Posts tonen met het label WOL. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WOL. Alle posts tonen

zondag 14 mei 2017

Hillbilly toer


Uitdaging

Het lijkt erop dat veel ligfietsers een aversie hebben tegen hellingen. Meer nog: in bepaalde kringen wordt met grote stelligheid beweerd dat je met een ligfiets niet kunt klimmen...

Om die groep hun ongelijk te bewijzen, organiseerden we met WOL een 'hillbilly toer', waarbij we geen enkel grens schuwden: geen beperking in hellingsgraad en zelfs geen taalgrens.

Aanloop

Na een eerste, mislukte, verkenning volgde vorige week een tweede. Gisteren, 13 mei, reden we dan die rit. De aanmeldingen maakten het al duidelijk: er waren er genoeg die hier zin in hadden!

Deelnemers

Helen had pech: de voorkeur ging naar open ligfietsen, maar zij beschikt 'slechts' over een eWAW. Geen discriminatie, dus Helen reed mee met haar bolide. Voor de rest waren er de volgende deelnemers en fietsen:
  • Wouter 'Spruitje' Delanote met zijn High Baron
  • Tom Goeman met een Challenge Seiran SL
  • Ronny 'Ronnius' Van Huffel met een ondersteunde HP Streetmachine
  • Jan 'CapoJan' Goddemaer met een Challenge Seiran 24
  • Eric 'erde' Deley met een Challenge Trike
  • Bart 'BeeCee' Colson kwam met een HP Skorpion (met Bafang ondersteuning)
  • Helen Vanderspiegel met de eWAW
Relatief veel volk dus en iedereen had het erop.


Helen haar BMWaw achter de andere BMW
Streetmachine en Seiran 24 achterop het busje

De rit

Zoals ik het aangekondigd had, werd het een 'technische' rit: veel op- en afschakelen en een prima oefening voor de bochtentechniek. Trage, klimmende bochten en andere aan hoge snelheid in afdalingen. Het was vooral een schitterende toer: rustige wegen in voor bijna iedereen ongekend gebied. De Vlaamse Ardennen zijn bij WOL gekend, maar het 'Pays des Collines', bij onze Franstalige landgenoten, is dat niet.

Bij zo'n rit rij je in een losvast verband: bij elke klim en afdaling gaat iedereen aan eigen tempo verder. Het is pas aan het volgende kruispunt, op de top van een helling of in een dal, dat je weer samenkomt.


De laatste voorbereiding
Soms is het hard werken: de steilste helling die we bedwongen, had een hellingspercentage van net boven 10 %. Die weg liep niet recht, maar slingerde omhoog tot aan de grens van Flobecq/Vloesberg. Als je al 50 km in de benen hebt, wordt dat toch wat zwaarder.
De snelste afdaling haalde een hellingshoek van maar liefst 12%. 'Afdaling' is hier niet het juiste woord; het lijkt meer op een gecontroleerde val.
Voor de rest: op en neer, slingerend door het landschap, in steeds wisselende configuraties, druk pratend onderweg en genietend van de schitterende omgeving.

Vlakbij Flobecq (Vloesberg): een van de weinige gevaarlijke oversteekplaatsen
Bij Ellezelles: neen, geen terrasje te bespeuren
Eén probleem: in zo'n landelijk gebied vind je amper terrasjes voor een koffiepauze.

De eerste echte halte was onze middagpauze in Saint-Sauveur. Pintjes aan 1,60 euro, waar vind je dat nog? Direct aansluitend op die pauze, kregen we een flinke klim voor de kiezen. De groep werd een langgerokken sliert, die zich zwoegend en hijgend een weg omhoog baande. 


Eric en Bart: bijna boven (Saint-Sauveur)
Wouter: ook bijna boven, met Helen op de hielen
'BionX' Ronny nadert de top
Gevolgd door 'Bafang' Helen
De beloning: genieten van het uitzicht (Frasnes-les-Anvaing)
Het leuke is dat je daarna weer kunt afdalen.

Onderweg waren Tom en ik het roerend eens: Challenge maakt schitterende fietsen, maar ze hebben behoefte aan uitzonderlijk veel TLC (tender love and care). Met andere woorden: er schort één en ander aan de betrouwbaarheid. Gelukkig was dat niet echt het geval tijdens deze rit: geen lekke banden, geen aanrijdingen, geen pannes. Enkel de ketting van mijn Seiran liep er vooraan enkele keren af en op andere momenten wilde die niet naar het kleinste blad. Zoiets is wel snel opgelost.


De trikers, Eric en Bart, ergens onderweg.
De enige velomobiel in het gezelschap
Jan en Tom, twee Challenge ligfietsen
Bij Brakel. Bijna terug.
De Sint-Martinus kerktoren van Velzeke: het start- en eindpunt.
Ronnius ontdekte hier onverwachte voordelen van zijn BionX motor: de accu was amper ontladen bij aankomst. Een BionX kan namelijk regenereren: bij het afdalen werkt de motor als generator/rem. Je snelheid wordt beperkt en de opgewekte energie vloeit terug naar de accu. Het nadeel: na elke afdaling moesten we op hem wachten (grapje).

Voor Eric 'erde' kunnen we enkel bewondering hebben: hij fietste eerst 50 km van Deerlijk naar Velzeke, waar we startten. Dan nam hij deel aan de rit van 70 km en daarna fietste hij nog eens 90 km terug naar huis! Die afgeronde cijfers gaven een totaal van 200 km, met de Challenge Trike. Chapeau! Maar ook: dat zijn we van hem gewoon.

Het besluit was unaniem: dit is een prachtige, onontdekte streek. Het Vlaamse deel is wel populair bij wielertoeristen, maar een keer over de taalgrens ben je bijna alleen.
Het andere besluit was ook unaniem: met ligfietsen kun je wel degelijk hellingen aan.

Tot slot wat cijfers

Het persoonlijke record met de Seiran is weer wat scherper gesteld: 75,8 km/u is de nieuwe topsnelheid.
Er werden 719 hoogtemeters bedwongen
De rit was 72 km lang.

De volgende uitdaging: hier een vervolg aan breien.

Bijzondere vermelding

Ronnius leverde zowat de helft van het beeldmateriaal, waarvoor dank.

maandag 8 mei 2017

Lastig en prachtig

Na de vroegtijdig afgebroken eerste verkenning van de hillbilly toer, was het zaterdag het moment om de rest te verkennen. Het eerste deel fietste ik maandag; het laatste deel wandelde ik maandag, met de Seiran aan de hand.

Zaterdag (6 mei) reed ik met het busje tot in Brakel, waar ik kon aanpikken waar de tocht de vorige keer eindigde. Vanaf hier komt de rit in het 'pays des collines' (heuvelland), meestal langs heel kleine wegen.


ergens in Brakel
Het begon al goed: een track geeft geen richting aan, enkel een lijntje waar je moet rijden. Na een kilometer of twee had ik door dat ik op de terugweg van de track reed. Omdat de heen- en terugroute vrij dicht langs elkaar lopen, besloot ik door te steken naar de juiste kant.
Daarvoor moest ik door het Brakelbos rijden.



In deze tijd van het jaar zijn veel bossen schitterend: vers groen en de bodem bedekt met boshyacint. In België trekt iedereen dan naar het onder fotografen populaire Hallerbos (bij Halle, Brussels Gewest), maar datzelfde vind je eigenlijk overal.



Het Brakelbos: bospaden met een Seiran op Kojaks. Niet zo evident. Af en toe afstappen, wegens te modderig. Gelukkig maakt dit geen deel uit van de route.

Het weer was schitterend: een warm zonnetje, een droog wegdek en rustige weggetjes. Helaas moet je  af en toe erg drukke wegen dwarsen, waarop echt snel gereden wordt; recent kwam tijdens de Etixx Classic Tour een fietster om het leven bij zo'n oversteek. We zullen zaterdag hier en daar heel aandachtig moeten zijn!

Rijden over kronkelende heuvelwegen is iets helemaal anders dan kilometers langs rivieren en kanalen cruisen: continu schakelen, remmen, weer schakelen. Zware inspanningen afgewisseld met pijlsnel afdalen en met een (naar mijn gevoel) flinke hellingsgraad door de bochten zoeven.


Het verste punt: Saint-Sauveur

De straatnaam geeft het al aan: klimmen!
Daar is het doel
Zicht van bovenaf

Op de meeste plaatsen is het ook opvallend stil. Geen grote wegen, amper verkeer. Wat je hoort, zijn de geluiden van natuur en landbouw. Meer niet.




Zowat het slechtste stuk asfalt
Nog niet eens het steilste, maar wel een heel eind klimmen

Enkele cijfers:
  • nieuw snelheidsrecord met de Seiran: 72 km/u (bergaf, dat spreekt voor zich)
  • traagste klim: net niet omvallen; zo ongeveer 5 km/u
  • 560 hoogtemeters 
  • steilste aangeduide helling 8%, maar ik meen dat er nog steilere waren (tot 10 % schat ik)
  • gebruikte versnellingen: alle 27 


zondag 7 mei 2017

Verkenning met een onverwachte afloop

Aanleiding

Op 13 mei is er een volgende toer met de ligfietsersclub. Deze keer gaf ik me op om de tocht te organiseren. Dat houdt niet veel in: een route bedenken (of kiezen), verkennen en de concrete afspraken maken.

Mijn insteek is: we gaan klimmen en dalen. In Oost-Vlaanderen kom je dan gauw in de Vlaamse Ardennen terecht. Via Routeyou vond ik een zo op het oog mooie rit die ons tot net over de taalgrens zou brengen. Zo'n rit moet je wel even verkennen:
  • is er niets onderbroken?
  • is alles befietsbaar?
  • waar kunnen we 's middags terecht voor een hapje en een drankje?
De tocht is 70 km lang, met als steilste klim een eind van 7%. Bij WOL (West- en Oost-Vlaamse Liggers) werd de tocht 'hillbilly toer' gedoopt.

De rit

Omdat een ander gegeven was 'bij voorkeur geen velomobielen', deed ik de verkenning ook met de open ligger. Maandag 1 mei is een vrije dag en het was droog, dus dit was het moment voor de verkenning. De Seiran ging achterop het busje en zo trok ik naar het startpunt, bij Zottegem.

Sint-Martinuskerk, Velzeke
Het eerste deel ging via allerlei wegen die ik herkende van vroegere ritten. Het was ook duidelijk dat dit populair terrein is bij wielertoeristen: overal zag ik ze rijden, in lycra pakjes op lichte fietsjes. De Seiran toerfiets viel duidelijk uit de toon.
Wat ook uit de toon viel, was een verdacht getik in de aandrijving. Ik wachtte af.

Klimmen en dalen, dalen en weer klimmen, slingerend door de Vlaamse Ardennen. Soms 10 km/u, dan weer 40. Ideaal voor wie de schakel- en bochtentechniek onder de knie wil krijgen. Prachtig slingerende wegen, prima asfalt op de meeste plaatsen.

Krekelberg: dreigende lucht, maar het bleef droog
Over de taalgrens kwam ik aan Flobecq/Vloesberg. Daar kreeg ik de tot dan schitterendste afdaling onder de wielen: aan ruim 40 km/u volgde ik de slingerende asfaltweg door het bos. Zalig gewoon!

Gedaan met fietsen

Maar zoals we weten, volgt na elke afdaling weer een klim. Daar was het afgelopen, over and out. Met een klap blokkeerden de pedalen. Op een helling sta je dan heel erg snel stil. De oorzaak was gauw gevonden: het verdachte geluid had geleid tot een losgekomen schalm in de ketting.


Een binnenband had ik bij. Bandenlichter en dergelijke ook, zelfs een set sleutels. Maar geen kettingpons, geen reserveschakel, geen tang... Daar bovenop is 1 mei een feestdag, dus alles is dicht.

Er zat maar één ding op: te voet terug naar Velzeke, waar het busje stond. 15 km wandelen door mooi gebied is ook niet mis, als je ervoor kiest. Het alternatief was iemand bellen, maar rekening houdend met de tijd die nodig is om tot in Flobecq te raken, de fiets in de auto te krijgen en dan terug te rijden, kon ik evengoed stappen. Het traagste tempo was tenslotte het wandeltempo; in de afdalingen kon ik op de fiets en dan ging het wel snel.
De wandelroute liep voor het grootste deel over het Mijnwerkerspad: een tot wandel- en fietspad omgebouwde oude spoorlijn.

Op het mijnwerkerspad
Nu is dat genieten van natuur en stilte; toen was het een drie uren durende treinrit, zonder zitplaatsen voor 'het plebs' (de mijnwerkers), tussen Brakel en Bernissart.

Achteraf

Terug thuis wilde ik de losse schakel eruit halen. De kettingpons was niet goed genoeg voor die taak. Wat wel lukte, was de pen er weer door drukken. De schakel zat weer vast zoals het hoort.
De ketting is nog eens grondig gereinigd en geolied. Bij de rest van de verkenning (een volgende blogpost) verliep alles prima. Geen verdachte geluiden meer.

zondag 17 april 2016

Testdag - hoe het was

De aanloop

Het was alweer enkele jaren geleden dat 'Ligfietsers.be' (vroeger Gentse Liggers) een testdag organiseerde. Toen was het in Vinderhoute, langs het kanaal van Gent naar Brugge.

Er werd af en toe geopperd dat zo'n evenement nog eens mocht herhaald worden. Zoiets is toegankelijk en je hebt meteen heel wat gepassioneerde mensen samen om anderen met de ligfietsmicrobe te besmetten. Dit jaar was er dus weer een testdag.


Twee vierwielers boven elkaar: de aankomst van Allert en co
Deze keer was de plaats wat dichterbij voor mij: het recreatiegebied 'Blaarmeersen' in Gent. Ik trok er naartoe als ligfietser - uiteraard -, als afvaardiging van de Fietsersbond en natuurlijk ook om wat andere fietsen te testen.

Het verloop van de dag

Bij de start, zo rond 12u, was het heel rustig. Dat was het uitgelezen moment om zelf wat rondjes te draaien met recentere velomobielen zoals de DF en de Quattrovelo. Een rolschaatspiste biedt maar beperkt kans om eigenschappen te leren kennen, maar voor een eerste indruk was het ruim voldoende.


Velomobielen, trikes en ligfietsen
Vanaf 14u kwam er stilaan meer volk langs. De heren fabrikanten en verdelers (Velomobiel.nl, Intercitybike, Fietser.be en FishBikes) hadden hun handen vol: uitleg geven, lengte aanpassen, de techniek demonstreren ... 



Voor anderen was het een gelegenheid om elkaar weer eens te zien.


 
Al bij al was de opkomst behoorlijk. Indien we erin slagen hier een jaarlijkse dag van te maken, kan de belangstelling nog heel wat groeien, zowel van het publiek als van fabrikanten en leveranciers.

En - daar ging het om - er stond van alles om te proberen: ligfietsen (hoog en laag, erg laag), trikes van Performer en ICE en heel wat velomobielen.

Intercitybikes DF

Het snelheidspotentieel kon ik niet proberen; daarvoor was de piste te kort. Wel reed ik ruim boven 40 km/u. Het was meteen duidelijk dat de DF heel licht is - zowat 24 kg - en daardoor makkelijk op snelheid te krijgen is. Eigenlijk doet hij mij heel sterk aan de WAW denken, zowel qua styling als rijgedrag, maar dan lichter, strakker en meer op hard rijden toegespitst.
De DF is een scheurijzer, zoveel is duidelijk. Ongetwijfeld scoort een DF prima op een circuit of langs dijken en het is een prima velomobiel, maar om mee naar het werk te rijden en om er je spullen/boodschappen in kwijt te kunnen, lijkt hij me minder handig. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het niet kan, maar dat zoiets niet het eerste doel is.

Anderzijds bewijzen de verkoopcijfers dat heel wat rijders dit anders zien. Leuk, maar niet echt mijn ding.

Velomobiel.nl Quattrovelo

De Quattrovelo is het andere uiterste: zacht opgehangen, zeer ruim, zwaarder, maar onwrikbaar in de bochten. Ondanks het gewicht - 34 kg - gaat ook de QV snel. Hiermee was de grens van 40 km/u alweer goed bereikbaar. Dat gaat iets minder vlot, maar je hoeft niet te vertragen in de bochten.
De QV leek me heel wat stiller, maar het is goed mogelijk dat dit was omdat er geen kap op zat. Met de uitleg die Allert gaf over de technische kant, wordt snel duidelijk dat hij heel goed weet waarom hij bepaalde keuzes maakte. Dat kun je trouwens allemaal nalezen op zijn blog. Dat zal bij Ymte (en Daniel) wellicht niet anders zijn, alleen zijn de keuzes verschillend.

De twee aangedreven achterwielen zijn een sterk punt, net als de andere gewichtsverdeling (minimum 33% op de achterwielen). 't Is jammer dat de achteras zoveel ruimt inneemt, maar technisch is dat dan weer goed te begrijpen. Ook de in board schijfremmen (nog niet werkend) zijn een mooie oplossing. Zelfs met e-ondersteuning is rekening gehouden. De QV lijkt me daar trouwens veel geschikter voor dan een Quest, omwille van de veel betere stabiliteit.

De hooggeplaatste en ver uit elkaar staande koplampen zijn nog zo'n goed doordacht detail. Je ziet er meer mee door de hogere plaatsing en - dixit Allert - voor automobilisten is het snel duidelijk dat dit niet 'zomaar een fiets' is.



De 'oval track' (wel helemaal vlak) gaf onvermoede testmogelijkheden: in de bocht aan pakweg 35 km/u kon ik uittesten hoe de QV reageerde op slingerbewegingen. Hij was niet van de wijs te brengen. Ook de hobbels en putten in het asfalt werden mooi gladgestreken. 



Wegligging en comfort zitten dus helemaal goed.
 
De QV wordt vermoedelijk een perfecte reisvelomobiel en ik wil hem zeker eens uitgebreider aan de tand voelen. Dat wordt nog even geduld oefenen: over één maand, hooguit twee, zou de productie moeten starten. Fietser.be staat ver vooraan op de orderlijst, dus zou het kunnen dat daar nog voor de zomer een testexemplaar staat.

Ik verwacht één beperking voor reizen en dagelijks gebruik: de draaicirkel bedraagt weer een matige 11 m (afhankelijk van de banden). Vergeleken met de 6 m (tussen muren) van de Orca zou dat een flinke stap terug betekenen. Maar goed: het gaat om compromissen. Velomobiel.nl koos voor minder luchtweerstand (en een strakkere lijn), waar Flevobike de voorkeur gaf aan de praktische kant.

Technisch en functioneel zie ik die QV helemaal zitten - ware het niet dat er een prima E-Orca in de garage staat. En dan is er nog een bezwaar: hij doet me denken aan de Amerikaanse sleeën van de jaren '50. Zoiets vind ik echt niet mooi, toch niet voor een nieuw product. Dat is natuurlijk puur persoonlijk. Het zou ook kunnen dat een andere kleurstelling het uiterlijk meteen helemaal verandert.