Zaterdag (6 mei) reed ik met het busje tot in Brakel, waar ik kon aanpikken waar de tocht de vorige keer eindigde. Vanaf hier komt de rit in het 'pays des collines' (heuvelland), meestal langs heel kleine wegen.
| ergens in Brakel |
Daarvoor moest ik door het Brakelbos rijden.
In deze tijd van het jaar zijn veel bossen schitterend: vers groen en de bodem bedekt met boshyacint. In België trekt iedereen dan naar het onder fotografen populaire Hallerbos (bij Halle, Brussels Gewest), maar datzelfde vind je eigenlijk overal.
Het Brakelbos: bospaden met een Seiran op Kojaks. Niet zo evident. Af en toe afstappen, wegens te modderig. Gelukkig maakt dit geen deel uit van de route.
Het weer was schitterend: een warm zonnetje, een droog wegdek en rustige weggetjes. Helaas moet je af en toe erg drukke wegen dwarsen, waarop echt snel gereden wordt; recent kwam tijdens de Etixx Classic Tour een fietster om het leven bij zo'n oversteek. We zullen zaterdag hier en daar heel aandachtig moeten zijn!
Rijden over kronkelende heuvelwegen is iets helemaal anders dan kilometers langs rivieren en kanalen cruisen: continu schakelen, remmen, weer schakelen. Zware inspanningen afgewisseld met pijlsnel afdalen en met een (naar mijn gevoel) flinke hellingsgraad door de bochten zoeven.
| Het verste punt: Saint-Sauveur |
| De straatnaam geeft het al aan: klimmen! |
| Daar is het doel |
| Zicht van bovenaf |
Op de meeste plaatsen is het ook opvallend stil. Geen grote wegen, amper verkeer. Wat je hoort, zijn de geluiden van natuur en landbouw. Meer niet.
| Zowat het slechtste stuk asfalt |
| Nog niet eens het steilste, maar wel een heel eind klimmen |
Enkele cijfers:
- nieuw snelheidsrecord met de Seiran: 72 km/u (bergaf, dat spreekt voor zich)
- traagste klim: net niet omvallen; zo ongeveer 5 km/u
- 560 hoogtemeters
- steilste aangeduide helling 8%, maar ik meen dat er nog steilere waren (tot 10 % schat ik)
- gebruikte versnellingen: alle 27










































