Het is winter. Dat betekent vaak guur weer: veel wind, altijd uit de foute hoek, veel regen en af en toe sneeuw en andere gladde toestanden. Er wordt gezegd: 'er is geen slecht weer; er is enkel slechte fietskleding', maar als velonaut doe ik daar niet aan mee.
'Er zijn enkel de foute fietsen,' klinkt beter voor wie over een velomobiel beschikt. Dat betekent dat de woon-werk verplaatsingen steevast met de E-Orca gebeuren. Boodschappen vaak ook, behalve als het toch minstens een uur droog lijkt te blijven, dan komt de bukker uit de garage.
De Seiran, die blijft droog in de garage staan tot het weer beter wordt...
Sommige ligfietsers zeggen dan smalend: 'watje'. Stoer ingepakt, met de sjaal drie keer rond het hoofd gedraaid, met dikke winterhandschoenen en dito fietsschoenen sjeezen ze langs jaagpaden en landwegen.
Zo lijkt het toch. In werkelijkheid hebben ze geen keuze. Vol afgunst kijken ze naar de velonauten, die in T-shirt en korte broek de winter doorkomen. Goed, ik geef toe: soms komt er wel een extra laagje over, maar handschoenen en sjaals, dat hoeft echt niet. In winterse omstandigheden gaat er - als het om fietsen gaat - niets boven een velomobiel. Stabiel, droog, knus en toch werk je aan je conditie; het blijft milieuvriendelijk en lekker ontspannend.
Deze week ging het op de heenweg vaak met een strakke noordwester, schuin op kop. De toch wat hogere Orca vangt dan veel wind op de flank, gaat flink schuin hangen en laat zich voortstuwen door windsnelheden van 60 à 70 km/u. Gezellig is dat! Terug naar huis, nu met rugwind, gaat het aan een flinke 40 tot 45 km/u, zonder veel inspanning.
Zo lang het met de Orca kan, is slecht weer eigenlijk prima fietsweer. Gezellig van onder het dakje de wereld bekijken, lekker warm gefietst. Een prima manier om de dag te starten en de werkdag weer af te sluiten.
fietstechniek, ervaringen met fietsen, relaas van verplaatsingen, aanpassingen aan fietsen en velomobiel Flevobike Orca (36) - Thorax Tangens - Nazca Paseo - Heinzmann PAN eTR-U - Birdy Speed
Onderweg met de fiets
fietstechniek, tochten, bedenkingen, ...
dinsdag 2 februari 2016
vrijdag 29 januari 2016
Lichtvin: modificatie
Vooreerst: de derde lichtvin die Flevobike me bezorgde (bij de eerste twee brak een steun af), doorstaat zelfs de test van de Vlaamse kasseien. Dat doet die al maanden, zonder enig probleem.
Het voordeel is dat sinds die vin erop staat, ik echt niemand meer hoorde zeggen dat de Orca 'onzichtbaar' is. Hij doet dus wat verwacht werd en dat op een prima manier. Ook esthetisch oogt het prima, maar dat wisten we al.
Toch heeft ook zo'n 'design'-oplossing nadelen.
Het eerste is evident: een witte en een rode ledstrip met een behoorlijke lichtsterkte vragen energie. 3W per strip, dus 6W extra verbruik. Daardoor moet ik de accu wat meer in het oog houden. Nu kun je met een 12 V/6,75 Ah LiIon accu toch flink wat doen, maar veiligheidshalve laad ik hem elk weekend bij.
Het tweede nadeel - maar eigenlijk is dit een groot woord hiervoor - is dat het licht van achter mij komt. Met het dakje erop merk ik er niets van, maar zonder dakje vermindert dat achterop komende licht mijn zicht. Veel is het niet, maar wel merkbaar.
De lichtvin gaat aan met het achterlicht, dus zodra de boordspanning ingeschakeld is. Dat is veilig, want je kunt het bijna onmogelijk vergeten. Het nadeel is dat je continu 6 W extra verbruik hebt, ook indien dat niet nodig is, zoals langs een jaagpad.
Alle nadelen vallen onder één noemer te plaatsen: zodra ik met de Orca op weg ben, gaat de lichtvin aan en daar was niets aan te doen. Dat moest dus anders.
Voor alle duidelijkheid: al die kleine nadelen wegen niet op tegen het voornaamste voordeel, zichtbaarheid. Daar was het uiteindelijk om te doen.
Nog een element: Ronny, alias de 'liggende fietser', monteerde maar liefst vier led-strips op zijn Orca. Ook hij deed het om de zichtbaarheid te verbeteren. Hij zocht iets om de leds nog meer mogelijkheden te bieden. Op zijn oproep kwam onder andere een reactie van André Vrielink. 'Leuk,' dacht ik. André linkte naar een spotgoedkope elektronische schakelaar met allerlei functies.
Onlangs bestelde ik de vermelde schakelaar.
Dan werd het even denken en zoeken. De schakelaar kan in de bedrading onder de vin komen (achter me, in de smurfenmuts), maar dat is niet direct een plaats waar je al rijdend bij kunt. Beter zou zijn mocht ik de vin vanuit de cockpit kunnen aansturen.
Dat betekent natuurlijk dat er twee draden vanaf de ingang van de vin naar voor moeten komen en terug. Dat betekent ook dat ik op één of andere manier moet kunnen zien hoe de vin gestuurd wordt; welke lichtfunctie ingeschakeld is. Zal ik een led toevoegen?
Voorlopig is de schakelaar in de stroomkring voor de witte ledstrip gezet. De rode kan continu branden, want die stoort me helemaal niet.
Die schakelaar kan er heel eenvoudig tussenuit gehaald worden, want ik heb hem verbonden door middel van stekkerverbindingen uit de modelbouwwereld. En hij is achter het zitje terechtgekomen.
Ook dit wordt even afwachten. De betrouwbaarheid is een onzekere factor; het gebruiksgemak een andere.
Update: na ingebruikname kon ik de mogelijkheden uitproberen. Wat je kunt instellen, is
En waarschijnlijk zal ik de draden met zwarte krimpkous overtrekken, zodat dit mooi verdwijnt tegenover het zwarte subframe.
Het voordeel is dat sinds die vin erop staat, ik echt niemand meer hoorde zeggen dat de Orca 'onzichtbaar' is. Hij doet dus wat verwacht werd en dat op een prima manier. Ook esthetisch oogt het prima, maar dat wisten we al.
Toch heeft ook zo'n 'design'-oplossing nadelen.
Het eerste is evident: een witte en een rode ledstrip met een behoorlijke lichtsterkte vragen energie. 3W per strip, dus 6W extra verbruik. Daardoor moet ik de accu wat meer in het oog houden. Nu kun je met een 12 V/6,75 Ah LiIon accu toch flink wat doen, maar veiligheidshalve laad ik hem elk weekend bij.
Het tweede nadeel - maar eigenlijk is dit een groot woord hiervoor - is dat het licht van achter mij komt. Met het dakje erop merk ik er niets van, maar zonder dakje vermindert dat achterop komende licht mijn zicht. Veel is het niet, maar wel merkbaar.
De lichtvin gaat aan met het achterlicht, dus zodra de boordspanning ingeschakeld is. Dat is veilig, want je kunt het bijna onmogelijk vergeten. Het nadeel is dat je continu 6 W extra verbruik hebt, ook indien dat niet nodig is, zoals langs een jaagpad.
Alle nadelen vallen onder één noemer te plaatsen: zodra ik met de Orca op weg ben, gaat de lichtvin aan en daar was niets aan te doen. Dat moest dus anders.
Voor alle duidelijkheid: al die kleine nadelen wegen niet op tegen het voornaamste voordeel, zichtbaarheid. Daar was het uiteindelijk om te doen.
Nog een element: Ronny, alias de 'liggende fietser', monteerde maar liefst vier led-strips op zijn Orca. Ook hij deed het om de zichtbaarheid te verbeteren. Hij zocht iets om de leds nog meer mogelijkheden te bieden. Op zijn oproep kwam onder andere een reactie van André Vrielink. 'Leuk,' dacht ik. André linkte naar een spotgoedkope elektronische schakelaar met allerlei functies.
Onlangs bestelde ik de vermelde schakelaar.
Dan werd het even denken en zoeken. De schakelaar kan in de bedrading onder de vin komen (achter me, in de smurfenmuts), maar dat is niet direct een plaats waar je al rijdend bij kunt. Beter zou zijn mocht ik de vin vanuit de cockpit kunnen aansturen.
Dat betekent natuurlijk dat er twee draden vanaf de ingang van de vin naar voor moeten komen en terug. Dat betekent ook dat ik op één of andere manier moet kunnen zien hoe de vin gestuurd wordt; welke lichtfunctie ingeschakeld is. Zal ik een led toevoegen?
Voorlopig is de schakelaar in de stroomkring voor de witte ledstrip gezet. De rode kan continu branden, want die stoort me helemaal niet.
Die schakelaar kan er heel eenvoudig tussenuit gehaald worden, want ik heb hem verbonden door middel van stekkerverbindingen uit de modelbouwwereld. En hij is achter het zitje terechtgekomen.
Ook dit wordt even afwachten. De betrouwbaarheid is een onzekere factor; het gebruiksgemak een andere.
Update: na ingebruikname kon ik de mogelijkheden uitproberen. Wat je kunt instellen, is
- het lichtpatroon (knipperen, feller worden en weer afzwakken ...)
- de frequentie van dat patroon
- dimmer (helaas zonder uit-stand)
En waarschijnlijk zal ik de draden met zwarte krimpkous overtrekken, zodat dit mooi verdwijnt tegenover het zwarte subframe.
dinsdag 26 januari 2016
Operatie 'lichtzwaard': gewogen en te licht bevonden
Misschien merk je het af en toe aan de blog: foto's maken hoort al jaren tot de favoriete bezigheden.
Als ik, met de decennia foto-ervaring in het achterhoofd, bekijk hoe het zuignap-fotostatief (waarop ik de lamp wil bevestigen) in elkaar zit, ben ik erg kritisch voor wat betreft de stevigheid en dus de levensduur van het speeltje.
Anderzijds: voor iets meer dan € 3 bij Dealextreme hoef je niet te klagen. Het is een poging waard, vooral omdat het ding toch werkloos lag te wezen.
Natuurlijk is het niet zo eenvoudig: een camerastatief betekent dat er een boutje op zit, met schroefdraad. Dat is - logisch, toch - geen metrische draad, maar een afwijkend formaat. Je kunt ook niet zomaar een fietslamp daarop schroeven, want een fietslamp heeft geen vatting zoals een foto- of videocamera. Er moet dus een verloopsysteem bedacht worden.
Jan trekt wat laden en kastdeuren open, waar een ruime voorraad 'ooit bruikbare rommel' in zit, alles fietsgerelateerd. Daar komen uit:
Na 100 m bewijst het veiligheidslijntje zijn dienst: de boel hangt naast de Orca te bengelen. Eerste halt dus: de zuignap weer bevochtigen en opnieuw vastzetten. Even trekken aan de constructie maakt duidelijk dat het het glasvezelvlak is dat buigt en dat de zuignap nu stevig vastzit. Ik zet weer aan, maar na een kilometer begeeft de constructie het. Ondanks de montage van de lamp zo dicht mogelijk bij het L-ijzer (om de hefboom zo klein mogelijk te houden) heeft de beugel het begeven, precies in de vouw.
Gewogen en te licht bevonden. Letterlijk te licht, van constructie.
Het veiligheidslijntje bewijst dus voor de tweede keer zijn nut.
De boel wordt opgeborgen. Na thuiskomst wordt wel een nieuw hoekprofiel gefrabriceerd, deze keer uit steviger materiaal! Daar bovenop wordt het dubbel uitgevoerd.
Vandaag volgde een nieuwe test.De zuignap hield het. Het hoekprofiel ook. Maar:
Als ik, met de decennia foto-ervaring in het achterhoofd, bekijk hoe het zuignap-fotostatief (waarop ik de lamp wil bevestigen) in elkaar zit, ben ik erg kritisch voor wat betreft de stevigheid en dus de levensduur van het speeltje.
Anderzijds: voor iets meer dan € 3 bij Dealextreme hoef je niet te klagen. Het is een poging waard, vooral omdat het ding toch werkloos lag te wezen.
Natuurlijk is het niet zo eenvoudig: een camerastatief betekent dat er een boutje op zit, met schroefdraad. Dat is - logisch, toch - geen metrische draad, maar een afwijkend formaat. Je kunt ook niet zomaar een fietslamp daarop schroeven, want een fietslamp heeft geen vatting zoals een foto- of videocamera. Er moet dus een verloopsysteem bedacht worden.
Jan trekt wat laden en kastdeuren open, waar een ruime voorraad 'ooit bruikbare rommel' in zit, alles fietsgerelateerd. Daar komen uit:
- een eindje aluminium buis, zelfde diameter als een fietsstuur
- een bout, net wat langer dan het buisje
- een metalen hoekprofiel, geschikt om aan één kant het buisje op te monteren en aan de andere kant het zuig-statief
- een eindje touw, geschikt als veiligheidslijn (waar leg je dat nu weer aan vast?)
Na 100 m bewijst het veiligheidslijntje zijn dienst: de boel hangt naast de Orca te bengelen. Eerste halt dus: de zuignap weer bevochtigen en opnieuw vastzetten. Even trekken aan de constructie maakt duidelijk dat het het glasvezelvlak is dat buigt en dat de zuignap nu stevig vastzit. Ik zet weer aan, maar na een kilometer begeeft de constructie het. Ondanks de montage van de lamp zo dicht mogelijk bij het L-ijzer (om de hefboom zo klein mogelijk te houden) heeft de beugel het begeven, precies in de vouw.
Small Sun, houder en half hoekijzer |
Het veiligheidslijntje bewijst dus voor de tweede keer zijn nut.
De boel wordt opgeborgen. Na thuiskomst wordt wel een nieuw hoekprofiel gefrabriceerd, deze keer uit steviger materiaal! Daar bovenop wordt het dubbel uitgevoerd.
Vandaag volgde een nieuwe test.De zuignap hield het. Het hoekprofiel ook. Maar:
- de constructie oogt lomp. Dat past niet bij de afwerking van de Orca.
- er lopen twee kabels vanaf de lamp naar binnen
- het geheel hindert mijn zicht
- door de grote lengte trilt de lamp voortdurend
- als ik de lamp langs het jaagpad inschakel (zonder tegenliggers), zie ik eigenlijk niet meer dan met de ingebouwde verlichting
zondag 24 januari 2016
Ergernis en lichtzwaarden
Als iets je stoort, of ergert, moet je actie ondernemen. De aanleiding deze keer kreeg je al eerder te lezen: fietsers met veel te felle, slecht afgestelde koplampen. Elke dag weer. Ik ben echt niet de enige die zich eraan stoort.
Een ander element erbij: in mijn voorraad ligt een nu ongebruikte 'Small Sun T013' koplamp.
Die levert een, nu alweer compleet achterhaalde, 1200 lumen.
Waarom je een lamp zou kopen met 4000 of 5000 lumen, dat ontgaat me helemaal: zelfs met die 1200 lumen maakt de lamp zijn naam 'Small Sun' (kleine zon) helemaal waar. Maar toch laten mensen trots weten dat ze een nieuwe fietslamp kochten, met duizenden lumens.
Nog een element: tijdens de nocturne met de ligfietsers moesten we letters zoeken die op palen gekleefd waren. Langs spaarzaam of niet verlichte wegen valt zoiets niet mee. Birger had op zijn rechterspiegel een extra lamp staan, die hij snel naar rechtsboven richtte en als zoeklicht gebruikte.
De Small Sun kan dus nog nut hebben, als 'signaallicht', in extreem slechte omstandigheden zonder tegenliggers en als zoeklicht.
Nu is een Orca niet de makkelijkste fiets om zoiets mee te doen. Bij een Quest, Strada, Mango ... zijn de spiegels met een beugel en bout op de romp vastgeschroefd. De fabrikanten bieden als optie een steuntje om accessoires te monteren. In de praktijk zijn die accessoires meestal extra licht en soms een 'action cam' of compacte camera.
Niets van dat alles op de Orca: de romp is glad afgewerkt. Voor een keer is de prima afwerking van Flevobike een nadeel. Hoe maak je hier extra zaken op vast?
De hersenen gaan aan het werk. Wat is nodig?
Vorig jaar knutselde ik een 'lichtmast' op de Orca, waar ik voor de lol de Small Sun tijdelijk op monteerde.
Dat bleek geen goed idee. Een felle lamp achter je, daar zie je eerder minder door dan meer. Het concept was dus snel weer afgevoerd, maar het werkte wel degelijk om andere fietsers erop te wijzen dat ze me verblindden.
Met de installatie van de 'lichtvin' - die het overigens prima doet - is deze constructie niet meer mogelijk (het was toch niet goed).
De 'Small Sun' beschikt over een afstandsbediening. De kabel hiervoor werkt met 2,5 mm jack stekers. Dat blijkt de standaard te zijn voor bedrade flitsers (foto en video). Voor het experiment met de Small Sun op de lichtmast kocht ik toen voor pakweg 2 euro een verlengkabel, waardoor de lamp vanuit de cockpit bediend kan worden. Met een verlengsnoer van enkele meters, kan ik de lamp zowat overal op de fiets plaatsen. Er is wel een andere beperking: de lamp moet ook met een externe accu verbonden worden. Daarvoor is er geen verlengsnoer in huis.
Er zal dus nog wat denkwerk bij te pas komen: hoe monteer je extra verlichting op een Orca? Een voor de hand liggende oplossing: iets met zuignappen.
Daarvoor heb ik nog een voor een camera bedoelde steun.
Daarop moet dus een beugel komen, waar de lamp op geklemd kan worden. Dat moet ook lukken: de buis die diende als lichtmast lijkt me prima geschikt hiervoor.
Omdat de schroefdraad op een balhoofd zit, kan dit onder een variërende hoek gemonteerd worden.
En - Wim Schermers ervaringen indachtig - het geheel moet beveiligd worden, voor het geval de zuignap het niet houdt.
Wordt vervolgd...
Een ander element erbij: in mijn voorraad ligt een nu ongebruikte 'Small Sun T013' koplamp.
![]() |
Koplamp, ongeveer 6 cm breed en geen 3 cm hoog |
Waarom je een lamp zou kopen met 4000 of 5000 lumen, dat ontgaat me helemaal: zelfs met die 1200 lumen maakt de lamp zijn naam 'Small Sun' (kleine zon) helemaal waar. Maar toch laten mensen trots weten dat ze een nieuwe fietslamp kochten, met duizenden lumens.
![]() |
Veel licht op een totaal onverlichte weg (Small Sun T013) |
De Small Sun kan dus nog nut hebben, als 'signaallicht', in extreem slechte omstandigheden zonder tegenliggers en als zoeklicht.
Nu is een Orca niet de makkelijkste fiets om zoiets mee te doen. Bij een Quest, Strada, Mango ... zijn de spiegels met een beugel en bout op de romp vastgeschroefd. De fabrikanten bieden als optie een steuntje om accessoires te monteren. In de praktijk zijn die accessoires meestal extra licht en soms een 'action cam' of compacte camera.
Niets van dat alles op de Orca: de romp is glad afgewerkt. Voor een keer is de prima afwerking van Flevobike een nadeel. Hoe maak je hier extra zaken op vast?
De hersenen gaan aan het werk. Wat is nodig?
- een felle lamp met afstandsbediening: check
- een steun voor die lamp: probleem
![]() |
Small Sun op de Kobra |
Dat bleek geen goed idee. Een felle lamp achter je, daar zie je eerder minder door dan meer. Het concept was dus snel weer afgevoerd, maar het werkte wel degelijk om andere fietsers erop te wijzen dat ze me verblindden.
Met de installatie van de 'lichtvin' - die het overigens prima doet - is deze constructie niet meer mogelijk (het was toch niet goed).
De 'Small Sun' beschikt over een afstandsbediening. De kabel hiervoor werkt met 2,5 mm jack stekers. Dat blijkt de standaard te zijn voor bedrade flitsers (foto en video). Voor het experiment met de Small Sun op de lichtmast kocht ik toen voor pakweg 2 euro een verlengkabel, waardoor de lamp vanuit de cockpit bediend kan worden. Met een verlengsnoer van enkele meters, kan ik de lamp zowat overal op de fiets plaatsen. Er is wel een andere beperking: de lamp moet ook met een externe accu verbonden worden. Daarvoor is er geen verlengsnoer in huis.
Er zal dus nog wat denkwerk bij te pas komen: hoe monteer je extra verlichting op een Orca? Een voor de hand liggende oplossing: iets met zuignappen.
Daarvoor heb ik nog een voor een camera bedoelde steun.
![]() |
69 mm zuignap: kracht zat |
Daarop moet dus een beugel komen, waar de lamp op geklemd kan worden. Dat moet ook lukken: de buis die diende als lichtmast lijkt me prima geschikt hiervoor.
Omdat de schroefdraad op een balhoofd zit, kan dit onder een variërende hoek gemonteerd worden.
En - Wim Schermers ervaringen indachtig - het geheel moet beveiligd worden, voor het geval de zuignap het niet houdt.
Wordt vervolgd...
zondag 17 januari 2016
Voorbereiding voor fietskamperen: nieuw materiaal (10)
De voorbije jaren leerde ik dat mijn materiaal voor het fietskamperen eigenlijk wel voldoet, zeker wat de grote zaken betreft. De tent, slaapmat, slaapzak en dergelijke bevallen me.
Zoals ik in een vorig bericht uit de fietskampeer-reeks schreef, zijn dit wel individuele keuzes die voor iedereen anders kunnen uitvallen. Je kunt zoiets onmogelijk veralgemenen; veel hangt af van je reisstijl en van de streek waar je woont en reist.
Toch waren enkele zaken voor verbetering vatbaar.
Tot nu gebruikte ik een - veel te groot - bouwzeil hiervoor. Je kent dat wel: zo'n geweven polypropyleen zeil met ogen om het mee vast te leggen. Dat is stevig en dient dus zijn doel, maar het weegt ook behoorlijk wat en opgevouwen vertegenwoordigt het een flink volume. Gewicht en volume zijn de vijanden van wie compact wil reizen. Met de fiets, bijvoorbeeld.
Exit bouwzeil dus.
Voor trekkerstenten bestaat wat heet een 'footprint': een op maat gemaakt onderzeil van de tentfabrikant zelf. Natuurlijk zijn die dingen meestal niet goedkoop te noemen. Daar bovenop is mijn tent niet meer van de laatste generatie en dus is zo'n footprint niet makkelijk te vinden.
Via sites voor kampeerders (trekkers, fietsreizigers) kwam ik achter een aantal alternatieven. Ik koos voor een lap Tyvek. Dat kun je online bestellen, maar toevallig zijn vrienden net aan het verbouwen en van hen kon ik een stuk van het materiaal krijgen.
Tyvek is quasi onverwoestbaar (op een mechanische manier), heel licht en heel compact op te vouwen. Precies wat ik zocht.
Flexibele panelen, oprolbaar, zijn nog amper of niet te vinden en het rendement ervan is erg laag. Dat betekent dat je er een groot oppervlak mee zou moeten bekleden en dat is niet haalbaar.
Zo kom je uit bij opvouwbare panelen. Ik wilde iets dat zo veelzijdig mogelijk is en waarmee ik ook de laptop (Asus UX305FA) kan laden.
Belle - van Kampeerwijzer - gebruikt tot haar tevredenheid een Xtorm SolarBooster 12W: 2 panelen, opvouwbaar en tot 2,1 A, met 2 usb uitgangen. De beperking: de notebook vraagt een hogere spanning...
Uiteindelijk kwam ik bij DX.com (en enkele andere sites) op een ander opvouwbaar paneel. Groter (23 X 80 cm), in vier delen in plaats van twee, 14 W, maar met een 12 tot 18 V extra uitgang.
Xtorm biedt een bewezen kwaliteit en bij het Chinese product is dat even afwachten, maar de commentaren waren behoorlijk en de prijs grosso modo de helft van het Xtorm paneel.
In de winter zit de zon erg laag, als ze al schijnt, en geeft weinig energie.Aan testen kwam ik dus amper toe. Wel kan ik zeggen dat een winterzonnetje niet veel doet: max 0,5 A laadstroom haal ik eruit, als ik op het meettoestel mag afgaan.
Het kan wel op de neus van de Orca of op de Cyclone: er zijn lussen aan gemaakt en het blijft compact genoeg. Nu moet ik nog even uitzoeken hoe ik het stevig genoeg kan bevestigen.
Om de druk van de welvingen en schokken en trillingen op te vangen, wil ik wel nog zoeken naar een stuk neopreenschuim (je kent het wel, zoals in een wetsuit of surfpak) om eronder te leggen. Dat verhindert ook dat het nylon van het paneel gaat schuren op de gelcoat van de Orca.
Dat plug je simpelweg in de usb-poort en de kabel komt in de uitgang van het apparaatje. Het geeft me meteen de spanning en stroom die erdoor gaan.
Ik kwam uit bij de Xiaomi 16000 mAh powerbank of Mi Bank 16000. Ook daar zijn de reviews erg lovend over. Hij zit ook erg mooi in elkaar, met een aluminium behuizing uit één stuk en netjes afgewerkte randen.
Het aluminium is behandeld om beter weerstand te kunnen bieden aan vochtigheid (geanodiseerd) en de powerbank kan tot 50 kg belast worden zonder schade. Hij ziet er niet zo uit, maar is dus wel degelijk 'ruggedised' ofwel geschikt voor buiten-gebruik.
16000 mAh (10000 mAh bij 5V) is al een flinke energievoorraad.
De keerzijde is dan dat de powerbank niet erg compact is. Maar dan weer: als er minder energie opgeslagen kan worden, moet je er misschien twee meenemen en dan is het gewicht weer hetzelfde en het volume groter.
Het meest gekende model hierin is de 'Chair One' van Helinox.
Dat is pittig geprijs: 100 euro! Via 'wereldfietsers.nl' kwam ik op een alternatief: een (alweer Chinese) variant hierop, voor een derde van de prijs. Iedereen die dit zitje aangeschaft had, leek er tevreden over.
Ondertussen heb ik het in huis en het lijkt degelijk gemaakt te zijn. Nu het bouwzeil vervangen is door Tyvek is er plaats voor zo'n stoeltje. Het zit alvast prima!
Kies maar. Dat lijkt me eigenlijk beter dan met de mond de mat opblazen: er zit een isolatielaag (Primaloft) in. De combinatie hiervan met de vochtigheid van uitgeblazen adem lijkt me toch niet ideaal. Ik las al over schimmelvorming in de mat door het uitgeademde vocht...
Het nadeel van die pomp/hoofdkussen-combinatie is weer evident: meer gewicht (250g) en meer volume om mee te nemen.
Dan zou alles er moeten zijn voor de komende reizen.
De winter is nu eenmaal niet de periode waarin je kampeeruitrusting, bedoeld voor de zomer, grondig kunt testen.
Jawel: de powerbank is al geladen en gebruikt om enkele toestellen te laden; het zonnepaneel is al eens in de zon gelegd en in het stoeltje zat ik ook al even. Dat is allemaal 'maar even'. Het echte testen zal voor het voorjaar worden. Desnoods kampeer ik maar even in de tuin.
Een zonnepaneel gebruiken om een powerbank te laden, dat kan ook gewoon in huis. Een stoeltje testen kan ook makkelijk. Het zal vooral de combinatie van alle nieuwe materiaal zijn die zal moeten aantonen of de gemaakte keuzes de juiste waren. En dan wordt het weer puzzelen om alles mee te kunnen nemen.
Ik ben me er tenslotte van bewust dat ik niet voor light-kamperen ga. Zonder stoeltje gaat ook; de tent kan lichter en compacter; de notebook kan thuis blijven enzoverder. Maar meestal ben ik er tevreden over dat ik die zaken toch meeneem. Enkel in een bergop merk je het extra gewicht. Daar staat het comfort op de camping tegenover en daarvoor doe ik het. Sommigen maken er een punt van eer van om alles te minimalizeren. 'Light camping' of 'bike packing' zijn daar termen voor. Dat is niet aan mij besteed. Toch niet indien ik er een maand op uit wil trekken.
Een andere tent in huis halen enkel en alleen voor de korte trips en zo één of anderhalve kilo uitsparen, dat is er ook over. Die lichtere tent zou ook minder binnenruimte betekenen. Wat mij betreft, heb ik nu een prima compromis gevonden.
Zoals ik in een vorig bericht uit de fietskampeer-reeks schreef, zijn dit wel individuele keuzes die voor iedereen anders kunnen uitvallen. Je kunt zoiets onmogelijk veralgemenen; veel hangt af van je reisstijl en van de streek waar je woont en reist.
Toch waren enkele zaken voor verbetering vatbaar.
Grondzeil
De bodem van een tent wil ik beter beschermd hebben. Natuurlijk: het grondzeil is bedoeld om tegen een stootje te kunnen. Maar het maakt integraal deel uit van de tent. Een scheur in het grondzeil is heel erg moeilijk op een betrouwbare manier te herstellen (of het wordt extreem duur). Een onderzeil biedt dan meer zekerheid.Tot nu gebruikte ik een - veel te groot - bouwzeil hiervoor. Je kent dat wel: zo'n geweven polypropyleen zeil met ogen om het mee vast te leggen. Dat is stevig en dient dus zijn doel, maar het weegt ook behoorlijk wat en opgevouwen vertegenwoordigt het een flink volume. Gewicht en volume zijn de vijanden van wie compact wil reizen. Met de fiets, bijvoorbeeld.
Exit bouwzeil dus.
Voor trekkerstenten bestaat wat heet een 'footprint': een op maat gemaakt onderzeil van de tentfabrikant zelf. Natuurlijk zijn die dingen meestal niet goedkoop te noemen. Daar bovenop is mijn tent niet meer van de laatste generatie en dus is zo'n footprint niet makkelijk te vinden.
Via sites voor kampeerders (trekkers, fietsreizigers) kwam ik achter een aantal alternatieven. Ik koos voor een lap Tyvek. Dat kun je online bestellen, maar toevallig zijn vrienden net aan het verbouwen en van hen kon ik een stuk van het materiaal krijgen.
Tyvek is quasi onverwoestbaar (op een mechanische manier), heel licht en heel compact op te vouwen. Precies wat ik zocht.
Energie
Zonnepaneel
Als je in de zomer rondtrekt in het zuiden, mag je verwachten dat je vaak door een felle zon begeleid wordt. Die is bruikbaar als energiebron. Ik wil dus wat experimenteren met zonne-energie. Het probleem hierbij is dat zonnepanelen redelijk wat oppervlak vragen en dat een velomobiel of de Radical Cyclone geen grote platte vlakken bieden. Het zonnepaneel moet ook makkelijk op te bergen zijn.Flexibele panelen, oprolbaar, zijn nog amper of niet te vinden en het rendement ervan is erg laag. Dat betekent dat je er een groot oppervlak mee zou moeten bekleden en dat is niet haalbaar.
Zo kom je uit bij opvouwbare panelen. Ik wilde iets dat zo veelzijdig mogelijk is en waarmee ik ook de laptop (Asus UX305FA) kan laden.
Belle - van Kampeerwijzer - gebruikt tot haar tevredenheid een Xtorm SolarBooster 12W: 2 panelen, opvouwbaar en tot 2,1 A, met 2 usb uitgangen. De beperking: de notebook vraagt een hogere spanning...
Uiteindelijk kwam ik bij DX.com (en enkele andere sites) op een ander opvouwbaar paneel. Groter (23 X 80 cm), in vier delen in plaats van twee, 14 W, maar met een 12 tot 18 V extra uitgang.
Chinees opvouwbaar zonnepaneel |
In de winter zit de zon erg laag, als ze al schijnt, en geeft weinig energie.Aan testen kwam ik dus amper toe. Wel kan ik zeggen dat een winterzonnetje niet veel doet: max 0,5 A laadstroom haal ik eruit, als ik op het meettoestel mag afgaan.
Hier zie je de aansluitingen en de spanningsindicator (blauwe led) |
Om de druk van de welvingen en schokken en trillingen op te vangen, wil ik wel nog zoeken naar een stuk neopreenschuim (je kent het wel, zoals in een wetsuit of surfpak) om eronder te leggen. Dat verhindert ook dat het nylon van het paneel gaat schuren op de gelcoat van de Orca.
Meten is weten
Zomaar op cijfertjes afgaan, dat is niet mijn stijl. Samen met het paneel bestelde ik een USB-meettoestelletje.Aanduiding van spanning en stroomsterkte (en twee usb-uitgangen) |
Meter aangesloten op het zonnepaneel |
Powerbank
Een ander woord hiervoor zou 'noodaccu' kunnen zijn. Een powerbank vormt eigenlijk een noodzakelijke aanvulling op een zonnepaneel: het slaat de energie op voor later gebruik. Daarbij moet je met het volgende rekening houden: bij het opslaan van energie treden verliezen op. Als je een batterij laadt, wordt die warm. Die warmte betekent dat een deel van de geleverde stroom niet in de batterij terechtkomt, maar in warmte omgezet is. Verlies dus. Een goede powerbank is er een met een hoog rendement, met weinig verlies. Zuinig als ik ben, zocht ik dus naar een degelijk gemaakte powerbank met een voldoende capaciteit en een hoog rendement.Ik kwam uit bij de Xiaomi 16000 mAh powerbank of Mi Bank 16000. Ook daar zijn de reviews erg lovend over. Hij zit ook erg mooi in elkaar, met een aluminium behuizing uit één stuk en netjes afgewerkte randen.
Het aluminium is behandeld om beter weerstand te kunnen bieden aan vochtigheid (geanodiseerd) en de powerbank kan tot 50 kg belast worden zonder schade. Hij ziet er niet zo uit, maar is dus wel degelijk 'ruggedised' ofwel geschikt voor buiten-gebruik.
16000 mAh (10000 mAh bij 5V) is al een flinke energievoorraad.
De keerzijde is dan dat de powerbank niet erg compact is. Maar dan weer: als er minder energie opgeslagen kan worden, moet je er misschien twee meenemen en dan is het gewicht weer hetzelfde en het volume groter.
Comfort
Kampeerstoeltje
Ik ben op een leeftijd gekomen waarop wat extra comfort wel gewaardeerd wordt. Als je gedurende een week of langer rondtrekt en kampeert, is een stoeltje wel zo handig. Maar: het blijft kamperen met de fiets, dus ook dat mag niet veel wegen en het moet compact blijven.Het meest gekende model hierin is de 'Chair One' van Helinox.
Dat is pittig geprijs: 100 euro! Via 'wereldfietsers.nl' kwam ik op een alternatief: een (alweer Chinese) variant hierop, voor een derde van de prijs. Iedereen die dit zitje aangeschaft had, leek er tevreden over.
Zoek de verschillen (behalve de kleur en het ontbrekende merk) |
slaapmat
De mat zelf - een Vaude Norrsken - is prima. Dank u. Wat ik er nog bij wil, is de 'pump pillow': een kussen dat je kunt gebruiken om de mat op te blazen of een pomp die je ook als hoofdkussen toepast.![]() |
Foto: Vaude.com |
Het nadeel van die pomp/hoofdkussen-combinatie is weer evident: meer gewicht (250g) en meer volume om mee te nemen.
Dan zou alles er moeten zijn voor de komende reizen.
The proof of the pudding
... is in the eating. Die pudding zal niet erg vers meer zijn ;-)De winter is nu eenmaal niet de periode waarin je kampeeruitrusting, bedoeld voor de zomer, grondig kunt testen.
Jawel: de powerbank is al geladen en gebruikt om enkele toestellen te laden; het zonnepaneel is al eens in de zon gelegd en in het stoeltje zat ik ook al even. Dat is allemaal 'maar even'. Het echte testen zal voor het voorjaar worden. Desnoods kampeer ik maar even in de tuin.
Een zonnepaneel gebruiken om een powerbank te laden, dat kan ook gewoon in huis. Een stoeltje testen kan ook makkelijk. Het zal vooral de combinatie van alle nieuwe materiaal zijn die zal moeten aantonen of de gemaakte keuzes de juiste waren. En dan wordt het weer puzzelen om alles mee te kunnen nemen.
Ik ben me er tenslotte van bewust dat ik niet voor light-kamperen ga. Zonder stoeltje gaat ook; de tent kan lichter en compacter; de notebook kan thuis blijven enzoverder. Maar meestal ben ik er tevreden over dat ik die zaken toch meeneem. Enkel in een bergop merk je het extra gewicht. Daar staat het comfort op de camping tegenover en daarvoor doe ik het. Sommigen maken er een punt van eer van om alles te minimalizeren. 'Light camping' of 'bike packing' zijn daar termen voor. Dat is niet aan mij besteed. Toch niet indien ik er een maand op uit wil trekken.
Een andere tent in huis halen enkel en alleen voor de korte trips en zo één of anderhalve kilo uitsparen, dat is er ook over. Die lichtere tent zou ook minder binnenruimte betekenen. Wat mij betreft, heb ik nu een prima compromis gevonden.
vrijdag 15 januari 2016
Fietskamperen met de velomobiel: verdere plannen (9)
Nu ik een reeks maakte over alles wat te maken heeft met reizen met de velomobiel en over hoe aangenaam dat is, kan het niet anders of ik heb er zelf nog meer zin in. Uiteindelijk is dat het doel. Het moet niet bij dromen blijven, maar het materiaal dient om te gebruiken. Fietsreizen of preciezer: velomobielreizen.
Op het verlanglijstje staat nog steeds een trip naar Friesland met enkele gegadigden. Het moment is absoluut nog niet bepaald, evenmin als de termijn waarbinnen dit zou 'moeten'. Waarschijnlijk rij ik het komende voorjaar nog eens tot bij Flevobike in Dronten, indien de drukte op het werk het toelaat.
Na een oponthoud aan de Golfe de Morbihan start de reis terug. Die zou ongeveer het omgekeerde tracé van de reis in 2014 volgen: dwars door Bretagne en dan langs de Normandische kust tot in België.
Een eerste voorzichtige schatting brengt me op ruim 2200 km. Met een gemiddelde van zowat 100 km per dag is dat al een hele reis: 22 dagen fietsen. Nu moet ik dat op het werk nog verkocht krijgen... Nu is dit nog maar een plan. Ik moet nog afspreken met de Franse vrienden. Het kan dus evengoed dat het niet zuidwestelijk gaat, maar richting Franse Alpen. Er is nog ruim tijd om de plannen te wijzigen, maar dit lijkt me wel wat.
Ondertussen zijn er toch enkele wijzigingen:
Op het verlanglijstje staat nog steeds een trip naar Friesland met enkele gegadigden. Het moment is absoluut nog niet bepaald, evenmin als de termijn waarbinnen dit zou 'moeten'. Waarschijnlijk rij ik het komende voorjaar nog eens tot bij Flevobike in Dronten, indien de drukte op het werk het toelaat.
Het volgende grote plan
is een lange trip door Frankrijk, zo ergens rond de zomer. Deze keer zou de reis met de klok mee gaan en een eind verder het land in: tot aan het Centraal Massief en Limoges. Van daaruit gaat het westwaarts, naar de Atlantische Oceaan via La Rochelle en dan noordwestelijk, naar Zuid-Bretagne (Morbihan).De heenweg: ongeveer 1300 km |
... en de weg terug. Nog eens grofweg 900 km |
Waarom 100 km per dag?
De vorige lange reis leerde me dat meer kilometers zeker haalbaar is, maar dat er simpelweg te weinig tijd is onderweg om te genieten van wat je ziet. Even stoppen aan een pittoresk dorp, een schitterend uitzicht in je opnemen, een praatje maken met andere reizigers. Meer afstand betekent sneller rijden en/of langere dagen fietsen. Tijdig op de camping aankomen maakt dat je meer tijd hebt om met anderen ervaringen te delen of gewoon kennis te maken. Tijd om de nabije stad, het nabije dorp te verkennen. Overal zijn verhalen te ontdekken; overal is een geschiedenis aan verbonden.De configuratie
Zal zowat gelijk zijn aan wat ik gebruikte in 2014: de E-Orca en Cyclone, met het materiaal dat in de kampeer-reeks beschreven werd.Ondertussen zijn er toch enkele wijzigingen:
- er gaat een 14W opvouwbaar zonnepaneel mee (5V en 12V uitgang)
- in de Orca zit nu een tweede accu
- het omvangrijke zeil dat onder de tent lag, wordt vervangen door een Tyvek-zeil. Veel lichter, sterker en compacter
- hierdoor is ook plaats vrijgekomen voor een kampeerstoeltje. Als je een maand onderweg bent, mag je wel wat comfort hebben.
dinsdag 12 januari 2016
Voornemens voor 2016
De garagepoort ging open en openbaarde een quasi lege garage. 8 meter op 3,5 en daar staan welgeteld vier fietsen in. Leeg dus. Mijn stem weergalmde in de ruimte. De wanden leken eindeloos ver, de fietsen buiten bereik. Ik had zowat een fiets nodig om bij de fietsen te raken.
Een lege garage is zinloos. Dus ik dacht: 'waarom zou die dan niet gevuld kunnen worden met een even zinloze auto?'. Ik heb die niet nodig, maar een mens moet toch iets doen om het gevoel te hebben erbij te horen?
Er werd traditiegetrouw een lastenboek, een 'checklist', opgesteld. Het hele elimitatie- en testproces slaan we maar over, want hier gaat het voornamelijk over fietsen en hpv-zaken. Niet over de dinosauriërs onder de voertuigen: auto's.
Uiteindelijk vond ik het ideale model om de garage wat te vullen: een J2X Allard!
De voordelen:
![]() |
Denk zoiets, maar dan wel met enkele fietsen en een velomobiel erin en wat kleiner |
Er werd traditiegetrouw een lastenboek, een 'checklist', opgesteld. Het hele elimitatie- en testproces slaan we maar over, want hier gaat het voornamelijk over fietsen en hpv-zaken. Niet over de dinosauriërs onder de voertuigen: auto's.
Uiteindelijk vond ik het ideale model om de garage wat te vullen: een J2X Allard!
![]() |
Foto: wiki commons |
- absoluut zinloos, want veel te duur, met een veel te zware motor (6,1 liter) en amper plaats voor twee
- spartaans, maar dat doet er niet toe. Wil ik comfort, dan neem ik de Orca wel
- Met een 6,1 liter motor draag ik mijn steentje bij aan het verknoeien van onze planeet
- zo krachtig dat je op de weg maar een fractie van de mogelijkheden kunt benutten
- zoveel pk's en zo'n koppel dat de staat er flink aan verdient. Prima, want de overheid heeft veel geld tekort
- ergens doet zo'n auto wel aan een VM denken, niet? Je combineert de nadelen van de velomobiel met die van de auto en dan ben je er. Misschien was dat wel de doelstelling?
- en je kunt ermee uitpakken. Als je met zo'n auto ergens stopt, heb je tenminste de kans dat er evenveel volk rond je staat als rond de Orca (of een andere VM)
- een koetswerk uit kunststof
- je kunt vanuit de zetel zo ongeveer met je hand aan de grond
- je zit volop in de rijwind
- bijna even exclusief als een Orca (zowat 80 Orca's en in totaal 100 Allards)
Abonneren op:
Posts (Atom)