspanner (je ziet er een klein stukje van: groen plastic), die hierbij niet echt meewerkt.
Enfin: het tandwiel kwam eraf en de ketting kon eruit. Dit is waar het om draaide: hoe zou het ermee staan? Wel: de slijtagemeter toonde aan dat de ketting - ook hier een KMC X1 - minstens aan vervanging toe is: 100 % slijtage.
Het pleit voor het materiaal: de ketting mag dan wel versleten zijn, de tandwielen ogen nog nagelnieuw.
Samen met de verlichting voor de Seiran bestelde ik een nieuwe X1 ketting, waarvan nu een eind van 15 schakels gebruikt wordt. De rest is goed voor de volgende beurt.
Dan volgt de grootste uitdaging: de ketting en het tandwiel op hun plaats krijgen, waarbij de ketting ook in het gootje in de kettingspanner terecht moet komen. Dit is een mooie oefening om je kalmte te bewaren.
Nadien wordt alles weer dichtgeschroefd en worden de nodige stekkerverbindingen gemaakt. De controller zit namelijk ook in dat motorhuis. De E-Orca - of minstens die ketting - kan er weer tegen voor de volgende 20.000 km.
Hier was ik een paar uren zoet mee, maar vergeleken met het onderhoud dat de Alleweder A2 vroeg, is dit echt verwaarloosbaar. Bij Flevobike zou het waarschijnlijk ook maar een fractie van die tijd vragen. Dan moet ik wel eerst tot daar raken...
Nu kan de E-Orca er weer tegen. De zomer is voorbij, dus krijgt hij het weer harder te verduren.
Op Cycle Vision werd ik aangesproken door een Limburgse E-Orca-eigenaar, die me wist te vertellen dat de korte ketting tussen de motoras en de Rohloffnaaf bij hem al snel luidruchtig werd en ook hard sleet. Tja, het is ook een erg korte ketting (15 schakels), die daar bovenop veel vermogen moet overbrengen.
Vanmorgen, onder een achter wolkensluiers verstopte zon, haalde ik de motorbehuizing eraf om de kettingslijtage te controleren. Dat had ik beter gedaan toen in het voorjaar de olie in de Rohloffnaaf ververst werd, maar ja: niet aan gedacht...
Dit is een klusje waarbij je niet onder tijdsdruk mag staan. Niet dat het aartsmoeilijk is, maar je moet het bedachtzaam aanpakken. Op het motorhuis vind je acht bouten, waarvan er zes verwijderd moeten worden. Dat moeten dus de juiste zijn.
Dan moet het kunststof tandwiel, dat op de motoras zit, eraf gehaald worden. Dat is een vervelend werkje, want soms komt het lager dat erachter zit mee en soms ook niet. Daarenboven zit er aan de rechterkant een kunststof kettingspanner (je ziet er een klein stukje van: groen plastic), die hierbij niet echt meewerkt.
Enfin: het tandwiel kwam eraf en de ketting kon eruit. Dit is waar het om draaide: hoe zou het ermee staan? Wel: de slijtagemeter toonde aan dat de ketting - ook hier een KMC X1 - minstens aan vervanging toe is: 100 % slijtage.
Het pleit voor het materiaal: de ketting mag dan wel versleten zijn, de tandwielen ogen nog nagelnieuw.
Samen met de verlichting voor de Seiran bestelde ik een nieuwe X1 ketting, waarvan nu een eind van 15 schakels gebruikt wordt. De rest is goed voor de volgende beurt.
Dan volgt de grootste uitdaging: de ketting en het tandwiel op hun plaats krijgen, waarbij de ketting ook in het gootje in de kettingspanner terecht moet komen. Dit is een mooie oefening om je kalmte te bewaren.
Nadien wordt alles weer dichtgeschroefd en worden de nodige stekkerverbindingen gemaakt. De controller zit namelijk ook in dat motorhuis. De E-Orca - of minstens die ketting - kan er weer tegen voor de volgende 20.000 km.
Hier was ik een paar uren zoet mee, maar vergeleken met het onderhoud dat de Alleweder A2 vroeg, is dit echt verwaarloosbaar. Bij Flevobike zou het waarschijnlijk ook maar een fractie van die tijd vragen. Dan moet ik wel eerst tot daar raken...
Nu kan de E-Orca er weer tegen. De zomer is voorbij, dus krijgt hij het weer harder te verduren.
Abonneren op:
Posts (Atom)




































