vrijdag 4 april 2014

avonduren

Ja, hoor, die "d" hoort er wel degelijk!

Woensdagavond was het lekker zacht. Geen zuchtje wind, open hemel en ik had zin om nog "even" een ritje te maken. Fietsnet.be is dan een mooie inspiratiebron. Naargelang de zin gaat het in één van de windrichtingen, waarvan oost en zuid het meest aantrekkelijk zijn.
West betekent dat ik Gent moet dwarsen en voor een rit is dat niet echt aangenaam, tenzij het centrum echt het doel wordt, maar da's slechts 5 km. Noord betekent dat ik naar het havengebied trek en dat is ook niet echt leuk toeren.
Het dakje bleef thuis,  net als de helm en het schuimdekje werd opgeborgen. Dit zou een rustig tochtje worden, ver weg van alle drukte.

Deze keer was "zuid" de keuze. Zuid betekent richting glooiend land en slingerende landwegen over heuvelruggen. Zuid betekende deze keer een korte aanloop tot in Melle en dan langs Merelbeke om de toeristische rit aan te vangen. Een knooppuntenroute betekent ook dat ik me kan verwachten aan smalle paadjes af en toe, onverharde stukken, veldwegen, kasseien, ... en bijgevolg amper tot geen autoverkeer, behalve waar de tocht de onvermijdelijke grote wegen moet kruisen.


In Merelbeke hebben ze afwijkende ideeën over fietspaden. Om te beginnen dienen die blijkbaar ook als parkeerplaats.

Pal in het midden...
Dit is, helaas, niets bijzonders. Elke fietser ervaart zo'n toestanden. Met een velomobiel is het wel iets moeilijker om langs te raken, maar het lukt wel.
In Merelbeke houden ze ook van amper zichtbare tractorsluizen.

 
Je zal zo'n onding maar op je weg vinden bij volslagen duisternis...
 
Van Merelbeke ging het naar Bottelare (waar ik bij de vorige doortocht aan veldrijden deed) en daar begint het landschap echt te veranderen.


Daar kom je in molengebied, met heuvelruggen, uitgestrekte weiden en akkers, met slingerwegen langs de hellingen.


Daar is het ook opletten geblazen op de landwegen: prachtige betonbanen, mooi vlak, maar op de meest onverwachte plaatsen - net in of achter een bocht bijvoorbeeld - ligt grind op het wegdek. De Orca begint dan naar de buitenkant te schuiven. "Expect the unexpected": snelheid matigen is het beste wat je kunt doen. Bij één zo'n afdaling aan pakweg 45 km/u kwam de buitenkant van de bocht gevaarlijk dicht. De pret van de snelheid weegt dan niet op tegen het risico.

Van Bottelare ging het naar Scheldewindeke en verder langs Oosterzele richting Sint-Lievens-Houtem. Toen was het al flink aan het schemeren.
Foto's maken zat er niet meer in: mijn compactje kan zoiets niet aan.

Ooit was Vlaanderen heel devoot katholiek (Bottelare).
Dan slingerde de route rond de noordwestkant van Bavegem, waar het keerpunt was. Vandaar ging het richting Gontrode en dan onder enkele spoorlijnen langs de vijvers terug naar Melle. In Melle passeerde ik een gebouw dat bij bierliefhebbers gekend moet zijn: brouwerij Huyghe (van o.a. "delirium tremens").
Daar was het gedaan met het gestage stijgen en dalen: het laatste stuk van de rit ging over het jaagpad langs de Schelde.

Ik zal zo'n 45 km gereden hebben. Wat opviel was de ongelooflijke rust. Geen geraas van autowegen, geen langszoevende, gehaaste automobilisten. Geen kolonnes wielertoeristen, geen onverwacht overstekende voetgangers. De wereld leek verlaten. Achter de gordijnen en ramen zag je hier en daar een tv-scherm oplichten en in de verte schenen oranje linten van de toch wat grotere verbindingswegen. Een prima rit om de dag af te sluiten.


woensdag 2 april 2014

testrit

Neen, met de Orca is niets mis en met de andere fietsen ook niet. Wel begin ik me stilaan voor te bereiden op meerdaagse ritten (ligfietstreffen begin mei in Genk, de trip naar Flevobike later die maand en de "grote" reis naar Bretagne in de zomer) en dat betekent dat de reisconfiguratie moet getest worden: wat kan mee in de Radical Cyclone; welke kruissnelheid is haalbaar; welke dagafstanden kunnen afgelegd worden...

Het voorbije weekend was met de familie afgesproken bij mijn broer. Dat is niet zo ver - 32 km -, maar de route gaat grotendeels over een prachtig fietspad en ik ken ze al goed, dus kan ik me concentreren op andere, meer technische zaken.

De "nieuwe" Cyclone kreeg een recent een update: vlagje linksachter ('t is een zeer lage kar en achter een velomobiel verwacht je dat niet meteen) en een regenhoes zijn erbij gekomen. Die hoes is felgekleurd (fluo groen), wat de zichtbaarheid ook zou moeten verbeteren. De bandendruk werd gecontroleerd en de basis-kampeeruitrusting erin geladen: tent, slaapzak, slaapmat, tarp, ...

De Cyclone is niet extreem ruim, maar met 100 l kan er toch heel wat in. In de Orca zelf zat niets extra. Bij een echte kampeerreis komt er natuurlijk nog wel wat bij (kookspullen, meer kledij, wat elektronica), waardoor wat nu mee was wellicht gewoon in de Orca kan.

Ik had het al gemerkt toen ik de kar ging halen: je voelt niet dat die achter de velomobiel hangt. Ergens is dat niet verwonderlijk: de E-Orca weegt, zonder lading, 47 kg en de Cyclone weegt leeg 5,5 kg. De wielen lopen zeer licht, dus is er weinig extra belasting. Het bijkomende gewicht is dan verwaarloosbaar (leeg dan wel).
Deze keer was er wel wat extra gewicht, maar dat valt enorm mee. Laten we even tellen:
  • tent (Vaude Mark II 3P light): 2,9 kg
  • slaapmat (Vaude Norrsken): 600 g
  • slaapzak (Lafuma dons): 650 g
  • liner voor slaapzak (Quechua biokatoen): 450g
  • tarp (Bo Camp): ong. 1,5 kg, buizen inbegrepen
  • een rugzak met wat kledij: misschien 2 kg
  • een paar sandalen: 1 kg?
Pakweg 9 kg. Dat maakt een totaal van ongeveer 15 kg achter de Orca. Gelukkig is er het vlagje, want anders zag en voelde ik er niets van.
Van Gent naar Sas-van-Gent, dat betekent dat de hele route, op enkele bruggen na, perfect vlak is. Het weer was prima, maar zaterdagmiddag stond er een flinke tegenwind. Zondag, op de weg terug, was er dan weer geen zuchtje wind.



Ik maakte van de gelegenheid gebruik om ook met de Orca wat te experimenteren. Omdat het weer zo mooi was en de zon niet te fel scheen, haalde ik het dakje eraf. De buizen schoof ik eruit. Die kunnen net niet in de kar, dus kwamen ze naast mij in de velomobiel terecht. Het dakje was prima om in de kar de bagage af te dekken en de bovenkant van de tas mooi in model te houden (de Cyclone was namelijk niet eens halfvol). Ondanks het goede zicht met het dakje, voelt het toch nog heel wat opener aan zonder. Maar: meteen blijkt dat het dakje ook aerodynamisch een rol speelt. Er is voelbaar meer rijwind rond mijn hoofd. Dat kan dan weer opgevangen worden door het schuimdekje te monteren, dat de wind duidelijk weg leidt. Bijgevolg is het veel stiller en rustiger rijden. Ook dat is eigenlijk nog niet optimaal, want het schuimdekje sluit een deel van de opening in de kap af en als het warmer wordt, blijft die warmte meer hangen. Het is absoluut niet zo dat het oncomfortabel wordt, maar ideaal is het ook weer niet. Zeker niet met het oog op lange ritten in zomerse omstandigheden.
Een andere optie is dat schuimdekje opbergen en het dak er wel over zetten. "Wahl macht Qual"...

Het resultaat: een kruissnelheid van rond 32 km/u is heel lang vol te houden. Dat maakt dat ook lange dagafstanden (100 tot 200 km) perfect haalbaar moeten zijn.

Een volgende test wordt een rit met bagage in de Vlaamse Ardennen, zodat ik op pakweg 100 km zowel de langere afstand kan uitproberen als ervaringen met hellingen opdoen.
Hellingen werken in twee richtingen: je moet ze beklimmen (welke snelheid, welke versnelling, hoeveel energie vraagt het) en je moet ze afdalen (laten lopen of af en toe bijremmen, welke snelheid is nog veilig met een kar erachter, hoe snel kan ik afremmen). Aangezien het hier absoluut vlak is, heb ik daar weinig ervaring mee en die moet er wel zijn als ik Frankrijk wil doorkruisen. Het mogen dan de Alpen niet worden, maar vlak zal het ook niet zijn.

Conclusie: de kar is absoluut geen extra voelbare belasting.
Andere conclusie: voor de Cyclone zijn andere binnenbandjes nodig, zodat zowel in de Orca als bij de Cyclone dezelfde ventielen gebruikt worden. Dat is veel handiger in het geval van een lek of indien er wat lucht bij moet. Mochten er nu ook nog 406-velgen op zitten...
En nog eentje: indien kamperen beperkt wordt tot overnachten (als er niet gekookt moet worden), kan alles gewoon mee in de velomobiel.

maandag 31 maart 2014

reizen, bagage en overbrengingsverhoudingen

Er is al een post verschenen met de reisplannen voor de komende zomer. Die zijn eigenlijk behoorlijk ambitieus wat de totale afstand betreft (pakweg 1600 km), niet zozeer voor de dagafstanden (een goede 100 km per dag, zoals het er nu uitziet).

Een blogpost van André zette me wel aan het denken. Een Orca zit wel even anders in elkaar dan zowat elke andere velomobiel, in die zin dat de hele aandrijflijn gesloten is. Even tandwielen wisselen zit er niet meteen in. Er zit een Rohloffnaaf op de tussenas en dus is er ook geen cassette waar je zomaar even een ander kransje in zet.

Nu, met gewoon woonwerk-verkeer, lijken de verhoudingen allemaal wat aan de korte kant. Kleiner dan de 5de versnelling heb ik nog niet gebruikt en in de 14de, grootste, versnelling kan ik het soms amper nog bijbenen.

Ook is het zo dat meerdaagse trips voor mij betekenen dat er gekampeerd wordt en met dat doel kwam een Radical Cyclone (I) in huis. Dat houdt meteen in dat er extra gewicht meegenomen wordt en dan zijn kortere verhoudingen weer een voordeel. Het reisdoel ligt in Frankrijk, waarbij hele stukken golvend tot licht bergachtig terrein doorkruist worden. Langs de kust kunnen de hellingen behoorlijk steil worden. Dan is het van belang dat je verzet kort genoeg is. Bij bergaf maakt het allemaal niet zoveel uit, want daar helpt de zwaartekracht wel.

Nu is het probleem dat dit allemaal theorie is, allemaal gissingen. De eerste meerdaagse trips die op het programma staan, gaat richting Genk voor het ligfietstreffen en Dronten voor het eerste onderhoud. Tussen Gent, Genk en Dronten liggen niet veel lange of steile heuvels, dus is het vooral de toegenomen massa met de Cyclone die uitgetest zal worden. De Utrechtse heuvelrug zal wellicht de grootste hindernis vormen.
Dat betekent dat ik, puur als test, met een zwaar geladen Orca met trailer een ritje in de Vlaamse Ardennen zal moeten uitstippelen. Daar zitten enkele zeer venijnige hellingen in, befaamd in wielrennersmiddens: de Berendries, de Kleiberg, de Molenberg,... en zo zijn er nog heel wat. De naam "berg" mag er dan wel wat over zijn, stijgingspercentages van 10% en meer liegen er niet om. Soms begint het steilste stuk net na een scherpe bocht of gaan de hellingen gepaard met kasseistroken.
En kijk:  heel toevallig heb ik nog een mooie rit als gps-route staan. 100 km vertrekkend thuis, waarin de Zwalmroute geïntegreerd is. Zo kan ik alles uittesten: de klimcapaciteiten van de Orca, de haalbaarheid van langere afstanden rijden met flink wat bagage en of het verzet goed gekozen is. Als dat kan gebeuren voor ik naar Dronten trek, kan daar nog altijd een tandwiel vervangen worden (hoop ik), mocht het nodig blijken.

Theoretisch is het ideaal om het bereik zo ruim mogelijk te maken, maar met een Rohloff, met een bereik van 527 %, zit je wat dat betreft vast. Er kan enkel nog gespeeld worden met de grootte van het verzet.

donderdag 27 maart 2014

werkverplaatsing

Elke dag rij ik met de fiets, Orca of Kobra, naar het werk. Gisteren moest ik in de namiddag een opleiding geven bij een klant ter plaatse. Daarna zou de werkdag erop zitten en dus kon ik recht naar huis na de opdracht. Wat doe je dan? Nou, met de Orca tot bij de klant fietsen, natuurlijk!

De rit werd opgemaakt via Openrouteservice, waarmee ik een rechtstreekse export voor de Oregon 450 kan creëren.

De rit startte vreselijk saai: een kaarsrecht fietspad langs een even rechte baan. Kilometers lang, zonder veel alternatieven.


Een eind verder moest ik het provinciestadje Deinze door, waarna het wegbeeld onmiddellijk veranderde en jammer genoeg het weer ook...


Vanaf Deinze ging de weg verder langs allerlei kleine landbouwwegen, meestal uit beton in allerlei kwaliteiten. Dit was echt een route door landelijk Vlaanderen.


Vanaf Aalter ging het na afloop huiswaarts. Dit was dezelfde route als bij het afhalen van de Radical Cyclone fietskar. Ook tussen Aalter en Gent is het landschap boeiend, als je tenminste bereid bent om een kleine omweg te maken. Zo rij je het hele eind langs het kanaal van Gent naar Brugge. Geen auto's, wel een jaagpad met sporadisch andere fietsers en wandelaars. In het weekend, bij mooi weer, zal het wel wat drukker zijn.


En ergens onderweg, in Merendree, kwam ik het volgende bizarre bord tegen.


Zoek het fietspad... Ik heb het niet gevonden. Dit is trouwens een absurd brede brug, die aan de kant waar ik vandaan kwam doodloopt op een jaagpad. Ergens moet er ooit geld teveel geweest zijn.

dinsdag 25 maart 2014

Strava

Op verzoek van de noorderburen startte ik met Strava, om de ritten te publiceren op "velomobile club worldwide". Strava - een app voor de smartphone die je ritten kan registreren - blijkt wel wat leuke kantjes te hebben. Er zijn namelijk stukken van de route die via de app gekend zijn als "traject". Een traject is een route die door meer fietsers gereden wordt en waarvoor de prestaties kunnen vergeleken worden.

Zo'n traject is bijvoorbeeld een stuk van het jaagpad langs de Schelde, dat deel uitmaakt van mijn woon-werk route. Daar kun je moeilijk van afwijken, dus is het een mooi eind om te vergelijken.

Nu is dit jaagpad een geliefd trainingsparcours voor wielerprofs en serieuze amateurs. Bij mijn eerste Strava-registraties las ik op een bepaald traject ongelooflijke gemiddelden van ruim boven 50 km/u. Respect voor die heren! (zelfs al reden ze achter een brommertje hiervoor).

Vorige woensdag zat het dan even mee: zowat 12°C, droog en een rugwind van windkracht 3 à 4. Ik had er zin in ook. Dat was dus het moment om een aanval te doen op mijn PR (persoonlijk record) voor dat traject. Toen ik thuis de rit bekeek, bleek ik plots geëindigd op de 9de plaats algemeen, met uiteraard een nieuw PR, met een gemiddelde van 45,4 km/u over 8 km en een top van 58,7 km/u.
Donderdag nam ik een andere route, waar ik op een bepaald traject plots "2nd overall" ben. Ook weer "oneerlijke concurrentie", maar daar kan ik niets aan doen blijkbaar.

Ergens wringt het wel: omdat er geen categorie "ligfietsen", laat staan een categorie "velomobielen" bestaat, concurreer ik hiermee met beroepsrenners op racefietsen. Het enige waaraan ze kunnen merken dat ik met een ander voertuig meeding, is mijn avatar. Dat ligt natuurlijk niet aan mij, maar aan de mogelijkheden binnen Strava. Hopelijk verandert dit in de toekomst.
Binnen de resultaten van de club maakt het natuurlijk weinig uit, want daar staan enkel velomobielen tussen. Voor die wielrenners maakt het wel wat uit, want plots zit er een vreemde eend in de bijt. Enerzijds "oneerlijk", anderzijds toont het wel het potentieel van een velomobiel aan.

Deze week wil ik elke rit registreren, zodat er een reëel weektotaal zal bestaan. Daarna zal ik Strava wat selectiever gebruiken; het lijkt me niet echt relevant om permanent elke rit op te slaan. De meesten zijn gewoon woonwerkritten: vier maal per week grosso modo dezelfde route en dezelfde tijd. Echt boeiend kan dat niet zijn.

zondag 23 maart 2014

Merelbeke Molenroute

Zondag, droog en niet al te koud voor de tijd van het jaar.

Fietsdag!

Niet te ver, want in huis is er ook altijd wat te doen, maar toch moest ik even buiten. Inspiratie werd gezocht en gevonden via routeyou: de Merelbeke - Molenroute.

Dit is een recreatieve fietsroute en ik zou gauw weten wat onder "recreatief" verstaan wordt. In elk geval is een fiets in Vlaanderen iets met twee wielen, geen drie! Algauw werd het een uitdagende tocht, maar dat zorgt er meteen voor dat de beelden krachtig genoeg zijn om in het hoofd te blijven zitten.

Molenroute dus. "Meulen" in het lokale dialect. De eerste lag dan meteen aan de Meulewegel.


Wel molens, maar geen ruimte voor driewielers. Een tractorsluis, tot daar, maar daarnaast is amper plaats. Dit was de eerste op de weg.


Om helemaal zeker te zijn dat geen automobilist dit pad zou volgen, werden er ook nog eens paaltjes voor en achter de sluis gezet.

Bemerk de schitterende wolkenpartijen. Daarvoor alleen al zou je zo'n rit maken.

Meteen was zichtbaar dat na een haakse bocht alweer zo'n sluis lag te wachten en deze keer met nog minder plaats ernaast. Uitstappen of in de modder zakken, was de keuze. 


En ongelooflijk, maar binnen de 500 m lag alweer een derde tractorsluis!


Dat was de eerste oplossing die ik in Merelbeke zag om auto's te weren. Maar ze zijn creatief daar: er werden nog oplossingen gedemonstreerd.

Het eerste is niet echt een versperring; eerder een hindernis voor wie het in zijn hoofd haalt met een meersporige fiets een route te volgen. Nou ja: zo zie je weer eens wat anders.


Het lukte wel. Net. Wat stuurmanskunst en ervaring helpen. De omgeving loont dan wel de moeite.

Dit was op het stuk tussen Merelbeke en Melsen. In Melsen kwam ik aan de "stenen molen" terecht, na heel wat haakse bochten en heen en weer en op en neer slingerende baantjes.


Veel molen is hier niet meer aan.

Op de weg daar naartoe vond ik nog een andere, helaas sterk verspreide, hindernis op mijn weg: paaltjes!


Dit begrijp ik echt niet. Als er al moet verhinderd worden dat hier auto's door rijden, is één paaltje dan niet voldoende? Veel speling had ik niet.
Anderzijds is het wel heerlijk overal dergelijke achterafweggetjes te kunnen gebruiken. Heerlijk rustig en je krijgt een ander perspectief op de omgeving. Zo'n route kan dan ook enkel uitgetekend worden door iemand die al die paadjes kent (en verkent).

Van Melsen ging het langs een aantal in de regio gekende plekken: het Heilig Geestgoed (probeer niet om daardoor te fietsen: zelfs te voet is het bij tijden onmogelijk zonder laarzen) en de radarpost van Munte. Zo kwam ik in Munte zelf, waarna ik kon uitrusten tijdens een aangename en gezapige afdaling.


Dit is echt de rand van de Vlaamse Ardennen. Hier zijn de hellingen nog vriendelijk.

Daarna leerde ik waarom gezegd wordt dat onze kampioenen uit de Vlaamse klei getrokken zijn. Wie dacht dat ik het met tractorsluizen en paaltjes wel gehad zou hebben: think again!

De bedenkers van de route gooiden me nog wat anders voor de voeten.


Dit kon niet goed gaan! En jawel: onvermijdelijk liep ik vast, ondanks de ruime bodemspeling van de Orca.


Kon het nog erger?

Jawel...


Even uitstappen en de situatie inschatten. Er waren natuurlijk alternatieven, zoals weerkeren, maar dat doe je toch niet? De wolkenpartijen waren ondertussen weer prachtig om zien. De elektrische ondersteuning deed prima zijn werk: extra vermogen dat er heel geleidelijk en constant in kwam duwde de Orca overal doorheen. Of toch bijna...

En jawel: een eind verder moest ik rechtsaf en daar werd het nog spannender.


In de verte zag ik de regen uit de wolken vallen, maar zelf reed ik droog (boven me toch) verder. Het was al af en toe spannend geweest: door de diepe putten hing de Orca zo schuin dat ik dreigde op mijn kant te gaan. Het stuk uit de foto hierboven was het slechtste: een smal spoor, waar ik hellend en slippend door moest, terwijl de wielen hun spoor zochten. De omgeving was prachtig, maar ik moest alle aandacht bij het besturen van de velomobiel houden. Dit is eigenlijk MTB-terrein, maar de in lycra geklede heren op hun flitsende volgeveerde fietsen verkozen het asfaltwegje dat ik een eindje verder zag liggen. Mietjes! Of maakten zij de verstandige keuze?

Hopelijk krijg ik de volgende week wat regen te verduren, want de Orca kan het gebruiken na dit uitstapje.


Zo'n tocht doe je niet om hoge gemiddelden te halen (zowat 25 km/u), maar voor de omgeving en - achteraf gezien - als uitdaging. Dit is niet echt het terrein voor een velomobiel. Met een WAW of een Milan is het wellicht onmogelijk omwille van de beperkte bodemspeling. Leuk is het wel: je hebt het toch maar gedaan en je ziet weer eens wat andere aspecten van je eigen streek.

Af en toe zal ik er nog wel zo'n routes uitpikken.